Zondag 22/09/2019

Michel Vaillant van het racecircuit naar het witte doek

Voor de wagens uit één enkel album werden zo'n 400 tot 500 foto's gebruikt als basismateriaal

Brussel

Van onze medewerker

Geert De Weyer

Zesenveertig jaar nadat Michel Vaillant de eerste scherpe bocht heeft genomen op een racecircuit, is de verfilming van de onverschrokken Formule 1-piloot een feit. Of dat ook een heuglijk feit is mochten talrijke prominenten, onder wie veel autocoureurs, gisteren in Brussel beoordelen tijdens de première van de Vaillant-film. Luc Besson schreef er het scenario voor.

Michel Vaillant is het succesproduct van de zopas tachtig geworden Jean Graton, een tekenaar die na enkele 'Verhalen van Oom Wim' te hebben getekend voor het weekblad Robbedoes, in 1953 naar het concurrerende Kuifje overstapte. De ervaring die hij eerder (als reclametekenaar) bij een sportblad had opgedaan, sterkte hem in de overtuiging dat sport zijn thema zou worden. Het zou het ook blijven, zo bleek decennia later.

Na slechts enkele jaren kortverhalen rond sporten te hebben getekend voor Kuifje, begon hij aan zijn 'Vaillant'-reeks. Van bij het eerste verhaal, De grote match (1958), bleek hoe populair de Formule 1-piloot wel was. Gratons affiniteit met zijn strippersonage was groot. Niet alleen was zijn Vaillant voor hem een held, maar ook - zo stond het althans jarenlang op de achterflap van de reeks gedrukt - "een oprechte, sterke en dappere vriend".

Graton ging ver in zijn research en raakte snel bevriend met F1-piloten als Jacky Ickx, Michael Schumacher of Clay Regazonni, die ook geregeld in zijn reeks mochten opduiken. Het waren ook zij die de striptekenaar op de hoogte brachten van de (amoureuze) perikelen in en rond de pitstop, de heldenverhalen of opofferingsgeest tijdens het racen of de nieuwste technische snufjes. Dat kon en mocht, zo wist Graton achteraf te vertellen, omdat hij met geen mogelijkheid bedrijfsgeheimen kon openbaren wegens de ruime tijd tussen het tekenen en publiceren van de strip.

Voor de wagens uit een enkel album gebruikte hij zo'n 400 tot 500 foto's. "We proberen te vermijden dat een Vaillante op een bestaand model lijkt," zei hij daarover, "maar meestal gebruiken we toch wel een echte wagen als basis voor de tekening. We nemen vaak een foto van een - ik noem maar wat - Renault Alpine, waarvan we dan enkel de achtergrond en de stand van de wielen overnemen."

Fabrikanten als Goodyear, Ford of Renault voelden zich vaak geëerd door zoveel aandacht en interesse in hun product.

Jean Graton kreeg in de afgelopen 46 jaar ook kritiek te verwerken. Hij zou te technisch zijn en niet zelden werden zijn verhalen afgedaan als semi-documentaires. Een ander punt van kritiek gold zijn verhalen, waarbij de menselijkheid het vaak moest afleggen tegen ware heldenmoed en techniek.

Titelpersonage Michel Vaillant zelf kon niets gebeuren. Als zoon van een rijke industrieel en fabrikant van Vaillant-wagens, leek zijn bedje gespreid. De vrouwen boden zich als bij bosjes aan, Zijn beurs liet hem toe moeiteloos alle racecircuits ter wereld af te reizen (Francorchamps, Macao, Monaco...), hij kwam telkens weer ongedeerd uit verschrikkelijke chrashes, liet Jacky Ickx achter zich in het wereldkampioenschap en wist moeiteloos de aanslagen van schurken te verijdelen die hem en zijn compagnon van de East African Safari-trofee wilden afhouden. Vaillant was knap, intelligent, rijk en ontzettend moedig.

Graton wuifde kritiek op Vaillants vlekkeloze heldenstatus meteen weg. "Vaillant is bedoeld als ontspanning", liet hij optekenen in een oud interview uit 1976. "Er zijn journalisten geweest die gezegd hebben dat het in de wereld van de Vaillants altijd goed ging. Nooit stakingen bij de Vaillant-fabrieken, nooit ontslagen of arbeidstijdverkorting. Ik zie evenwel niet in waarom ik een verhaal zou moeten brengen over stakingen. Dat is niet waar de lezer om vraagt. Die heeft problemen genoeg, misschien is er op zijn eigen werk wel een staking bezig. Hij wil daarover ook niet nog eens in 'Michel Vaillant' lezen."

In bijna 50 jaar tijd gingen er meer dan 20 miljoen exemplaren van de 65 'Vaillant'-titels over de toonbank. Na een in de jaren zeventig gestarte zwaar aanslepende ruzie met uitgeverij Lombard over auteursrechten en promotie, richtte Jean Graton in 1982 zijn eigen uitgeverij op: Graton éditeur. De tekenaar stampte in de loop der jaren een studio uit de grond en trok tientallen (bekende) assistenten aan voor de decors, research, inkleuring of tekenwerk.

Ook Gratons echtgenote werd ingeschakeld. Naast het inkleuren van de Vaillant-strips werd ze in 1965 scenariste voor 'De Labourdets', een reeks die Graton voor het damesblad Chez Nous maakte. Francine Graton had de taak de vrouwelijke touch in de gezinsverhalen aan te brengen. Aan die serie, die samen met ander ongepubliceerd werk werd uitgegeven onder de noemer 'Michel Vaillant stelt voor', kwam snel een eind.

Naast Vaillant zelf hield Graton in 1976 'Julie Wood' boven de doopvont, een reeks over motorrijders waarvan het blonde hoofd- en titelpersonage snel zou worden geïntegreerd in de Vaillant-verhalen zelf. Graton zelf tekent nog steeds mee aan de verhalen, maar liet vanaf het verhaal Sporen van Jade (nummer 57, 1994) het scenario in handen van zijn zoon Philippe. Het was die laatste die Luc Besson benaderde en daarmee de filmadaptatie mogelijk maakte.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234