Dinsdag 17/05/2022

Meubelen met een aanstekelijke levenslust

De meubelen van Bernard Duthoy prikkelen. Eén blik erop en je voelt je meteen aangesproken. Is het hun wilde vorm, hun imposant formaat of hun felle kleuren? Duthoy sculpteert zijn meubelen in elk geval als een eigentijdse voortzetting van de nog steeds beklijvende art nouveau.

Vlak voorbij de kerktoren van Wortegem-Petegem, langs de weg naar Oudenaarde, staat het huis van beeldhouwer-ebenist Bernard Duthoy. Om zijn 'erf' op te rijden moet je voorbij een dwars gebouwd duivenhok. Dat een duivenhok wijst op een hoge graad van plattelandse authenticiteit en bezoekers die gedachte aldus zouden kunnen associëren met de ziel en de echtheid, die Duthoy in zijn meubelen legt, is noch voor hem, noch voor zijn vrouw een argument om het duivenhok te behouden. In de toekomst moet het sneuvelen, geen genade. "We willen het huis netjes zetten", zegt hij, "en dat duivenkot is een doorn in ons oog." Duthoy vindt het essentieel voor zijn creatieve geest dat hij zich goed voelt in zijn huis. Tenslotte is het zijn voedingsbodem, de bron waaruit hij zijn nooit aflatende inspiratie put. Zodra z'n huis en z'n atelier helemaal in orde zijn, zal hij zich hier, op een boogscheut van de dorpskern van Wortegem-Petegem, op zijn gemak voelen. "Vroeger woonden we in Kaster, middenin een open veld", zegt hij, "en ik weet niet waarom, maar ik voelde me er altijd nerveus." Het huis waar hij nu woont dateert van vierhonderd jaar geleden. De sfeer is er anders; hier hangen goeie vibes . Het bewijs daarvan werd honderd jaar geleden geleverd, toen Wortegem geteisterd werd door de pest. "Wie tijdens de epidemie in dit huis kwam verblijven is ervan gespaard gebleve," vertelt Duthoy. Voor hem was dat verhaal een teken aan de wand. "Ik maak hier inderdaad veel beter werk dan in Kaster. De meubelen die in dit huis ontstaan zijn op de een of de andere manier puurder."

Ebenist worden was geen familietraditie. Duthoys vader was een architect en hij bracht Bernard de liefde en de interesse voor de art nouveau bij. In die stijl, zegt Duthoy, liggen voor hem de wortels van wat hij nu maakt. Overigens herkent hij in wat hij maakt ook verbondenheid met de lakmeubelen van de Vlaamse meubelontwerper Emiel Veranneman.

Veertien jaar geleden kwam Duthoy van school af. "Ik volgde eerst een opleiding houtbewerking en meubelmakerij in Waregem; daarna ging ik naar Saint-Luc in Doornik, om klassieke houtsculptuur en beeldhouwen te volgen. Als je zo'n opleiding krijgt, ga je doorgaans later Louis XV-meubelen sculpteren of maak je klassieke Mariabeeldjes. Maar toen ik afstudeerde, bracht mijn leraar me in contact met mensen die een paardenmolen, een carrousel hadden. Zij zochten iemand die hun paarden kon restaureren. Later wilden ze ook nieuwe paarden, zodat ik toch meteen twee jaar aan die carrousel ben blijven werken. Enerzijds was dat leuk werk, maar toch, anderzijds ik was altijd maar bezig met paarden maken en op de duur wilde ik wel eens wat afwisseling. Nu voelde ik me altijd al sterk aangetrokken tot dingen die heel lang blijven bestaan, dingen die mooi zijn en duurzaam. Meubelen zijn daar een perfecte veruiterlijking van, vond ik. En zo begon ik aan mijn eerste meubel, een barmeubel. Daarmee nam ik deel aan een expositie en een paar wedstrijden, waaronder die voor de beurs 'Interieur Kortrijk ' van 1992. Ik kreeg veel bijval, ik won zelfs een prijs, de eerste prijs Métiers d'Art' in Le Touquet."

Daardoor aangemoedigd besloot hij om verder te gaan in het sculpteren van meubelen. Korte tijd later, nog in 1992, maakte hij kennis met een Duitse galeriehouder, Maennig. "Ook hij was zo enthousiast dat hij besloot ervoor te zorgen dat mijn meubelen in Duitsland op tentoonstellingen kwamen. Vorig jaar nog won ik zo weer een prijs, die van het Museum für Kunsthandwerk in Leipzig."

In 1997 toonde de eigenaar van de plaatselijke Wortegemse galerie, Ludwig Lefevere, interesse voor Duthoy's meubelen. Hij is tegenwoordig de voornaamste steun en toeverlaat van de Wortegemse ebenist in België. Enkele van Duthoy's meubelen staan nu permanent in zijn galerie tentoongesteld.

"Ik zie de meubelen die ik maak niet als meubelen, maar als beelden," zegt Duthoy. Daarin laat hij volop zijn beeldhouwersopleiding spreken. "Om meubelen te maken moet je een functioneel denker zijn", zegt hij, "en dat ben ik niet. Mijn meubelen kunnen functioneel zijn, maar voor mij is dat geen noodzaak. Na zeven jaar bezig zijn met sculpteren worden mijn meubelen meer en meer beelden. Het zijn de opdrachtgevers die vroegen - en vragen - om er een functie aan te geven. Waarom niet? Maar ik vertrek van een idee dat ik in mijn hoofd heb, niet van wat zij me vragen. Dat zou me teveel beperken. De mensen hebben over het algemeen al een beeld van wat zij als resultaat willen; ze hebben bepaalde verwachtingen. Voor mij werkt dat niet. Ik maak van mijn idee eerst een kleine aquarel. Dan mogen mijn opdrachtgevers gerust eens komen kijken. Als ze mijn tekening mooi vinden, maak ik de tekening op ware grootte en begin ik het meubel uit te voeren in hout. Later zet ik er dan wel de nodige kastdeuren aan of stop ik er lades in. Maar ik start nooit bij dat functionele aspect."

De opdrachtgevers komen in de lange periode dat Duthoy aan een meubel werkt - soms vier maanden - vaak langs. "Het liefst heb ik dan dat ze alleen maar kijken en niks eisen. Van elk meubel weet ik waar ik ermee naartoe wil en ik heb liever niet dat men me iets oplegt. Het kan bijvoorbeeld ook gerust zijn dat het resultaat dat ik uit het hout wil krijgen er niet is op de afgesproken datum en ik er nog twee maanden langer aan moet werken. Maar ook dat trek ik me de laatste tijd niet aan; ik ben behoorlijk eigenwijs aan het worden. Dat is zeker de logische evolutie? Van het ene meubel neem ik, wanneer het uiteindelijk af is, ook moeilijker afscheid dan van het andere. Ik plan dan wel altijd om er eerst een mooie foto van te nemen, maar dat komt er zelden van."

De meubelen die Duthoy tekent zijn niet geometrisch; ze hebben een grillige, organische vorm. "Moeilijk uit te voeren is dat", zegt de ebenist, "je kunt niet vertrekken van een meetkundige tekening. Het enige wat ik kan doen, is steunen op die tekening in ware grootte. Ik werk dus grotendeels op het gevoel. Meestal begint zo'n meubel met het lijmen van blokken hout. Dat kan niet anders; mijn meubelen zijn groot en er bestaat geen enkel blok massief hout dat groot genoeg is om zo'n meubel uit te houwen. Dus lijm ik verschillende blokken massief hout aan elkaar. De kunst daarbij is ervoor te zorgen dat er van de naden en overgangen tussen de houtnerven in het afgewerkte meubel niets te merken valt. En daarna houw ik de buitenkant, houw ik er eigenlijk de vorm in. Die hangt niet enkel af van de tekening. Zo'n meubel groeit: ik begin eraan, het staat in het atelier, ik kom binnen en zie dat het nog veel te dik is, of te lomp, en dan sculpteer ik er weer een beetje verder aan.

"Wordt het een functioneel meubel en niet louter een beeld, dan houw ik er ook delen van de binnenkant uit. Omdat ik zo'n grillige vorm aan mijn meubelen geef, is het moeilijk om er passende deuren of laden voor te maken. Ik moet die delen niet alleen in dezelfde stijl sculpteren; ik moet er ook nog eens voor zorgen dat ze nauwkeurig in de openingen passen."

Alle meubelen van Duthoy zijn van hout. Dat zou je niet zeggen, als je de glanzende, kleurrijke objecten ziet staan. Het lijkt eerder op kunststof. "Dat is het gevolg van de afwerking met dure hoogglanslak. Vroeger gaf ik mijn meubelen altijd een lakafwerking. Nu twijfel ik er meer en meer aan of ik dat wel moet doen. Zo ziet niemand natuurlijk nog het originele materiaal, het hout. De lak verbergt ook het maandenlange sculpteren van het hout. En dat is misschien jammer."

Net zoals er leven zit in de houten paarden van een carrousel probeert Bernard Duthoy leven te stoppen in zijn meubelen. Dat doet hij vooral door de lijnen in het meubel allesbehalve parallel met elkaar te laten lopen en door alle oppervlaktes heel oneffen te maken: bulten, zachte stekels en rondingen hebben tot gevolg dat je de indruk krijgt dat het meubel elk ogenblik door de kamer zal gaan lopen. Animisme, leven toeschrijven aan dode voorwerpen, mag dan in de psychologie een typisch kenmerk zijn van zesjarigen, de straks vierendertigjarige Bernard Duthoy lijkt er in zijn meubelen nog steeds volop van in de ban te zijn.

Behalve beweging stralen zijn meubelen ook kracht uit. Die kracht steunt onder andere op hun afmetingen, hun massieve karakter en zeker toch ook op die lakkleuren. Roodzwarte combinaties, met hier en daar een felgeel accent, lijken Duthoys voorkeur weg te dragen. "Ongetwijfeld omdat het hele sterke kleurencombinaties zijn. Maar die kleuren zijn geen must; ik maak evengoed een meubel dat ik in turkoois en oranje laat lakken. Zolang ze maar spanning uitstralen en bij de toeschouwer emotie losmaken. Dat is wat ik met die kleuren beoog."

Eigenlijk moeten Duthoys meubelen bekeken worden als beeldhouwwerken en aldus een plaats krijgen in een interieur. "Omdat ze driedimensioneel beleefd kunnen worden, doen ze het goed als ze los in een ruimte gezet worden, als er omheen kan worden gelopen", zegt Duthoy. "Maar ik begrijp ook wel dat de meeste mensen hun interieur nog steeds op een klassieke manier aankleden en een kast of een barmeubel tegen een muur zetten. Eigenlijk is het mijn taak om hen ertoe te bewegen het eens anders te proberen, maar daarvoor ben ik niet communicatief genoeg. Ik kom zelden mijn huis uit en ik was eigenlijk heel gelukkig toen Ludwig Lefevere de verkoop en alle communicatie rond zo'n meubel van me overnam. Dat mijn meubelen nu vooral via galeries verkocht worden, vind ik wel goed. Dat circuit is het beste verkoopkanaal voor dit soort meubelen. Meestal gaat het tenslotte toch om unieke stukken die niet zomaar één-twee-drie in elkaar gezet werden. Maar ik sluit daarmee een andere verkoopwijze niet uit. Ik heb bijvoorbeeld recent ook nog een andere meubellijn getekend, die iets commerciëler is. Die ligt hier thuis in de lade te wachten op een producent die komt zeggen dat ze hem interesseert, want mezelf aan iemand gaan verkopen, dat kan ik niet. Ook dat heeft Lefevere trouwens al een beetje op zich genomen; hij is voor mij aan het zoeken naar een fabrikant. Voor mij is zo'n tussenpersoon noodzakelijk. Niet alleen omdat ik mezelf slecht verkoop, maar ook omdat ik op die manier mijn eigenheid kan bewaren. Ik hoef niet over compromissen te onderhandelen; via Lefevere kan ik zeggen dat men mijn meubelen zo te nemen of te laten heeft."

Hoewel Duthoy zich zo meer en meer op het gebied van meubelontwerpen begeeft, vindt hij zichzelf allesbehalve een meubelontwerper en zeker geen meubelmaker. "Een ebenist vertrekt van een ander uitgangspunt", zegt Duthoy, "hij draait op emotie; hij legt zijn hart in wat hij maakt. Ik vertrek nooit van een financieel oogmerk. Het is de liefde voor wat ik maak die de hoofdrol speelt. Technisch is er ook nog een verschil. Een ebenist sculptuurt hout en blijft zo meer in de sfeer van ambachtelijk werken hangen. Een meubelmaker of -ontwerper gebruikt een grotere variëteit aan materialen, al dan niet op een vooruitstrevende manier. Nu waag ik me ook wel aan het gebruik van smeedwerk voor sommige onderdelen van mijn meubelen. En er is natuurlijk ook al het lakwerk. Die zaken doe ik nooit zelf. Ik werk met een smid uit Wortegem-Petegem en voor het lakwerk vervoerde ik mijn meubelen tot voor kort naar een atelier in Brussel. Specialistenwerk moet je aan specialisten overlaten is mijn advies. Merk je trouwens dat er heel wat van die ambachten aan het heropleven zijn? Volgens mij is dat omdat er steeds meer mensen een zelfstandig beroep willen uitoefenen. Als je dat ene ding ontdekt waar je heel goed in bent geeft dat ook een massa voldoening." Duthoy heeft zijn ene ding alleszins ontdekt.

Info: Art Gallery Ludwig Lefevere, 056/68.72.96.

Bernard Duthoy, een ebenist die zijn eigen, koppige gangetje gaat.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234