Dinsdag 15/10/2019

Maatschappij

Michel Pradolini wint Burgerschapsprijs: “Wij moeten geen profvoetballers opleiden, wij willen goede burgers afleveren”

Michel Pradolini, voorzitter van de City Pirates, is de laureaat van de Burgerschapsprijs 2018. Beeld Wouter Van Vooren

City Pirates is de ploeg waar 1.200 Antwerpse jongeren leren voetballen, maar vooral ook leren dat er meer in het leven is dan voetbal alleen. Het is het sociale project van Michel Pradolini, ooit zelf een straatjongen, nu succesvol zakenman en winnaar van de Burgerschapsprijs. 

Zoals hij daar staat: in zijn trainingspak van de club, nog glimmend van de avondlijke novemberregen waardoor hij net dwars door Antwerpen van Merksem naar Linkeroever is gefietst. Glunderend wijst hij rond in de cafetaria van City Pirates Linkeroever. “Kicken is dit”, zegt hij. “Echt kicken, iedere keer dat ik hier kom. Vijf jaar geleden was hier niets, alleen kapotgeslagen kleedkamers en een overwoekerd veld. En zie nu.” 

Niets heeft Michel Pradolini van de gladde zakenman die we dachten te zouden treffen. De afspraak was via tussenpersonen gelopen. Via medewerkers die het consequent over “meneer Pradolini” hadden en ons ter voorbereiding van het gesprek de Wikipedia-pagina van de man bezorgden. Een indrukwekkend cv van een selfmade man, bedrijfsleider, awardwinnaar en in zijn vrije tijd voorzitter en mecenas van City Pirates. 

Wie is Michel Pradolini?

- 56 jaar

- geboren in Edegem, woont in Merksem

- voormalig koksmaatje op de lange vaart

- richtte IFS op, wereldwijde marktleider in de maritieme catering, met filialen in België, Singapore en de Filipijnen

- leidt nog steeds zelf wereldwijd scheepskoks op

- werd midden jaren 2000 voorzitter van voetbalploeg Merksem SC, die hij omvormde tot City Pirates, een ploeg met vijf vestigingen over heel de stad

- is getrouwd en heeft een zoon en een dochter

- heeft ‘Velle est posse’ (Willen is kunnen) als lijfspreuk en is een piraat in het diepst van zijn gedachten
 

Niets heeft die cafetaria waar hij zo trots op is ook van de typische voetbalkantine langs een Vlaamse steenweg. Binnen geen penetrante geur van modder, nat gras en schraal bier. Geen ongemakkelijke plastic stoelen aan formica tafels. Hier zijn de tafels van gerecycleerd hout, liggen er kleurrijke kussens in zithoeken gemaakt van pallets en vult de geur van chocomelk en verse harissa de ruimte. Achter de toog – die is er wel – zijn mama’s van uiteenlopende origine aan de slag om hun kroost na de trainingen van warmte in een kop te voorzien. De graffiti op de muren zijn door de stadspiraten zelf aangebracht. Buiten grijnst een beeltenis van Radja Nainggolan, kind van Linkeroever, peter van de ploeg. 

De kantine en spelershome met beeltenis van peter Radia Nainggolan. Beeld Wouter Van Vooren

Een gewone voetbalclub is dit niet. Niet alleen door de cijfers, al kunnen die ook tellen. 75 ploegen in competitie, waar andere clubs een tiental tegenover zetten. Vijf locaties in de stad, 1.200 spelers en nog 400 op een wachtlijst bij gebrek aan voldoende accommodatie. De City Pirates halen hun populariteit ook elders. “Voetbal is het middel om ons sociaal project te ontwikkelen”, zegt Pradolini. “We gebruiken de sport om het leven in een aantal heel moeilijke wijken beter te maken. Het laat ons toe de grenzen tussen mensen te vervangen en drempels te verlagen. Het is een groot verschil als er ’s avonds iemand over de vloer komt in een training en een fleece vest van de club, dan wanneer er een OCMW-medewerker aan de deur staat met een kaft onder de arm.”

Messi en Ronaldo

Die sociale missie is meteen bij aankomst op Linkeroever duidelijk. In het kantoortje naast de kantine zitten een dozijn kinderen huiswerk te maken, vier vrijwilligers helpen hen daarbij. In het aanpalende bureau zijn Yves Kabwe en Amine Maazi aan het werk. Kabwe schrijft de planning van de komende week op een bord, Maazi bereidt zich achter een laptop voor op de cursus waar beiden dadelijk heen rijden om zichzelf nog verder bij te scholen.

“Mijn ervaring? Dat de City Pirates uniek zijn”, lacht Amine Maazi vanachter een hipsterbril. Hij kan het weten: voetbalt al een leven lang, zat zelfs op de topsportschool in Hasselt en is na zijn uren als accountmanager al vier jaar coach bij de Pirates. De U11 traint hij tegenwoordig en daar steekt hij veel meer tijd en energie in dan zijn trainers vroeger, zegt hij. “Ik leer die gasten niet enkel een pass geven, ik hou hen ook in de gaten. Als er eentje thuis problemen heeft, dan zie ik dat onmiddellijk. Indien nodig geven we de problemen door aan de sociale werker.”

Op iedere locatie hebben de City Pirates er zo eentje in dienst, vijf in totaal. Ze zijn bij de weinige vaste medewerkers van de club die een heus loon trekken, maar ook hun engagement staat buiten kijf, zegt Pradolini. “Om een vijfde man aan te kunnen stellen hebben de vier anderen 20 procent van hun loon ingeleverd. Kan je je dat voorstellen?” 

Wat is de Burgerschapsprijs?

De Burgerschapsprijs wordt sinds 2005 uitgereikt aan personen uit België of het buitenland die zich inzetten voor een open, democratische en tolerante samenleving. De Stichting P&V, die de prijs jaarlijks uitreikt, koos naar eigen zeggen voor Pradolini omwille van zijn maatschappelijk engagement. “In de strijd tegen de verdeeldheid, de vervreemding en de individualisering van onze samenleving belichaamt Pradolini perfect de waarden waar de Stichting voor staat: solidariteit, emancipatie, actief burgerschap en participatie”, luidt het.

In het verleden mochten onder meer Wannes Van de Velde, de gebroeders Jean-Pierre en Luc Dardenne, zuster Jeanne Devos en de Franse Indignez-vous-auteur Stéphane Hessel de prijs al in ontvangst nemen.
 

Yves Kabwe, kind van de Chicagoblokken op Linkeroever, is een van hen. Zijn carrière startte hier, op deze velden, toen nog van Sint-Anneke Sport. Het voetbal leidde hem tot in tweede klasse bij Beveren, zijn diploma maatschappelijk assistent maakte hem tot verenigingsmanager van City Pirates Linkeroever. 

Hij pikt in wanneer Maazi vertelt over zijn grootste ergernis: dat 99 procent van de gasten die op hun velden rondlopen, profvoetballer wil worden. “En als je hen vraagt waarom, dan zeggen ze dat ze voor hun familie willen kunnen zorgen”, zucht Maazi. “Dat ze op reis willen kunnen gaan, een mooi huis willen hebben. Alsof dat alleen maar kan wanneer ze voetballer worden. Maar dat halen ze dus van sociale media, dat vertekent hun wereldbeeld totaal.”

Kabwe is het er helemaal mee eens. “Die sociale media zijn een pest. Echt een pest. Ze spiegelen zich aan de Messi’s en Ronaldo’s. Terwijl misschien maar 1 procent ooit eerste klasse haalt. Wat met de 99 procent anderen? Zij verdienen onze aandacht ook. We prenten hen in dat zij zullen moeten studeren om een toekomst te hebben. Net zoals wij hebben gedaan. Wij moeten geen profvoetballers opleiden, wij willen goede burgers afleveren.”

Coach Junior, maatschappelijk assistent Yves Kabwe en coach Amine Maazi. Beeld Wouter Van Vooren

Dat werkt. Acht van de tien spelers willen later zelf ook trainer worden bij de City Pirates, voor de nieuwe generaties betekenen wat hun coaches voor hen hebben gedaan. Once a pirate always a pirate, zoals op de borden naast de pleinen staat. Maar het is een dag- en een nachttaak, zo’n rolmodel zijn, lacht Maazi. “Ik volg al mijn spelers op sociale media, tot grote ergernis van mijn vrouw. Maar dan weet ik tenminste waar ze mee bezig zijn, beter dan hun ouders. En als ik dan zie dat er zo’n jongen midden in de nacht nog foto’s zit te liken op Instagram, spreek ik hem daarop aan. ‘Moest jij niet slapen, gast?’”

Syriëstrijders

Maazi en Kabwe weiden uit over de problemen die ze tegenkomen. Pradolini kent ze ook. De ouders die de club helpt om afbetalingsplannen op te stellen, de alleenstaande moeders die helpen op de club als wederdienst omdat ze het inschrijvingsgeld niet kunnen opbrengen, de papa’s met wie ze samen werk gaan zoeken. De 14-jarige die in een wasserette sliep, omdat het daar ‘s nachts tenminste warm en veilig was, in tegenstelling tot thuis. De zesjarige die kaka deed in de douche, omdat ze nog nooit een douche had gezien en niet wist waar die voor diende.

Onlangs had hij nog eens een zwaar geval. “Midden in de nacht belt een moeder. Haar zoon was niet thuisgekomen. Stront aan de knikker, dus. ’s Anderdaags zijn wij met die jongen gaan praten, een maatschappelijk werker en ik. We hebben op hem ingepraat tot we precies wisten wat er aan de hand was.”

Zo zijn er nog handenvol voorbeelden. Van schrijnende armoede, van kleinere en grotere criminaliteit, van religieus extremisme zelfs. “Twee jaar geleden waren er twee dertienjarigen die een onthoofdingsscène op hun Facebook geplaatst hadden. Wij belden naar de bevoegde stadsdiensten, maar daar moesten we een maand op wachten. Dus hebben we er zelf duchtige gesprekken mee gevoerd. Intussen kan ik met een gerust hart zeggen dat dat jeugdzondes uit onwetendheid waren.” 

Een zwaarder geval was een speler uit de eerste ploeg in Merksem, die werd gevat aan de Turkse grens. Pradolini kwam erachter toen hij de foto van zijn speler in Vers l’avenir zag staan, vlag van IS in de handen. Na een gevangenisstraf speelt de man opnieuw bij de Pirates. “Was dat evident? Neen. Maar wij weten: hij heeft zijn les geleerd. Iedereen verdient kansen. Als niemand mij er ooit gegeven had, dan had ik dit nooit kunnen doen.”

Velle est posse staat op Pradolini’s linkerborst, onder het logo van de City Pirates, en dat is niet toevallig. Willen is kunnen, daar gelooft hij rotsvast in. Kansen krijgen, maar ook nemen. Zo’n veertig jaar geleden was hij namelijk ook zo’n “gabber”, zoals hij het zelf noemt. “Michel de rebel. Dat was ik.” Zoon van een Waals-Italiaanse vader op de lange vaart en een moeder die het leven niet aankon. Drie jaar lang werden Pradolini en zijn broers geplaatst. “Geen bezoek, lijfstraffen als je iets mispeuterd had, op je knieën met het vuile laken over je hoofd wanneer je in je bed geplast had. Dat tekent je, voor het leven.” 

Acht jaar was hij toen hij geplaatst werd, elf toen hij weer buitenkwam. “Als een echte vechtersbaas. Gekend in heel Edegem en daarbuiten (lachje). Iedere school waar ik binnenkwam, gooiden ze me weer buiten. Zelfs op de koksschool, mijn passie nochtans, ben ik met grootste onderscheiding buitengevlogen. Bij wonder ben ik uiteindelijk mensen tegengekomen die in me geloofden, me vertrouwen en hun keuken gaven. Die van snackbar Het Smullerke in Berchem, eeuwig dankbaar ben ik hen.”

Op zijn achttiende kiest Michel Pradolini voor het leven van zijn vader: dat van de lange vaart. Hij wordt er koksmaatje. Na een reeks omzwervingen richt hij zijn eigen zaak op. De zaak in maritieme catering die intussen dus wereldfaam heeft. Alle wierook daarvoor wimpelt hij af. Onbelangrijk vindt hij dat, zijn eigen prestaties. Volstrekt ondergeschikt in ieder geval aan het project dat hij hier draaiende wil houden. Doodsbenauwd is hij ook dat al die leden, al die families hem anders zouden gaan bekijken daardoor, anders dan de Michel in fleece die ze kennen en die iedere zaterdag van plein naar plein fietst. Van Merksem, naar de Dam, de Luchtbal, Deurne, Linkeroever en weer terug.

De twaalfjarige “maten” Jeffrey, Khanzat en Crispin. Beeld Wouter Van Vooren

Niet dat hij zo verzot is op het spel. In feite kan voetbal Pradolini zelfs gestolen worden. De onfrisse verhalen die de afgelopen weken het nieuws beheersen, bevestigen dat gevoel alleen maar: het is een wereld waar hij liefst zo ver mogelijk van weg blijft. Het zijn de mensen waar hij voor komt. “Onze authenticiteit, die van mij, die van al onze medewerkers: dat is onze kracht. Daar moeten we over blijven waken, het is de motor van ons succes. Daarom praat ik ook niet graag over mezelf, ik doe er niet toe.” Wat hij eigenlijk wil zeggen: Michel de bedrijfsleider, die zou bij die gezinnen thuis geen gezag hebben. Michel de rebel, de gewezen piraat van de zee, die heeft dat wel over zijn stadspiraten. Omdat hij een vergelijkbare achtergrond heeft, omdat hij in zijn leven ook op dezelfde problemen is gestoten. Discriminatie op kop. 

Razend wordt hij er nog steeds van. “Wij spraken van thuis uit geen Nederlands, ik was die zoon van een Franstalige vader in een flamingantisch dorp, die Italiaan uit dat problematische gezin. De maffioso.” Hij slikt. “Het gebeurt soms nog dat mensen mij zo noemen. Ik kan er nog steeds om huilen. Dat doet zoveel pijn. Nu, het is gebeterd. Vroeger zou ik niet alleen geweend hebben, ik was wellicht ook agressief geworden.”

Dat zijn mannen ook geen doetjes zijn, Pradolini is de eerste om het toe te geven. Zowel naast het veld als erop kunnen de potjes weleens overkoken. Maar hij weet ook pertinent zeker: ze worden veel strenger beoordeeld dan anderen. “Omdat ze anders zijn, omdat ze opvallen, omdat de andere ploegen jaloers zijn en denken dat wij massa’s subsidies trekken. Was het maar waar. Als u wil weten wat racisme is, ga dan maar eens met ons mee. Het debat over racisme in het voetbal moet dringend gevoerd worden, daar zou ik heel graag aan deelnemen. De voetbalbond, ze ontlopen potverdomme hun verantwoordelijkheid.”

Maten van mijn maten

Buiten staat de twaalfjarige Khanzat met de neefjes Jeffrey en Crispin te kijken naar een training van de U9. Piraten voelen ze zich en ze hopen het ook te blijven. “Ik heb vroeger nog bij een andere ploeg gespeeld”, zegt Khanzat. “Maar die trainers waren niet goed en die kinderen niet leuk. Kliekjesvorming. Hier doen de trainers wel moeite en zijn de kinderen lief. Het zijn mijn buren of ik zit bij hen op school. Enfin niet allemaal, maar de maten van mijn maten, dat zijn ook mijn maten.”

Ze hopen dat ze hier nog lang spelen, zeggen ze. Het is Pradolini’s streven. Hij droomt ervan om zijn project uit te breiden naar andere steden, naar cultuur ook, zodat de River Side-muziekstudio, die enkele hiphoppers van Linkeroever met zijn fondsen opbouwden, navolging krijgt. Maar zijn grootste angst is dat de Pirates ooit ophouden te bestaan. “Wat na mij? Dat houdt me heel erg bezig. Daarom hoop ik dat deze prijs de overheden wakker schudt: zie eens wat we hier doen? Jullie willen burgerparticipatie? Wij geven het op een plateau.” 

Gewoon in een zak geld is hij niet geïnteresseerd, echte structurele partnerschappen wil hij. Ooit stortte hij voormalig burgemeester Patrick Janssens (sp.a) daarom zelfs een mooie subsidie terug. Er stond te weinig tegenover. Moet het nog gezegd dat hij aan netwerken een broertje dood heeft? Vandaar dat de Burgerschapsprijs hem ook echt verbaast. “Hoe zouden ze me eigenlijk gevonden hebben, denk je?”

City Pirates in cijfers 

5 locaties: Merksem, Bouckenborgh, Linkeroever, Luchtbal en Deurne

- groeide in 15 jaar uit van ploeg van 169 leden tot een van 1.200 spelers, met 400 kandidaat-leden op een wachtlijst

- 75 ploegen in competitie

- 200 vrijwilligers, van wie het gros trainers

- 5 maatschappelijk werkers in vast dienstverband

- 2 Rode Duivels als peter: Radja Nainggolan en Mousa Dembélé

- deed vorig seizoen 229 huisbezoeken bij 89 spelers

- volgt resultaten en gedrag van 243 spelers intensief in samenspraak met school

- doet wekelijks de was van de tenues van alle 1.200 leden

- begeleidt wekelijks tientallen jongeren na school met hun huiswerk

- bereikt nog eens tientallen jongeren met het project Digitale Helden en de River Side-muziekstudio

- noodzakelijke werkingsmiddelen variëren tussen 750.000 en 1.000.000 euro per jaar
 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234