Zondag 25/10/2020

Meus meet HAWLEY

Soms gaat het snel.

Jeroen Meus is fan van Richard Hawley, wil hem graag ontmoeten in zijn thuisstad Sheffield, en wil mij er bij, als vriend en muzikant. Vier telefoontjes later zitten we in een vliegtuig richting Noord-Engeland en belanden we in Fagans, Hawleys vaste pub. Voor een interview dat geen interview hoeft te zijn. We praten over Hawleys muziek, vanzelfsprekend, maar ook over het goede leven, lekker eten, mooie gitaren, platen kopen in Berlijn en Brussel. Bijna drie uur lang is Hawley de perfecte gastheer. Fotograaf Charlie De Keersmaecker maakt beelden en praat mee over muziek en gitaren.

Hawley en Meus. Ze hebben een en ander gemeen. Het zijn koppigaards. Harde werkers. Kuifdragers. Fans van Johnny Cash en Elvis Presley. Voor Jeroen staat Hawley zelfs náást Cash en Presley. Dat laat hij ook blijken.

"Mijnheer Hawley, of moet ik Your Hawleyness zeggen..."

"Stop. Doe maar Richard!"

"Oké. Richard, ik wou je zo graag in deze DMEUS omdat mijn broer mij ooit Cole's Corner cadeau heeft gedaan, een cd vol prachtige, tijdloze muziek. Sedertdien ben ik fan voor het leven. Je optreden in de Botanique in Brussel, een paar jaar geleden, was een van de beste die ik ooit heb mogen meemaken. Je had toen net je been gebroken."

"Ja, een vreemde avond was dat."

"Een mooie avond."

"Voor mij iets minder (hilariteit). Het was ons derde concert van de tournee. De dag ervoor speelde ik in Spanje, waar ik een vriend wonen heb. In de namiddag bezoek ik hem thuis, daal ik met mijn gloednieuwe schoenen de gepolijste marmeren trap van het appartementsgebouw af en ga ik woosh tegen de grond. Mijn scheenbeen volledig verbrijzelend, het merg lekte eruit. Raar hoor, zo stom vallen."

"Geen rock-'n-rollongeluk."

"Toch wel: op rock-'n-rollschoenen! Idioot van mij. Normaal maak ik met mijn sleutels krassen in nieuwe leren zolen. Maar deze keer dus niet. Ik was er erg aan toe, werd wakker na de behandeling en zag in dat Spaans ziekenhuis ineens Chloe, een vriendin van mijn vrouw. Ik dacht dat ik hallucineerde, maar zij bleek daar gewoon stage te lopen (lacht). Wat later kon ik terug naar het hotel, waar ik opnieuw in een diepe slaap viel. Ik werd wakker met mijn muzikanten rond mij. Ik dacht dat ik gestorven was, maar ze kwamen mij vragen of ik nog wilde optreden. Die avond heb ik, half hallucinerend op pijnstillers, toch gespeeld. En de dag nadien ook, in Brussel dus."

"Een prachtconcert was dat. Bij andere concerten word ik na twintig minuten ongedurig en ga ik voor iedereen pinten halen. Maar jij nam me mee op een reis."

"Bedankt, dat was wel de bedoeling. Ik heb vage herinneringen aan dat concert. Ze gaven mij Tramadol om de pijn te verdoven, een soort ruimteschip-pil waar je hoofd nogal wazig van wordt. Maar ik weet nog hoe het voelde om daar in een rolstoel op te treden. De Botanique is een gebouw met veel trappen. Ze hadden mij met drie man naar het podium gedragen, met rolstoel en al. En na het concert bleef ik bovenaan een trap staan, omdat we moesten wachten tot het publiek de zaal verlaten had. Het was blijkbaar een goed concert, want iedereen bleef daar veel te lang rondhangen (lacht). En ik zat daar te wachten tot iemand mij kwam halen. Iedereen was de kleedkamer ingedoken en beginnen te drinken. Daar zat ik dan, helemaal alleen en vergeten, na het concert van jouw leven."

Leren en vergeten

Joe, de baas van Fagans serveert onze fish-and-chips.

"Cheers Joe. Kun je er mij een paracetamol bij geven? Ik heb gigantische hoofdpijn. (Tegen ons) Gisteren veel te veel gedronken, hier."

"Je hebt Fagans al eens lachend 'my office' genoemd. Maar je komt hier dus ook na de kantooruren."

"Helaas."

"Als je op Google Fagans Sheffield intikt, krijg je als eerste hit: 'Possibly the worst pub in Sheffield'."

"Echt waar?"

"We weten wie dat geschreven heeft, iemand die de klanten hier graag 'linksige artiestentypes' noemt."

"Dat zijn we dan ook, hè, samen. En die gast die dat geschreven heeft is een arsehole. Ik drink hier al zo lang, minstens 25 jaar, en ik heb hier zo veel geleerd."

"En ook zo veel vergeten."

"...en ook veel vergeten. Het is hier goed. Een plek die een ziel heeft. Moderne cafés zien eruit als wachtkamers bij de tandarts. Ik verafschuw dat. Hier zie je het stof vallen, begrijp je ? En het mág hier vallen."

"Het is in elk geval merkwaardig dat je ons hier zo ontspannen ontvangt. De meeste muzikanten geven interviews aan de lopende band, in hotels. Om één uur spreken ze de Fransen, een half uur later de Duitsers.

"Dat doe ik soms ook, maar jullie hebben de moeite gedaan naar hier te komen. Ik verwelkom mensen graag, zeker op een plek die voor mij iets betekent.

En het eerste deel van mijn tournee zit erop, ik heb een beetje tijd. Hier, doe dit op je eten, Henderson's Relish! Gemaakt in Sheffield, jij moet dat zeker kennen."

"Om op de frieten te doen?"

"Om op alles te doen!"

"Een soort worcestershiresaus?"

Stop! Zeg dat niet. Je wordt hier gelyncht. Neen, dit is een uniek produkt van Sheffield. Het wordt hier gemaakt sedert de negentiende eeuw. Heel speciaal, onvervangbaar. Probeer maar. Het past bij alles. Je kunt het zelfs op je borst strijken, hahaha!"

(Het smaakt en ziet eruit als worcestershiresaus.)

"Lekker, hè ? Op tournee neem ik altijd een paar flessen mee, in een speciale flightcase (lacht). Ze hebben hier zelfs flessen waarop mijn naam staat, die verkopen we op onze T-shirtstand, en hier in Fagans ook. Hier, neem er eentje mee, voor in je restaurant."

"Wow, bedankt. Als ik eens iets kan terugdoen. Weet je wat: als jullie nog eens in België zijn, dan kom je met de groep bij ons eten, in Luzine."

"Je bent nu een week thuis, zeg je. Klopt het dat je tegenwoordig lange tournees vermijdt?"

"Ja. Ik kan het niet meer aan, lang toeren. Het slaaptekort verlamt mij. Slapen op een toerbus is als slapen op een kermisattractie. Eigenlijk slaap je níét. En te lang toeren is niet alleen slecht voor je lichaam en je geest, maar ook voor je muziek. Je komt los van de realiteit. Dat maakt alles kapot. Dus toer ik een maand en kom ik weer naar huis. Dat maakt het... beschaafder. Ik wil bij mijn gezin zijn. Mijn dochter Rosie is nu negentien, en ik heb zo veel van haar kindertijd gemist. Mijn andere kinderen wil ik méér zien. Lou is gisteren tien geworden, en straks vieren we feest. Hij speelt drums, heel goed zelfs. Mijn ander zoontje speelt uitstekend piano. En Rosie is een uitstekende gitariste geworden. Daar ben ik zo blij mee, dat ik mijn kinderen het cadeau van de muziek heb kunnen meegeven.

"Maar toen Rosie geboren werd, negentien jaar geleden - ik zag haar geboren worden, ik was de eerste persoon ter wereld die haar zag - trok mijn tourmanager mij na enkele seconden weg omdat ik met mijn groep Longpigs op tournee moest vertrekken. Naar Amerika. Voor bijna een jaar. Niet prettig, dat kan ik je verzekeren.

"Al die jaren van werk en wegblijven hebben er wel voor gezorgd dat er nu brood op de plank is. Die verloren jaren maak ik nooit meer goed, maar nu heb ik de luxe om het allemaal wat rustiger en menselijker te doen."

"Doet het je verder iets, dat je muziek steeds meer ingang vind, en dat mensen je wel eens 'The Sheffield Sinatra' noemen?"

"Whatever, denk ik dan. Het zijn maar woorden. Recensies en interviews lees ik niet. Mijn grootvader, die staalarbeider was, maar ook in musicals optrad, zei altijd: 'De goede kritieken maken je nek zo dik dat je de deur niet meer uit kunt, en de slechte kritieken zorgen ervoor dat je zelfs je bed niet uitdurft.' En hij had gelijk.

"Natuurlijk is het flatterender om met Sinatra vergeleken te worden dan met George Michael. Maar verder..."

"Zie je jezelf als een natuurlijke zanger?"

"Neen."

"Op je eerste solo-cd's staan redelijk veel instrumentals."

"Precies. Instrumentale rock is een genre dat ten onrechte verwaarloosd wordt. Soms heeft muziek geen woorden nodig om een gevoel te communiceren. Luister naar 'Sleepwalk' van Santo & Johnny, bijvoorbeeld, of 'Albatross' van Fleetwood Mac. Dat zijn instrumentals die vol woorden zitten, als je maar aandachtig genoeg luistert.

"Ik ben per ongeluk zanger geworden. Omdat niemand anders mijn melodieën kon zingen. Ik zing laag. Lager dan een basgitaar. Rond de tachtig hertz. Ik breng geluidstechnici in de war. Ik zeg hen: geef meer volume aan het gebied rond 80 hertz, en floep: ineens horen ze mijn stem. Ze zien mij eerst zingen en denken dat ik hen wil foppen. Dan draaien ze die lage frequenties erbij en horen ze De Stem Van Richard Hawley (lacht uitbundig)!"

"In mijn platenkast, alfabetisch gerangschikt, staan je cd's tussen die van PJ Harvey en die van Lee Hazlewood."

"Niet slecht, daar wil ik wel wonen. Naar hedendaagse muziek luister ik nauwelijks. Ook omdat ik mij niet te veel wil laten beïnvloeden. Als ik schrijf, wil ik puur zijn. Ik laat boeken toe, films, ik neem indrukken op. Maar geen muziek van nu. Ik wil fris blijven. Ik krijg mijn beste ideeën trouwens in mijn hoofd, als ik met de hond ga stappen."

"Echt? Dat doe ik ook, elke morgen."

"Welke hond heb je?"

"Een labrador."

"Ik een border collie. Die hebben hun kilometers nodig, soms tot vijftien per dag. Het geeft mij een frisse kop. Er gebeurt iets met iemand zijn hoofd als hij wandelt, zeker met een hond erbij. De pragmatische kant van je brein schakelt zich uit, denk ik. Je voeten volgen gewoon de hond. En het creatieve gedeelte van je brein neemt over.

"Sheffield is ideaal daarvoor. Het is een postindustriële stad, dat is waar, maar ze is omringd door de bergen en bossen van de Peak District. De stichters van de stad wilden indertijd ook dat de arbeiders zich konden ontspannen, en deden massaal veel land cadeau aan de gemeenschap. Er is dus veel groen in en rond de stad. Daarom ook ben ik hier blijven wonen. Een mijl buiten mijn deur begint een eeuwenoud bos, dat er al was toen Hendrik de Achtste nog op de troon zat. Dat is onvervangbaar, die connectie met het verleden. Het kan geen toeval zijn dat ik daar mijn beste invallen krijg."

Wachten op goede fee

"Je bent een meester van de simpele melodie die toch blijft hangen. Ik denk aan songs als 'Open up your door'. Eerst denk je: hoe dúrft hij, zo voor de hand liggend. Maar bij de tweede beluistering besef je dat die melodie alleen maar zo kan klinken."

"Dat is een mooi compliment. Zeker als het van een collega-muzikant komt. Maar het klopt: het zijn de elementaire melodieën die blijven. Je moet er geluk mee hebben. Vandaag kan ik het gevoel hebben dat ik misschien nooit nog een fatsoenlijke song zal schrijven. Het is altijd wachten op de goede fee die je onverwacht een mooi idee aanreikt. En zo wil ik het ook houden. Niet te veel analyseren. Doen! Zoals Yoda zegt in Star Wars: 'Do or do not' (lacht)."

"Je recente cd Standing at the world's edge lijkt wel een bewuste poging om anders te klinken. Luider, rauwer."

"Ja, ik wilde mijn stem echt onderwerpen. Misschien omdat ik die Frank Sinatra-onzin wilde vermijden. Maar vooral omdat ik iets nieuws wilde maken. Omdat ik dapper wilde zijn. Ik ben 45 jaar oud, heb een aantal albums op een bepaalde manier gemaakt. Moet ik dan ophouden met experimenteren? Ik wil de grond waarop ik rondspring breder maken, niet altijd op dezelfde plek dansen."

"Dat vind ik wel een beetje raar. Als kok zoek ik al jaren mijn eigen stijl. Ik zou denken dat iemand als jij, die zijn unieke stijl heeft gevonden, daarop wil voortborduren en vanuit een comfortabele zone verder werken."

"Zo comfortabel waren mijn vorige cd's niet. Het was altijd: zweten. Maar ik heb die platen al eens gemaakt, dat is het. Het zijn momentopnamen, als vliegen in hars gevat.

"Als je wilt, kan ik het vergelijken met eten maken: ik zou de recepten die ik voor Coles Corner en Truelove's Gutter gebruikt heb eindeloos kunnen recreëren. Maar zou mij dat bevredigen? Neen."

"Hoe schrijf je dan?"

"Ik weet het niet! (algemene hilariteit). Echt niet. Als ik je mijn geheim in een doosje cadeau kon doen, met een mooi lint er rond, ik zou niet aarzelen. Zo werkt het niet. Muziek overvalt mij. De goeie stukken, toch. Dat had ik al toen ik negen jaar oud was. Ik herinner mij één avond. Mijn vader stormde mijn kamer binnen, het was al laat. Ik lag op bed gitaar te spelen. Hij zei: 'Waarom slaap je nog niet? Je moet morgenvroeg naar school'. En ik zei: 'Er zit een liedje in mijn hoofd en ik kan maar niet vinden van wie het is'. En hij zei: 'Speel het eens voor'. En ik speelde het, met wat woorden erbij. En hij zei: 'Het is jóúw liedje, en ga nu maar slapen.' Het heeft lang geduurd voor ik begreep wat hij bedoelde. Maar hij had gelijk. Sommige songs komen je aanwaaien. Je pakt ze vast en ze zijn van jou."

"Niet slecht, een vader die je zoiets kan zeggen."

"Zo was hij. Een staalarbeider die ook muziek speelde. Heel hard aan de ene kant, maar toch ook een soort zen-meester. Hij leerde mij hoe magisch muziek kon zijn. Er zijn maar twaalf noten, maar de willekeurige combinaties zijn eindeloos, en eindeloos mooi. Aan de basis is het een wiskundig gegeven, maar het is ook iets méér dan wiskunde. Dat moet wel zo zijn, want muziek betovert ons allemaal. De magie, de gevoelens die tussen de noten zitten, die kun je niet definiëren. Heerlijk, toch?"

"Hoe weet je of een song af is?"

"Zoals jij weet wanneer je saus klaar is. Veronderstel ik. Weten wanneer je het vuur afzet: dat is de hele kunst. Ik veronderstel dat ik daarvoor een instinct heb. Ik voel het als een song voldragen is. Ik wéét het. (tast naar zijn hoofd) Soms kan een kater wel nuttig zijn, bij het schrijven. Je hoofd is dan als een deur die uit zijn hengsels hangt.

Ze zit nog in het kader, maar er is toch iets veranderd (lacht).

"Moeilijk is dat, je eigen proces analyseren. Ik probeer het te vermijden."

Trouwe ploegspeler

"Je wordt vaak gevraagd als producer van andermans platen. Dan moet je wel kunnen analyseren."

"Dat klopt, en daar heb ik een trucje voor: zo weinig mogelijk studiotijd boeken (lacht). Zo is er geen ruimte om te tobben of te twijfelen. Ik ben dan heel streng en zakelijk. Muziek maken, dat is uiteindelijk beslissingen nemen. En voor andermans werk kan ik dat blijkbaar sneller dan voor mijn eigen muziek."

"Ik heb dit jaar een plaat geproduceerd van een Belgische artiest, Patrick Riguelle, en na afloop feliciteerde hij mij, maar voegde hij eraan toe: 'Je weet toch dat je als producer mijn tweede keuze was? Mijn eerste keuze was Richard Hawley'."

"Hahahahaha! Echt? Mijn excuses daarvoor!"

"Niets van, ik vond dat een groot compliment."

"Weet je wat ik als producer het allerbelangrijkste vind? Ik denk dat je het met mij eens zal zijn: de song. Een producer die de song vooropstelt, kan niets verkeerds doen. Zo maak ik platen."

"Je maakt ze niet alleen. We praten hier nu wel met de soloartiest Richard Hawley, maar uit de kleine lettertjes op de cd's leren we dat je - net als Jeroen hier - een trouwe ploegspeler bent: je werkt al jaren met mensen als Colin Escott en Shez Sheridan."

Zeker. Liefde, vriendschap en loyaliteit zijn alles voor mij. En met mijn muzikanten... eigenlijk is het een groep geworden. Ik vertrouw die gasten, we kennen elkaar door en door. We spelen nu zo'n dertien jaar samen, en eigenlijk ken ik hen nog veel langer, van toen we tieners waren."

"Waarom ís het dat geen groep?"

"Omdat ik dat zo beslist heb. Heel bewust. Om te beginnen zijn groepsnamen belachelijk. Ik heb in Longpigs gezeten, dus ik mag dat zeggen. En als wij hier samen een band beginnen, hoe gaan we die noemen? Waarschijnlijk iets compleet willekeurigs als De Samentroepende Helikopters. Of zoiets. Begrijp je wat ik bedoel?"

"Toen ik solo ging, wilde ik mezelf ook zeer bewust blootgeven. Het moesten mijn platen worden, het moest mijn show zijn. Gaandeweg heb ik mensen daarin toegelaten, die nu onmisbaar zijn geworden. En nu kan ik deze muziek niet met vreemden maken. Ik heb dat vertrouwen nodig."

"Bij mij is dat net zo. Ik werk met een ploeg die ik door en door ken."

"Opnieuw: ik wil het niet te veel analyseren. Maar ik stel vast dat mijn methode werkt. Ik ga mijn geluid niet op een ander zoeken. Mijn mojo is hier. Ik heb hier mijn eigen Sun-studio, mijn eigen Chess-studio. En als ik andere mensen produceer, laat ik die gewoon naar Sheffield komen. Ik ga niet al mijn gitaren verhuizen (lacht)."

"Verzamel je nog steeds gitaren?"

"Reken maar. Dat is geen zwakte, dat is een sterkte (hilariteit). Een gitarist kan nooit genoeg gitaren hebben. 'Schat, die gitaar heb ik echt nodig!' (lacht) Ik heb hier trouwens net iets moois binnengekregen, van Eastwood Guitars, zo'n fantastisch klein gitaarmerk. Een twaalfsnarige elektrische gitaar, mét een tremolo! Totaal uniek. Kijk, ik heb een foto op mijn telefoon."

(Niet-gitaristen kunnen nu even iets anders gaan doen.)

"Ongelofelijk, hè. Een twaalfsnarengitaar met een tremolo! En weet je wat: ze werkt echt! Ze ontstemt niet, ze speelt geweldig. Daar kan ik zo gelukkig van worden. Ik heb er meteen deze foto van genomen en hem naar Shez gestuurd, met de boodschap: The eagle has landed. Het ongelofelijke is gebeurd. Een twaalfsnarengitaar met een tremolo!"

Zo gaan we nog even door. Zoals alle muzikanten praat Hawley liever over zijn gereedschap dan over de mysterieuze redenen waarom zijn muziek zo fantastisch klinkt.

En dan stappen we naar buiten. Om te bewijzen dat we in Noord-Engeland zijn, betrekt de blauwe hemel plotseling en staan we met z'n vieren in de kille regen wat te stampvoeten en te lachen. We nemen stilaan afscheid. Charlie maakt de laatste foto's, en Jeroen vertrouwt Richard nog toe dat hij het nummer 'Cole's Corner' vaak voor zijn babyzoon zingt, en dat het kind daar rustig van wordt. "Ook daarom ben ik ooit dat soort muziek gaan maken", zegt Hawley. "Muziek die dicht bij het echte leven zit."

Amen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234