Woensdag 04/08/2021
Douda, een visser uit Senegal, ligt op het strand van Playa del inglés.

ReportageMigratie

Migranten vullen de lege hotels op Gran Canaria

Douda, een visser uit Senegal, ligt op het strand van Playa del inglés.Beeld César Dezfuli

Terwijl de toeristen wegblijven, hebben migranten de Canarische Eilanden herontdekt als route naar Europa. Acht keer zoveel zijn er al aangekomen als vorig jaar. Ze worden opgevangen in de resorts. Zo verdienen hoteleigenaren toch nog wat – al praten ze daar liever niet over.

Nee, van het zwembad mogen ze geen gebruikmaken. De ligstoelen zijn nergens te bekennen. En ook het rijk gedekte buffet is verdwenen, op het menu staat de ene dag rijst en de andere dag macaroni. Niemand moet denken dat de migranten die verblijven in dit bungalowpark op de Canarische Eilanden vakantie aan het vieren zijn.

Voor Domingo Espino (58), beheerder van bungalowpark Vistaflor, vormen de nieuwe gasten een uitkomst. Zijn huisjes stonden al maanden leeg. Duitsers, Engelsen, Nederlanders – negatieve reisadviezen weerhouden hen ervan een vakantie te boeken naar Gran Canaria. “Als ik de migranten niet kon onderbrengen, had ik de tent eind oktober moeten sluiten”, stelt Espino vast. Nu krijgt hij van de Spaanse regering per dag 45 euro per persoon, voor bed, bad en brood.

Terwijl de toeristen wegblijven, komen op de Canarische Eilanden wel onophoudelijk migranten aan. Ook dit weekend was het weer raak, met meer dan tweeduizend mensen die voet aan land zetten. Eind oktober was het aantal migranten al verachtvoudigd, van 1.493 vorig jaar naar 11.409. Spanje moest in allerijl op zoek naar bedden. Toen de regering een oproep deed aan hoteleigenaars, gaf een aantal van hen daaraan gehoor.

Nu speelt een groepje migranten een potje voetbal aan de rand van het zwembad van Vistaflor. Zij zitten in quarantaine, vanwege corona. Pas na twee weken mogen de migranten zich vrij bewegen over het eiland.

Bij de toegangspoort houdt een bewaker nauwgezet bij wie naar binnen en buiten gaat. Tussendoor helpt hij een 15-jarige jongen uit Senegal met zijn eerste Spaans. In een schrift maakt de jongen vlijtig aantekeningen. Als minderjarige hoopt hij straks in Spanje naar school te gaan.

Net buiten het park, in een smal strookje schaduw, rookt een 39-jarige Marokkaan een sigaret. Hij blijkt al goed Spaans te spreken. “Ik heb tien jaar in Spanje gewoond, maar toen ben ik teruggegaan naar Marokko”, vertelt hij. Uit eigen beweging? “Nee, ik werd uitgezet, vanwege hasj, je weet wel.”

Nu is hij terug op Spaans grondgebied, door de opening geglipt die corona heeft geboden. Hij weet dat hij voorlopig niet kan worden teruggestuurd. Sinds Marokko zijn grenzen sloot vanwege het coronavirus zijn de deportaties opgeschort.

Appartementencomplex Vistaflor in Maspalomas huisvest migranten. Beeld César Dezfuli
Appartementencomplex Vistaflor in Maspalomas huisvest migranten.Beeld César Dezfuli

Dodelijkste route

Het is een van de redenen dat de route naar de Canarische Eilanden weer populair is. Ook in 2006 kwamen hier volop bootmigranten aan, veel meer nog dan nu. Het is een periode die in Spanje de ‘crisis de los cayucos’ is gaan heten, de kanocrisis. In de jaren daarna nam het aantal migranten gestaag af. Spanje wist zaken te doen met landen als Senegal en Mauritanië: in ruil voor geld werden de migranten tegengehouden. Het is een model dat internationaal volop navolging kreeg.

Nu, in 2020, is er iets veranderd. Het reizen over land is moeilijker dan ooit. Minder migranten durven de route via Libië te nemen. Ook in Afrika zijn de verhalen doorgedrongen over ontvoering, afpersing, marteling en moord.

In Marokko, intussen, speelt de politie een cynisch spel met zwarte Afrikanen die naar het noorden willen. Dikwijls worden ze opgepakt en teruggezet naar het zuiden, naar de Westelijke Sahara, alsof het een potje ganzenbord is waarbij ze terug naar af moeten.

Daar komt bij dat de Marokkaanse marine volop patrouilleert op de Middellandse Zee. Niet dat die op de Atlantische Oceaan afwezig is. Maar die zee is zo onmetelijk dat er een kleinere kans is om ontdekt te worden.

Dat is een voordeel en een nadeel. Deze route naar Europa is namelijk ook dodelijker dan alle andere. Volgens de Internationale Organisatie voor Migratie sterft één op de twintig bootmigranten onderweg.

Een groep migranten speelt voetbal op een veldje bij een appartementencomplex in Maspalomas dat migranten opvangt.
 Beeld César Dezfuli
Een groep migranten speelt voetbal op een veldje bij een appartementencomplex in Maspalomas dat migranten opvangt.Beeld César Dezfuli

Twee vissers

Douda Fall (28) kent de zee goed. Hij is visser, afkomstig uit Saint-Louis, een kustplaats in Senegal. Op zijn telefoon laat hij zien hoe hij met zijn vrienden zingend de netten binnenhaalt.

Soms, zegt Douda, gingen ze ver de zee op. “Voor de kust van Senegal vang je niets meer”, zegt hij. Een enkele keer gingen ze met hun houten bootjes helemaal naar Sierra Leone, duizend kilometer verderop.

Douda was dus wel wat gewend. En toch was de tocht van Saint-Louis naar de Canarische Eilanden anders dan alle andere. Het is ver: gemeten in een onrealistisch rechte lijn ruim 1.300 kilometer. “En de zee is gevaarlijk”, zegt Douda. “De golven zijn hoog.”

Ze namen drie buitenboordmotoren mee. Wat ze vreesden, gebeurde: eerst hield de eerste motor ermee op, daarna de tweede. “Ik vond dat we naar de kust van Marokko moesten varen”, vertelt hij. “Maar sommige anderen wilden per se verder naar Spanje.” Toen ging ook de derde motor kapot. Stuurloos dobberden ze rond op volle zee. Douda, met zijn zeemanservaring, bedacht dat ze van een stevig stuk plastic een zeil konden maken. Zo konden ze nog enigszins koers houden.

Op de zesde dag raakte het drinkwater op. Voor sommige jongens werd de dorst zo ondraaglijk dat ze zeewater dronken. Toen hoorden ze op de elfde dag het gebrom van een helikopter. Het was de Spaanse reddingsdienst, opgetrommeld door een voorbij­varend schip.

Douda verblijft al twee maanden in de kleurige huisjes van bungalowpark Vistaflor. Hij raakte er bevriend met Ahmed Essayh (30), ook een visser, uit Marokko.

Er zijn veel Marokkanen tussen de migranten. Zij zien hun kans schoon nu de uitzettingen zijn opgeschort. Voorheen werden Marokkanen direct na aankomst in Spanje teruggestuurd. Nu kunnen ze met een geldig identiteitsbewijs ongestoord doorreizen naar het vasteland.

“Ik heb dit jaar weinig verdiend”, zegt Ahmed. “Er is weinig vraag naar vis. De cafés en restaurants zijn immers dicht.”

Vijf vrienden haalden hem over de overtocht te maken. Ze kochten een boot en vertrokken vanuit Dakhla, in de door Marokko ingelijfde Westelijke Sahara. Geholpen door de surfersapp WindGuru kozen ze een nacht waarin de zee glad was als een spiegel. Na drie dagen zetten ze voet aan Spaanse wal. “Corona is ons geluk”, zegt hij met een ondeugende lach.

Hij wacht nu tot een koerier zijn paspoort brengt. Tot het zover is, geniet hij van de vrijheden die Europa hem biedt. Met zijn vrienden zit hij op een muurtje bier te drinken. Er is geen kortgebroekt meisje dat aan hun aandacht ontsnapt. De Europeanen zijn nog vrijmoediger dan hij had gedacht, vertelt Ahmed. “Ik zag een strand met mensen die helemaal niets aan hadden. Dat is toch niet goed?”

null Beeld César Dezfuli
Beeld César Dezfuli

Lesbos als schrikbeeld

Het liefst geven de beheerders van de vakantieverblijven zo min mogelijk ruchtbaarheid aan hun gastvrije opstelling jegens migranten. De meesten weigeren erover te praten. Ze zijn bang voor een aanzuigende werking – en voor imagoschade in Europa. Blijkbaar is medemenselijkheid iets geworden waarmee je niet te koop moet lopen.

De socialistische burgemeester van Maspalomas, Conchi Narváez (47), keerde zich vanaf het begin tegen de opvang in vakantieverblijven. “Het is slecht voor ons imago”, zegt ze zonder omwegen in haar werkkamer. “Als je op vakantie gaat, wil je alleen maar mooie dingen zien. De migranten roepen medelijden op, zoals ze hun leven wagen in hun gammele bootjes. En bij sommigen ook angst.”

Het schrikbeeld is Lesbos. Ieder gesprek komt vroeg of laat uit bij het Griekse eiland, waar de vluchtelingen verkommeren in een mensonterend kamp, en waar geen toerist zich meer laat zien.

Alleen in de haven van Arguineguín, waar de migranten de eerste dagen na aankomst in tenten slapen of soms zelfs op de grond, doet de situatie in de verte denken aan de diepe ellende in Griekenland. Na de toevloed van dit weekend is het er opnieuw overbevolkt, met meer dan tweeduizend mensen die dagenlang op het smalle havenhoofd moeten verblijven, onbeschermd tegen de zon. Op sociale media gingen filmpjes rond van ratten die tussen slapende migranten door liepen.

Toch springen vooral de verschillen tussen Gran Canaria en Lesbos in het oog. Niet alleen worden de migranten na die eerste dagen goed verzorgd, ze zijn ook vrij om te vertrekken. Van de migranten die dit jaar zijn aangekomen, is ongeveer de helft al doorgereisd naar het Spaanse vasteland, aldus de Canarische vicepresident Román Rodríguez. Volgens Spaanse media zijn er zeker duizend overgevlogen door het ministerie van Binnenlandse Zaken, bijvoorbeeld omdat ze asiel hadden aangevraagd. De rest ging zelfstandig.

En de toeristen? Op de boulevard van Maspalomas blijkt dat de meesten geen idee hebben van de migratiegolf die hier dit jaar is aangespoeld.

“We kunnen de migranten beter een net onderkomen geven dan dat we ze laten rondzwerven op straat”, vindt Tom Smulders (70). Als vicevoorzitter van de ondernemersvereniging voor horeca en toerisme op Gran Canaria speelde hij het verzoek van de Spaanse regering door naar de lokale ondernemers. Zelf stelde hij zijn appartementencomplex in Maspalomas niet beschikbaar. Het ligt midden in de toeristische zone, heeft geen eetzaal en kent bovendien een aantal vaste bewoners.

In de Spaanse media benadrukt Smulders “het grootse voorbeeld” dat de Canarische Eilanden Europa geven. Toch vindt ook hij dat op den duur de toeristenbedden weer voor de toeristen moeten zijn. “Met zo’n grote toestroom was er acuut opvang nodig”, zegt hij. “Nu sommige landen vakantiereizen naar de Canarische Eilanden weer toestaan, wordt het tijd dat de regering een andere oplossing zoekt.”

Op het vliegtuig

Ook onder de migranten is niemand van plan in de toeristencomplexen te blijven. Douda, de visser uit Senegal, wacht ongedurig op het moment dat hij naar “het grote Spanje” wordt gebracht. Hij heeft de indruk dat Senegalezen – anders dan ­Malinezen, Gambianen of Guineeërs – stelselmatig worden overgeslagen voor de vluchten.

Die indruk is terecht. De Spaanse regering is van plan het uitzetbeleid naar ­Senegal, Mauritanië en Marokko, dat voorheen relatief soepel verliep, snel te hervatten, waarschijnlijk deze week al.

“Ik had, net als sommige jongens uit mijn boot, kunnen zeggen dat ik uit Gambia kom”, overweegt Douda. “Dan was ik hier allang weggeweest. Maar als dat later uitkomt, heb ik een probleem.” Voorlopig wacht hij dus af, en zorgt hij dat hij geen afspraak mist met de advocaten die eens per week naar Vistaflor komen. “Je moet zeggen dat je homoseksueel bent, of christen, dan maak je kans op asiel”, weet hij nu.

Ahmed, de visser uit Marokko, heeft een paar dagen later zijn paspoort binnen. Hij is van plan verder te reizen naar de Spaanse stad Zaragoza, waar een vriend woont. “Ik hoop dat ik daar werk kan vinden”, zegt hij.

Terwijl hij met zijn vrienden op hun muurtje zit, komt er plotseling een Marokkaanse vrouw voorbijlopen. Of ze weten waar Vistaflor is? En nu ze toch bezig is: waar ligt Holiday Club Puerto Calma?

De vrouw stelt zich voor als Khadija Houri (36). Ooit kwam de Marokkaanse als illegale migrant naar Spanje, nu heeft ze verblijfspapieren en woont ze in Málaga. Ze is naar Gran Canaria gekomen met haar vriend Rachid, om diens broer, neefje en twee oude schoolvrienden op te halen. Zij maakten onlangs de oversteek.

Even later staat Khadija voor resort ­Puerto Calma, dat ligt in een baai waarvan de rotswanden volledig bedekt zijn met megalomane appartementencomplexen. Er komt een schuchtere jongen aangelopen, gehuld in de eenheidskleding die het Rode Kruis uitreikt aan de migranten: een effen rood shirt, een effen groen vest. Het is het neefje van Rachid.

“Laat die kleren maar hier”, draagt Khadija hem op. “Die zijn voor de andere jongens. Wij kopen nieuwe voor je.” Twee dagen later nemen ze met zijn allen het vliegtuig naar Málaga. Net op tijd, voordat de uitzettingen worden hervat.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234