Dinsdag 23/04/2019

Soa's

Met nieuwe richtlijn moet huisdokter beter op uw seksuele gezondheid letten

Beeld Pieter Van Eenoge

Voor het eerst is in ons land een richtlijn uitgewerkt om het stijgend aantal soa’s beter op te sporen en aan te pakken. Vooral de huisarts moet daarmee aan de slag. Die blijkt nog te veel druipers en zweren over het hoofd te zien.

Chlamydia, gonorroe, syfilis. Net als in de rest van de wereld nemen ook in België deze seksueel overdraagbare aandoeningen of soa’s de laatste jaren onrustwekkend toe. Ze worden ook moeilijker te behandelen, omdat ze vaker resistent blijken tegen antibiotica. Om die reden dringt de Wereldgezondheidsorganisatie WHO erop aan dat landen nationale richtlijnen opstellen. Op die manier kunnen de soa’s uniform aangepakt worden en kan de antibioticaresistentie gemonitord worden. 

Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) ging aan de slag en komt nu met een eerste Belgische wetenschappelijke richtlijn voor de diagnose en behandeling van twee soa’s, gonorroe en syfilis. Later dit jaar volgt er ook een gelijkaardig document voor chlamydia.

Deze richtlijnen zijn volgens het KCE vooral bestemd voor de huisartsen in ons land. Zij moeten in eerste instantie helpen om de soa’s tijdig op te sporen. “Dit gebeurt het best door met alle patiënten te spreken over seksuele gezondheid, ook met degenen die op het eerste gezicht niet tot een risicogroep behoren”, schrijft het kenniscentrum. De huisarts kan daarna, indien nodig, de patiënt een test aanbieden, een behandeling opstarten en bespreken hoe vroegere partners ingelicht kunnen worden. 

De nieuwe richtlijn wordt positief onthaald. “Ze is zeer nodig”, zegt onder anderen Eric Florence, diensthoofd van de hiv- en soakliniek aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde. Twee zaken spelen volgens hem een rol bij de grote toename van gemelde soa’s. “De medische wereld heeft een grotere aandacht hiervoor.” Dat zorgt voor meer testen en dus ook voor meer soa’s die daardoor aan het licht komen. “Maar de meest doorslaggevende factor is volgens mij het feit dat er meer onveilig gevreeën wordt, zowel door hetero’s als homo’s en door zowel jong als oud.” De gevolgen daarvan zijn niet te onderschatten, vindt hij. Soa’s zijn niet alleen vervelende ziektes, ze gaan ook met ernstige complicaties gepaard als onvruchtbaarheid en gecompliceerde zwangerschappen.

Schroom en schaamte

Sandra Van den Eynde van Sensoa, een van de medeauteurs van de voorschriften, hoopt dat de richtlijn van de seksuele gezondheid van Belgen een deftig gespreksonderwerp zal maken in huisartsenpraktijken. “Er worden nog te veel momenten gemist om hierover te praten.” 

Ze benadrukt dat zulke gesprekken gevoerd moeten worden met iedereen die seksueel actief kan zijn. “Dus niet alleen met het meisje dat om anticonceptie komt vragen. Ditzelfde onderwerp kan je ook aansnijden bij de gescheiden veertiger die zich opnieuw op de ‘vrijersmarkt’ begeeft.” Dat blijkt niet altijd te gebeuren. “Uit onze campagnes bleek al hoe sommige doelgroepen aangeven dat ze nooit door een huisarts zijn bevraagd over soa’s, of hoe ze afgewimpeld worden als ze eventuele testen ter sprake brengen.” Volgens haar zijn daar verschillende redenen voor. “De tijd tijdens een consultatie is beperkt, soms gaat het ook over iets helemaal anders. En er is ook schroom en schaamte, zowel aan de kant van de huisarts als van de kant van de patiënt.”

Dirk Avonts van huisartsenvereniging Domus Medica geeft toe dat het routinematig bevragen van dit thema beter kan. Volgens hem heeft dat niets met schroom of een gebrek aan vaardigheden te maken, maar wel met “een beperkte klinische vertrouwdheid”. “Huisartsen leggen niet altijd meteen de link, omdat ze soa’s niet zo vaak tegenkomen. Dit is niet iets dat je elke maand tegenkomt, eerder een paar keer per jaar.”  

Domus Medica vindt de richtlijn desalniettemin een goede zaak, en kijkt vooral uit naar de onlinetool die het KCE over een paar maanden lanceert en huisartsen moet helpen om soa’s en seksuele gezondheid bespreekbaar te maken. 

Avonts: “Al geloof ik nog altijd dat patiënten beter een online vragenlijst invullen over zulke onderwerpen. Dan krijg je eerlijkere antwoorden.”

Chlamydia, gonorroe en syfilis zijn de snelst stijgende seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s) in België.

Chlamydia is de meest voorkomende soa en wordt vooral bij jonge hetero’s en mannen die seks hebben met mannen vastgesteld. De aandoening kan lange tijd onopgemerkt blijven omdat er geen of weinig klachten zijn. Als chlamydia niet behandeld wordt, kan de ontsteking ‘opstijgen’ en voor ernstige complicaties bij vrouwen zorgen. Het aantal geregistreerde gevallen in België steeg van 984 in 2002 tot 6.788 in 2016.

Gonorroe wordt voornamelijk bij jonge homo - en heteromannen vastgesteld. De aandoening staat ook bekend als de druiper en is na chlamydia de meest frequente soa. Ze wordt veroorzaakt door bacteriën die zich in de urineleider nestelen. Het gevolg: een ontsteking in de urinebuis, die gepaard gaat met pijn tijdens het plassen en afscheiding. In België steeg het aantal gevallen van 275 in 2002 tot 1.515 in 2016. 

Syfilis wordt vaak vastgesteld onder homomannen. De symptomen zijn niet makkelijk te herkennen. De kenmerkende maar pijnloze zweer kan ook in een lichaamsholte voorkomen als de vagina, aars of keel. De bacterie komt daarna in het bloed terecht en kan tot ernstige klachten leiden. In België steeg het aantal gevallen van 46 in 2002 tot 943 in 2016.

Bron: Sensoa

Doe de test: Welke partij past het beste bij uw eigen opvattingen over seks, gender en welzijn?

Hoe flexibel mogen we omspringen met het moederschapsverlof? Moet sexting bestraft worden? En welke partijen willen ‘genot en plezier’ een plaats geven in de lessen seksuele voorlichting?

Doe hier de test.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.