Woensdag 20/10/2021

'Meubels zijn kleine gebouwen'

Jean Nouvel toont dit najaar zijn meubels, lampen en andere voorwerpen in het Parijse designmuseum Les Arts Décoratifs. 'Ik ben geen designer. Ik ben een architect die soms ook aan design doet.'

Jean Nouvel draagt die avond zwart, als vanouds. Hij is 71, en zichtbaar verouderd sinds ons vorige gesprek, enkele jaren geleden. Hij stapt moeilijk, lijkt vermagerd, is nog altijd een beer van een vent, maar toch wat minder imposant dan vroeger. Hij praat stil, bromt en brult niet. Maar hij is nog altijd even strijdvaardig.

Hij citeert Renzo Piano, die andere geniale architect van zijn generatie. "Renzo heeft ooit gezegd: ''t is op het moment dat je het meest weet, dat je moet stoppen'."

Hij monkelt.

"Ben je eindelijk op kruissnelheid, en dan is alles al voorbij."

Maar zover is het nog niet. Oef. Nouvel, die in 2008 de Pritzker won, ofte de meest prestigieuze prijs in de architectuurwereld, is ongetwijfeld de belangrijkste Franse architect van zijn generatie, misschien de belangrijkste architect zonder meer. Hij heeft wolkenkrabbers gebouwd, musea, woningen en kantoren, shopping malls en flagshipstores, alsook het hoofdkwartier van de politie van Charleroi, de in 2014 afgewerkte Tour Bleue.

De man die monumenten doet verrijzen van Abu Dhabi (het Louvre aldaar) tot Tokio (de ondergewaardeerde kolossus in glas en staal van reclamegigant Dentsu), is in zekere zin zelf een monument. Maar hij is niet klaar om al definitief op een piëdestal te worden gehesen.

Matras voor hippies

Nouvel ontwerpt behalve gebouwen ook meubels en voorwerpen. Als architect, welteverstaan. "Ik ben geen designer", preciseert hij, alsof dat nodig was: "Ik ben een architect die soms aan design doet. Ik zie meubels en objecten als kleine gebouwen, des architectures de poche. Zakarchitectuur."

Hij is daarmee geen uitzondering: nogal wat greatest hits van de designsector, onverwoestbare evergreens, zijn van de hand van architecten, te beginnen met Le Corbusier.

En de kunst van het vullen van ruimtes met spullen heet ook niet voor niets interieurarchitectuur.

Eigenlijk heeft Jean Nouvel geen hoge dunk van design. "Acht of negen keer op tien is design niet meer dan stilisme", begint hij. "Er zijn elk jaar beurzen, er zijn trends. Maar er wordt zelden uitgepakt met meubilair dat echt vernieuwend is. Negentig procent van de ontwerpen die je op zo'n beurs ziet, zijn in wezen oninteressant."

Zelf heeft hij sinds 1987 meer dan honderd ontwerpen ter wereld gebracht, van tafels (véél tafels) tot kopjes. Hij runt al jaren naast zijn architectuurpraktijk een apart bedrijf voor design, JND. De beide studio's opereerden tot enkele maanden geleden bijna volledig van elkaar gescheiden, maar na een recente herstructurering werken de teams voortaan nauwer samen (more is more!)

Dit najaar exposeert de architect zijn tafels, kasten en banken in het Parijse designmuseum Les Arts Decoratifs, en ons gesprek vindt plaats tijdens een receptie te zijner eer aan de overkant van de Seine, in de showroom van Molteni&C, de Italiaanse meubelfabrikant waarmee hij vaak samenwerkt.

Hij heeft fijne herinneringen aan zijn eerste project als designer-tussen-aanhalingsteken. "Ik was architect van de Biennale des artistes, een kunstmanifestatie in Parijs. De eerste editie, in 1971, vond plaats in de grote hal van het Parc Floréal van Vincennes. Er waren nauwelijks middelen, maar het was een mooi evenement. De biënnale had een muzikaal luik, in een soort amfitheater waarvoor ik gigantische matrassen heb gemaakt van telkens honderd vierkante meter groot, gevuld met bolletjes in polyurethaan. Dit was post-'68. Stel je voor hoe iedereen languit, sigaret in de hand, op die matrassen lag gevleid. Het was hallucinant. Af en toe barstte er een matras onder de druk van het gewicht van al dat volk. En dan zag je de penningmeester fronsen. Omdat hij geen idee had waar hij het geld zou halen om zo'n reusachtig ding te laten dichtnaaien."

Nouvel buldert van het lachen. "Dat was mijn eerste designontwerp. Ik was net weggegaan bij Claude Parent (zijn leermeester, die eerder dit jaar overleed, JB) om mijn eigen praktijk te beginnen. Ik was bezig aan een huis, ik had enkele kleine projecten, maar nog geen grote verwezenlijkingen op mijn actief. Ik was 26 in 1971, een baby."

De truc met de gestapelde stoelen

Het duurde zestien jaar vooraleer Nouvel zich opnieuw aan design waagde: een half dozijn voorwerpen in aluminium, waaronder een verstelbaar tafeltje, een kamerscherm en een werkdoos. De kleine collectie werd tentoongesteld door VIA, een Franse designorganisatie die elk jaar een aantal ontwerpers carte blanche geeft. "Dat was in 1987. Ik had net het Institut du Monde Arabe afgeleverd. Ik was nog vol van aluminium. Een aantal van de prototypes is destijds gestolen, en de fabrikant ging failliet. Na die tentoonstelling heeft Rolf Fehlbaum van Vitra me gevraagd of ik niets voor hem kon ontwerpen. Ik heb enkele stoelen gemaakt, in heel fijn aluminium, een millimeter dik. Het idee was dat je verschillende stoelen op elkaar zou kunnen stapelen, en dat je dat niet zou zien. Je wist niet of je op één stoel zat, of op vier gestapelde stoelen." Het procedé bleek moeilijker dan verwacht. Vitra heeft de stoel nooit gecommercialiseerd.

Vanaf de jaren negentig ontwierp Nouvel vaak zelf meubilair voor zijn gebouwen, al dan niet op vraag van de opdrachtgevers. "Af en toe werden mijn ontwerpen opgepikt door fabrikanten, maar ze kwamen zelden spontaan naar me toe."

"De eerste meubels die ik zo heb ontworpen is Les élémentaires, een lijn fauteuils die modulair zijn en transformabel, zodat ze gemakkelijk aangepast kunnen worden aan de schaal, de proporties en de kleur van het gebouw of de ruimte waarvoor ze bestemd zijn. Die Élémentaires heb ik in de loop der jaren ongeveer overal geplaatst, blauw en rood in New York, wit in Genève. Carlo Molteni heeft het concept onlangs gerecupereerd voor zijn merk. Dat verhaal krijgt dus een vervolg."

Licht en troebel

Hij doet niet aan barok. Hij noemt zijn ontwerpen 'Élémentaire' of 'Less' (zijn tafels voor de Fondation Cartier, allicht zijn grootste succes, in productie bij Molteni) of zelfs 'LessLess' (een nieuwe versie van die tafel). Maar noem Nouvel liever geen minimalist.

"Mijn obsessie is altijd dezelfde, of het nu om grote architectuur gaat of kleine: faire du sens et du sensible. Ik probeer altijd de essentie van een archetype te vatten: de concrete, intieme dimensie van een object."

En wat bedoelt hij daarmee?

"Als ik het over intimiteit heb, dan bedoel ik iets dat er vanzelf is. De intieme dimensie, dat is de coherentie tussen een geest en een lichaam. Net zoals bij mensen."

Euh, okay dan.

"Er wordt vaak heel ongepast over minimalisme gepraat. Ik ben geen minimalist. Ik verleg telkens de logica van een materiaal, een gebruik, een karakter, en dat resulteert in een zekere spanning. Ik verwijs naar het vocabularium van de filosoof Vladimir Jankélévitch. Die had het over 'le je ne sais quoi et le prèsque rien'. Ik ontwerp graag gebouwen en meubels met een zeker mysterie, objecten die rigoureus zijn en nerveus."

Zijn dat geen tegengestelde begrippen?

"Helemaal niet. Nervositeit, dat betekent spanning. Nervositeit kan ook hysterie zijn, maar dat is niet wat ik bedoel. Le je ne sais quoi et le prèsque rien, daar is het mij om te doen. Wat ik doe is niet bijzonder hysterisch."

"Ik citeer vaak de dichter René Char: 'Ce qui vient au monde pour ne rien troubler ne mérite ni égards ni patience.' Met mijn werk wil ik vragen oproepen, maar die vragen moeten vervolgens ook weerstaan aan antwoorden. Ik ben geïnteresseerd in licht, maar op een andere manier dan Le Corbusier. Ik ben toch vooral op zoek naar het troebele. Soms bereik je dat per toeval, en soms is het vooraf geprogrammeerd."

Parijse trauma's

Nouvel is opgegroeid in de Dordogne en torst nog altijd een licht accent van het zuiden. In 1966, een halve eeuw geleden, kwam hij naar Parijs om te studeren aan de École nationale supérieure des beaux-arts.

"Als je een stad als Parijs bent," zegt hij over zijn biotoop, "dan creëert dat verplichtingen. Ik vind, jammer genoeg, dat de verkozenen van deze stad al heel snel de ambitie hebben opgegeven om op het niveau te blijven van hun erfgoed. En het resultaat daarvan zijn een reeks perifere wijken aan de binnenkant van de Périphérique (de ring rond Parijs, JB), wijken zonder relatie met de bestaande gebouwen en perspectieven. Het is gewetenloos, een vom van misdaad, om zó ongevoelig te zijn. Parijs is zeker niet de enige stad waar veel is misgelopen, maar er zijn ook steden die beter hebben gedaan."

"Parijs verandert weinig. Mitterrand heeft zijn best gedaan, en wij ook, maar je kunt niet zeggen dat Parijs verandert in de diepte. Tegelijk heeft de stad haar patrimonium niet kunnen bewaren. De architectuur van de jaren vijftig is bijna volledig verdwenen. De cinema's, de bars, de winkels - dat soort gebouwen is nooit beschermd. En niemand bekommert zich om de zinken daken van Parijs, toch een uniek landschap. Wat doe je daarmee? Hoe zorg je ervoor dat die daken blijven? Hoe maak je ze beter zichtbaar?"

"Alles welbeschouwd heb ik zelf weinig gebouwd in Parijs", zegt Nouvel. "Eén grote opdracht per decennium, daar is het bij gebleven." En hij somt op: het Institut du monde arabe (1987), de Fondation Cartier (1994), het Musée du quai Branly (2006), en de Philharmonie de Paris (2015). "Plus een hoop projecten die nooit het daglicht hebben gezien, da's zeker."

Nouvel had ambitieuze, spannende plannen voor onder meer het winkelcentrum Les Halles in het oude hart van Parijs, het Stade de France van Saint-Denis, en een transparante, 425 meter hoge Tour sans fin in de zakenwijk La Défense. De toren is er nooit gekomen. "We hebben er drie jaar aan gewerkt met een team van honderd, honderdvijftig mensen", zucht Nouvel. "Toen kreeg de bouwpromotor, de Caisse des Dépôts, een nieuwe directeur, die het terrein heeft verkocht. Heel simpel. Die Caisse des Dépôts is een staatsinstelling, en daarom hadden we aanvaard om onder bijzondere voorwaarden te werken. Maar we zijn van de ene dag op de andere ontslagen."

"Daarna kwam het project voor het Stade de France, waarvoor we de architectuurwedstrijd hadden gewonnen. Dat zou een heel nieuw type stadion worden, met verschuifbare tribunes. De toenmalige eerste minister, Edouard Balladur, zag zichzelf als president, en dat project is ons om politieke redenen afgepakt. Ik heb mijn proces gewonnen, maar toen was het huidige stadion al gebouwd. Daar was ik vet mee."

Jean Nouvel, Mes meubles d'architecte, tot 12 februari 2017 bij Les Arts Décoratifs, Parijs, lesartsdecoratifs.fr

Sofa voor Molteni&C, de Italiaanse fabrikant met wie Nouvel vaak samenwerkt.

Spiegel Miroir A uit 2014.

Jean Nouvel, intussen 71 maar nog even strijdvaardig als vroeger.

Zijn eerste project in New York wordt een appartementsgebouw naast het MoMa.

Lamp Equilibrist voor Artemide.

De Fondation Cartier in Parijs (1994).

De LessLess- tafels van Nouvel, te zien tijdens de expo.

L'Institut du monde arabe in Parijs (1987).

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234