Maandag 18/10/2021

Miami en Fidel: Gematigdheid wint veld, maar 'de wonde bloedt nog hevig' 'Castro is een machtsfundamentalist'

Economisch noemen ze Cuba een puinhoop, sociaal heet het land een gevangenis, politiek een dictatuur. 'Cuba's lidmaatschap van de VN-commissie voor de Mensenrechten is een aanfluiting van het mensenrechtenideaal', zegt Human Rights Watch. 'In Cuba heerst een klimaat waarin geen plaats is voor fundamentele rechten', klinkt het bij Amnesty International. Maar uit welke invalshoek de kritiek ook komt, vroeg of laat draait ze om de aanwezigheid van die ene man, nu al 45 jaar lang: de heer Fidel Castro Ruz.

Tegenstanders van Castro vinden, in Miami is het een makkie. Op de Cubaanse spionnen na (maar die houden van beroepswege hun masker op) wacht zowat iedereen er op Castro's lang verhoopte overlijden. Toch is niet iedereen even ongeduldig. "In tegenstelling tot de Cubaanse regering, die compleet monolithisch is, slechts één partij duldt en alle media controleert, zijn de Cubaanse ballingen verscheiden. Ze hebben niet één leider die het zeel volledig naar zich toe trekt. Dat is een garantie voor democratie", beklemtonen veel Miami-Cubanen. Of nog: "Net als elders in de wereld houden de meeste mensen zich hier niet met politiek bezig."

Uit opiniepeilingen die de Florida International University (FIU) om de drie jaar onder de Miami-Cubanen houdt, blijkt dat er steeds zachtere standpunten worden ingenomen. "De peiling die volgende lente uitkomt, zal zo goed als zeker voor verrassingen zorgen", voorspellen waarnemers nu al. "Er bestaat een groeiende drang naar nationale verzoening."

Toch heeft Miami bepaald een kwalijke reputatie. Pedro Corzo is journalist bij Radio Martí, die de Amerikaanse regering heeft opgezet en die op Cuba te beluisteren is. Volgens hem hebben de internationale media jarenlang de fout begaan alleen naar Miami's hardste schreeuwers te luisteren. "Zo kwamen jullie onvermijdelijk uit bij extreme figuren als Jorge Más Canosa, van wie jullie dachten dat hij het hele debat beheerste. Hij speelde misschien een belangrijke rol, maar nooit een monopoliserende."

"Tja," zegt Lino Fernández, een van de stemmen uit de gematigde sociaal-democratische oppositiebeweging in Miami, "natuurlijk heeft de familie Más, vader en zoon, onherroepelijke schade aangericht. Aan de interne dissidentie op het eiland bijvoorbeeld, die ze elk recht op initiatief ontzegden. Maar ook gematigde ballingen kregen met hen te maken. Jorge Más Canosa noemde hen verraders van de zaak en van het vaderland. Het erge is dat die lui zo ontzettend goed bevriend waren met sommige Republikeinen, en zo rijk zijn dat ze half Miami bezitten (onder meer de monumentale Freedom Tower, waar de Cubaanse vluchtelingen jarenlang werden opgevangen, LD) , waardoor ze zwaar wegen op de richting die de discussie uitgaat."

* Havana Club

Intussen ligt Jorge Más Canosa, de stichter van de even rijke als omstreden Cubaans-Amerikaanse Nationale Stichting (FNCA), op het zogenaamde dictatorskerkhof van Woodlawn begraven, onder een eeuwige vlam, pal tussen een stars and stripes en een Cubaanse vlag. In de onmiddellijke buurt liggen Anastasio Somoza uit Nicaragua, en nog een hele rij andere prominente heethoofden, onder wie de voormalige Cubaanse president Machado. Ook het familiegraf van de Bacardi's bevindt zich hier, de ex-Cubaanse rumboeren wier multinational al jaren het 'echt' Cubaanse merk Havana Club voor zich opeist.

"Maar welke de politieke kleur van de ballingen ook is, iedereen is het erover eens dat het castrisme een traumatiserende ervaring is geworden", zegt Corzo. "Al sinds de eerste dag van de Revolutie werd Castro's gewelddadige potentieel duidelijk. Sindsdien is het alleen maar erger geworden. De castristische dictatuur kent in de wereld haar gelijke niet."

Volgens de radiojournalist, die ook directeur van het Instituut van het Cubaans Historisch Geheugen tegen het Totalitarisme is en pas een aangrijpende video en een niet minder aangrijpend boek over mensenrechtenschendingen onder Castro uitbracht, was de Revolutie het project van één man, een verleider die zoveel macht had en heeft dat zijn dood onvermijdelijk tot een machtsvacuüm zal leiden.

"Castro", zegt Corzo, "is in de eerste plaats een machtsfundamentalist, een heerschap dat de totale versmelting van zijn persoon, van de natie en de Revolutie voor ogen staat. De indoctrinatie is volkomen, een vergelijking met Oost-Europa of de Sovjet-Unie is onmogelijk. Je kunt Castro nog best op een lijn met Ho Chi Minh zetten."

Fidel Castro heeft zich pas na de invasie van de Varkensbaai, die door de VS was opgezet, als communist geopenbaard. Hij is dan ook een bijzonder personage binnen de communistische wereld, zegt Corzo, "net omdat hij geen communist is en het nooit geweest is. Wil je mijn persoonlijke overtuiging kennen? Als Castro in de jaren veertig aan de macht gekomen was, was hij vast een nazi geweest. In de zestiende eeuw had je hem aan Karel V kunnen toetsen, in de zeventiende aan Lodewijk XIV. Fidel Castro heeft al die jaren hooguit geprofiteerd van het communisme. Hij is een ideologische parasiet."

Zoveel is duidelijk, in Miami wordt het inter-Cubaanse conflict heel erg op de persoon Castro gespeeld. De Revolutie is zijn eigen schepping, zonder Castro kan er van de Revolutie niet langer sprake zijn. Volgens Lino Fernández "heeft Fidel Castro als eerste schuld aan de radicalisering van de ballingen. Castro voelt zich gewoon lekkerder bij radicale tegenstanders dan bij gematigden als wij. Hoe ongeloofwaardiger zijn tegenstanders, hoe geloofwaardiger zijn eigen project, was de redenering."

* Bloemen

De Cubaanse balling Siro del Castillo is mensenrechtenspecialist, hij runde jaren lang vluchthuizen voor pas in de VS gearriveerde Cubanen en is een belangrijk pleitbezorger van gematigdheid. "Het probleem", zegt Del Castillo, "is dat in een typisch Latijns-Amerikaanse context van verdwijningen, ontvoeringen, folteringen en slachtpartijen, in een context ook waarin de Pinochets, de Videla's en de Fujimori's het mensenrechtenplaatje voorgoed bevuild hebben, een figuur als Castro er relatief goed uitkomt. Links heeft er daardoor jaren over gedaan om toe te geven dat er ook op Cuba problemen waren. Ik herinner me dat ik ergens in de jaren tachtig op een mensenrechtenconferentie in Europa was. Wij, Cubanen in ballingschap, stonden daar te kijk alsof we buitenaardse wezens waren, een vreemd gevoel. De overheersende gedachte was daar immers dat de Cubaanse problematiek hoop en al een handjevol dissidenten betrof. Daar ging je de hele Revolutie toch niet voor op de helling zetten?"

De werkelijkheid, zegt Del Castillo, is helaas stukken genuanceerder. Hij haalt zijn eigen wedervaren aan: "Van 1970 tot 1972 zat ik op een heropvoedingsboerderij. Het ging om een soort dwangarbeid voor jongelui die van het revolutionaire pad dreigden af te wijken en met wie Castro geen blijf wist. Volgens de wet op de vagebonderij verkeerde ik in een 'predelinquent' stadium. Om te vermijden dat ik een heuse misdadiger zou worden, werd ik naar de boerderij gestuurd. Sommigen kwamen in de suikerrietteelt terecht, anderen in de tabak, ikzelf in de bloementeelt. Sindsdien roepen bloemen bij mij het beeld van zweet, bloed en tranen op. Ik heb niemand ooit nog een bloem gegeven, en ik wil er ook geen krijgen."

Del Castillo was een rebelse jongere, maar zijn rebellie was niet die van Fidels juventud rebelde, ze verliep niet volgens het boekje. In de jaren zestig had hij in Havana een kunstenaarsopleiding gevolgd en was hij onder meer heel erg met popart begaan. Voor de wachtzaal van het busstation aan de Plaza de la Revolución had hij een muurschildering verzonnen die afweek van de socialistische canon, een tafereel met veel kleur en bloemen en palmen en vlinders. "Het project werd goedgekeurd, maar ik kon het niet meteen afwerken omdat je in die dagen nergens aan vernis kon geraken. Toen het materiaal er plots wel was, bleek mijn plan alsnog afgekeurd. De directeur van het Instituut voor Toerisme stond achter mijn schilderij, het ministerie van Verkeer niet. Daar werd mijn kunstwerk als contrarevolutionair beschouwd."

De reden? "Bloemen, palmen en bonte kleuren, dat was geen probleem. Het zat 'm in de vlinders. Vlinders zijn een reïncarnatie van rupsen, klonk de uitleg, en die deden te veel denken aan aardwormen, gusanos dus, de term waarmee Cubaanse ballingen jarenlang (maar intussen niet meer, LD) werden bedacht. Het was als met dat schilderij van de surrealist Carmelo González. González, nochtans een overtuigd communist, de man die Lenin had geschilderd voor de sovjetambassade in Havana, had een kunstwerk gemaakt waarbij twee als soldaat verklede gorilla's het lijk van Che Guevara oppeuzelden. Met die apen kon de censuurcommissie nog leven, niet met dat lijk van Che. Che mocht niet dood worden voorgesteld, want dat was contrarevolutionair."

Na tien jaar Revolutie had Castro de niet-overtuigden beter op een of andere manier geïntegreerd in plaats van hen dwangmatig herop te voeden, vindt Del Castillo. "De explosie van Mariel begin jaren tachtig (een geforceerde exodus waarbij naast intellectuelen en kunstenaars ook veel geesteszieken en criminelen Cuba verlieten, LD) was een direct gevolg van dat niet op integratie gerichte beleid. Vandaag wordt er terecht nog steeds over repressie door Castro geklaagd, al gebeurt de onderdrukking nu selectiever, veel conjunctureler dan toen. Het gaat bovendien om een onderdrukking die voor Castro geen enkele politieke kost heeft. De meeste Cubanen zijn best wel ontevreden, maar dat betekent hoegenaamd niet dat ze het oneens zijn met het bestel, of makkelijk tot antiregeringsdaden overgaan, integendeel."

Gefolterd of gewelddadig behandeld is Siro Del Castillo destijds overigens niet. "Geweld kwam er pas aan te pas nadat je zelf geweld gebruikt had, of als je geprobeerd had te ontsnappen. Het enige wat volgens mij de foltering benaderde, waren de elektroshocks in psychiatrische instellingen, waar ze een of andere medische reden voor vonden. Dat waren dingen die gebeurden, zonder dat het een geïnstitutionaliseerde of systematische praktijk betrof."

"Nu ja", zucht Del Castillo, "je mag niet vergeten dat de jaren zestig en zeventig een bijzonder tijdsvak waren, waarin geweld en tegengeweld nu eenmaal graag gebruikt werden om politieke conflicten te beslechten. Als het vandaag over mensenrechten gaat, blijken veel mensen, naargelang van hun politieke voorkeur, nog steeds blind aan het rechter- of linkeroog. Dat is fout. Het is niet omdat je een slachtoffer bent dat je zelf zuiver op de graat bent. Veel mensen die onder Castro in de gevangenis belandden of geëxecuteerd werden, hadden heus wel wat op hun kerfstok. Alleen is de wonde zo diep en bloedt ze nog zo hevig dat het moeilijk is de feiten in hun juiste verband te zien."

* Kapotgemobiliseerd

Nochtans ontbreekt het Miami niet aan schrijnende getuigenissen. Holly Ackerman is Cuba-verantwoordelijke voor de afdeling van Amnesty International in haar stad. Als docente is ze aan de Florida International University (FIU) verbonden, haar doctoraalscriptie maakte ze halfweg de jaren negentig over de Cubaanse rafters of balseros, Cubanen die, zoals het jongetje Elián González en zijn onfortuinlijke moeder, de oversteek waagden op gammele, geïmproviseerde vlotten, op autobanden ook.

"Ik heb de statistieken van de kustwacht van Florida recentelijk niet meer bekeken, maar ook in 2003 zijn er honderden Cubanen per vlot hierheen vertrokken. Wie met beide voeten op Amerikaanse bodem arriveert, kan niet teruggestuurd worden, wie op zee wordt opgevist, gaat onverbiddelijk terug, tenzij hij ernstige politieke redenen heeft. Eigenlijk zitten Havana en Washington in deze kwestie helemaal op dezelfde lijn: mensen kunnen Cuba niet uit, de VS niet in."

In tegenstelling tot wat de Cubaanse overheid zegt, zijn de balseros niet zonder meer economische vluchtelingen, meent Ackerman. "Het gaat in feite om mensen die de sprong in het onbekende verkiezen boven het verzet tegen Castro, mensen die de moed niet hebben om in opstand te komen, omdat het enige resultaat gevangenisstraf of isolement zou zijn. Professionele demotie bijvoorbeeld, of afwijzing door buren en familieleden."

In Cuba worden tot op vandaag actos de repudio gehouden, protestacties door mensen die de muren van zogezegde contrarevolutionairen komen bekladden en hen voor rotte vis uitschelden omdat ze tegen het systeem zijn opgekomen. "Velen hier in Miami zullen zeggen dat die acties door het regime verplicht worden", vertelt Ackerman. "Dat klopt niet helemaal. De acties hebben heus wel iets spontaans, omdat veel mensen denken dat ze daardoor politieke punten scoren, omdat ze het belangrijker vinden een goede revolutionair te zijn dan een begrijpende buur, omdat ze het risico niet willen lopen dat ze met de afvallige in verband gebracht worden."

Volgens Ackerman willen Cubanen eenmaal ze in Miami gearriveerd zijn dan ook niets meer met politiek te maken hebben. "Het gros van hen blijkt ideologisch gewoon kapotgemobiliseerd. Doordat nagenoeg elke vorm van privé-initiatief genadeloos gefnuikt wordt, voelen ze zich geblokkeerd in hun sociale en professionele mobiliteit. Ze zijn het beu dat ze een masker moeten opzetten, dat ze niet weten met wie ze precies te doen hebben, dat ze de gevolgen van hun daden niet kunnen inschatten, om economische redenen toch altijd weer illegale dingen moeten doen. Want dat is leven op Cuba: ideologisch niet op scherp staan betekent kansen verliezen, en zo ook middelen inboeten om bijvoorbeeld je gezin te onderhouden."

* Jean-Jacques Rousseau

Gematigdheid, de scherpe kantjes eraf. Het is bepaald niet het standpunt van de regering-Bush, die Cuba met de 'as van het kwaad' associeerde. Pedro V. Roig, de directeur van Radio Marti, is door president Bush persoonlijk aangesteld. En in zijn kantoren hangen behalve de Cubaanse vlag ook staatsieportretten van Bush en Cheney. Roig spaart zijn woorden niet als het over de Cubaanse leider gaat. "Ik ben opgegroeid in het Dolores-college in Santiago de Cuba", vertelt hij. "Jezuïeten, dezelfde mensen die Castro grootgebracht hebben. In Cuba, het laatste Latijns-Amerikaanse land dat onafhankelijk werd van Spanje, is de Spaanse invloed lang blijven nawerken. Hoeft het dan te verwonderen dat Castro in de jaren veertig een flinke dosis falangisme mee ingelepeld kreeg? Dat zijn antiyanquismo een pure erfenis van de Spaanse dictator Primo de Rivera is? Castro's zogenaamde leninisme is in wezen een voortzetting van het frankisme. De mensen die begin jaren veertig de democratische Cubaanse grondwet schreven, de sociaal-liberalen, heeft hij weggejaagd. Hun rijkdom heeft hij gebroken."

Roig wil zijn rede laten spreken, "maar soms bloedt mijn hart nog te erg. Weet je, hét grote succesverhaal in de Cubaanse geschiedenis van de laatste halve eeuw heet niet Havana, maar Miami. Havana is het Cuba van de mislukking, het Cuba dat zich door achttiende-eeuwse filosofen als Jean-Jacques Rousseau liet inspireren, het Cuba dat eigendom diefstal noemt, dat de repressie van het individu de basisvoorwaarde voor totale vrijheid noemt. Het Cuba van Castro is een Cuba van een minderheid die zichzelf als zuiver beschouwt. Het is Robespierre op zijn best. 'Je zult vrij zijn, ook als ik je daartoe moet dwingen.'"

Roig heeft bepaald geen hoge pet op van de Franse Revolutie, nog stukken minder van de Cubaanse. "Je reinste idealisering van het gemeenschapsdenken noem ik het. Alle horreurs die Latijns-Amerika gekend heeft, zijn op dat gedachtegoed, en dus op dat van Castro, terug te brengen."

Morgen in deel 3: de Cubaanse revolutie als 'redelijk alternatief voor een betere wereld'.

'Net als elders in de wereld houden de meeste mensen in Miami zich niet met politiek bezig', zeggen veel uitgeweken CubanenMensenrechtenspecialist Siro del Castillo: 'Als het over mensenrechten gaat, blijken veel mensen, naargelang hun politieke voorkeur, nog steeds blind aan het rechter- of het linkeroog'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234