Zaterdag 11/07/2020

Microkrediet: is 'tovermiddel' tegen armoede een hype?

Krediet als mensenrecht

De kloof tussen arm en rijk neemt alsmaar toe. Omdat armen geen toegang hebben tot reguliere banken om een kleine lening te krijgen voor het opzetten van een klein bedrijfje of winkeltje, werden microfinancieringsinstellingen (MFI) opgericht: financiële dienstverlening aan armen. Het blijkt verrassend goed te werken. Ze krijgen net dat nodige financiële zetje en de gemiddelde terugbetalingspercentages zijn met ruim 95 procent hoog.

Hans van Scharen

Op de valreep van de 21ste eeuw heeft het Westen de in miserie levende medemens in de derde wereld herontdekt. Wereldleiders, bankiers van de Wereldbank en het IMF, de Verenigde Naties en maatschappelijke organisaties zijn het roerend eens: de strijd tegen de mondiale armoede moet nu echt serieus genomen worden. In Washington werden de rijken der aarde (G7) het eens over het kwijtschelden van tientallen miljarden dollar schuld van de armste landen. De vraag is of armen veel zullen merken van deze hartverwarmende boekhoudkundige ingrepen. In datzelfde Washington bepleit de organisatie Microcredit Summit Campaign al enkele jaren grootschalige toepassing van 'hét echte tovermiddel' tegen armoede: het microkrediet. De filosofie: 'Geef de arme geen vis, geef hem ook geen hengel, nee, leen hem geld om een hengel te kunnen kopen.' Krediet als mensenrecht.

Er is goed en er is slecht nieuws. Eerst het goede: eergisteren werd een nieuw mensenkind geboren - op zich geen nieuws want er worden dagelijks ruim 200.000 kinderen geboren. Maar dit is wel de zes miljardste wereldburger. Het slechte nieuws is dat de meeste pasgeboren baby's hun dagen in bittere armoede zullen slijten in Afrika of India en niet ouder zullen worden dan 55 jaar. De voorspellingen komen uit het eind september gepubliceerde rapport van het VN-Bevolkingsfonds (UNFPA).

In dit rapport staat nog meer goed en slecht nieuws. Nog maar eens eerst het goede. Sinds de oprichting van UNFPA in 1969 daalde de jaarlijkse groei van de wereldbevolking van 2,04 naar 1,33 procent. Hoewel het aantal mensen deze eeuw is verviervoudigd, steeg de gemiddelde levensverwachting dankzij betere gezondheidszorg en andere basisvoorzieningen van 46 tot 66 jaar. "De wereldbevolking is gezonder dan ooit tevoren", concludeerde UNFPA.

Het slechte 'nieuws': de kloof tussen arm en rijk neemt alsmaar toe. Ontwikkelingslanden zorgen voor liefst 95 procent van de mondiale bevolkingsgroei. 80 procent leeft thans in een ontwikkelingsland, in 1960 was dat dat nog 70 procent. De rijkste 20 procent van de mensheid consumeert 66 keer zoveel als de de armste 20 procent. Deze 20 procent haves consumeert 86 procent van alle goederen en hulpbronnen als energie en water.

Wereldbank-president James Wolfensohn waarschuwde eind september op de jaarvergadering van IMF en Wereldbank dan ook dat de internationale VN-overeenkomsten over het terugdringen van de armoede, beperking van de kindersterfte en bescherming van het milieu niet gehaald zullen worden. Zo zal de armoede tegen 2015 niet worden gehalveerd zoals werd afgesproken, maar zal het aantal mensen dat dagelijks moet rondkomen met minder dan een dollar de komende 25 jaar stijgen van 1,3 tot 1,8 miljard.

IMF-topman Michel Camdessus drukte wereldleiders met de neus op hun engagement ten aanzien van armoedebestrijding. Hij citeerde uit de brief van de twee doodgevroren jongens uit Guinee aan de "excellenties van Europa". James Wolfensohn riep in Washington op de "ketenen van schulden en armoede" te breken. Dat moet volgens hem gebeuren door een "nieuwe architectuur" voor armoedebestrijding die alle nationale en internationale spelers mee moeten helpen ontwikkelen.

Interessant is dat een potentieel sterke bouwsteen van zo'n "nieuwe architectuur" - in casu microfinancing oftewel mircokrediet - al enkele jaren vanuit hetzelfde Washington wordt gepropageerd door een Amerikaanse club, maar door dezelfde Wereldbank in praktijk nog weinig serieus genomen wordt.

In februari 1997 kwamen in Washington 2.500 mensen uit honderd landen bijeen voor de Global MicroCredit Summit, waar in Amerikaanse stijl 'het evangelie' van het microkrediet werd gelanceerd. En een ambitieuze doelstelling: tegen het jaar 2005 moeten honderd miljoen van de armste gezinnen aan een kleine lening geholpen zijn.

Het idee is even eenvoudig als revolutionair. Het gaat van de vaststelling dat armen geen toegang hebben tot reguliere banken om een kleine lening te krijgen voor het opzetten van een klein bedrijfje of een winkeltje. Een arme is niet kredietwaardig en zal de lening immers niet kunnen terugbetalen, luidt de redenering. Een vrouw uit pakweg een Boliviaans dorp die groenten inkoopt en weer verkoopt op de markt in een naburig stad, is daarom vaak aangewezen op geldwoekeraars die absurd hoge rentepercentages (tot 40 procent per dag) vragen. De winst die ze met haar handeltje kan maken, verdwijnt daardoor in de zakken van de woekeraar.

Om deze armoedespiraal te doorbreken, werden microfinancieringsinstellingen (MFI) opgericht: financiële dienstverlening voor mensen uit de informele sector. Geld lenen aan armen, blijkt verrassend goed te werken: ze krijgen net dat financiële zetje om hun eigen 'business' op gang te helpen en de gemiddelde terugbetalingspercentages zijn met ruim 95 procent hoog.

Zo'n MFI of microbank is de eerste jaren afhankelijk van geld van westerse donoren - voor computers, een gebouw, opleiding van mensen -, maar wordt door het uitbouwen van een klantenkring en expertise zelfstandig. De afhankelijkheid van de rijke donoren neemt af. Zelfs in tijden van crisis blijven veel microbanken overeind. Het terugbetalingspercentage bij de Indonesische microbank BRI bleef zelfs tijdens de roepiacrisis met 98 procent uitzonderlijk hoog. En de 'arme klanten' zelf voelen zich meer verantwoordelijk voor de steun die ze krijgen dan wanneer het om westerse hulpprojecten gaat.

Belangrijk is dat zo'n microbank dicht bij de klanten staat en eigen vermogen genereert uit spaargeld van armen. Dat is geen contradictio in terminis. In veel derdewereldlanden spaart men al sinds mensenheugenis in groep, hetgeen de basis voor krediet kan zijn. Vaak is zo'n onderpand echter niet voorhanden en dan gebeurt de kredietanalyse letterlijk op straat. De kredietanalist van zo'n bank gaat naar een dorp en praat met de kleine ondernemer die krediet vraagt. Om in te kunnen schatten of hij de lening zal kunnen terugbetalen, bekijkt de analist ook de gezins- en woonsituatie en lokale afzetmarkten.

Om de rente niet al te hoog te laten worden, moet een kredietanalist liefst enkele honderden klanten hebben. Een vorm van risicospreiding. De acht jaar oude Banco Sol in Bolivia heeft inmiddels ruim 80.000 weinig draagkrachtige klanten, verstrekt zo'n 40 procent van alle leningen in dat land, van gemiddeld 900 dollar, tegen 5,5 procent rente. De bank heeft voor 74 miljoen dollar leningen uitstaan en is inmiddels beursgenoteerd. Dat alles deels dankzij de spaargelden van duizenden armen. Ook in 'onmogelijke' landen als Rusland (via het Russia Small Business Fund van de EBRD), Albanië (Fefad-bank) en Bangladesh (de beroemde Grameen (dorps)bank) houdt microkrediet de kleine bedrijfjes en boeren overeind.

Baya Van Oven, directeur van de Nederlandse stichting Doen, gelooft stellig in microfinanciering als wapen tegen armoede - Doen heeft zo'n 290 miljoen frank (7 miljoen euro) beschikbaar voor microkrediet, maar waarschuwt voor te hoge verwachtingen, grootschaligheid en signaleert een ware hype. De Amerikaanse MicroCredit Summit wil koste wat het kost de doelstelling van 2005 halen. Microbanken worden te lang financieel ondersteund: "Wat je in de praktijk nog te veel ziet, is dat microkredietbanken met grote subsidies een groot apparaat opbouwen, met veel medewerkers waardoor er per saldo minder overblijft om aan kredieten uit te zetten."

Ook ondersteunen internationale financiële instellingen de microkredietbanken blijvend via 'kredietlijnen': "Dat is funest omdat het niet stimuleert op een kostenbewuste manier te werken. Terwijl hoe lager de kosten van een bank zijn, hoe beter het is voor de klanten."

Volgens Van Oven moet er een evenwicht zijn tussen zoveel mogelijk mensen krediet verschaffen, zo laag mogelijke kosten van de microkredietbank en een zo hoog mogelijk terugbetalingspercentage. Alleen zo zal het microkrediet een duurzaam concept blijken en ook voor commerciële banken interessant worden, meent Van Oven. De tendens is echter dat er te veel langdurig subsidies worden verstrekt en microkredietinstellingen niet commercieel zelfstandig worden, maar afhankelijk van donoren. Er moet volgens haar nationale regelgeving komen voor dergelijk banken en toezicht door de centrale banken. Als dat niet gebeurt, loert het risico van faillissementen, hetgeen de arme opnieuw zou duperen.

Eind juni vond in Ivoorkust een vervolgconferentie plaats, onder auspiciën van allerlei groten der aarde. Volgens Van Oven was men vooral geïnteresseerd of 'de cijfers van Washington' gehaald worden. Over hoe microkrediet onder Amerikaanse druk grootschalig wordt uitgevoerd, was weinig openlijke discussie. Daardoor zou microkrediet wel eens meer kwaad dan goed doen, vreest Van Oven. "De Amerikaanse cijfers die daar werden gepresenteerd, zijn ongeloofwaardig."

Van Oven vindt vooral de uitgangspunten van de top discutabel: "Men wil de allerarmsten krediet verschaffen. Dat is verkeerd omdat je mensen die zo arm zijn dat ze hun inkomen meteen opeten, niets mag lenen. Anders loop je het risico dat de armsten ook nog eens een schuldenlast opbouwen."

Nathanael Goldberg, staflid van de MicroCredit Summit Campaign in Washington, is niet onder de indruk van het kritiek en beweert dat de campagne op kruissnelheid is: "Echt zeker over hoeveel mensen toegang hebben tot microkrediet, zijn we niet. Wij tellen alleen de cijfers van onze campagne. Op basis van de 925 instellingen die ons hun cijfers over dit jaar gaven, tellen wij 22,2 miljoen leners, waarvan 12,6 miljoen tot de allerarmsten behoren. Dat betekent de onderste helft van de mensen die in een land onder de armoedegrens leven." Volgens Goldberg lopen er via de campagne ongeveer 1.500 microkredietprogramma's, hoewel er wereldwijd al zevenduizend instituties mee bezig zouden zijn.

Zal het streven van honderd miljoen bereikt worden? Goldberg: "In 1998 stelden we nog dat er 622 programma's liepen waardoor we 14,8 miljoen leners bereikten. Dat was een stijging van 56 procent ten opzichte van 1997. Om het doel te realiseren, zouden we elk jaar een stijging van 35 procent moeten hebben."

Goldberg geeft toe dat commerciële banken het totnogtoe laten afweten: "Een gebrek aan bewustzijn over microkrediet op de hoogste niveaus. Eugene Ludwig, vice-president van de Deutsche Bank en medevoorzitter van de Microcredit Summit Council of Banks and Commercial Finance Institutions laat momenteel een Bankers Statement (Verklaring van bankiers) circuleren, een document dat later dit jaar ondertekend zal worden door de bestuurders van de enkele van de grootste banken."

Tijdens een workshop over microkrediet die begin 1998 werd georganiseerd door de Koning Boudewijnstichting en het Abos zei Rubens Ricupero, secretaris-generaal van het VN-Ontwikkelingsfonds (Unctad) dat grote investeerders wel interesse hebben voor microfinanciering, maar de kat nog uit de boom kijken. Voormalig staatssecretaris Reginald Moreels wees op het "spanningsveld" tussen de microkredieten die moeten functioneren volgens reguliere economische principes, en anderzijds functioneren binnen de sociale 'semi-formele' economie. MFI's richten zich op de armen, maar zijn geen liefdadigheidsinstellingen, de leners zijn klanten en geen hulpontvangers.

Tijdens dezelfde workshop zei Ismael Serageldin, vice-voorzitter van de Wereldbank: "Wij moeten allemaal de nieuwe afschaffers van de moderne slavernij (armoede, HVS) worden. Armoede bestrijden volstaat niet. De mensen moeten controle krijgen over hun lot. De allerarmsten zijn geen risicofactor, ze willen een kans om hun eigen leven in handen te nemen. Microkredieten verlenen draait niet alleen om geld, maar ook om waardigheid en zelfredzaamheid." Dat de Wereldbank het zelf laat afweten, ontkent Goldberg. Met CGAP heeft de Wereldbank wel een aparte microkredietafdeling. Maar tien miljoen dollar voor elk continent is absoluut peanuts. Goldberg: "Serageldin zei in Ivoorkust dat zijn instelling de laatste drie jaar al 283 miljoen dollar beschikbaar stelde voor microfinanciering. In Ivoorkust zei Serageldin dat het feit dat de Wereldbank alleen maar aan overheden mag lenen, een belemmering vormt. Hij benadrukte het belang van onafhankelijke fondsen."

Louis Emmerij, speciaal adviseur van de president van de Inter-American Development Bank - die jaarlijks zo'n 100 miljoen dollar voor microkredieten uitleent, op een totaal van 7 miljard - beweerde onlangs dat het microkrediet "sympathiek" is, maar niet is opgewassen "tegen het macrogeweld van de huidige financieel-economische orthodoxie".

Een orthodoxie die de afgelopen kwarteeuw aan menig ontwikkelingsland werd opgelegd door IMF en Wereldbank.

'Microkredieten verlenen draait niet alleen om geld, maar ook om waardigheid en zelfredzaamheid'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234