Dinsdag 21/01/2020

Met een schone lei

eels

De Amerikaan Mark Everett, kortweg E voor zijn vrienden, is een hoogst getalenteerde songsmid. Dat blijkt vooral uit het handvol platen dat hij in het recente verleden uitbracht onder zijn nom de poisson eels. Zijn liedjes variëren van onweerstaanbaar melodieus en poppy tot zwartgallig en bitter, maar voor dat laatste heeft E een goed excuus: de Man met de Zeis heeft in zijn familie- en vriendenkring de jongste jaren lelijk huisgehouden. Zijn vorige plaat, Daisies of the Galaxy, was de laatste fase in een rouwproces dat begon met het bloedstollende Electro-Shock Blues, maar op Souljacker lijkt de zanger met een schone lei te herbeginnen. Nog nooit eerder hebben we hem zo optimistisch en vol zelfvertrouwen gehoord als in het triphoppy 'Fresh Feeling' en nog nooit zo verliefd als in 'World of Shit'. De man is zelfs vergeten er een dubbele bodem in aan te brengen.

Souljacker gaat over mensen die op een of andere manier van hun ziel zijn beroofd, en volgens E is dat ongeveer het ergste wat je in het leven kan overkomen. Humor kan echter een prima tegengif zijn, ook al zijn de grapjes van E vaker tongue-in-cheek dan ha-ha-funny, zoals hij zelf zegt. In stilistisch opzicht is deze vierde eels-plaat (de vijfde als we de gelimiteerde live-cd Oh What A Beautiful Morning meerekenen) wellicht de stevigste, grofkorreligste en meest gitaargerichte die de groep tot dusver heeft afgeleverd. Everett heeft deze keer immers nogal intensief samengewerkt met de Britse gitarist John Parish en dat hoor je. De tragikomische opener 'Dog Faced Boy' klinkt bijvoorbeeld als iets van T. Rex dat door de punkmolen is gedraaid, het rafelige 'Souljacker Part One' suggereert een Tom Waits met een Motown-fixatie, het even gedreven als vervormde 'Teenage Witch' houdt het midden tussen Beefheart en PJ Harvey en 'What is This Note' is in fuzz gedrenkte hardcore-punkabilly die naar het einde toe onverwachts uitmondt in een folkwijsje. eels-fans van het eerste uur zullen misschien even moeten slikken, maar vaak draaien helpt.

Bovendien bevat Souljacker ook weer een reeks glimmende popminiatuurtjes die al na enkele beluisteringen in je hoofd oplichten en je het gevoel geven dat je ze al jaren kent. 'Woman Driving, Man Sleeping' is een film op muziek waarvan het happy end onderweg verloren is gegaan, 'Friendly Ghost', met de onsterfelijke regels "If you're scared to die / You'd better not be scared to live" en het ietwat absurdistische 'That's Not Really Funny' horen thuis op de playlist van Radio Paradijs en 'Bus Stop Boxer' is zo mooi qua melodie dat de sinistere ondertoon je bijna zou ontgaan. Het bizarste verhaal op de cd is wellicht 'Jungle Telegraph', dat begint met een geboorte en eindigt in een boom. Het nummer wordt voortgejaagd door krassende, funkgitaren en onderweg uit koers gehaald door een totaal geschift jazzy tussenstuk.

Elders stoeit E met loungehopritmen, geloopte strijkers, Duane Eddy-solo's en andere fijne vondsten, zodat de kniesoor in ons geen enkele reden kan bedenken om zich te roeren. eels maakt rijke, superieure popmuziek die meteen een vaste plek in je leven opeist. Nee, deze Souljacker krijgt u de eerstkomende maanden de logeerkamer niet meer uit. (DS)

eels, Souljacker, Dreamworks/BMG.

Marc Moulin

Geen Placebo-effect

Een van de verrassendste muzikale succesverhalen van de voorbije jaren is Tourist van St Germain, alias Ludovic Navarre. Zijn combinatie van elektronische muziek en jazz is echter minder nieuw dan wel eens wordt gedacht. Al in de jaren '70 bedacht Placebo (niet te verwarren met de gelijknamige Britse band die momenteel actief is) een vorm van elektrische jazz die een voorafschaduwing was van veel jazzy experimenten uit de elektronische muziek van het voorbije decennium. Achter Placebo school Marc Moulin, een toetsenist die voordien al een hele weg in de jazz had afgelegd (onder meer aan de zijde van Philip Catherine) en vanaf 1978 een derde van Telex zou worden, de Brusselse elektropopformatie die door technopioniers als Juan Atkins of Derrick May als een groot voorbeeld wordt geciteerd en die in ons land vooral bekend is van singles als 'Twist à St Tropez' en 'Eurovision'.

Moulin heeft zich de jongste jaren voornamelijk met produktie van muziek beziggehouden en met zijn radiowerk voor La Première, vandaar dat zijn laatste plaat (het ambient werkstuk Mæssage) al bijna tien jaar oud is. Op instigatie van platenfirma EMI heeft hij een nieuwe cd opgenomen, nogal expliciet met de vraag om jazz te mixen met elektronica. Met succes, want Top Secret komt uit op het wereldbekende jazzlabel Blue Note en verschijnt in meer dan twintig landen (onder meer de VS en Japan). De opener 'Into the Dark' kent u misschien van de radio. Het is een gedreven song waarin zangeres Christa voortdurend hetzelfde zinnetje herhaalt. 'What?' swingt op een lekkere housebeat, terwijl de saxofoon flink mag scheuren. 'Théo' is zelfs geheel en al opgebouwd rond een lange saxofoonimprovisatie van Johan Vandendriessche. Een paar nummers zijn wat rustiger, maar soms is die kalmte vals, zoals in 'Organ', dat ingetogen begint, maar waaronder na verloop van tijd een dwingende beat wordt geschoven en dat uitgroeit tot een van de hoogtepunten van de cd. Top Secret bevat muziek die je een uur lang prikkelt en die zowel werkt in de huiskamer als op de dansvloer. En wees gerust, dat is geen placebo-effect. (ChrV)

Marc Moulin, Top Secret, Blue Note/EMI.

Live

Met gevoel voor humor

"Someone should take your microphone", meldt gastrapper Tricky in 'Simple Creed', een duet met zanger Ed Kowalczyk op de nieuwe, vijfde Live-cd V.

Daarmee verwoordt hij, wellicht onbewust, de gedachten van vele muziekliefhebbers die de groep ten tijde van de doorbraakplaat Throwing Copper (1994) best te pruimen vonden, maar nadien de wanhoop nabij waren als ze op de twee daarop volgende platen diens wollige praatjes over goeroes en spirituele liefde moesten aanhoren. Op de nieuwe cd durft hij wel nog eens door te drammen, al valt het ditmaal wel mee. "I'm sick of all the false glory / In God we trust" uit 'Like a Soldier' klinkt gezien de recente gebeurtenissen in de Verenigde Staten dubbel, maar de song is een genadeloze aanval op de leegheid van de televisie. 'People Like You' bewijst dat Kowalczyk wel degelijk over een gevoel voor humor beschikt, want in een droom duiken plots allerhande collega-muzikanten op. Het nummer spot met de mythe van de rockster en zo relativeert de zanger zijn eigen plek in de popwereld. Ook sommige muziek is zelfs grappig, maar V - in het Engels rijmt de op het eerste gezicht wat inspiratieloze titel op de groepsnaam - overtuigt het sterkst in de songs waarin Live zich van de begane paden verwijdert, zoals 'Call Me a Fool' dat helemaal is opgebouwd rond een simpele, maar prachtige orgelpartij. Het is opvallend dat de rustige songs V stutten, terwijl we sinds 'They Stood up for Love' toch alle reden hebben om het op een lopen te zetten als de woorden Live en ballad in elkaars buurt dreigen te komen. Niet dus op deze vijfde langspeler, ten getuige daarvan het met strijkers overspannen 'Overcome' of het folky 'Nobody Knows' dat, toegegeven, niet de hele tijd kalm blijft klinken. V is overigens niet vrij van bombast ('Nobody Knows', 'Forever May Not Be Long Enough') - het tegendeel zou nog verrassender zijn dan Bush die zegt dat Osama bin Laden niet hoeft te worden uitgeleverd - maar het is ook de beste cd van Live sinds Throwing Copper.

Live, V, Radioactive/Universal.

Therapy?

Pretentieloos plaatje

Verhip, The Ramones! Dat waren mijn eerste gedachten bij 'Gimme Gimme Gimme (Back My Brain)' een nummer dat voortjakkert op een rockbeat die zo typisch was voor de New Yorkse punkers. Het Noord-Ierse kwartet beklemtoont dat de song geen eerbetoon is aan de eerder dit jaar overleden Joey Ramone. En dat geldt ook voor 'Joey', want de titelheld daarvan is de in 2000 verongelukte motorrijder Joey Dunlop. Met Shameless gaat Therapy? back to basics: spetterende punkpop ('Dance', 'This One's for You', het aan Hüsker Dü herinnerende 'Endless Psychology') vormt de ruggegraat van de cd. In 'Wicked Man' duikt een R.E.M.-gitaartje op en hoor je op de achtergrond een beetje 'Hello I Love You' van The Doors. Die referenties maken het liedje er trouwens niet minder op. Maar het hoogtepunt van de cd is toch wel 'Theme from DeLorean', een beklemmende, onbehaaglijke song met etterende gitaren.

Zanger Andy Cairns spuwt bijwijlen op zo'n wijze zijn woorden uit dat je zou zweren dat je zit te luisteren naar Atomizer van Big Black. En nog een echo: 'I Am the Money' lonkt overduidelijk naar Black Sabbath. Maar die echo's storen niet echt, Therapy? speelt met zoveel inzet en energie dat je er zelfs een beetje week van dreigt te worden. Maar voor het zover is, krijg je een flinke muzikale kopstoot, genre 'Body Bag Girl' of 'Stalk and Slash'. Het viertal klinkt soms wat drammerig, maar Shameless is vooral een pretentieloos plaatje en een verademing na de voorganger Suicide Pact - You First. Wie zijn/haar rock bij voorkeur niet al te volwassen wil hebben, zal als een kind zo blij zijn met dit schijfje. (ChrV)

Therapy?, Shameless, Ark 21/Universal.

(Smog)

Een troebel zicht

(Smog) is al jarenlang - vroeger weliswaar zonder haakjes - het pseudoniem van de Amerikaan Bill Callahan. Voor elke plaat omringt hij zich met andere medewerkers, ditmaal onder anderen gitarist Rick Rizzo (Eleventh Dream Day) en drummer Pat Samson (US Maple). Rain on Lens breekt met de voorgangers Dongs of Sevotion (2000) en Knock Knock (1998) omdat de nummers wat meer naar minimale rock neigen. Ze bezitten vaak een manische, gedreven ondertoon die naar The Velvet Underground verwijst. Het repetitieve 'Song' is daarvan een goed voorbeeld, maar je hoort het ook in andere liedjes. De viool duwt 'Keep Some Steady Friends Around' naar een venijnige crescendo en in 'Dirty Pants' zorgt de strijker dan weer voor giftige accenten. Desondanks heb je het gevoel dat de songs in hun eigen staart bijten. 'Short Drive' komt ook al uit de Lou Reed-school, maar dit nummer had geen herexamens. De vergelijking met de New Yorkse songschrijver slaat overigens alleen op de muziek, tekstueel lopen de paden niet parallel. Callahan hult zich geregeld in raadsels, maar het is wel duidelijk dat hij de spots richt op personages die een vertroebelde visie op de liefde en relaties hebben, een beeld kortom alsof er regendruppels op de lens zitten. De Amerikaan vindt dat dit soort mensen elkaar aantrekt, alsof ze elkaars foute beeld willen bevestigen en ze zelf de waarheid niet willen kennen. De korte titelsong opent en sluit de cd, al volgt er nog een coda: 'Revanchism'. Als de rest van de cd The Velvet Underground is, dan is dit liedje Lou Reed ten tijde van Transformer. Met zijn heerlijk opstandige blazers is de afsluiter van Rain on Lens een verademing na een iets te monomane plaat. (ChrV)

(Smog), Rain on Lens, Domino/ Play it again Sam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234