Dinsdag 10/12/2019

Met z'n allen aan de kortjes

Het is compact, leest snel en geeft een 'af' gevoel. Het korte verhaal is in opmars in deze versnipperde, digitale tijden. Laat je alvast bedwelmen tijdens de Lange Nacht van het Korte Verhaal.

"Het korte verhaal verhoudt zich tot de roman zoals een potloodschets tot een olieverfschilderij", zo liet Walter van den Broeck zich ooit ontvallen. Maar voor bloemlezer Joost Zwagerman is het korte verhaal een smooth operator: "Het komt niet direct op je af, het draalt en talmt even om vervolgens een subtiel gebaar naar je te maken." Moeten we het beschouwen als een vaardige vingeroefening of eerder als een klein koninginnenstuk? Of zijn korte verhalen het ideale literaire zoethoudertje voor ons jachtige tijdperk, waarin onze aandachtsspanne sneller slinkt dan het gat in de ozonlaag?

In ieder geval won het genre sinds de bekroning van Alice Munro met de Nobelprijs literatuur in 2013 flink aan aanzien. Het wemelt tegenwoordig van de initiatieven omtrent het korte baanwerk in de letteren, ook in Nederland en Vlaanderen. Zo werd ter opwaardering van het korte verhaal onlangs de J.M.A. Biesheuvelprijs in het leven geroepen. Via crowdfunding, nota bene, waardoor de eerste laureaat Rob van Essen met Hier wonen ook mensen 4.867 euro mocht bijschrijven op zijn conto. En is het een signaal dat zijn - verdeeld ontvangen - bundel vervolgens ook op de shortlist van de Gouden Boekenuil prijkte?

Ook de Zeer Korte Verhalen (ZKV's) van de tegendraadse schrijver A.L. Snijders beleven een voorzichtige doorbraak. Dit jaar is hij zelfs bevorderd tot het boegbeeld van de Nederlandse leesbevorderingscampagne Nederland Leest. "Natuurlijk hebben we enigszins ingespeeld op de groeiende populariteit van korte verhalen", zegt Peter Roosendaal van het organiserende CPNB. "Het is ook wel logisch dat er meer aandacht komt voor de vertelling in kort bestek: de communicatie via Twitter, Facebook of Whatsapp wordt beknopter en dat zie je dan ook terug in de literatuur."

Bij ons maakt dan weer het platform iStoires onder impuls van Ianka Fleerackers zijn borst nat voor de digitale en papieren verspreiding van korte verhalen van Vlaamse en Nederlandse auteurs als Christophe Vekeman, Kristien Hemmerechts en Saskia De Coster.

Je kunt er niet omheen kijken: steeds meer uitgeverijen lonken naar korte verhalen. En dat gebeurt vaker door een eigen reeks in het leven te roepen. Short stories zijn gemakkelijk te verhapstukken tijdens het wachten op de trein of tussen de hectiek van ons alomtegenwoordige digitale leven en lenen zich perfect voor de e-reader en de smartphone.

Keihard werken

Ook Passa Porta-boekhandelaar Steven Van Ammel ziet het verschijnsel: "Er is zonder meer een verandering merkbaar. Het genre krijgt meer armslag. Zo heeft uitgeverij Podium onder meer een verhalenserie met korte verhalen van F. Scott Fitzgerald en de Israëlische auteur Etgar Keret, net als uitgeverij Wereldbibliotheek met zijn Novellen. De Bezige Bij startte dan weer met Vleugels, een volledig digitale reeks korte verhalen. En logisch: als er meer aanbod bestaat, wordt er uiteraard meer van verkocht. Ik merk het zowel bij mijzelf als in mijn vriendenkring. Ik lees regelmatiger korte verhalen omdat je het gevoel krijgt iets te kunnen afronden, in tegenstelling tot dat vreselijk onaffe gevoel dat je bij een vuistdikke roman hebt. Heeft het dan toch iets te maken met onze voorthollende tijd? Opvallend ook hoe uitgeverijen als The New York Review of Books inzetten op korte verhalen, met auteurs als William Gass, Silvina Ocampo of Tatjana Tolstaja."

Van Ammel denkt ook dat schrijvers zelf zich meer willen profileren met korte verhalen. "Je kunt er als beginneling mee in de kijker lopen en jezelf in de markt zetten. En je ziet dat auteurs vaker zelf een literair tijdschrift gaan bestieren, kijk maar naar Das Magazin."

Zijn er schrijvers die verkoopsmatig profiteren van de korteverhalentrend bij de Brusselse Passa Porta-boekhandel? "Je ziet mensen vaker grijpen naar de korte verhalen van Etgar Keret, de Amerikaanse Lydia Davis of de Nederlander Joubert Pignon."

Uitgevers mogen dan meer brood beginnen te zien in korte verhalen, toch beschouwen ze het voornamelijk nog als opstapje naar de roman. Commercieel blijft het korte verhaal stevig achterophinken. Thomas Heerma van Voss - die met De derde persoon onlangs een voortreffelijke verhalenbundel afleverde - vertelde bij de Biesheuvelprijs een anekdote over een vriend met schrijversambitie, die omzwermd werd door uitgeverijen. "Er was alleen één probleem: mijn kennis wilde debuteren met een verhalenbundel. En daar hadden de meeste uitgeverijen geen zin in. Het verkoopt niet, zeiden ze. Een verhalenbundel is niet meer van deze tijd. Een verhalenbundel kan alleen werken bij auteurs die al een boek gepubliceerd hebben."

Het zoveelste bewijs dat de roman veel hoger in de hiërarchie staat, vermoedt Heerma Van Voss. "Het opmerkelijke is dat menigeen meer en meer lijkt te vergeten waartoe een goede verhalenbundel in staat is. Hoezeer die kan verrassen, een oeuvre kan vormen en sturen, juist als iemand nog niet eerder een boek heeft uitgebracht."

Ook korteverhalenadept Ton Rozeman, in december nog te gast op het succesvolle Kortverhalenfestival van boekhandel Limerick in Gent, timmert met zijn site shortstory.nu aan de promotie van het genre. Maar hij beseft evenzeer de beperkingen: "Het korte verhaal is immers keihard werken voor de lezer. Een kort verhaal is geen warm bad, maar meer een soort dompelbad. Je wordt erin geduwd en er plots weer uit gehaald. Het is veel suggestie, veel weglaten. Inzicht krijgen in een klein moment."

Overzichtelijkheid

Zeker is dat het korte verhaal in de Angelsaksische wereld een veel grotere traditie én armslag heeft. Dat houdt verband met het flinke aantal schrijfopleidingen, waar het korte verhaal als oefenstof dienstdoet. "We kunnen in elk geval concluderen", zo stelt Zwagerman "dat men in de VS in gelijke mate belang hecht aan The Great American Novel als aan The Perfect Short Story."

Ook de publicatievragen van bepaalde magazines als The New Yorker, Vanity Fair of Harper's Bazaar zetten auteurs als F. Scott Fitzgerald, Truman Capote, John Cheever en Ernest Hemingway aan tot het schrijven van short stories. Maar ook in de Europese literatuur zijn er parels te ontdekken. Zou de Franse literatuur evenveel glanzen zonder de verhalen van Guy De Maupassant of de Microfictions van Régis Jauffret? En vallen 'De dame met het hondje' van Anton Tsjechov en de verhalen van Gogol weg te denken uit de Russische literatuur? Ook de Japanner Haruki Murakami past het genre als een handschoen.

Toch is een kort verhaal soms ook gewoon een kwestie van noodzaak. Toen de Amerikaanse schrijver Raymond Carver (1938-1988), godfather van het kitchen-sink drama, gevraagd werd waarom hij korte verhalen zo hoog had zitten, sloeg hij zijn eigen mythe aan diggelen: "Ik had geen geld en we moesten de hele tijd werken en onze twee kinderen opvoeden. Het was simpelweg onmogelijk om iets te beginnen dat twee of drie jaar werk zou vergen. Korte verhalen en gedichten kun je tenminste schrijven in één zitting."

Helemaal anders ligt het bij Annelies Verbeke, die zich de laatste jaren heeft ontpopt als Vlaamse diva van het korte verhaal. Ze put er gewoonweg het meeste schrijfplezier uit. "In de eerste plaats komt de vreugde voort uit het feit dat het minder lang duurt om een kort verhaal te schrijven. (...) Als ik in één term zou moeten vangen waar het dan wel om gaat, denk ik dat ik het woord 'overzichtelijkheid' kan gebruiken, en ook het minder saaie 'roes'", zo verklaarde ze tijdens de opening van het Amsterdamse kortverhalenfestival Hotel van Hassel. "Wanneer ik een kort verhaal schrijf, kan ik de sfeer en het gevoel waarmee ik ben vertrokken moeiteloos bewaren tot het laatste woord. (...) Het korte verhaal is een momentopname van wat belangrijk voor je is."

Samen met Sanneke van Hassel ziet ze in haar bloemlezing Naar de stad het korte verhaal als een soort vrijplaats voor "buitenstaanders, vreemdelingen, eenzaten en figuren 'on the fringe of society'", verwijzend naar Frank O'Connors baanbrekende studie The Lonely Voice. (1963). Meer zelfs: "Wij denken dat het korte verhaal zeer geschikt is om het zwervende, zich verloren voelende individu zijn identiteit terug te geven."

Onvolmaakte broertje

Toch rijst de ster van het korte verhaal in Nederland en Vlaanderen slechts langzaam. Dat is ook Joost Zwagerman niet ontgaan. In het voorwoord tot zijn monumentale bloemlezing De Nederlandse en Vlaamse literatuur vanaf 1880 in 250 verhalen uit 2005 schreef hij dat het kort verhaal het enige genre is waarvoor een schrijver zich soms lijkt te moeten excuseren. En hij verwees naar Remco Campert, die zich haast schaamde omdat hij vooral korte verhalen schreef: "Ik zal nooit een lijvige roman schrijven, dat zit niet in mijn systeem. Ik ben geen oeuvrebouwer. Mijn enige ambitie was een goed verhaal maken in de trant van F. Scott Fitzgerald of Truman Capote."

C.J. Aarts, een andere bloemlezer, riep het kort verhaal in 1993 zelfs uit tot "het stiefkind van de Nederlandse literatuur". Maar zouden we begaafde verhalenschrijvers als Nescio, L.H. Wiener en Maarten Biesheuvel werkelijk kneusjes mogen noemen?

Feit is dat het kort verhaal, "dat onvolmaakte broertje van de roman", voortdurend op zijn strepen moet staan. Het duurt vast nog wel even voor de rollen zijn omgedraaid en we de stekelige definitie van satiricus Ambrose Bierce voor lief kunnen nemen: "De roman: een kort verhaal met heel veel opvulsel."

Lange Nacht van het Korte Verhaal, met als thema 'tijd', zaterdag 28 maart, Flagey, www.passaporta.be. Met Kevin Barry, Michel Faber, Régis Jauffret, A.L. Snijders, Ljoedmila Petroesjevskaja, Christine Angot en Annelies Verbeke. Muzikale begeleiding door An Pierlé.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234