Woensdag 07/12/2022

Michel Tilmant

Belgische CEO staat aan het hoofd van internationale bankmastodont ING

Gezond verstand hielp ons door de kredietcrisis

De Belgische bank BBL werd in 1998 overgenomen door het Nederlandse ING. Daarmee slokte de bank met het oranje leeuwenlogo ook Michel Tilmant op, de protegé van Albert Frère die destijds aan het roer stond bij BBL. De mediaschuwe Tilmant is in eigen land nauwelijks bekend. Toch geeft de Belg leiding aan 120.000 werknemers in tientallen landen.

DOOR DAVID HENDRICKX

De mondiale bank met hoofdkantoor in Amsterdam laveert zich tot nog toe erg goed door de kredietcrisis. Dankzij Tilmants bedachtzame risicobeleid konden noodgedwongen waardeverminderingen op 'toxische activa' tot een minimum beperkt worden. Een à twee keer per maand bezoekt hij ING België, het ex-hoofdkantoor van Banque Bruxelles Lambert aan de Brusselse binnenring. Hij ontvangt ons op de zevende verdieping van het statige Marnixgebouw uit 1960. Baron Lambert, die de bouwopdracht gaf, was er allerminst bescheiden over. Times Magazine citeerde hem als volgt: "Had Laurent de Médicis dit gebouw gezien, dan zou hij gezegd hebben: 'Dit is exact hoe ik het gebouwd zou hebben als ik in de twintigste eeuw had geleefd." Bij elke vraag kijkt Tilmant even op vanonder zijn oudmodische bril. Meteen volgt een repliek. Meestal gestructureerd in drie punten en in vlekkeloos Frans, want ondanks zijn verblijf in Amsterdam is zijn Nederlands niet bepaald vloeiend, zo verklapt een pr-heer.

Velen weten dat ING een grote financiële instelling is, maar kunnen zich daar verder weinig bij voorstellen. Wat doen jullie eigenlijk?

Tilmant: "Ons beroep is eenvoudig. Het zijn de traditionele activiteiten van een financiële intermediair. Ten eerste verzamelen we de spaargelden. Dat doen we via verschillende kanalen: deposito's, investeringen, levensverzekeringen en pensioenen, onze coreproducten. Ten tweede investeren we dat geld opnieuw in de economie, door kredietverlening aan bedrijven. We zijn dus vooral een commerciële retailbank en verzekeraar.

"Intern spreken we niet over bank of verzekeringen, we spreken over spaarproducten en herinvesteringen. Soms gebruiken we daarvoor een verzekeringsmakelaar als kanaal, anders een bankkantoor. Voor ons zijn de bank- en de verzekeringspoten gewoon verschillende kanalen waarlangs we onze producten aan de man brengen. De klanten en hun wensen staan daarbij centraal."

ING is niet zomaar een bank: in de laatste Fortune 500-ranking staan jullie in de top tien van grootste bedrijven wereldwijd.

"Klopt, we worden daar bewierookt als Largest Financial Institution of the World. Nu, dat is leuk om lezen, maar niet echt representatief. Al onze banktegoeden en verzekeringspremies worden samengerekend. Dat geeft ons natuurlijk een enorme omzet. Belangrijk voor ons is dat we op lange termijn bij de eerste tien mondiale financiële instellingen willen horen.

"Dat lijkt me een haalbare doelstelling. We staan al in de top twintig, hebben intussen 85 miljoen klanten en zijn aanwezig op de belangrijkste markten. In het laatste kwartaal maakten we een winst van net geen 2 miljard euro en ons merk is de laatste jaren geweldig ontwikkeld. We hebben vrijwel alle nationale merken in onze portefeuille samengebracht onder één merk en ondersteunen dat wereldwijd door het sponsoren van de Renault formule 1-renstal."

Formule-1-sponsoring is duur. U betaalt er zo'n 100 miljoen euro voor. Zoiets doe je alleen als je een duidelijke langetermijnstrategie hebt.

"C'est ça. Formule 1 is geen hobby, al ga ik zondag natuurlijk naar Francorchamps. Onze marketing moet onze forse investeringen in de bankdistributie in de groeilanden ondersteunen. Er is daar een enorme stijging in de vraag naar bank- en verzekeringsproducten. De middenklasse groeit wereldwijd met rasse schreden. Precies daarom bouwen we ING uit tot een wereldmerk. Kijk, er is op deze aardbol plaats voor vijf, hoogstens tien, financiële instellingen die een globaal clientèle kunnen aantrekken. Vandaag zijn er nog niet zoveel, maar het is de bedoeling ons stevig in dat groepje te verankeren."

Op welke markten mikken jullie?

"Azië, Latijns-Amerika en Oost-Europa. Het criterium is: we gaan daar waar het bruto binnenlands product per capita sterk groeit, waar de ontluikende middenklasse bancaire diensten en verzekeringen nodig heeft. Dat gaat dan niet alleen over de BRIC-landen, die op termijn erg veel potentieel hebben. Maleisië en Thailand, bijvoorbeeld, staan minder in de kijker, maar zijn ook veelbelovend. In Latijns-Amerika hebben we het op een andere manier aangepakt. We hebben er en masse geïnvesteerd door de bestaande pensioenfondsen van Banco Santander over te kopen. Door die deal krijgen we daar plots heel veel klanten die we bancaire producten kunnen aanbieden.

"Maar we kopen niet alleen andere ondernemingen en hun clientèle over. Als we menen dat we snel genoeg een kritische massa kunnen creëren, zijn we er niet vies van om van nul af aan te beginnen. In markten waar dat opportuun is, doen we het net andersom. Zo bouwen we in Roemenië en in Oekraïne vanuit het niets een bank. We hebben gelukkig de luxe dat we per land kunnen bekijken welke toegangspoort we kiezen: bank of verzekeringen."

U praat erg enthousiast over groei en investeringen. Intussen zit de financiële sector en bij uitbreiding het grootste deel van de wereld opgescheept met wat Alan Greenspan 'de ergste crisis sinds de Grote Depressie' noemt.

"Ah! Om dat verhaal te begrijpen moet je kijken naar de oorsprong van de crisis. Het zit zo: de interestvoet was jarenlang heel laag. Dat maakte het erg goedkoop om geld te lenen, iets waarvan ondernemingen wereldwijd dan ook gretig gebruikmaakten. De goedkope financiering stond iedereen toe, zowel financiële instellingen als andere ondernemingen, om een grote hefboom te zetten. Wat is een hefboomeffect? Eenvoudig: als je wat geld wilt verdienen, moet je wat risico nemen. Neem je veel risico, dan kun je meer geld verdienen. Dat wilde bijna iedereen, dus werd er massaal hoogrenderende maar risicovolle activa gekocht. Maar als iedereen hetzelfde product koopt, stijgt de prijs ervan en verlaagt het rendement van de investering. Wat doen de klanten als het rendement daalt? Ze zetten meer hefboomeffect."

Uiteindelijk waren de leningen zo risicovol dat de kans dat ze terugbetaald werden, verdween als sneeuw voor de zon.

"Ja. Verschillende jaren lang ging het goed en was er sprake van een vicieuze cirkel. Dat liet de wereldeconomie toe heel snel te evolueren. De conjunctuur van snel verhandelbare schulden heeft vele bedrijven toegestaan projecten te ontwikkelen die anders onhaalbaar waren. Particulieren kochten huizen of auto's die ze vroeger niet konden kopen en deden de economie draaien door via kredietkaarten massaal geld te ontlenen voor consumptie. Maar op een zeker moment sloeg de balans door."

Dat is ook wat er gebeurde met de huizenmarkt in de VS. Eerst werden hypothecaire kredieten verkocht aan solvabele mensen, dan aan mensen die wat minder solvabel waren, en uiteindelijk kon je een huis kopen zonder bewijs van enig inkomen.

"En die konden hun lening natuurlijk nooit afbetalen. Ja, zo is het. Dat perverse proces werd nog versterkt door een blind geloof in de ratingagentschappen, die de risicograad van producten objectief moeten taxeren en zo een beetje de maat zijn in de financiële wereld.

"Bovendien waren er de nieuwe boekhoudnormen. Die verplichtten je de activa in je portefeuille te waarderen tegen marktprijzen. Die regels werden ingevoerd om meer transparantie te brengen, maar hebben een neveneffect. Als de markten omhooggaan, staan er artificiële winsten in je boeken, en als de markten achteruitgaan, zijn er artificiële verliezen. Bon, dat moet nog herbekeken worden."

Intussen is het ergste van de crisis achter de rug.

"De belangrijkste financiële instellingen hebben nu, denk ik, eindelijk de verliezen genomen die ze moesten nemen. We zijn uit het dal aan het kruipen op bankniveau. Maar de crisis van de reële economie duurt voort tot in de tweede helft van 2009. Je moet die realiteit onder ogen durven te zien.

"Er is nog iets: volgens mij lopen we net in deze fase het grootste gevaar. Dat hoor of lees ik nergens. Jarenlang torste de economie te veel schuld met zich mee, dat is intussen duidelijk geworden. Maar nu is de omgekeerde beweging ingezet: ondernemingen en vooral financiële instellingen ontdoen zich nu op veel te grote schaal van hun schulden. Dat zou gecontroleerd moeten gebeuren, dat is de sleutel tot een afwikkeling van de kredietcrisis. Te veel schuldafbouw is gevaarlijk. De economie kan pas echt weer aantrekken als er net weer meer schulden - niet exuberant veel, maar wel meer - gemaakt worden. Voor dat gebeurt, moeten de banken hun activa weer tegen een aanvaardbare waarde kunnen verhandelen. En daarvoor zullen we toch nog wat geduld moeten oefenen."

Die te laag gewaardeerde activa moeten toch een geweldige opportuniteit zijn voor een instelling als ING, die wel nog in redelijke papieren zit.

"Spijtig genoeg klopt dat niet. Helaas. Mijn CFO gaf me een goede metafoor: als je op de markt schoenen te koop ziet met een korting van 50 procent, dan lijkt dat een interessante opportuniteit. Maar als de marktkramer je vervolgens vertelt dat je de schoendoos niet mag openen voor de transactie afgehandeld is, vermindert je interesse plots. Die zogenaamde opportuniteiten zijn vaak ingewikkeld verpakte kredieten, zodat je de waarde ervan niet met zekerheid kunt bepalen. We zijn een bank, mijnheer. Geen casino.

"Let op: we doen wel zaken, hoor. Maar alleen met producten waarover we voldoende informatie hebben. Onlangs hebben we nog een paar overnames gedaan en ik ontken niet dat we er de komende maanden nog zullen doen. Maar dat zijn niet onze prioriteiten. Onze puike kapitaalpositie bewaren en ons verzekeren van liquiditeit in de markt, dat is nu het allerbelangrijkste."

Hebben ook ratingbureaus geen verantwoordelijkheid voor de crisis? Zij worden toch verondersteld kredietrisico's op een objectieve manier te kwantificeren.

"Geen enkele factor had op zich de crisis kunnen veroorzaken. Maar ja, vaak vertrouwden investeerders blind op de waarderingen van de ratingbureaus, die zich op hun beurt vaak volledig op mathematische modellen verlieten."

Tijdens de crisis waren er financiële actoren die hun job deden en andere niet.

"Kijk, ik ben sinds 2004 CEO van ING. De laatste jaren heb ik vaak met ongeloof gekeken naar de in mijn ogen abnormaal hoge beurskoersen en winsten van andere banken en bedrijven. Wat is de onderliggende reden, vroeg ik me af, maar ik wist het niet. Bij ING werden we gepenaliseerd, want we wilden dergelijke risicovolle activiteiten niet ontplooien en misten dus de zogenaamde easy money die onze concurrenten de wind in de zeilen gaf.

"Ik vroeg me zelfs af of ik te conservatief was, of we niet veel agressiever moesten zijn. Maar in dit metier moet je in je principes geloven en erachter kunnen blijven staan. Als je de lat voor investeringen te laag legt, neem je te grote risico's, als je ze te hoog legt, geef je je klanten te weinig return. En wat is de functie van de CEO? Dit evenwicht op lange termijn beheren. Je moet dan wel koelbloedig genoeg zijn om niet voor de snelle winst te gaan, terwijl je concurrenten snel veel winst maken door onverantwoorde risico's te nemen."

Trader Nick Leeson ruïneerde in 1985 op eigen houtje de Baringsbank, die u jaren later nog geleid hebt. Jérôme Kerviel maakte een miljardenverlies voor de Société Générale. Ligt u daar niet van wakker van?

"Je kunt de lijnen zo stak uittekenen als je wilt, je hebt een cultuur nodig die zich aan die lijnen houdt. Risicocultuur is een fundamenteel gegeven voor een bedrijf als ING, met 120.000 mensen, zoveel verschillende jobs, en in zoveel landen. Dat is een van de redenen waarom ik ook het personeelsbeleid op mij nam toen ik hier aan de slag ging. Weet je, de belangrijkste middelen van een bank gaan elke avond om 18 uur naar huis."

Toch heeft ING het laatste kwartaal nog 398 miljoen euro kredietderivaten afgeschreven.

"(geërgerd) Laat me duidelijk zijn: als de markten dalen, gaat het slecht voor iedereen. Ook al heb je goede activa. Als je buren diezelfde activa tegen een lage prijs moeten verkopen omdat ze niet meer kredietwaardig zijn, zit je zelf in de moeilijkheden omdat de waarde van jouw activa daardoor daalt. Dat bevalt ons dus niet. Maar fundamenteel zijn onze activa van goede kwaliteit. Dat blijkt uit onze resultaten."

Jullie verdienden in het tweede kwartaal van dit jaar 28,8 procent minder dan in dezelfde periode van 2007.

"(zucht) Dat klopt natuurlijk. De belangrijkste reden is dat we in een dalende markt veel moeilijker winst kunnen maken met eigen beleggingen zonder onverantwoorde risico's te nemen. We verdienden van april tot juni 436 miljoen euro door ons eigen kapitaal op een voorzichtige manier te beleggen. Vorig jaar was dat nog 849 miljoen euro, dat klopt. We doen ons best, in moeilijke omstandigheden. Maar we maken nog altijd bijna 2 miljard euro winst per kwartaal. Niet slecht, toch?"

Vindt u niet dat de Belgische grootbanken de kredietcrisis slecht aangepakt hebben?

"Gevaarlijk terrein. Hier pas ik. Ik spreek nooit over de concurrentie. Ik praat erg graag over mezelf en het bedrijf, maar nooit over concurrentie. It's not fair. I'm sorry.

"Over België wil ik wel zeggen dat de markt hier intussen behoorlijk gestabiliseerd is met een evenwicht tussen de grote en kleine spelers. Zoals overal ter wereld ontdekten de bankiers plots het belang van de deposito's. Iedereen biedt nu hoogrentende internetspaarrekeningen aan. Wij kenden het belang van de deposito's allang, net zoals dat van het internet. (lachje) De kapitaalnoden van de banken zijn door de crisis erg hoog, dus krijg je veel concurrentie. Vroeger zag je dat veel minder in België. Intussen verdienden de banken hier nog nauwelijks op deposito's. Daarom zie je nu de kredieten duurder worden. Tja, het is geven en nemen, zoals overal. Maar als ik naar de bankkosten kijk, mogen de Belgen zich gelukkig prijzen. Belgen willen het maar niet begrijpen. Er wordt vaak geklaagd, maar de bankkosten hier zijn spotgoedkoop. In vele landen liggen ze tien keer hoger."

Profiteert ING nu op de Belgische markt van de verzwakte positie van de andere grootbanken?

"Ik zal mijn antwoord kort houden: ik ben tevreden over de prestatie van de teams hier. En als het bedrijf goed draait, is de moraal goed."

In tegenstelling tot bij Fortis, dat zijn CEO moest ontslaan wegens slechte communicatie over de kredietcrisis.

"Geen commentaar."

Michel Tilmant:

Ondernemingen ontdoen zich nu op veel te grote schaal van hun schulden. Dat zou gecontroleerd moeten gebeuren. Te veel schuldafbouw is gevaarlijk

Michel Tilmant:

De laatste jaren heb ik vaak met ongeloof naar de abnormaal hoge beurskoersen en winsten van andere banken gekeken. Ik vroeg me zelfs af of ik te conservatief was,

of we niet veel agressiever moesten zijn

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234