Maandag 01/03/2021

Met Horta en stoten

Art-nouveauhuizen in Brussel blijven doorgaans gesloten voor het grote publiek. Alleen het Horta-museum is permanent toegankelijk. Maar dat kan de vele art-nouveauliefhebbers niet in zijn eentje aan.

Art-nouveauliefhebbers, opgelet! Binnenkort is het weer zover. Dan opent het weelderige Solvayhuis, doorgaans alleen toegankelijk voor groepen aan 800 euro per uur, voor iedereen de deuren. Dan kunt u binnengluren in het prachtige Ciamberlanihuis, de privéwoning van een gezin met vijf kinderen. En dan bent u welkom in het elegante Tasselhuis, normaal potdicht voor buitenstaanders.

Binnenkort is het in Brussel immers weer Art Nouveau en Art Deco Biënnale, de maand waarin meer dan honderd unieke gebouwen de deuren openen. Het is de uitgelezen kans om binnen te kijken in wonderbaarlijke huizen, vol muurschilderingen, glazen koepels en krullende trapleuningen. Helaas is het ook een uitzondering op de regel.

De Brusselse art-nouveauhuizen zijn steeds populairder. Toeristen komen van heinde en ver om ze te bezoeken. Maar eenmaal ter plekke wacht hen vaak een koude douche: behalve talrijke façades krijgen ze doorgaans niet veel te zien in de 'Europese hoofdstad van de art nouveau'. De meeste art-nouveauhuizen zijn in private handen en niet toegankelijk voor het grote publiek.

Behalve dus in oktober, tijdens de Biënnale, en dan is de opkomst gigantisch. In 2009 legden de deelnemers 24.000 huisbezoeken af, in 2011 al 30.000. Voor deze editie worden nog meer bezoekers verwacht, en is het aantal deelnemende huizen uitgebreid. De reservaties starten donderdag. Voor de meest exclusieve huizen, zoals het Solvayhuis, moet je er snel bij zijn.

De Vietnamezen komen

De comeback van de art nouveau is bijzonder. Nog maar vijftig, zestig jaar geleden gooide Brussel het grootste deel van zijn art-nouveaupatrimonium tegen de grond. De rijk versierde panden, waarin amper een rechte lijn te vinden is, werden ouderwets geacht en veel te duur in onderhoud. Van de meer dan vijfduizend panden zijn er vandaag nog zo'n vijfhonderd over.

In de jaren tachtig herontdekten specialisten de bouwstijl, een decennium later volgde het grote publiek. Sinds de eeuwwisseling neemt ook de interesse uit het buitenland toe. "De Japanners komen al langer, maar sinds kort zien we ook veel Chinezen en Russen", zegt Françoise Aubry, directrice van het Hortamuseum. 'Dit jaar hadden we voor het eerst een groep toeristen uit Vietnam."

Het Hortamuseum is - naast het Stripmuseum en het minder bekende Hannon- en Autriquehuis - het enige permanent toegankelijke art-nouveaugebouw in Brussel. Het voormalige huis van Victor Horta vangt de grote vraag in zijn eentje op, maar betaalt daarvoor een prijs. "Dit huis is gebouwd voor drie personen", zegt Aubry. "Tegenwoordig komen er meer dan 60.000 bezoekers per jaar."

Aubry leidt ons voorzichtig door het elegante huis. Ze wijst naar de mozaïekvloer in de eetkamer, waar drie steentjes zijn losgekomen. Ze toont een kras in het vernis van de trapleuning, waarschijnlijk veroorzaakt door een ring. En ze toont de vingerafdrukken op de mohairen bekleding van een stoel, waarop nochtans een bordje met 'niet aanraken' staat.

Het museum heeft tal van maatregelen genomen om het kwetsbare interieur te beschermen.

Toeristen moeten rugzakken en handtassen in de vestiaire laten, en plastic beschermhoesjes rond de schoenen doen. Ze mogen geen foto's maken, en mogen niets aanraken. Aubry overweegt zelfs om plastic handschoenen in te voeren, ter bescherming van het vernis van de trapleuningen.

De grootste ingreep was de versteviging van de houten trap, het pronkstuk van het huis. Gebouwd voor drie personen verzakte de trap onder het gewicht van de vele toeristen. Het museum liet een metalen skelet in de trap bouwen, een fijn staaltje ingenieurskunst, en voerde een nieuwe regel in: maximaal 45 personen tegelijk in het museum. In het weekend zorgt die regel voor lange wachtrijen.

Binnenkort begint het museum ook aan de verbouwing van een buurhuis, dat het enkele jaren geleden kon aankopen. De bedoeling is om de kantoren van het museumpersoneel naar het buurhuis te verhuizen, zodat de oude trap van Horta's dienstbodes, die nu in het kantoorgedeelte ligt, ook door bezoekers kan worden gebruikt. Zo moet de druk op de centrale trap verder afnemen.

"Het is voor ons voortdurend schipperen", zegt Aubry. "We willen geen gesloten doos van het huis maken, maar we moeten het beschermen. Veel bezoekers snappen niet waarom we zo veel regels hebben. Ze denken: het kan toch geen kwaad als ik op die stoel ga zitten. Maar als 60.000 mensen dat doen, dan blijft er na een jaar niets van die stoel over."

Slijtage en schade

Voor veel privé-eigenaars van art-nouveauhuizen vormt de trap van het Hortamuseum een schrikbeeld. Ze zijn trots op hun woning, die ze met veel liefde gerestaureerd hebben, en ze willen die schoonheid delen. Maar ze vrezen slijtage en schade. In art-nouveauhuizen is vaak alles - tapijten, stoelen, het behang - in dezelfde stijl gemaakt. Alles is kwetsbaar en kostbaar.

Zo voert de familie Wittamer, die het befaamde Solvayhuis in 1954 van de sloop redde, een bewuste prijspolitiek. Het ruim 1.000 vierkante meter grote pand, door Horta met onbeperkt budget gebouwd, zou makkelijk duizenden bezoekers per jaar kunnen ontvangen. Maar de Wittamers laten slechts met mondjesmaat bezoekers toe, en laten die flink betalen.

"We hebben het gevoel dat dit beter is voor het huis", zegt een vertegenwoordigster van de familie. Het tapijt op de trap, waarover de bezoekers binnenkomen, werd onlangs gerestaureerd voor twee miljoen euro. "Als we daar duizenden mensen over laten lopen, dan blijft er niets van over."

Maar hoe minder art-nouveauhuizen zich openstellen, hoe groter de druk op het Hortamuseum. 'Voir et Dire', het samenwerkingsverband van verenigingen dat de Biënnale organiseert, probeert daarom eigenaars te overtuigen om hun privéwoning af en toe aan het grote publiek te tonen. Sinds afgelopen voorjaar organiseert Voir et Dire vijf keer per jaar een bezoek aan het Solvayhuis, het Max Hallethuis en het Ciamberlanihuis. Het is een gigantisch succes.

"Makkelijk zijn die bezoeken niet", zegt Delphine Dumont-Laforge, die met haar echtgenoot en vijf kinderen in het Ciamberlanihuis woont. "De kinderen hebben het niet graag. Ze moeten alles netjes aan de kant leggen, het moet er onberispelijk uitzien. Ik zou dit niet elke zaterdag kunnen."

De familie Dumont-Laforge kocht het immense pand, dat architect Paul Hankar in 1897 bouwde voor de schilder Albert Ciamberlani, in een belabberde toestand. Het duurde vijf jaar om het te restaureren. Vooraf had de vrouw des huizes bedacht dat ze de onderste etages kon verhuren voor bedrijfsevenementen of recepties. De bovenste vertrekken zouden privé blijven.

Op vraag van Voir et Dire laat ze nu toch af en toe bezoekers toe. "Het levert een extraatje op om de kosten te dekken, want het leven in een art-nouveauhuis is heel duur", zegt ze. "Bovendien maakt ons huis deel uit van het Brusselse erfgoed, en dat moeten we delen. Dat zeg ik ook aan de kinderen: dit is de prijs die we betalen om in zo'n buitengewoon huis te wonen."

Biënnale: opendeurdag en rondleidingen tijdens vier weekends van oktober. Elk weekend in een andere buurt van Brussel. Reservaties op www.biennale-art-nouveau.be, vanaf 19 september. Opgelet: sommige bezoeken zijn snel uitverkocht.

---

De wanhoop van houtbewerkers

Het eerste Brusselse art-nouveauhuis werd in 1893 gebouwd door Victor Horta. In plaats van de toen populaire imitatiestijlen - neoklassiek, neobarok - gebruikte hij een gloednieuwe stijl. Het huis had zichtbare ijzeren steunbalken, tot dan toe enkel gebruikelijk in fabrieken. Horta installeerde ook elektriciteit, toiletten met stromend water en luchtventilatie. Voor die tijd was dat revolutionair. De art-nouveauhuizen waren niet alleen technisch, maar ook esthetisch hoogstaand. Horta en zijn stijlgenoten installeerden grote ramen en koepels om overal licht binnen te laten.Ze lieten muurschilderingen aanbrengen, ontwierpen balkonrelingen van krullend ijzersmeedwerk en dreven houtbewerkers tot wanhoop met hun ronde kozijnen.

De architecten ontwierpen niet alleen het huis, maar lieten bijpassende meubels, tapijten en verlichting maken. Voor biljartfanaat Armand Solvay, eigenaar van het Solvayhuis, tekende Horta een stijlvolle pooltafel met bijbehorende keus. De architect ging zo ver dat hij zelfs de messen en vorken van zijn opdrachtgevers aan hun huis aanpaste.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234