Dinsdag 11/05/2021

Mieke Daeren, opvoedster bij de 'Zonnekinderen'

'We moeten de ouders een beetje mee ondersteunen in de opvoeding, in de zin van 'het is niet omdat hij hier zit, uw zoon, dat het ne raren is die in de wereld niet meekan, integendeel'. Dat was ook de kracht van Zonnekinderen op tv. Mensen zeiden: 'Tiens, die kleine is niet abnormaal, hij is gewoon een beetje anders, een beetje speciaal zelfs'''Wat denkt u? Zullen wij staken? Uiteraard niet. Onze kinderen hebben dan geen feestje, wat een regelrechte ramp zou betekenen. Anderzijds zouden we natuurlijk graag hebben dat er godverdikke eens �cht naar ons geluisterd wordt'

'Gelukkig isgraag zienzo plezant'

'Ze zullen niet studeren en geen hoge weddes opstrijken, maar dat beseffen ze. Ze hebben een moeilijke weg afgelegd, ze werden gepest. Het gebeurt nog. Er wordt geroepen: 'Kijk, die rijdt mee met de bus van de debielen'.' Mieke Daeren praat bezield en bewogen over haar gekoesterde pupillen. Ze viel ons het voorbije jaar op als begeleidster van het groepje Zonnekinderen, wier reis in de Provence wekenlang op TV 1 te zien was. Mieke en haar collega's van het Sint-Jozefsinstituut in Gent willen alle Zonnekinderen gewapend in het 'echte' leven zetten. 'Zijn ze weerbaar genoeg?', vragen we. 'Bent u het?', kaatst Mieke kordaat terug. Marijke Libert / Foto Stephan Vanfleteren

e zijn van juni terug uit de Provence en nog is de rust bij de instelling van de Zonnekinderen, het Sint-Jozefsinstituut in Gent, niet helemaal teruggekeerd. "We wisten op voorhand dat er veel nazorg nodig zou zijn. We zijn niet holderdebolder in dat televisieavontuur gesprongen, dus ook de consequenties nadien waren ons bekend."

Wat waren die gevolgen en voelt u die nog?

"Absoluut, het blijft een permanent aandachtspunt. Wat we daar meemaakten, heeft een grote impact op ons leven. Die camera's, maar ook de omgeving, de Provence, we werden tien dagen lang echt verwend. Bij de kinderen kwam daar de ervaring bij van 'een reis maken'. Velen hadden dat nog nooit gedaan. Ze ontdekten dat reizen niet alleen betekent nieuwe dingen zien, maar vooral ook nieuwe banden smeden, banden die je nadien weer bruusk moet verbreken. Het klikte bijvoorbeeld erg goed met de tv-ploeg, trouwens allemaal heel emotionele mensen. Afscheid nemen van hen was voor een paar kinderen te vergelijken met een stervensproces. Na een laatste extra draaidag waarop we elkaar nog eens terugzagen, was het ineens boem-patat. Voorbij."

Wat doen ze die gastjes toch allemaal aan, moet de goegemeente dan denken.

"Zo'n reactie klopt uiteraard niet. Die verwerking was overigens een heel belangrijk leermoment. Met bepaalde kinderen zijn we nog tijdens de reis begonnen met leren afscheid nemen. Ze zullen dat ook later moeten doen, in het echte leven: afbouwen van vriendschappen, dag zwaaien, verdriet hebben, verwerken. Dit was dus een ideale oefening. Een godsgeschenk bijna.

"In de vier leefgroepen waarmee wij werken en waaruit die Zonnekinderen kwamen, zitten vooral minder weerbare kinderen, kinderen met autistiform gedrag en nog een paar problematieken. Onze grootste zorg is hen te leren wat hun eigenwaarde is en die weer opkrikken. Er moet hen getoond worden 'dat kunnen jullie ook' en daarvoor moeten ze een paar kneepjes leren kennen."

Kunt u voorbeelden geven?

"Onze Liselotte heeft in de Provence producer Isabelle van het productiehuis Jokfoe leren kennen, een echte klik. De voorlaatste dag begon Liselotte geweldig te panikeren (armen in de lucht): 'O, ik ga die missen, wat moet ik doen, ik zal haar niet meer zien, o ramp'. Het heeft geen zin dat ik dan met een bak vol oplossingen kom aandragen, zoiets komt bij dat meisje niet binnen. Wel helpt het om het gevoel van haar over te nemen en te zoeken naar een mogelijke oplossing. Ik zeg dan: 'Godverdikke, ik ga die ook missen, dedju, ik ga die missen'. Ik voeg er dan aan toe: 'Weet je wat, ik zal haar af en toe een brief schrijven'. Waarop Liselotte: 'O, ik ga dat ook doen'. Dan zeg ik weer: 'Dat is eigenlijk geen slecht idee, want zo kunnen wij ons gevoel een stukje kwijt geraken, door het in die brief mee te geven.' Waarop Liselotte dan weer zegt: 'Toch zal ik Isabelle blijven missen, want in een brief kan ik haar niet vastpakken'. Ik reageer: 'Verdorie, dat is nog waar ook, dat ik daar nog niet over nagedacht had'. En dan komt Liselotte ineens zelf met een fantastische oplossing: 'Weet je wat, als ik Isabelle mis, ga ik u een keer vastpakken'."

Maar dat meisje moet op termijn ook van u afscheid nemen.

"Daar zijn we nu al mee bezig, want Liselotte vertrekt volgend jaar. Het zal verschrikkelijk zijn, omdat alle herkenningspunten verdwijnen: vrienden, begeleiders, onder wie ook ik, inderdaad. Het zou stom zijn van ons om hen daarop niet voor te bereiden, om de kinderen hier enkel te koesteren, te beschermen en de laatste dag dan te zeggen: saluut en de kost, zoek het in de buitenwereld nu maar uit. Dat gebeurt dus niet. Wij leren ze hier al aan op eigen benen te staan."

Kan het dat loskomen van hen ook voor jullie moeilijk is?

"(wijst naar de muur van de 'leefgroep') Kijk naar onze fotomuur. Degenen die hier nog iets achter willen laten, kunnen daar een foto of een tekst ophangen. Dat helpt, want ze weten dat we door naar hen te kijken ook aan hen denken en over hen praten. Af en toe hoor ik hier zeggen in de leefgroep 'tiens, hoe zou het met Sarah of Stefanie zijn, zouden ze al werk hebben?'

"Wat ons afscheid betreft, kan ik zeggen: hoe ouder we worden, hoe beter we dat leren. Wij, begeleiders, evolueren nog elke dag. Vroeger was ik geneigd alles op te volgen, ik wou weten waar die kinderen terechtkwamen en hoe het met hen ging. Als ze tijdens opendeurdagen kwamen aanlopen, brak mijn hart bijna. Intussen ben ik zelf moeder geworden van twee kinderen en leerde ik beter los te laten. Ik begreep dat het de kinderen geen deugd deed dat ik aan hen bleef plakken. Dat was mijn eigen verwerking en daar mocht ik niemand mee belasten. Nu tracht ik onze gasten zoveel mogelijk te helpen. We hebben hier een jongen die in juni vertrekt, het bijzonder moeilijk heeft en dat herhaaldelijk zegt. Een ander uit de groep zei laatst: 'Volgens mij zal hij enorm wenen als hij vertrekt'. Ik antwoordde daarop: 'Mijn hart bloedt altijd een beetje als er iemand weggaat. Ik weet echter dat graag zien betekent: durven los te laten.' Dan zie je die ogen zo opengaan, ze denken diep na en herhalen hardop: 'Ah goed, dus als we u graag zien, moeten we u los kunnen laten?'"

Er zijn een hoop zogenaamde normaal functionerende mensen buiten dit instituut die dat niet eens weten.

"Klopt. Dat is wat zo mooi is aan met deze mensen werken: je kunt diep met ze gaan, hebt fantastische gesprekken en hoe moeilijk het ook soms is: hun empathie is groot. Ze leren veel en kunnen daardoor ook dat zogenaamd normale leven beter aan."

Hoe wordt u zoals u nu bent en met die jongeren werkt? Cursussen bestaan daar wellicht niet voor.

"Je hebt het ergens in je. Ik voel het bij andere opvoeders, verplegers of bij wie volmondig kiest voor onze sector. Het is een vorm van gevoelsmatig zijn gecombineerd met een onbedwingbare drang iets te willen doen. We stelden dat bijvoorbeeld ook bij die tv-ploeg vast. Zij hadden dat 'je ne sais quoi', een soort spirit die naar boven komt, emotionele antennes, iets wat ertoe leidt dat alle strakke ratio resoluut wordt afgeworpen."

De drang van waaruit u voor de opleiding van opvoedster koos?

"De twee laatste jaren van mijn middelbare school koos ik voor de richting opvoedster. Ik zou nadien verpleegkunde doen, maar tijdens de stage die ik liep als opvoedster ben ik blijven hangen. Ik geraakte van die plaats niet meer weg. Het was nog niet deze, maar een andere instelling van de Broeders van Liefde."

Wat heeft u daar vastgezogen?

"Ik was al aangetrokken tot het werk met kinderen. Wat ik echter leerde, was dat ik echt iets kon bereiken met deze mensen. Echt helpen, echt begrijpen. Daardoor konden wij op termijn mensen 'afleveren' die een heel stuk verder stonden in het leven. Is het niet leuk om dat in je werk vast te stellen: dat wat je met z'n allen doet een doel bereikt, nooit zinloos is?

"Deze job is me op het lijf geschreven. Ik amuseer me hier nu al vijftien jaar. Ik sta er soms van te kijken dat sommigen mensen me zeggen: ik moet werken morgen. Ik denk dan, tiens, ik heb dat niet, werk. Oké, ik ga ergens heen om mijn boterham te verdienen, vertrek daarvoor uit het gezin dat ik enorm koester, maar werk ik dan? Nee toch? Dit is het verlengde van wat ik voel, van mijn persoonlijkheid, van mijn emoties, mijn verdriet en mijn geluk. Is dat geen cadeau?"

Een van uw collega's zei ooit in een interview: hoe meer we hier met deze kinderen en jongeren werken, hoe meer we zien hoe puur ze zijn en hoe hypocriet de wereld hierbuiten.

"Ik heb een raar karakter. Ik kan niemand slecht, dwaas, hypocriet of wat dan ook vinden. Mijn grootste vijand, gesteld dat ik die zou hebben, zou altijd wel iets bezitten wat de moeite is."

Men zou kunnen zeggen, die Mieke is naïef.

"Laat ze dat maar zeggen. Ik weet dat het niet zo is. Het heeft even geduurd maar ik kan sinds een tijdje perfect benoemen wat mijn eigen zwakke punten zijn, dingen waardoor ik me gekwetst kan voelen. Zodra dat besef er is, raakt het je niet meer als men je uitdaagt. Ik denk dat mensen die huichelachtig worden genoemd niet slecht zijn, maar gewoon nog niet kunnen verwoorden waarom ze zich zo verstoppen. Ze verleggen hun probleem bij de ander, vallen die persoon aan omdat ze zelf die zwaktes hebben. Het is zo simpel, maar het komt zoveel voor. Kijk gewoon rond jou."

Terug naar jullie kinderen hier uit de instelling. Ze worden veel aangeleerd maar zullen op termijn vanuit deze begripvolle en warme omgeving toch in een iets afstandelijker milieu, soms een regelrechte ijskelder, moeten leren leven.

"Mijn collega's en ik doen niets anders dan proberen om die kinderen wat warmte mee te geven. Verder brengen wij hen technieken bij om zich in het leven redelijk oké te kunnen voelen."

Ze zullen een paar maanden na hun vertrek hier maar in een gewoon bedrijf of een beschutte werkplaats terechtkomen, waar ze in een kil zaaltje 's middags hun boterhammen moeten opeten, weg van die gezellige omgeving als hier in uw leefgroep, weg van een systeem waarbij wat fout loopt meteen wordt uitgepraat en opgelost.

"Correctie, ik leer hen hoe ze het zelf kunnen opmerken, uitpraten en oplossen, hoe ze weerbaar worden als zich iets bedreigends voordoet in hun omgeving."

Zijn de jongeren die van hieruit vertrekken weerbaar genoeg?

"Ben ik weerbaar genoeg in mijn omgeving en in het leven tout court? Bent u het steeds?"

Touché!

"Voilà. Onze kinderen zullen net zoals wij moeten leren gelukkig te worden in het milieu dat ze aankunnen. Ze krijgen wat materiaal mee van hieruit, een paar trucs. Allen hebben ze echter al in zich iets wat heel belangrijk is. Dat spontane, dat directe. Daarom waren wij opvoeders blij dat we met onze Zonnekinderen naar buiten konden komen. Om te tonen wat hun absolute kwaliteiten zijn in het leven. We wilden vooral niet bevestigen dat zij buiten de norm vallen van wat wij zogenaamd normaal vinden. Ben jij een normale? Nu, van mij hebben ze ook altijd gezegd dat ik geen normale was. Ik weet nog steeds niet wat de norm is. Zijn jij en ik daarom minder fit om in dat geheel dat we de buitenwereld noemen onze weg te zoeken? Ik voel dat ik soms anders word bekeken. Zoals onze kinderen hier dat ook vinden. Zij lopen niet altijd op de vastgelegde en platgetreden paden. Ze kunnen bijvoorbeeld niet zo goed studeren want ze begrijpen het allemaal niet zo snel. We streven ernaar dat de meeste van onze jongeren in een gewoon arbeidsmilieu terechtkomen. Sommigen van hen gaan naar een beschutte werkplaats. Normaal zijn is niet het criterium, wel dat ze aanvaard worden als gewone burgers in de maatschappij zoals jij en ik.

"Ik ben vorig jaar met een van de meisjes uit onze groep naar een beschutte werkplaats geweest, waar ze ook stage heeft gelopen. Ik heb gezien dat ze er ongelooflijk goed is ontvangen. Nu, als zij ooit in een iets ongezelliger zaaltje haar boterhammen zou moeten opeten, zal ze misschien iets sneller geneigd zijn om een kerstboompje of wat sierlichtjes mee te nemen, om de omgeving op te smukken. Dat zit ook in dat koffertje dat ze van hieruit mee hebben genomen. Ze hebben geleerd dat je in je leven letterlijk sfeer kunt maken, kaarsjes kunt doen branden, zodat je dichter bijeen kunt kruipen om elkaar te vinden over alle barrières heen."

Het is soms heel simpel.

"Zeer juist en die gasten hebben uitgerekend dat al enorm in zich: eenvoudige oplossingen zoeken voor complexe situaties."

De kinderen die jullie begeleiden, kun je toch niet echt gehandicapten noemen, ze lijken niet zo ver buiten die zogenaamde norm te vallen?

"Dat is ook het probleem: een licht mentale handicap is het moeilijkst om te duiden. Je zag daarnet een meisje naar buiten gaan met wie ik even een onderhoud had. Niets loos mee, hé, zou u zeggen, die praat gewoon, ziet er gewoon uit. Alleen, als ze iets moeten presteren op werkvlak is het wel ineens merkbaar. Noem het een enorme tempovertraging.

"We begeleiden ook kinderen met autisme en die hebben een structuur nodig. Krijgen ze die niet dan blijven ze gewoon staan waar je ze zet en dan kunnen ze nooit taken uitvoeren. Er zijn hier ook jongeren die later het beroep van metselaar of meubelmaker zullen uitvoeren. Kortom, hier heerst een grote diversiteit. De grote gemene deler is: ze konden niet mee in het reguliere onderwijs. Nadien volgde het aanvaardingsproces bij hen en hun ouders en zo kwamen ze hier terecht. We moeten de ouders een beetje mee ondersteunen in de opvoeding, in de zin van 'het is niet omdat hij hier zit, uw zoon, dat het ne raren is die in de wereld niet mee kan, integendeel'. Dat was ook de kracht van Zonnekinderen op tv. Mensen zeiden: 'Tiens, die kleine is niet abnormaal, hij is gewoon een beetje anders, een beetje speciaal zelfs'."

Wij zijn wel geneigd in vakjes te denken. Op school worden leerlingen sneller dan vroeger 'gediagnostiseerd'. Klassen zitten ineens vol kinderen met adhd of vertonen gedrag uit het 'autistische spectrum'.

"Ik begrijp wat u zegt, maar ik zal u tegenspreken. Omdat ik denk dat er momenteel inderdaad meer kinderen zijn bij wie autistiform gedrag herkend wordt. Decennia geleden kon men dat niet, maar ze waren er wel. Alleen kregen die dan het etiket 'speciaal' of 'raar' mee, in sommige gevallen kregen ze zelfs de benaming dorpsidioot. Ik hoor die opmerking hier echter ook soms: worden stoornissen niet te snel benoemd? Wij spreken in de instelling vaak over autistiform gedrag. Het verschil is dat je niet de diagnose op zich stelt maar dat je de oplossingen verbonden aan die diagnose aanreikt. Probeer het eens positief te zien: door het feit dat het benoemd wordt, wordt niet alleen iets geduid, de mogelijkheid om het op te vangen zit er evenzeer in. Er zijn hier heel vroeger kinderen binnengekomen die zoals ze hier binnenkwamen na jaren weer buitengingen. Omdat het niet erkend werd dat ze een probleem hadden. Dat is gelukkig veranderd."

Welke veranderingen stelde u nog vast in uw sector, trouwens een die geregeld onder vuur ligt.

"Ik werk hier nu vijftien jaar en ik durf te zeggen dat in het begin de taak van opvoedster totaal anders was dan nu. Daarom ook wordt er nu veel op straat gekomen en veel aan de kaak gesteld, omdat onze job een totaal andere invulling heeft gekregen. Alleen, de overheid vertikt het om het te zien. Ons probleem is een beetje dat we het zo perfect willen doen allemaal, we zouden er bijna een vinger voor geven om onze resultaten te bereiken. We weten hoe we de kinderen in het echte leven kunnen krijgen, maar dat kost energie, tijd, lesuren, overuren, geld.

"Ik wil dat trouwens echt een iets kwijt. U interviewt mij, omdat ik even een bekende kop was op de televisie, maar ik ben ook maar een schakeltje in het enorme raderwerk van deze instelling. Hier werkt een team. Dat bestaat uit opvoedsters, leerkrachten, maatschappelijke werkers, othopedagogen, en al het ondersteunende personeel. Je lost een probleem soms pas op nadat er vijftien mensen aan bezig waren en allen waren ze even noodzakelijk Nu zal men misschien zeggen: is dat allemaal nodig? Ja, dat is nodig, want iedereen brengt op zijn manier iets bij, waardoor dat kind op de oplossing afstevent. Bij ons is vorig schooljaar bijvoorbeeld Wesley vertrokken, bekend van de Zonnekinderen. Wesley vertoonde autistiform gedrag. Hij werkt nu bij de afvalmaatschappij Ivago. En dat komt omdat we met die vijftien mensen in zijn laatste jaar gevochten hebben om die jongen in een milieu te brengen waar de bazen en de collega's Wesley begrijpen. Hij blijkt intussen de perfecte werknemer te zijn. Echt perfect. (lacht luid) Weet je dat hij de zakken aan de huizen laat staan als hij ziet dat er niet goed gesorteerd is? Voor Wesley is dat heel strikt. Sorteren is sorteren, punt uit. Hij doet dat werk met hart en ziel en zijn bazen zijn ronduit geestdriftig."

We hebben het hier over aparte diagnoses gehad, maar die verschillende Zonnekinderen hadden als grote gemene deler: het zijn flapuiten.

"Niet alleen de kinderen, ik ben zelf ook nogal een flapuit. Stel, de koning komt ons bezoeken. Als we voelen dat die kerel oké is, zullen we op zijn rug kloppen en zeggen 'gij zijt ne wijzen gij, ge moogt hier nog komen'. Maar het protocol vereist natuurlijk anders. Van onze kinderen krijg je steeds eerlijke reacties. Af en toe op het gênante af. Ga ermee naar een winkel en je ziet het. Wie niet oké is, wordt snel ontmaskerd. Als de man die ons bedient dat met een snak en een beet doet, zullen onze jongeren zeggen 'amaai, gij zijt ne viezen'. Dan moeten wij tussenbeide komen en opmerken: 'Je hebt gelijk, maar in de maatschappij wordt het niet aanvaard dat je dit op die manier zegt, je kunt het anders doen, bijvoorbeeld met de reactie: het zou leuker zijn indien u iets vriendelijker was tegen mij'."

Wat is het lastigste om ze aan te leren?

"(snel) Eigenwaarde. Dat is voor een groot stuk kapotgemaakt, bij allemaal. Ze werden soms jarenlang gepest en gekwetst. Ze zijn ook uit die boot van de competitie gevallen. Ik probeer daar nu al op heel jonge leeftijd bij mijn eigen kinderen attent voor te zijn. Als over mijn zoon wordt gevraagd: 'En, doet hij het goed?', dan antwoord ik steevast: 'Hij voelt zich goed'. Ja maar, zeggen ze dan, hoe zit het met zijn resultaten? Ik zeg dan: 'Zijn resultaat is dat hij zijn best heeft gedaan én zich goed voelt, en dat vinden wij heel tof'. Eerst komt de eigenwaarde, dan de rest. Waarom zou de eigenwaarde van dat kind in de instelling lager zijn omdat hij of zij cijfermatig minder presteerde? Waarom een directe link leggen tussen minder punten hebben en minder zijn als mens? Onze Zonnekinderen zijn ooit met de foute maatstaven gekwalificeerd. Hoe geef je hen een eigenwaarde terug? Door hen constant te zeggen: bon, jij kunt dit niet, maar wel dat. Een cliché misschien, maar een positieve benadering is de beste remedie."

Is het soms onmogelijk iemand weer op te delven en hem zijn waarde terug te geven?

"Ik merk toch altijd dat het lukt. Ik geloof er ook echt in, dat de mens zich weer kan samenrapen, met wat hulp in het begin. Het begint met te leren kennen wat in het verleden pijn heeft gedaan. Op het moment dat ze hier binnenkomen, zijn de kwetsuren dikwijls groot. Ze hebben etiketten gekregen. Die van 'den dommen' bijvoorbeeld. Ik vraag zo'n kind dan: 'En ben jij een dommerik? Vind je dat zelf?'. Dan worden de schouders opgetrokken en zeggen ze: 'Ja maar, ik ben nog steeds niet zo goed in lezen'. Ik trek dan ook mijn schouders op en meld: 'Al mijn broers en zussen hebben aan de universiteit gestudeerd, ik niet, ik ben de dommerik thuis'. Dan komt die sterke reactie: 'Nee, Mieke, jij bent niet dom'. En daar zijn we weer vertrokken.

"Ik geef zo aan dat er een buitenwereld is die in hun plaats denkt en dat zij dat niet zomaar mogen overnemen. Ze zullen nog veel reacties krijgen, ze krijgen ze ook als ze naar hier komen: 'Hé, die vertrekt weer naar de school van de dommen' en 'die rijdt mee met het busje van de debielen'. Er is dagelijks genoeg werk om die eigenwaarde min of meer te herstellen. We moeten er echter ook steevast aan toevoegen: stoppen doet dat niet, tracht dus iemand te worden op wie dergelijke opmerkingen als op een scherm afketsen. Dat lukt ze wel aardig, maar deep down blijft het uiteraard af en toe flink pijn doen."

Levert u soms jongelui af die niet klaar zijn, zeg maar?

"Ben ik af? Bent u af? Hier ben ik weer met mijn reactie. Wie kan wél tegen dergelijke opmerkingen, wie is überhaupt klaar met zichzelf? Neem Liselotte. Ze zal het erg moeilijk hebben als ze hier vertrekt. Dat weet ik nu al, heel moeilijk. Ik moet haar echter zoveel mogelijk aanbieden waarop zij af en toe kan terugvallen. Ze heeft mogelijkheden en ze zal die te gepasten tijde aanspreken. Daar vecht ik voor."

Belastend, om voortdurend met dergelijk delicaat werk bezig te zijn. Worden jullie het soms niet ongelooflijk moe, want je botst ook steeds weer op diezelfde grenzen?

"Inderdaad, daarom zeg ik ook dat wat zich in onze sector afspeelt zo onderschat wordt. Wij weten dat we kunnen helpen. We weten ook dat, als we de draad onderweg gewoon loslaten, deze kinderen stuurloos worden. Stuurloze kinderen beginnen te prutsen, lopen er de kantjes af of worden kleine crimineeltjes. Wat wij ook doen, is mooie mensen afleveren die verdomd een meerwaarde leveren tot die maatschappij, een maatschappij die dan nog steeds minder geld wil geven aan het proces waaraan wij werken. Paradoxaal is dat.

"Gelukkig zijn onze kinderen met echtheid bezig en leren zij het aan anderen. Zij leren het aan hun ouders, hun latere werkmakkers, vrienden en geliefden. In de maatschappij is normaal: leren, hard studeren, werken, geld verdienen. Voor mij is dat anders. Normaal is voor mij: u goed voelen, zelfrespect behouden, eigenwaarde, mensen graag zien, proberen het goed te doen. Ik durf wedden dat je met zo'n ingesteldheid veel verder komt in het leven dan wanneer je veel geld heb en als een ongelukkige ziel ronddoolt. Dat weten zij ook en daaraan zullen ze zich moeten optrekken, want zij zullen nooit veel geld verdienen."

Stop de wereld vol Zonnekinderen en we belanden in Utopia...

"(lacht) Ik weet dat ik al eens doordraaf, maar toch stemt het mij gelukkiger om met een soort ideale wereld rekening te mogen houden. Ik weet natuurlijk ook dat ik hier hoogstens naar kan streven. Het doel bereiken heeft veel voeten in de aarde en ik weet dat je er eigenlijk nooit bent. Het kan praktisch moeilijk gerealiseerd worden. De begeleiders hier worden soms gek van het vele werk. Ik sta voor een groep van twaalf jongens en meisjes. Als ik alles goed wil opvolgen, lukt dat gewoon niet. Ik heb slechts dertig uur, meer krijg ik niet. Ik ga af en toe echt gefrustreerd naar huis omdat ik besef dat ik niet kan doen wat ik had moeten doen, gewoon door een gebrek aan tijd. En dan hoor je ze weer bezig over: we gaan hier afbouwen en daar minderen. Ik weet dat ik niet alleen ben, dat honderden, duizenden opvoeders, verpleegkundigen, leerkrachten, iedereen in de sociale sector veel te veel diensten, nachten, uren klopt en chronisch overwerkt is. En bij velen worden overuren dan nog niet eens vergoed. Maar wij zijn de onnozelaars, hé. Wij doen verder, met het kleine loon en we doen extra uren.

"We willen niet dat de mensen waarvoor wij werken er hinder van zouden ondervinden. Dus áls we al eens op straat komen, dan reppen wij ons nadien weer snel naar onze diverse groepen. Daarom ook staan we zo zwak, omdat we telkens weer onze taken opnemen. Kijk, nu dinsdag (de laatste dinsdag voor kerst, ML) is het staking. Mijn collega, de zorgcoördinator, kwam daarnet met een papiertje langs en zei: 'Mieke, staking dinsdag... en het zijn hier overal kerstfeestjes'. Tja, we halen dan allebei onze schouders op en kijken naar elkaar. Wat denkt u? Zullen wij staken? Uiteraard niet. Onze kinderen hebben dan geen feestje, wat een regelrechte ramp zou betekenen. Anderzijds zouden we graag hebben dat er godverdikke eens écht naar ons geluisterd wordt. Maar we blijven doorwerken.

"We zullen het allemaal blijven doen. Niemand die in de sociale sector werkt, zal zeggen: trek allemaal uw plan. In een bedrijf leg je alles plat, vrachtwagenchauffeurs blokkeren de wegen, personeel van het spoor laat geen treinen meer rijden. En wij? Zullen wij een zieke laten liggen? Een terminale patiënt alleen laten sterven? Aan een autistisch kind dat naar zijn kerstfeestje verlangt, zeggen: sorry, we moeten naar Brussel? Of mag ik tegen iemand uit mijn groep zeggen: sorry meisje, vandaag heb jij even geen problemen, is dat afgesproken?

"Nee, dat kun je niet, of je zou door en door slecht moeten zijn. Tegelijk kun je de grote doelen die je vooropstelt niet waarmaken omdat je de slagkracht ontbeert. We kunnen ons niet verdedigen en we kunnen het vele werk dat we noodzakelijk vinden niet meer aan. Hoe bereken je inzet, hoe kwantificeer je hulp? Met welke parameters? Wat zijn de cijfers die de overheid overhalen? (zucht diep) Eigenlijk zijn wij toch zelf ook de zwakjes? Wij zijn ook een beetje de Zonnekinderen. Beetje naïef, beetje 'rare mensen samen', met kwetsuren maar telkens weer met frisse moed ertegenaan, met flink wat achterstand, maar blijven vechten en blijven lachen. Sorry, misschien klinkt dit ineens allemaal heel dramatisch. Ik ben nochtans een positivo. Maar kijk, we hebben hier samen gezeten, een dag geleden en we hebben hier met vier mensen zitten wenen omdat twee van ons er zo door zaten, emotioneel, doodop, en geen tijd om te recupereren. Weet je, gelukkig is graag zien zo plezant. De meesten die hier rondlopen, zien de mensen rondom hen graag."

'Onze Zonnekinderen zijn ooit met de foute maatstaven gekwalificeerd. Hoe geef je hen een eigenwaarde terug? Door hen constant te zeggen: bon, jij kunt dit niet, maar wel dat. Een cliché misschien, maar een positieve benadering is de beste remedie'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234