Woensdag 28/10/2020

RecensieBoeken

Michaël Brijs zet met het gewaagde ‘Nachtbouwer’ een desoriënterend bouwwerk op poten

In de roman 'Nachtbouwer' krijgt architect Renaat Braem (foto) meer dan een bijrol.Beeld rv

Onmogelijk in één hokje te stoppen, deze roman over een architect die worstelt met demonen uit zijn woelige jeugd.

Vermaard en verguisd maar nu stilaan weer gerehabiliteerd. Dat is het lot van architect Renaat Braem (1910-2001). Sociaal bewogen en visionair, volgens zijn adepten. Een rücksichtslose neerplanter van kille hoogbouw, volgens zijn tegenstanders. Zo was Braem verantwoordelijk voor de drie befaamde ‘Potenblokken’ op het Antwerpse Kiel en de politietoren aan de Oudaan. De ex-stagiair van Le Corbusier tekende ook voor het pamflet Het lelijkste land ter wereld (1968), waarin hij de Belgische ruimtelijke ordening de mantel uitveegde.

En kijk, in de roman Nachtbouwer van muzikant-schrijver Michaël Brijs (°1979) krijgt utopist Braem meer dan een bijrol. De cruciale taferelen van het boek spelen zich af in zijn creaties, die zelfs een spirituele dimensie worden toegedicht. Een van de hamvragen van de roman is trouwens hoe gebouwen ons gemoed en gedrag kunnen beïnvloeden.

Hoofdfiguur van het merkwaardige maar meeslepende Nachtbouwer is een succesvol architect. De ik-verteller is een man die het van zero tot hero heeft geschopt. In het openingshoofdstuk staat hij op het punt een van zijn grootste realisaties te verzilveren: een groot complex aan een rivieroever, waarin zowel een school als een winkelcentrum een onderkomen zullen vinden. Er moet onderhandeld, genetwerkt en gesoebat worden. En geruzied met aannemers. De architect koestert nog slechts weinig illusies over zijn vak: ‘Enkel het ontwerpen verschaft hem plezier, de rest is vervelend.’

Spoken van vroeger

Maar tijdens die moeizame vergadermarathons wordt hij steeds vaker geplaagd door herinneringen aan zijn – soms gewelddadige – verleden, twistend met zijn zieltogende, vereenzaamde moeder of ronddwalend met zijn vraatzuchtige schoolvriend Johannes. ‘Begrijp je mijn punt, dat alles terugkomt? Dat de spoken van vroeger je om de zoveel tijd weer komen kwellen? Je weet inmiddels dat je erop voorbereid moet zijn.’

We maken een diepe duik in de geaccidenteerde jeugd van de architect. ‘Hoe is die sukkelaar, die drugs snuivende straatboef die daar op de straatstenen ligt te bloeden tot in deze luxe directiekamer gekomen?’ Verwacht evenwel geen tearjerker. Brijs maakt van Nachtbouwer een grillige, soms onbehaaglijk stemmende afdaling in een universum dat bevolkt wordt door excentrieke leraren, een vleugje mystiek, drugstrips, seksuele chantage en moord- en doodslag, geserveerd met een portie grimmige humor én een verrassende ontknoping.

Er treden personages voor het voetlicht die je niet gauw vergeet, ondanks hun wel heel doordeweekse namen, zoals mevrouw Peeters en meneer Janssens (bijgenaamd De Snor). De lichtjes nymfomane Peeters, lerares wiskunde met wie hij als leerling op gespannen voet staat, wijdt hem in in de vleselijke liefde én blijkt een morbide verborgen agenda te hebben. En het is leraar plastische opvoeding Peeters, met zijn fascinatie voor ‘de ‘bevroren polyfonie’ van de gotiek, die de stuurloze jongen op het spoor van de architectuur zet.

Zowel Peeters als Janssens wonen in Woonheem Kiel, ‘in de imposante monolieten’ van Braem, ‘een heiligdom voor de rationele mens’. Tot de architect in spe via ‘het medium’ Serafina in een wak van de tijd glijdt en een onderaards universum ontdekt onder de blokken, via een oude atoomschuilkelder. Brijs weeft ook droomsequenties waarin hij complete architecturale werelden schept – duidelijk geïnspireerd door de stripcyclus De duistere steden van François Schuiten en Benoît Peeters.

En er zijn uitstapjes naar andere dimensies, knipogend naar het magisch realisme van Hubert Lampo. Bovendien is er de curieuze aantrekkingskracht van de ‘toile cirée’.

Nachtbouwer vergt enig incasseringsvermogen van een op rechtlijnigheid gebrande lezer. Zeker omdat er ook gratuit geweld én weleens al te overspannen metaforen vallen te noteren. Af en toe had Brijs de teugels strakker mogen houden. Maar zijn ongeremde verteldrift sleurt je telkens weer vooruit.

Ekster

De roman zit hechter in elkaar dan op het eerste gezicht lijkt, ondanks de talloze zijpaadjes. Let eens op de ‘ekster’, de kwelduivel die stelselmatig het geweten van de architect tergt. En er is de skyline van Antwerpen die deze roman determineert: ‘De stad is een boek. Leer het te lezen.’

Met het gewaagde Nachtbouwer heeft Brijs, die eerder met Andy Fierens de ‘anarchosciencefictionhorrorsatire’ Astronaut van Oranje schreef, een desoriënterend bouwwerk op poten gezet. Soms is het alsof je in de grijparmen van een glibberige literaire octopus verzeilt. Of levert de auteur zich finaal toch eerder over aan de meanderende exuberantie van Antoni Gaudí dan aan het strakke modernistische lijnenspel van Renaat Braem?

Michaël Brijs, ‘Nachtbouwer’, Polis/Pelckmans, 240 p., 20 euro.Beeld rv
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234