Woensdag 19/06/2019

Interview

Michel Louwagie (KAA Gent): "Hoe kan ik rust hebben, met dit leven?"

Beeld Thomas Sweertvaegher

In 2020 stopt hij ermee. Dan is Michel Louwagie (61) dertig jaar manager en technisch directeur van KAA Gent geweest en dat is genoeg. "Ik verdien meer dan jij, maar jij hebt minder stress. Soms denk ik: had ik maar wat anders gedaan." Monoloog van een voetbalman in hart en nieren.

"Misschien had ik nog iets meer ­zorgen in 1996-’97, toen we net de degradatie konden ontlopen, maar 2017 was dan toch mijn op één na slechtste jaar hier op AA Gent – hoe goed we de afgelopen weken ook presteerden. Ik herinner mij nog onze eerste ­ontmoeting van dit jaar. We gingen samen naar een oefenpartij kijken op onze stage in het Spaanse Oliva. Ik zei je toen dat de transfer van Adrien Trebel in orde zou komen. Niet dus, dat zegt veel over mijn wereld."

“Dit is de voorgeschiedenis. Lokeren wil in de zomer van 2016 Benito Raman van ons kopen, maar ik krijg telefoon van ­makelaar Christophe Henrotay dat Standard ook geïnteresseerd is. Die bieden op 70 procent van de transferrechten, weliswaar voor een lager bedrag. Maar als Benito zou worden verkocht voor ­pakweg 5 miljoen, kregen wij daar 1,5 miljoen van. Dat was interessanter en ik stemde toe, maar ik sprak ook af dat als de kans zich voordeed, de slinger ook eens onze kant mocht uitkomen. Natuurlijk, zei Bruno Venanzi (voorzitter van Standard Luik, HV) en we hadden een overeenkomst."

“Oké, een half jaar later wilde Adrien Trebel weg bij Standard, ging niet mee op stage en ze ­wilden van hem af. Hein Vanhaezebrouck wilde absoluut Trebel, dus we ­gingen ervoor. We hadden een afspraak: 2,1 miljoen voor 70 procent. Finaal hebben ze ons gedribbeld en hebben ze hem voor 100 procent en 3 miljoen naar Anderlecht laten gaan."

“Conclusie? Eerlijkheid in het voetbal bestaat niet. Natuurlijk dat zoiets blijft hangen. Ik onthoud dat sommige mensen geen woord houden. Ik zou dat nooit doen. Ivan De Witte (voorzitter van KAA Gent, HV) en ik houden ons aan onze ­afspraken."

“Na het mislopen van Trebel en de verhuis van Vanhaezebrouck naar Anderlecht, telkens met de makelaar Mogi Bayat als tussenpersoon, kreeg ik van overal de raad om niet meer met Bayat samen te werken. Ik kan dat begrijpen, maar hij is wél een van de beste makelaars die er rondlopen. Hij brengt niet alleen spelers, hij kan ze ook verkopen en zo heb je er niet veel. Dus ben ik pragmatisch en werk ik nog steeds met Bayat. Met iets meer achterdocht, dat wel.”

Onrustig skiën

“2017 kondigde zich als moeilijk aan. Onze laatste wedstrijd van 2016 ­verloren we en we stonden achtste op twee punten van de zesde plaats. Niks aan de hand voor de meeste ploegen, maar wij zijn het aan onze stand en onze balans verplicht om play-off 1 te halen."

“Dus ga je het eindejaar in met zorgen en dat is jammer, want dat is net mijn enige echte vakantie van het jaar. Wij gaan dan skiën. Altijd naar ­het­zelfde hotel in Sölden. Zorgen betekent meer telefoons, ’s ochtends vóór het skiën en ook erna. Na een tijdje zakken de zorgen in en is de situatie minder acuut, maar de onrust blijft wel."

“Uiteindelijk hebben we ons pas in de laatste wedstrijd van de reguliere competitie definitief geplaatst voor play-off 1. Ik vreesde het ­scenario van ons eerste jaar in de Ghelamco Arena, toen we de laatste wedstrijd thuis tegen Zulte-Waregem de mist ingingen. We speelden in het mooiste ­stadion van België en ­meteen in ons eerste ­seizoen zaten we in play-off 2."

“Dit jaar ging het wel goed in die beslissende wedstrijd tegen KV Mechelen. We stonden in geen tijd op 3-0, nog vóór de rust. Met een 3-0 ben ik gerust. Bij 2-0 nog niet, want ik ken dat: een tegengoaltje en het kan in elkaar stuiken. Bij 1-0 en 0-0 zit ik te sterven. Dan hoor je mij wel eens schreeuwen in de tribune."

“Ik kan het niet helpen, het is ­sterker dan ­mijzelf. Ik bewonder mijn collega’s die daar ­uiterlijk onverstoord op zitten te kijken. Ik ­herinner mij bijna geen andere wedstrijd in 2017 waarin we zo snel zekerheid hadden over winst. Thuis tegen Eupen in oktober werd het ook nog voor de rust 3-0, maar ­verder was het elke match bang afwachten. Voetbal bezorgt mij stress. Het betert een uur na de wedstrijd, als ik heb kunnen nadenken over wat ons te doen staat. Wat niet betekent dat ik goed slaap, want dan zit ik nog met die adrenaline. Die verdwijnt pas als ik een dag later ’s ochtends kan gaan joggen.”

Chemie

“Play-off 1 niet halen betekent 3 miljoen euro minder inkomsten. Dat is op korte termijn, maar je zakt ook in de ranking over de laatste vijf jaar, wat weer minder tv-rechten als gevolg heeft. Drie: doordat je minder ­presteert, worden je spelers minder waard. Vier: Europa niet halen betekent ook minder inkomsten. Voor de meeste supporters gaat het om winnen en verliezen, maar ik leef constant met de vraag: wat zijn de financiële gevolgen?"

“We zijn in maart thuis weggespeeld door Genk in onze Europese wedstrijd, maar ik ben toen niet gaan twijfelen aan ons spel onder Van­haezebrouck. We waren fel verzwakt, vooral op het middenveld. Die match konden we niet winnen en we hebben ze verloren. Finaal zaten wij wel in play-off 1 en Genk niet en dat was ons doel."

“Genk heeft dit seizoen na ons ook zijn trainer moeten ontslaan. Ik had dat verwacht, vooral als je hoort dat de chemie met een aantal ­topspelers op was. Ja, ik weet het, de chemie tussen trainer en speler klinkt als een loos begrip, maar het valt niet te verwaarlozen."

Michel Louwagie: "‘Voor de meeste supporters gaat het om winnen en verliezen, maar ik leef constant met de vraag: wat zijn de financiële gevolgen?" Beeld Thomas Sweertvaegher

“Spelers moeten zich belangrijk voelen. De aandacht van de media is gigantisch toegenomen en in de discussie ‘trainer of speler’ kiezen de media toch meestal de kant van de spelers. Kijk eens na een slechte wedstrijd: welke spelers worden aangepakt in de media? Weinig, het is de trainer die na Club-Anderlecht het meeste op zijn bord kreeg."

“De voorzitter en ik zijn altijd voorstander geweest van een langetermijnwerking met één trainer, type Francky Dury bij Zulte-Waregem of, op een ander niveau, Arsène Wenger bij Arsenal. Maar ikzelf ben tot inkeer gekomen: het is wish­ful thinking om dat bij ons te willen. De druk is hier te groot.”

Financieel resultaat

“Ik begon 28 jaar geleden als manager van deze club en nu ben ik CEO van dit voetbalbedrijf en ik heb 21 trainers zien passeren. Met de interims van assistenten erbij hebben wij 28 keer van trainer gewisseld, in 28 jaar, en wij mikken dan nog op de lange termijn."

“Elke trainer heeft een houdbaarheidsdatum. Je kunt toch niet zeggen dat Hein geen goeie trainer was? Oké, we hebben veel tegenslagen gehad: spelers niet in vorm, scheidsrechterlijke beslissingen, blessures… veel verzachtende omstandigheden. Je hebt een toptrainer en je staat voorlaatste. Vervolgens gaat die weg en komt een andere ­trainer die ook net is ontslagen en ineens lukt het wel tussen die nieuwe trainer en die groep. Dat is die chemie."

“En Arsenal, tja, die doen het al 21 jaar met dezelfde trainer, maar hoe lang is het geleden dat ze een titel hebben gehaald? Inderdaad, hun financieel resultaat is schitterend, ook zonder prijzen, en daar zijn ze tevreden mee. Terecht. Ze hebben de kosten onder controle en hun lonen liggen lager dan bij de andere topclubs in Engeland."

“Dat geldt ook voor ons: van alle G5-clubs in België geven wij het minst uit aan spelerslonen. Dat zal dit jaar bruto 15 à 16 miljoen euro bedragen voor zo’n veertig contracten. Inderdaad, gemiddeld 400.000 euro, maar het ­gemiddelde wordt om­laag gehaald door de kleine contractjes voor jonge spelers. Wij hebben een economisch model waarbij we de spelersloonkosten onder de helft van het voetbalinkomen willen houden. Dat be­draagt 31 miljoen. Reken daarbij de horeca voor 8 miljoen en dan komen daar nog eventueel Euro­pese inkomsten en de overschot op de transfer­balans tussen ingaande en uitgaande spelers bij."

“Het Belgisch bedrijfsmodel in voetbal is simpel: Charleroi. Die tonen hoe het moet. Spelers niet te duur aankopen, ze verbeteren en doorverkopen. Tegelijk sportief groeien met een trainer die meegaat in dat verhaal."

“Ik heb tegen Ivan De Witte gezegd dat ik mij na het vertrek van Hein weer iets meer met het sportieve zal bezighouden. Ik ben vroeger zelf spelers gaan halen van wie ik dacht: die heeft iets bijzonders, die is het waard. En zal ik je wat ­zeggen: er is geen verschil tussen een speler van 1 miljoen en 4 miljoen euro, het verschil heeft te maken met het tijdstip waarop je hem neemt. Er is wel een verschil tussen 1 en 15 miljoen, tussen 15 en 50 miljoen, en er is wellicht ook een verschil tussen 50 en 200 miljoen euro."

“Hebben wij over de laatste drie transfer­periodes meer dan 30 miljoen euro uitgegeven aan spelers? (denkt na) Daar zou je wel eens gelijk in kunnen hebben. We hebben er alvast alles aan gedaan om onze trainer het materiaal te geven dat hij wilde en om onze club te versterken. Soms geef je te veel uit, maar soms krijg je ook te veel binnen. Ondanks al die uitgaven zijn wij ­financieel kerngezond.”

Zakken of play-off 1

“Pas na het ontslag van René Weiler op de maandag na KV Kortrijk-Anderlecht heb ik voor het eerst gedacht dat Hein richting Anderlecht zou kunnen gaan. Dat ontslag kwam een dag voor onze bekerwedstrijd op Geel en op die persconferentie kreeg hij de vraag wat hij van Anderlecht dacht. Hij had kunnen zeggen: dit is niet aan de orde, hier antwoord ik niet op, ik zit hier goed. Dat zei hij niet: hij ontweek de vraag."

“Spelers lezen dat ook, hun frank valt ook en je weet: in topsport heb je die laatste 5 procent nodig om het verschil te maken tussen winst en verlies. Die konden ze niet meer opbrengen. In Geel overleefden we nog. Toen heb ik tegen de voorzitter gezegd: ‘Ivan, ik denk dat het niet meer goed komt.’ Het weekend erna verloren we met 0-1 van Zulte-Waregem en Hein was weg."

“Op Club verliezen we weer, goed gespeeld wel, en we staan voorlaatste met 6 punten op 27. We moesten oppassen: we konden zakken, maar we konden ook nog play-off 1 spelen. En kijk, we haalden 26 op 33 in de volgen­de elf ­wedstrijden en stonden donderdag vierde."

“Wat ik verwacht van een trainer, heb ik ook tegen Yves Vanderhaeghe gezegd bij zijn aanstelling: doe zo normaal mogelijk, probeer niet te goochelen of te toveren. De eerste trainers die ik heb gekend, deden alles alleen, met een parttime assistent. Nu heeft de trainer een hele staf ter beschikking. Als hij daar leiding aan kan geven, duidelijk is in zijn communicatie en emotioneel intelligent ten aanzien van de spelers, kan hij niet in de problemen komen."

Michel Louwagie: "Zodra we begonnen te bouwen aan het stadion, zijn de jaren dubbel gaan tellen." Beeld Thomas Sweertvaegher

“Trainers zorgen er soms zelf voor dat ze onhoudbaar worden, bijvoorbeeld door onver­holen kritiek: de verdediging is niet goed, de aanvallers doen hun werk niet, het middenveld is niet dominant genoeg. Zo raken spelers een trainer beu.”

Het zwarte gat

“Je vraagt wanneer ik rust heb. Hoe kan ik rust hebben, met dit leven? Het stadion was klaar en we zijn begonnen met de plannen voor het oefencomplex in Oostakker. Dat hebben we dit jaar gebouwd, in zes maanden. Ondertussen speel je Europees en tussendoor hebben we ons sterrenrestaurant Horseele verbouwd. Er zijn momentjes van rust: als de zaterdag goed is geweest, dan is de zondag een mooie dag, anders niet. En ‘goed’ betekent alleen dat we hebben gewonnen."

“Op zo’n mooie zondag kijk ik dan een hele dag naar het voetbal. Gelukkig is mijn vrouw ook voetbalminded en weet ze dat ik dan aan het werk ben. Denk je dat ik niet liever iets anders zou doen? Dit is mijn job en ik moet weten wat er gebeurt in het Belgisch voetbal. Als ik die motivatie niet meer heb, moet ik operationeel stoppen."

“Zodra we begonnen te bouwen aan het stadion zijn de jaren dubbel beginnen tellen. In vijf jaar tijd zijn we van een club met de administratie in een vrijstaand huis met mijn bureau in de woonkamer van dat huis, naar een modern ­stadion verhuisd. We hebben twee schitterende trainingscomplexen die heel België ons benijdt, we runnen drie restaurants en er werken nu meer dan honderd mensen voor Gent. Voor een ­controlefreak als ik er één ben, is dat wat veel om te controleren."

“En toch, ik laat het niet na om elke wedstrijddag zelf eerst alleen door het stadion te joggen en in mij op te nemen wat er nog moet gebeuren. Vier uur voor de wedstrijd doe ik nog eens een laatste check, met zeven mensen in mijn zog. Telkens verbaas ik er mij over hoe goed dat stadion er na vier jaar nog uitziet."

“In 1999 zijn Ivan De Witte en ik beginnen samen te werken. Hij werd toen voorzitter en hij zei: ik zal je goed betalen, maar je moet altijd bereikbaar zijn. Wij horen of zien elkaar meerdere keren per dag. Ik klaag niet, maar ik ben inmiddels bijna 62. Ik voel mij fit en dat ik goed verdien, is niet eens meer relevant."

“Ik stop in 2018 na twintig jaar als voorzitter van de zwembond en ik doe mijn mandaat uit bij het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité. AA Gent doe ik tot 31 december 2020. Operatio­neel hou ik er dan mee op, maar wat ik daarna ga doen, weet ik nog niet. Enerzijds hunker ik ernaar om als een normaal mens een paar weken vakantie te nemen, en niet zoals nu drie daagjes Zuid-Spanje met de telefoon in de ­aanslag. Tegelijk ben ik een beetje bang voor het zwarte gat."

“Of ik veel vrienden heb overgehouden aan het voetbal. (schamper) Wat dacht je? In het voetbal heb je geen vrienden. Het is ieder voor zich. Zal jij mij blijven bellen, als ik hier weg ben? Dat zou ik heel aardig vinden.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden