Woensdag 30/11/2022

Met een typemachine door het leven

Brady Udalls romandebuut heeft hem op slag en stoot de aura van bekende Amerikaan gegeven

Interview door Marnix Verplancke

"Het is waar", zegt hij wanneer ik hem wijs op zijn niet mis te verstane liefde voor de underdog. "Ik hou niet van rijke mensen, politici, politiemannen, leraars, bullebakken en iedereen die aan de top staat of over veel macht beschikt. Dat is waarschijnlijk de reden waarom ik van mijn hoofdpersonage een halfbloed Apache en wees heb gemaakt. Veel meer underdog dan dat kun je in Amerika allicht niet zijn."

De buitensporige lotgevallen van Edgar Mint, Brady Udalls romandebuut, heeft hem op slag en stoot de aura van een bekende Amerikaan gegeven. De nieuwe Irving, zo wordt hij zelfs genoemd, en toegegeven, zijn vloeiende schriftuur, met oog voor de humoristische en de tragische kanten van het leven, heeft veel weg van die van de auteur van The World According to Garp.

Edgar Mint, de halfbloed Apache waarover Udall het had, wordt op zijn zevende door de jeep van de postbode overreden, met een wiel recht over zijn hoofd, zodat zijn schedel de structuur van een oude Griekse vaas krijgt: veel barsten en hier en daar een scherf eraf. Niemand geeft nog een sikkepit om zijn leven, maar kleine Edgar wordt toch naar het ziekenhuis gevoerd, waar hij aan de zorgen van de pas afgestudeerde dokter Barry Pinkley wordt overgedragen. En met goed gevolg. Edgar haalt het, ook al moet hij voortaan een soort vliegeniershelm dragen om zijn schedel bij elkaar te houden en kan hij om een of andere gekke reden niet meer schrijven. Geef de jongen een typemachine, zegt kamergenoot Art, en daarmee is het kind een middel in handen gespeeld om zich een weg te banen door de soms al te gewelddadige en wrede wereld. Duizenden bladzijden zal hij de volgende jaren vullen, uit verdriet, liefde of eenzaamheid. Art is trouwens niet Edgars enige kamergenoot in het St. Divine's Hospital. Er is ook nog de totaal verlamde indiaan Ismore en de aan pillen verslaafde Jeffrey, die zo af en toe rake doordenkers debiteert als: "Waarom wassen we onze handen nadat we naar de wc zijn geweest en niet van tevoren?"

Edgar heeft zijn would-be cowboy-vader nooit gekend en zijn moeder Gloria is samen met haar alcoholverslaving na zijn ongeluk naar Californië vertrokken. Alleen oma Paul heeft hij nog, ware het niet dat die in een instelling is opgenomen wegens hulpbehoevendheid. Vandaar dat hij, wanneer hij er min of meer weer bovenop is, naar zijn hem onbekende oom Julius gestuurd wordt, conciërge in het beruchte indianeninternaat van Fort Apache. Dokter Pinkley zal hem voor zijn vertrek nog proberen kidnappen, maar gelukkig is er Art om daar een stokje - en een paar vuistslagen - voor te steken. "Kijk uit voor die dokter", geeft hij de jonge indiaan nog mee, "volgens mij heeft die niets goeds in zijn zin", en hij geeft hem maar meteen een knoert van een mes om zo gauw mogelijk tussen de ribben van Pinkley te planten.

Na heel wat rauwe avonturen op school en heel wat inmenging van Pinkley zal Edgar uiteindelijk in een mormoons pleeggezin terechtkomen, waar hij met veel liefde en ook wel met wat afgunst behandeld zal worden. Maar één ding blijft hem dwars zitten: de postbode die hem overreden heeft, weet niet dat hij nog in leven is en dat het hem betrekkelijk goed gaat. Misschien is de man uit schuldbesef wel aan lager wal geraakt, terwijl dit helemaal niet nodig is. Edgar wil hem dus opsporen.

Uw boek deed me heel sterk denken aan Oliver Twist. Was Charles Dickens een inspiratiebron?

"Je bent niet de eerste die een parallel ziet met Dickens en achteraf bekeken is de vergelijking natuurlijk gegrond, maar terwijl ik Edgar Mint schreef heb ik niet één keer aan hem of aan zijn boeken gedacht. Als ik al door een ander boek beïnvloed ben, zal het wel De blikken trommel van Günter Grass zijn. Dat heeft tot nog toe niemand erin gezien. Maar dat betekent niet dat ik verveeld zit met de vergelijking met Dickens. Hij is de grootste romancier uit de Engelse geschiedenis. Sommigen ridiculiseren zijn werk omdat het te sentimenteel zou zijn, maar voor mij is dat larie. Het is precies zo goed omdat Dickens bereid was zich op het glibberige pad van de sentimentaliteit te begeven zonder er ooit onder te bezwijken."

Waarom laat u Edgar precies door middel van een typemachine communiceren met de wereld?

"Dat weet ik eigenlijk niet. Het gebeurde opeens in het verhaal en ik heb het zo gehouden. Ik denk trouwens dat Edgar de typemachine meer als een soort zelftherapie gebruikt dan als communicatiemiddel. Hij verliest de meeste mensen die met hem in contact komen en zo wordt die typemachine uiteindelijk zijn enige vriend."

Edgar zegt dat hij typt omdat hij er zich goed bij voelt en omdat hij de wereld zo beter kan begrijpen. Waarom schrijft u eigenlijk?

"Precies om dezelfde redenen, en om het geld en de vrouwen natuurlijk. Als tiener bleek ik een fantastische leugenaar te zijn. Het was in feite het enige waar ik echt goed in was. Toen ik volwassen werd, ontdekte ik dat mijn vader gelijk had wanneer hij zei dat niemand van leugenaars houdt. Ik besefte toen dat fictie schrijven niet meer is dan een sociaal aanvaarde vorm van liegen. Meer zelfs, soms werd je zelfs gelauwerd om je leugens en als het helemaal te gek werd, kreeg je er zelfs geld voor. Het schrijversleven zou voortaan mijn leven zijn."

Was het niet moeilijk om als volwassen man een boek te schrijven vanuit het gezichtspunt van een kind?

"Het is aartsmoeilijk om een roman te schrijven vanuit om welk gezichtspunt ook, maar dat van een kind is bijzonder moeilijk, denk ik. Kinderen zijn nog grotendeels ongevormd en kunnen heel sterk veranderen in de loop van het boek. Dat moet je allemaal incalculeren. Net zoals een ouder van een pasgeborene wist ik niet hoe het uiteindelijk met Edgar zou aflopen. Ik moest zijn verhaal opschrijven om dat te weten te komen."

En vanuit het gezichtspunt van een halfbloed indiaan?

"Daar was niks aan. Edgars etnische en culturele achtergrond is van veel minder belang dan het feit dat hij in een omgeving van alcoholisme, armoede, uitzichtloosheid en vervreemding moet opgroeien. Amerikanen schenken te veel aandacht aan huidskleur en bloed. Dat behoedt er ons voor de echte, zwaardere problemen zoals armoede, alcoholisme en uitzichtloosheid te moeten aanpakken."

In het boek laat u een indiaanse dichter een bezoek brengen aan de kostschool die in Fort Apache ingericht is. Hij blijkt er geen flauw benul van te hebben wat het betekent om vandaag een jonge indiaan te zijn en houdt niet op te oreren over Wounded Knee en de glorieuze geschiedenis van de indianen. Presenteert u hem als het plaatje dat de blanke Amerikanen zichzelf graag voorhouden en waardoor ze niet naar de realiteit hoeven te kijken: dat van de geciviliseerde, maar tezelfdertijd in een ver verleden levende indiaan?

"Toen ik de kostschool in Fort Apache bezocht, vertelde een van de leerlingen dat hij net naar een voordracht van een beroemde Indiaanse dichter was geweest. Toen ik hem vroeg hoe het geweest was, antwoordde hij: 'Ik verstond er geen woord van.' Dit deed me inzien dat deze jongen net zoals alle andere jongens was: wie verstaat de hedendaagse poëzie nog? Het zijn dus niet noodzakelijk ras en etniciteit die ons verdelen, maar wel het klassenverschil en de generatiekloof."

Hebben de indiaanse culturen nog een overlevingskans?

"Ja, ik denk het wel, ook al ben ik niet hoopvol gestemd. De nog overlevende indianenstammen zitten in bijzonder slechte papieren. Om te overleven moeten ze meer hun best doen om deel uit te maken van de mainstream Amerikaanse cultuur. Maar dat brengt natuurlijk ook een uitholling van hun eigen cultuur en geschiedenis teweeg. Als ze ervoor kiezen zich te isoleren, krijgen we het bekende resultaat: wanhoop, armoede en alcoholisme. De geschiedenis van de Amerikaanse indianen is doordrongen van een ongelooflijke nobelheid, moed en standvastigheid. De geest van die geschiedenis bestaat nog steeds, maar het is triestig om hem beetje bij beetje te zien verdwijnen."

Is het niet opvallend dat Edgar 400 pagina's kan vullen met alle pech en ongeluk die hem overkomen zijn tussen zijn zevende en zijn twaalfde, terwijl de dertien gelukkige jaren daarna nog geen vier pagina's innemen? Floreert de literatuur alleen op een ondergrond van misère?

"Je zou het zo kunnen zien, maar ik denk er toch anders over. Geluk en succes zijn stomvervelend. Het interesseert ons in feite niet wanneer onze beste vriend vertelt dat hij een fantastische dag heeft gehad en dat de ene meevaller op de andere buitenkans volgde. Waar we echter van likkebaarden is zijn verhaal over hoe hij dronken werd, met zijn auto van de weg raakte, uiteindelijk een politieman op het gezicht sloeg en maar net op tijd uit de gevangenis vrijgelaten werd om te horen dat zijn vrouw van hem wou scheiden. Dat is interessant! Daar willen we meer over horen."

Zoals ik uw roman heb gelezen wordt het centrale idee ervan door een taxichauffeur uitgesproken: in het leven moet je in staat zijn de zaken achter je te laten. Je moet niet alles in de koffer van een auto proberen proppen; maak er schoon schip mee, laat het staan en begin opnieuw. Zit daar iets in?

"Ik weet niet of er wel een centraal idee in het boek zit, maar als het zo is, zou dat het wel eens kunnen zijn. Het is nooit makkelijk om iets achter te laten. We slepen ons hele leven constant mee, net zoals Edgar zijn koffer vol typepapier meesleept. En hoezeer we het ook zouden willen, we kunnen niet ontsnappen aan onszelf. Het beste wat we mijns inziens kunnen doen is onszelf aanvaarden als de trieste, domme en halfgare mensen die we in feite zijn."

Marnix Verplancke

Brady Udall

De buitensporige lotgevallen van Edgar Mint Arena, Amsterdam, 415 p., 827 frank.

'Als tiener bleek ik een fantastische leugenaar te zijn. Het was in feite het enige waar ik echt goed in was'

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234