Dinsdag 25/06/2019

Ambachten Comeback

Met uitsterven bedreigd onder de kerktoren, gereanimeerd dankzij het digitale uitstalraam: de revival van de ambachten

Mieke Ver Eecke in haar pottenbakatelier in Brugge. Beeld Wouter Van Vooren

Met uitsterven bedreigd onder de kerktoren, gereanimeerd dankzij het digitale uitstalraam: ambachten kennen de laatste jaren een heuse revival. Wie een opleiding tot pottenbakker of goudsmid wil volgen, houdt dan ook best rekening met een ellenlange wachtlijst.

“Dat is het voordeel van vuile handen: je kan niet zitten prutsen met je smartphone.” In het keramiekcentrum van Françoise Busin in Waarschoot zijn de cursisten in opperste concentratie bezig en draait de klei dezer dagen op volle toeren. Voor afleiding is geen plaats en dat spreekt duidelijk aan. Bij elke keramiekles die op de site wordt aangeboden, staat een groen kadertje: ‘wachtlijst’. “We hebben de lijsten dit jaar zelfs moeten blokkeren”, zegt ze. “Voor elke les stonden er meer dan 40 namen op.”

Ga gerust de uitdaging aan: een lessenreeks pottenbakken of keramiek vinden in Vlaanderen, zeker ’s avonds, is vandaag een queeste. “Wellicht een deel te wijten aan het Pascale Naessens-effect”, verwijst Busin naar de groeispurt sinds het aardewerk vorig jaar in de gezonde kookboeken van Naessens opdook. Toch lijkt het eerder de exponent van een veel bredere golf: heel wat ambachten zijn de laatste jaren aan een serieuze bloei bezig.

Dat blijkt uit de opleidingscijfers van Syntra. De voorbije vijf jaar steeg het aantal cursisten die een ambacht leren met 8 procent, van 1.053 naar 1.137. Binnen de opleidingen pottenbakken, en goud- of kunstsmid zijn de aantallen soms meer dan verdubbeld en is wachten vaak het devies. “Maar ook voor boekbinden lassen we de tweejaarlijkse cursus sinds kort elk jaar in”, zegt Evelyne Demey, opleidingsverantwoordelijke bij Syntra West. “Vaak gaat het om mensen die hun drukke job wat willen ontvluchten, maar ongeveer een derde doet het echt om een carrièreswitch te maken, toch zeker in bijberoep.”

Jachtige jobs

Het is geen toeval dat de 19de editie van de Erfgoeddag komende zondag in het teken staat van het ambacht met de tagline ‘Hoe maakt u het?’. “We proberen met zo’n dag niet in het verleden te blijven plakken, maar net in te spelen op wat relevant is”, zegt Roel Daenen van Faro, het Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed. “Wat je vandaag ziet is dat mensen weer iets willen scheppen met hun handen: van barbier tot kunstsmid, of het brei- en naaiwerk dat al langer in de lift zit.”

Volgens Joeri Januarius, coördinator bij expertisecentrum ETWIE, komt de heropleving vanuit de Angelsaksische landen overgewaaid, waar eerst een ‘do it yourself’-trend ontstond die nadien oversloeg in een beweging van ambachtslieden - of de hippere term: makers. “Die nood is vooral ontstaan door de jachtige jobs die veel mensen hebben. Vandaar dat vooral ambachten het goed doen waar je vrij snel tot een mooi eindproduct kan komen. Tijdens een workshop keramiek kan je bij wijze van spreken al een bord maken waar je de dag nadien uit eet.”

Het thuisateliertje van ‘goudsmid in spe’ Fien Demuynck in Gent. Beeld Wouter Van Vooren

Busin beaamt dat vanuit de gesprekken die ze met haar cursisten voert. Dezelfde termen komen vaak terug: last met de workload, burn-outverschijnselen, een zoektocht naar zingeving. “Zelfs mensen die door therapeuten worden aangeraden om iets met de handen te doen”, merkt Busin. Al is dat laatste geen algemene formule, zegt Koen Lowet van Belgische Federatie van Psychologen. “Het klopt wel dat heel veel mensen zich vandaag voorbijlopen in de vele verwachtingen die in onze maatschappij heersen, zowel in als naast de job. Vaak zoeken we dan samen naar een passie die ze kunnen oppikken. Dat kan inderdaad een ambacht zijn.”

In hoeverre het hippe circuit aan lessenreeksen, initiaties en workshops ook effectief nieuwe ambachtelijke ondernemers oplevert, is moeilijk te zeggen. Pas sinds 2016 is er vanuit het FOD Economie een erkenning als ambachtsman of -vrouw. In het register kwamen er het laatste jaar zo’n 550 ondernemingen bij, wat een totaal geeft van 1.555, maar dat kan dus een vertragend effect zijn.

Toch geeft Januarius aan dat die erkenning, samen met andere initiatieven zoals de Dag van de Ambachten, een nieuwe smoel hebben gegeven aan het ambacht. “De laatste tien jaar wordt er opnieuw in ambachten geïnvesteerd vanuit verschillende hoeken”, zegt Januarius. 

Zo speelde cultuurminister Sven Gatz (Open Vld) in 2018 in op die belangstelling met 27 gesubsidieerde ‘meester-leerling-trajecten’, ter waarde van 1 miljoen euro. Ook Unizo creëerde een aantal jaar geleden een ‘Handmade in Belgium’-label om ambachtelijke producten geloofwaardigheid te geven. “Nu nog delen we dat bijna dagelijks uit aan een onderneming”, zegt woordvoerder Filip Horemans, die ziet dat de vorming van “een community” vruchten afwerpt.

Primark

“De afgelopen tien jaar is er echt een nieuwe mindset binnengeslopen: waar ambachtslieden zich vroeger in geheimhouding hulden, delen we nu onze kennis”, zegt de Antwerpse glasblazer Frederik Rombach. Het lijkt wel een paradox: hoe de ambacht bijna begraven werd onder het stof van de kerktoren, maar nu gereanimeerd wordt in digitale tijden dankzij een trendy makerscultuur. “Je bereik is dan ook niet meer je buur of je dorp, maar de hele wereld. Via sociale media kan je heel goed een bepaalde doelgroep aanspreken.”

Geruggensteund door YouTube-vlogs, Instagram-portfolio’s en Facebook-events vinden steeds meer mensen hun weg naar die opengestelde ateliers, ook voor de producten. “Mensen willen weer lokaal en eerlijk kopen”, zegt Januarius. “Maar laat ons wel realistisch zijn: een ambachtsman of - vrouw gaat niet meteen de Primark uit de markt concurreren. Er hangt nog steeds een prijskaartje aan vast.”

Getuigenissen: drie ambachtslieden die het proberen te maken

Fien De Muynck (28) - goudsmid in opleiding uit Gent

Fien De Muynck. Beeld Wouter Van Vooren

“Op een bepaald moment haal je een universitair diploma en is een bureaujob de logische volgende stap. Maar ik ben een beetje een ADHD’er. Ik voelde al heel snel aan dat zo’n hele dag achter de computer me gewoon niet als gegoten zit.” Fien Demuynck (28) werkt nog steeds in de marketingsector, maar stootte zo’n drie jaar geleden op iets dat haar wel volledig als gegoten zat: een trouwring, en de goudsmid waar ze in de zoektocht naar een uniek stuk terechtkwam.

“Samen nadenken over het design, van dichtbij volgen hoe detaillistisch zo’n goudsmid te werk gaat, dat triggerde me onmiddellijk.” Een workshop later schreef De Muynck zich in bij Syntra Kortrijk voor de cursus ‘juwelier-goudsmid’. “Wat ik geweldig vind, is dat je moet blijven nadenken: bij het uitrekenen van het soortelijk gewicht van een bepaald metaal, komt er best wel wat wiskunde aan te pas. Tegelijk is het heel makkelijk om je hoofd even af te schakelen van alle bliepjes, notificaties en mails op je computer of smartphone. Soms moet dat ook: je mag echt niet afgeleid zijn als je in een stuk metaal aan het zagen bent.”

De hoop is om op termijn aan de slag te gaan als zelfstandig goudsmid, eventueel in bijberoep. “Voorlopig blijft het bij een eigen ateliertje thuis, waar ik vooral goudwerk maak op vraag van vrienden en familie. Al is ook dat wel speciaal hoor, dat ze mij bijvoorbeeld hun trouwringen toevertrouwen. Het blijft uiteindelijk iets wat, dat hoop ik toch, de rest van hun leven rond die ene vinger zal hangen.”

Mieke Ver Eecke (40) - pottenbakker in Brugge

Mieke Ver Eecke. Beeld Wouter Van Vooren

“Het resultaat van een zoektocht naar voldoening”, noemt Mieke Ver Eecke (40) de plotse omzwaai die ze in haar leven maakte. In verschillende sectoren hopte ze van bureaujob naar bureaujob, tot ze via een workshop met pottenbakken in contact kwam en een opleiding bij Syntra in Brugge volgde. “Na het werk had ik sowieso al de neiging om rust te zoeken door met mijn handen te prutsen: schilderen, kleine kastjes renoveren, enzovoort. Bij pottenbakken had ik plots een gevoel: dit wil ik blijven doen, dit is waar mijn geluk ligt.”

Dat gevoel volgde ze. Eind 2018 startte ze in Brugge na een succesvolle crowdfunding met Kafé Keramiek, een zogenaamd ‘open access’-atelier waar momenteel zo’n 25 vaste leden flexibele uurtjes komen draaien en ook lessenreeksen en workshops worden aangeboden. “Een fitnessruimte voor pottenbakkers, zeg maar”, lacht ze. “Mensen hoeven zelf geen duur atelier in te richten, lopen binnen wanneer ze willen en delen hun passie en kennis met elkaar. Ze zitten niet op een eilandje, het is echt een gezellige community.”

“Door de snelle groei moet ik nu vreemd genoeg wel opletten dat ik mezelf niet voorbij hol, maar de balans tussen het cognitieve en het rustgevende zit wel snor: het Kafé moet draaien, maar zelf blijf ik ook potten draaien.” En dat allemaal in het oude schrijnwerkerspand van haar grootvader. Een stukje nostalgie? “Toch wel. Ik heb hier als kind vaak gespeeld, het is echt een pand met een ziel. De oude schrijnwerkersbank van mijn grootvader is nu mijn bureau.”

Norman Martens (39) - taxidermist in Antwerpen

Norman Martens. Beeld Tine Schoemaker

“Sinds jongs af aan heb ik een fascinatie voor alles wat in de natuur loopt, vliegt en krioelt”, vertelt Norman Martens (39). Een verblijf in Suriname op het einde van zijn toerismestudies bracht hem voor het eerst in contact met taxidermie, door vlinders te gaan prepareren en opzetten. “Die passie werd steeds groter, zeker voor vogels. Na een kleine tien jaar als hobbyist heb ik mijn vleugels uitgeslagen.” In 2014 maakte hij de opleiding af, in 2016 opende hij de shop Sir-Arthur in Antwerpen.

“Waarom het zo lang duurde? Het vergt toch een beetje lef om van zo’n ambacht je beroep te maken. In een vogel van het formaat van een Rosella (een soort parkiet, MiM) steekt een dag werk, alles wat kleiner is nog meer omdat je het pincet voorzichtig moet hanteren. Dan is de vraag: kan ik hier mijn brood wel mee verdienen?”

Dat lukt dus aardig. “Klanten krijgen hier geen stuk uit een grotere serie, maar iets dat ‘one of a kind’ is, op maat van hun wensen. Een vogel die op ooghoogte moet komen, krijgt een andere stand dan eentje die op de vloer staat. Die persoonlijke aandacht waarderen ze.”

“Doordat ik enkel met natuurlijk gestorven materiaal werk, is mijn werk heel divers: de ene dag een ijsvogel, de andere een kanjer van een zwarte zwaan. En er hangt heel vaak een traan aan vast, een persoonlijk verhaal dat je mag delen met de klant. Dat is voor mij even belangrijk als het ambacht. Als mensen me achteraf vertellen dat zo’n beestje in hun thuis een soort tweede leven heeft gekregen, is dat het mooiste compliment.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden