Zondag 09/05/2021

Met een hoop Marokkaanse staatsgeheimen het graf in

In 1999 plaatste de zoon van koning Hassan II nog een advertentie in 'The Washington Post': 'U moet begrijpen, Majesteit, dat ik voor de verdediging van mezelf en mijn geliefden beschik over dossiers met informatie die uw imago over de hele wereld kan schaden'

Hicham Mandari 1971 - 2004

Toen de Spaanse politie op 4 augustus het lijk ontdekte van Hicham Mandari, in een garage aan de Costa del Sol, zijn gezicht naar beneden en een kogel in het hoofd, dacht men eerst aan een vergeldingsactie onder gangsters. Maar de dood van de jonge Marokkaan, ooit de favoriete zoon van koning Hassan, bracht inmiddels de geheime diensten in vier landen op de been en wierp een licht op de geheimzinnige, soms dreigende wereld van het Marokkaanse hof. Tot kort voor zijn dood bleef Mandari dreigen met onthullingen over het hof.

Er gingen elf dagen overheen voor de politie wou bevestigen dat Mandari was vermoord. Ze beweerde eerst dat het om een professionele huurmoord ging, omdat een enkele 9mm-kogel via de achterkant van de nek naar boven was geschoten. "Het werk van de gebruikelijke delinquenten, wellicht ingehuurde Fransen of Marokkanen", heette het. Maar ingehuurd door wie?

Volgens getuigen werd het 33-jarige slachtoffer, kort voor hij vermoord werd aangetroffen in een huis tussen Mijas en Feungirola, achtervolgd door "een persoon met Arabische trekken". Anderen zeggen dat hij in het gezelschap was van drie "Arabieren of Noord-Afrikanen". Er is sprake van drie vluchtende mannen en een bestelwagen. "Het enige wat we zeker weten," zegt een politiebron, "is dat Mandari vermoord werd op de dag dat hij aankwam in Spanje. Hij ging naar zijn afspraak met de dood."

Mandari overleefde eerder al drie moordpogingen. De laatste dateert van april 2003 toen hij in Parijs naar het ziekenhuis werd gebracht met drie kogels in zijn lichaam. Hij werd volgepropt met cortisone en had een ernstige verwonding aan het rechterbeen. Het lot keerde zich brutaal tegen de voormalige ster van de Marokkaanse jetset. Hij was een liefdeskind van koning Hassan II. Hij stond zelfs lange tijd bekend als diens favoriete zoon.

Terwijl de Spaanse autoriteiten weigerden iets te zeggen over de identiteit van het lichaam in de parkeergarage, kwamen de Franse geheime diensten een Fransman van Algerijnse origine op het spoor, die Mandari een vals Italiaans rijbewijs bezorgde op naam van Ben Al Asan Ala Laoui Icam. De man zou Mandari ontmoet hebben net voor zijn vlucht naar Malaga in de namiddag van 4 augustus. Ongelofelijk maar waar, Mandari overhandigde daarop zijn adresboek en een gsm aan de man. Sindsdien zijn ook Marokkaanse, Bahreinse en Saoedische veiligheidsdiensten betrokken bij het onderzoek.

Volgens een andere versie had Mandari een afspraakje met een jonge vrouw op wie hij smoorverliefd was. Ze zou een hooggeplaatste persoon in de Marokkaanse hiërarchie zijn en met vakantie in Marbella, aan de kust. De televisiezender Al-Jazeera suggereert dat Mandari naar de Spaanse Costa ging voor zakelijke besprekingen: hij was van plan een plaatselijk radiostation te kopen om programma's uit te zenden ten gunste van de Marokkaanse democratie aan de andere kant van de Middellandse Zee.

De Spaanse krant El Pais stelt dan weer dat Mandari de Marokkaanse autoriteiten genoeg redenen gaf om hem uit de weg te ruimen: "Het is logisch om prioriteit te geven aan een vermoedelijke wraakactie uit Marokkaanse hoek, omdat Mandari voortdurend bedreigingen uitte tegen Rabat." Een Franse veiligheidsbron, geciteerd door de Parijse krant Libération, is voorzichtiger: "Het gaat hier om een individu dat betrokken was bij zoveel duistere zaken en die zoveel vijanden had dat we moeten zoeken in alle mogelijke richtingen."

De plaats van de moord was perfect gekozen. De Costa del Sol, pleisterplaats voor rijke gangsters uit de hele wereld, is zo dikwijls het decor voor anonieme huurmoorden dat ze vaak de Costa del Plomo genoemd wordt, de Loodkust. Op die plaats, ver van nieuwsgierige blikken van de politie of rivaliserende bendes, organiseren criminele netwerken lucratieve drugs-, witwas- en vergeldingsacties. Het Spaanse onderwereldparadijs ligt niet zover van de omgeving waar Mandari opgroeide en waaruit hij verbannen werd toen hij zich in 1999 tegen zijn machtige beschermheren keerde. "Een toekomstig kroniekschrijver van de Marokkaanse dynastie zou Hicham Mandari moeten vermelden als de man die achter de dikke muren van het koninklijk paleis wist te komen en de geheimen onthulde van een monarchie van goddelijk recht die dodelijk werd door de menselijke, te menselijke, tekortkomingen van de heersende familie", schreef Le Monde.

Hicham Mandari werd opgevoed door zijn moeder, Sheherazade Mandari, geboren Fechtali, en groeide in de jaren tachtig op onder de bescherming van Hafid Benhachem, een toekomstige nationaal veiligheidsdirecteur, wiens twee zonen zijn jeugdvrienden waren. Ze hadden nooit geldgebrek. Het trio reed op een bromfiets rond in Rabat en bezocht de hipste disco van de stad.

Hicham ging aan de haal met Hayat Filali, dochter van een hooggeplaatste koninklijke functionaris. Het koppel werd onderschept en in plaats van gestraft te worden, kregen ze de zegen van de koning om te trouwen. Die positieve wending werd geforceerd door de tante van Hayat, Farida Cherkaoui, de favoriete concubine van de koning. Zij zorgde ervoor dat Mandari aan het hof kwam als lid van de veiligheidsdienst, die geleid werd door Mohamed Mediouri. Hij was verliefd op de vrouw van koning Hassan. (Toen de koning in 1999 stierf, trouwde hij met haar en ze leven nog altijd samen.) Mandari verloor geen tijd en wist de vrouwen van de harem voor zich te winnen met cadeautjes. Ze leefden in afzondering en werden bewaakt door bedienden in witte kleren.

Aan het einde van de jaren negentig was koning Hassan wat verzwakt door zijn leeftijd, maar hij terroriseerde nog steeds zijn onderdanen met willekeurige arrestaties en folteringen. Binnen de okerkleurige paleismuren slaagde hij er echter niet in om de hebzucht onder zijn personeel te bedwingen. Zijn bedienden vreesden voor hun situatie na de dood van de koning en gingen aan de haal met zilver, schilderijen, tapijten en meubilair. Dankzij medeplichtigen in de harem en andere hovelingen raakte Mandari bij de brandkast, waar hij zich bediende van verschillende blanco cheques. Hij haalde honderden miljoenen dollar van de rekeningen van de koning. Hij stal kroonjuwelen en geheime documenten, waaronder een inventaris van de koninklijke bezittingen in het buitenland - zo beweerde hij later - waarmee hij schaamteloos probeerde het koningshuis af te persen.

Op een dag werd een koninklijke functionaris door een Luxemburgse bank gevraagd om de handtekening op een enorme cheque te identificeren. Hofspionnen lichtten Mandari in over de woede van de koning en Mandari vluchtte naar het buitenland met zijn vrouw en dochtertje.

"Zijne majesteit heeft me opgedragen de diefstallen te onderzoeken", vertelde Driss Basri, de minister van Binnenlandse zaken van Koning Hassan, aan Le Monde. "Ik denk dat Mandari drie of vier staatsgeheimen in zijn bezit had." Basri deed die toegeving nadat hij uit de gratie was gevallen van Mohammed, de zoon van Hassan, en in ballingschap naar Parijs vluchtte.

Mandari verliet Parijs voor Brussel, trok naar Frankfurt en bereikte uiteindelijk de VS, waar hij beschuldigingen uitte tegen de Marokkaanse kroon. Op 6 juni 1999 plaatste hij een advertentie in The Washington Post. Hij richtte zich tot de koning en verklaarde dat hij "het slachtoffer werd van leugens" en waarin hij "koninklijke excuses" vroeg. Hij ging verder: "U moet begrijpen, Majesteit, dat ik voor de verdediging van mezelf en mijn geliefden beschik over dossiers met informatie... die uw imago over de hele wereld kan schaden." Veertien dagen later in Florida ontsnapte hij ternauwernood aan een ontvoering.

Koning Hassan stierf in juli 1999 en werd opgevolgd door Mohammed. Die wilde het schandaal doen stoppen en de voormalige hoveling laten uitleveren aan Marokko. Mandari werd gearresteerd in de VS in verband met valse Bahreinse dinars met een waarde van 350 miljoen euro, geproduceerd in Argentinië. Hij verzette zich drie jaar lang tegen zijn uitlevering. Hij werd vrijgelaten in 2002 en verbannen naar Frankrijk dat beloofde hem niet uit te leveren aan Marokko.

In 2003 liet zijn vrouw hem in de steek om terug te keren naar Marokko. Daarop kondigde Mandari aan dat hij het liefdeskind was van Hassan en Farida Cherkaoui en dus de broer van de regerende monarch. Cherkaoui leeft sindsdien ondergedoken. Mandari werd gearresteerd op beschuldiging van afpersing van de voorzitter van Marokkaanse Bank voor Buitenlandse Handel, Othman Benjelloun, een van de rijkste mannen van Marokko. Hij kwam in januari 2004 op borgtocht vrij, maar vreesde voor zijn leven.

Mandari was op de vooravond van zijn dood van plan een persconferentie te houden in het blitse vakantieoord Marbella. Hij zou de "zwartste corruptiebladzijden onthullen van het koninkrijk en democratische krachten oproepen om te vechten voor een rechtsstaat", aldus de Spaanse krant La Razón. In zijn laatste interview, in het Marokkaanse weekblad Le Journal, vertelde Mandari dat hij "een mediacampagne zou organiseren die bijzonder schadelijk zou zijn voor Marokko". Hij gaf ook te kennen dat hij een schandaal wilde ontketenen in Frankrijk: "Ik ken alle Franse ministers", zei hij. "Ik ken Chirac zeer goed. Ik heb (minister van Binnenlandse Zaken) Dominique de Villepin gebeld, maar hij mocht niet praten met mij. Ik weet ook veel van andere politici."

Mandari was als een orchidee, vertelt een vriend: "Mooi om naar te kijken, maar met wortels in de modder." Wie ook deze exotische bloem verpulverde, slechts weinigen aan het Marokkaanse hof zullen erom rouwen.

Elisabeth Nash

© The Independent

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234