Zondag 25/08/2019

Analyse

Met inname Ramadi pleegt IS grote propagandacoup

Lokale soennitische leiders vragen de pro-sjiitische regering in Bagdad om steun tegen IS. Beeld © AP

De strijders van IS sloegen een grote propagandaslag met de inname van de Iraakse stad Ramadi, al lijkt ze voor hen onhoudbaar. Toch zou de actie strategisch weleens een slimme zet kunnen blijken.

De inname van de Iraakse stad Ramadi door IS-strijders, afgelopen weekend, is een enorme propagandacoup voor de terreurorganisatie; de afgelopen weken waren ze juist in het defensief in Irak. Vijfhonderd mensen kwamen om, achtduizend inwoners van Ramadi sloegen op de vlucht. Zoals eerder in Mosoel, liet het vluchtende Iraakse leger kant-en-klare wapensystemen achter voor IS. Toch is de kans klein dat IS de stad in handen kan houden.

Tienduizenden vrijwilligers van sjiitische milities, die IS zes weken geleden al uit de Noord-Iraakse stad Tikrit verdreven, zijn onderweg om hun kunstje in Ramadi te herhalen. De eerste drieduizend kwamen gisteren aan. Iran belooft alle steun te geven die de Iraakse regering - geleid door een pro-Iraanse sjiitische premier - vraagt. De Amerikanen willen niet samenwerken met Iran, maar bij de strijd om Tikrit zeiden ze dat ook en ondertussen gooiden Amerikaanse vliegtuigen toch bommen op IS.

Beeld © AFP

Tactiek van de verschroeide aarde

De komende slag om Ramadi zal IS wellicht niet winnen, maar die zou weleens handig kunnen bijdragen aan hun bredere strategie van de verschroeide aarde en daarmee de verdere ontmanteling van Irak.

De soennitische extremisten van IS geloven dat de wereld afstevent op een eindstrijd tussen gelovigen en ongelovigen (iedereen behalve IS). En de meest kwalijke groep onder de ongelovigen bestaat natuurlijk uit sjiitische moslims, die in de ogen van IS ketterse huichelaars zijn.

Aangezien het Iraakse leger steeds de benen neemt, kan de regering nauwelijks anders dan de sjiitische milities richting Ramadi sturen. Deze tienduizenden religieuze strijders gaven medio vorig jaar gehoor aan een oproep van Iraks hoogste sjiitische geestelijke om zich te melden voor de strijd tegen IS. Ze zijn vaak bewapend en getraind door Iran en in tegenstelling tot het Iraakse leger uiterst gemotiveerd.

Maar Ramadi is de hoofdstad van Anbar, de grootste provincie van Irak, met een vrijwel geheel soennitische bevolking. Dat sjiitische strijders in aantocht zijn, op bevel van de regering nog wel, is koren op de IS-propagandamolen: dat de Iraakse regering niets minder is dan een vazal van het sjiitische Iran, erop uit om de soennieten te onderdrukken. En dat je als soenniet maar beter IS kunt steunen.

De soennieten herinneren zich nog goed de acht jaar waarin voormalig premier Nouri al Maliki aan de macht was. Hij voerde een uitgesproken sektarisch beleid waarbij de soennitische minderheid van het land werd achtergesteld op economisch en politiek vlak. Mede daardoor verwelkomden veel soennieten aanvankelijk de strijders van IS.

Een nieuwe, mildere Iraakse regering belooft de soennitische gemeenschap nu een eerlijke plek in het toekomstige Irak en probeert soennitische tribale strijders in te zetten in de strijd tegen IS. Mede door de gruweldaden van de terreurgroep keren steeds meer soennieten zich af van Islamitische Staat.

Die trend is cruciaal als IS ooit daadwerkelijk verslagen zou worden: de voedingsbodem voor soennitische onvrede moet worden weggenomen, en IS bestreden door een Iraakse soennitische strijdmacht; niet een sjiitische met Iraanse steun. Want een sjiitische invasie van het soennitische Anbar zou IS juist nieuwe rekruten kunnen bezorgen.

De regering in Bagdad heeft alleen weinig keus; het nationale leger is de strijdmacht die zou moeten strijden voor de veiligheid van alle Irakezen, maar keer op keer blijkt het hen volledig te ontbreken aan motivatie, discipline en kunde. Het risico op moordpartijen en plunderingen door sjiitische milities, zoals eerder in andere soennitische gemeenschappen, neemt Bagdad op de koop toe.

Het tekent het probleem bij de strijd tegen IS in de regio: gebrek aan goede keuzes. Maar iemand zal het gevecht op de grond moeten voeren. En zolang het Westen geen militairen stuurt, blijven er alleen lokale spelers over. Dat zijn allemaal slechte of moeilijke opties, met uitzondering van de Koerden, tot op zekere hoogte. Toch zal er een keuze moeten worden gemaakt. IS gaat niet vanzelf weg.

Dus rest de Iraakse regering nu niets anders dan maar olie op het vuur te gooien, de deur verder te openen voor Iraanse dominantie van Irak. Zo zou de ogenschijnlijk onstrategische invasie van Ramadi weleens een slimme zet van IS zou kunnen blijken te zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden