Woensdag 16/10/2019

‘Mezelf onzichtbaar maken, dat ligt in mijn karakter’

Hij klauterde over kolkende lavastromen, wandelde vogelvrij over Zwitserse kabelbanen en kroop op handen en voeten door Oekraïense steenkoolmijnen. Maar voor een tocht met fietsclub De Reetzweters heeft Dimitri Van Zeebroeck even geen tijd meer. De voorbije drie jaar draaide de bejubelde documentairemaker twaalf Elements-portretten. Het Leuvense Docvillefestival laat vanavond een eerste kwart op het publiek los.

“Ik blijf liever onder de radar. Over mijn persoonlijke besognes praat ik niet graag.” De motorhelm is nog maar net van het hoofd of Dimitri Van Zeebroeck (36) trekt al een verdedigingsscherm op. “Mijn documentaires moeten voor zich spreken. Daarom weiger ik ook consequent alle televisie-interviews.” Plaats Van Zeebroeck voor het voetlicht en hij klapt dicht. Zet hem op het gras in de schaduw van de VRT-toren en de woorden stromen eruit. Magma eerder dan lava. Schuchter maar gepassioneerd. Ingetogen maar begeesterd.

“Elements is een portrettenreeks over de vier natuurelementen”, steekt Van Zeebroeck van wal. “Per element heb ik drie mensen geportretteerd die dagelijks met de natuur geconfronteerd worden en bewust de natuurkrachten opzoeken. Maar verwacht zeker geen reeks over extreme sporters of waaghalzen.”

Fotograaf van opleiding, documentairemaker van beroep. Maar bovenal: chroniqueur van menselijk lief en leed. Uren, weken, maanden van intense samenwerking. Gedestilleerd tot 26 minuten televisie. Klank en beeld evenwaardig. Op het Leuvense Docvillefestival worden vanavond drie van Van Zeebroecks tableaux très vivants vertoond. De rest volgt in het najaar, op Canvas.

Voor je vorige reeks Weerwolven richtte je de camera op notoire nachtbrakers als Annelies Verbeke of Jean-Marie Berckmans. Vanwaar de fascinatie voor de oerelementen?

Van Zeebroeck: “Het is mij in feite puur om het portret te doen. Bij Weerwolven was de nacht mijn alibi, nu is dat de natuur. In se ben ik geen groene jongen, maar de natuur heeft wel iets heel poëtisch. En ik zag bij elk van de elementen meteen bepaalde beelden en verhalen.

“Voor vuur ben ik bijvoorbeeld op pad geweest met Navashni Govender, een Zuid-Afrikaanse die grote delen van het Krugerpark gecontroleerd in brand steekt. Voor het element ‘lucht’ ben ik dan weer naar Shanghai getrokken om er Ji Sheng Hui, een glazenwasser van wolkenkrabbers, te volgen. En voor ‘aarde’ heb ik Florentino Ignacio geportretteerd, een oude landbouwer in Quillagua. Dat is officieel de droogste plek op aarde, een spookdorpje in de Chileense Atacamawoestijn.”

Elements was dan ook een stuk moeilijker om te maken dan Weerwolven, lijkt mij.

(lacht) En of. Jean-Marie Berckmans, die woonde bij mij achter de hoek. En daar ging ik naartoe wanneer het mij uitkwam. Tenminste, wanneer het hem uitkwam. Maar voor deze reeks was het toch allemaal redelijk extreem. Zonder pretentieus te willen overkomen: je kunt het jezelf allicht niet moeilijker maken.

Met andere woorden: uitkijken naar de dvd-versie, met een uitgebreide making-of.

“Ik heb mij die bedenking heel vaak gemaakt. Eigenlijk had er constant een ploeg in mijn rug moeten meelopen voor de making-of. Die waren allicht met hectischer materiaal naar huis gekomen dan ikzelf (lacht). Achter de camera was het vaak pure chaos. Aan de Yasurvulkaan bijvoorbeeld vielen de magmablokken op vijfentwintig meter van mijn hoofd. Of neem de Oekraïense Novovolynskmijn, waar ik heel lang heb gedraaid. Ook extreem gevaarlijk. Met bloed aan de ellebogen door de steenkoolschachten kruipen, honderden meters lang en niet weten hoe je er nog uit kan geraken.”

Ooit gevreesd voor je leven?

“Ja, onder meer in Hawaï. Met de vulkanoloog Guy de Saint-Cyr heb ik een soort wereldreis gemaakt, van Indonesië over Nieuw-Zeeland tot Hawaï. Die man ademt vuur en zoekt constant de meest actieve vulkanen ter wereld op. Aan de rand van een krater staan, de hartslag van een vulkaan voelen: ik vind dat ook fantastisch. Maar om aan de Kilaueavulkaan te geraken moesten we kilometerslang over gestolde lava wandelen. ’s Nachts bovendien, om niet opgepakt te worden door de politiepatrouilles. Niet bepaald zonder risico’s, want onder die gestolde lava stroomden kolkende lavarivieren.

Maar dan denk ik meteen: ‘Ik ben hier nu, heb er al die inspanningen voor gedaan, laten we dan maar meteen all the way gaan.’ Tijdens de montage is het nu wel vaak vloeken. Heel dat avontuur in zesentwintig minuten proppen. Alleen al over de Saint-Cyr zou ik een hele reeks kunnen maken.”

De chaos waarvan sprake sijpelt niet meteen door in het eindresultaat.

“Klopt, ik wou Elements een heel serene beeldtaal meegeven. Dat is dan weer de estheet in mij die naar boven komt. Ik wou de chaos op een cinematografisch verzorgde manier in beeld brengen. Zo filmde ik bijvoorbeeld meestal op een statief. Daardoor krijg je natuurlijk wel een vertekend beeld. Ik stel me soms de vraag: zal de kijker wel voldoende aanvoelen hoe extreem de situatie is? Want met de muziek eronder toont het allemaal vrij idyllisch en romantisch, terwijl het vaak levensgevaarlijk was.”

Neemt, met het verstrijken der jaren, niet de drang toe om het loutere registreren te overstijgen?

“Dat overweeg ik momenteel inderdaad. Misschien maak ik hierna wel eens één langere documentaire, om eens tot op het bot te kunnen gaan. Want hoe je het draait of keert, wat ik nu doe blijft pure registratie. Niets is in scène gezet. Ik heb aan Guy de Saint-Cyr nooit gevraagd om even door die mooie zwavelwolk te lopen, omdat het mij een dankbaar beeld zou opleveren. Ik probeerde integendeel gewoon snel genoeg te anticiperen om mijn camera op het juiste moment op de juiste plek op te stellen.

“Anderzijds: dat is wel een manier van werken die mij ligt. Mezelf wegcijferen in dienst van het onderwerp, me onzichtbaar maken: dat ligt in mijn karakter. De personen die ik nu gevolgd heb staan al voldoende sterk op zich, ik vind het niet nodig om daar dan nog eens mijn eigen draai aan te geven. Maar uiteraard blijft het resultaat een subjectief verslag. De muziek die ik kies, de quotes die ik uit de urenlange interviews pik: dat bepaalt mee het portret. Op die manier zullen sommige mensen mij in die portretten misschien toch herkennen.”

Zorg je er eigenlijk voor dat iedereen zijn portret ook daadwerkelijk te zien krijgt?

“Ik heb ze allemaal opgestuurd. De vraag is alleen of ze ook zijn aangekomen. De meeste van die mensen beschikken niet over de moderne communicatiemiddelen. Finaal is mijn allergrootste wens dat zij zichzelf herkennen in mijn portret, dat is het belangrijkste. Er loopt daar een aantal weken een pipo achter je aan, die maar blijft filmen en vragen stellen, en plots weer verdwijnt: ik kan mij wel voorstellen dat zij dan benieuwd zijn naar het gekristalliseerde eindproduct.”

Van opleiding ben je fotograaf, de laatste jaren maak je vooral documentaires. Denk jij eigenlijk in bewegend of in stilstaand beeld?

“Ik zie het vooral als een logische voortzetting van mijn werk als fotograaf. Maar voor Elements ben ik toch weer op een heel fotografische manier te werk gegaan. Elk portret kun je ook zien als een reeks foto’s, de camera beweegt heel weinig. Ik hoop echter dat de mensen zich niet zullen blindstaren op de beelden. Wat er gezegd wordt, is voor mij even belangrijk. Al die mensen hebben op een heel eerlijke manier hun hart geopend en ik hoop dat de kijkers dat ook op die manier aanvoelen.”

Uit Weerwolven groeide een sterke vriendschap met Jean-Marie Berckmans. Hou je ook aan Elements dergelijke duurzame contacten over?

“Ja. Ik zou het zelfs raar vinden als dat niet zo was. Je beleeft zulke intense momenten samen, dat smeedt een band. Met Freddi Nock, de Zwitserse koorddanser die zonder beveiliging over kabelbanen in de Alpen wandelt, zal ik later allicht wel nog andere dingen doen.

“Een van de grote moeilijkheden was wel dat ik meestal hun taal niet sprak. Dus moest het vaak via een tolk verlopen, en dat vormt toch wel een barrière. Maar om een goed portret te maken moet er vooral enige vorm van bewondering zijn. Onder de indruk zijn van waar iemand voor staat, helpt veel om een persoon mooi en inhoudelijk sterk te portretteren.”

De sport die alle elementen het best incorporeert blijft niettemin toch de koers. Hang je nog wel eens kromgebogen over het stuur tegen de wind?

“Hoe weet jij dat? Neen, ik kom er niet meer toe. Vroeger was ik lid van een wielerclub uit Reet, De Reetzweters. Maar de laatste jaren ontbreekt op alle mogelijke vlakken structuur in mijn leven, en dat heb je toch wel nodig om te fietsen. Maar ooit rij ik Stephan (Vanfleteren, LDW) wel nog eens uit het wiel op de Mont Ventoux. Ik heb nog een rekening met hem te vereffenen (lacht).”

Nog tot 7 mei in Leuven, www.docville.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234