Dinsdag 20/04/2021

Met een rotvaart bergaf

Bekend stond hij om zijn zelfvoldane lachje, en om het olympische goud dat hij in 1984 won bij het skiën. Hij had voorspeld dat de anderen om de tweede plaats zouden mogen vechten. De rest van zijn korte leven zou Bill Johnson echter doorbrengen als antiheld van zijn eigen verhaal.

Het begon nochtans mooi, op zijn 23ste lag de wereld even aan zijn voeten. Ronald Reagan lauwerde hem, hij stond op de covers van magazines. "Miljoenen!", riep hij, als hem gevraagd werd wat dat opbracht. Hij kocht een Porsche en trouwde met zijn droomvrouw.

Met dat skiën zou het echter niets meer worden. Hij eindigde nog een paar keer als zevende in World Cups en ontpopte zich als man van de spreekwoordelijke twaalf stielen, dertien ongelukken. Hij ondernam een bizarre poging om professioneel golfspeler te worden, runde kortstondig een skischool, werkte als elektricien en timmerman, verloor een hoop geld op de beurs, ging bankroet en verhuisde elf keer in twaalf jaar - voor de gemoedsrust van een mens zelden een goed teken.

Hij dronk, schoot in het wilde weg met pistolen, reed te snel met zijn Harley en ging bij voorkeur om middernacht surfen. Tot de ongelukken gebeurden die moeilijk konden uitblijven: in 1991 klom zijn één jaar oude zoontje Ryan in de badkuip en verdronk. Acht jaar later werd Johnson door zijn vrouw verlaten. Hij kon het niet verkroppen; hij knokte in bars en bracht een nacht in de cel door. "De man lachte mij uit door zijn gouden medaille in mijn gezicht te duwen", klaagde de agent die hem gearresteerd had.

Tijdens een van die doorzopen avonden ontstond bij Johnson het woeste plan om zijn vrouw met hun twee zoontjes terug te winnen. "Daartoe", redeneerde hij, "moet ik echter eerst opnieuw succesvol worden." Veertig was hij intussen, en hij besliste om deel te nemen aan de Winterspelen van 2002 in Salt Lake City. Met zijn gebruikelijke grootspraak liet hij op zijn rechterschouder een nieuwe tattoo aanbrengen:'Ski to Die'. "Dit wordt", zei hij, "de comeback van het millennium."

Als het op tragiek aankwam, was het dat ongetwijfeld. Het ging fout die 22ste maart 2001, toen Johnson op de Amerikaanse kampioenschappen aan meer dan 80 kilometer per uur opeens zijn evenwicht verloor. Hij smakte met het hoofd naar voren tegen een berg harde sneeuw en wiekte los door twee beschermingsnetten. Drie weken lag hij in een coma, met onherstelbaar hersenletsel.

Daarna zou hij de ene beroerte na de andere krijgen, hoewel nog gerapporteerd werd dat hij in een gemotoriseerde rolstoel roekeloos door de gangen van het verzorgingstehuis scheurde. Bill Johnson stierf zoals hij werd geboren: als durfal. Hij was nog maar vier toen zijn grootmoeder hem op het nippertje kon tegenhouden toen hij op het punt stond van haar dak te springen.

"Ik heb de top bereikt", zei hij over de gouden plak die nu ergens in een lade stof verzamelt. "En ik was de eerste. Dat kan niemand mij nog afpakken."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234