Woensdag 29/01/2020

Opinie

Met deze hulpgids overleeft u vier jaar Trump-wartaal

President Trump spreekt Washington toe na zijn inauguratie. Beeld REUTERS

John McWhorter is docent Engels en vergelijkende literatuurwetenschap aan de universiteit van Columbia.

Als je hem hoort, lijkt Donald Trump een taal te spreken die niemand hem kan nadoen. Mijn favoriete citaat komt uit een campagnespeech in South Carolina, in 2015: "Kijk, over het nucleaire – mijn oom was een geweldige professor en wetenschapper en ingenieur, Dr. John Trump van M.I.T.; goede genen, heel goede genen, oké, heel slim, de Wharton School of Finance, heel goed, heel slim – weet je, als je een conservatieve Republikein was, als ik Democraat was, tja, oké…"

John Mcwhorter. Beeld RV

In werkelijkheid is Trumps wartaal niet zo exotisch. Heel veel buitengewoon intelligente mensen praten vaker als Donald Trump dan ze misschien beseffen. Het nieuwe is dat iemand die in het openbaar op die manier praat president van de Verenigde Staten is geworden.

Praten vs. spreken

De valse starts, het van de hak op de tak springen, de herhalingen – praten als een montage – zijn allemaal typisch voor de ongedwongen spreektaal in tegenstelling tot de geschreven taal. De manier waarop hij voortdurend benadrukt wat hij zegt ("Geloof me", "Echt waar") is dat ook. Iedereen gebruikt dat soort bevestigingen en stopwoorden.

Waar het om gaat, is het verschil tussen 'praten' en 'spreken', een verschil dat we pas merken wanneer iemand praat in een context waar spreken de norm is. Trumps onsamenhangende stijl was een deel van zijn aantrekkingskracht, want hij zorgde ervoor dat een arbeider in het diepste Amerika zich kon identificeren met een miljardair uit New York. Maar dat effect was geen berekening, geen slimme kunstgreep om de gewone man aan te spreken. Het was gewoon Trump zoals hij is. Trump praat zoals heel veel mensen dat op onbewaakte ogenblikken doen. Velen van ons zouden schrikken als ze hun spraak woordelijk uitgeschreven zien.

Maar hoe bestaat het dat iemand die zich zo slordig uitdrukt in het Witte Huis beland is? Eigenlijk was dat slechts een kwestie van tijd. De verhouding van Amerika met de taal is sinds de jaren 60 voortdurend informeler geworden, net als onze verhouding met kleding, seks, eetgewoonten, dansen en zoveel meer.

Nonchalante, 'echte' taal

Politici gebruiken nu in het openbaar een nonchalante, 'echte' taal die in de tijd van Franklin D. Roosevelt of zelfs Lyndon B. Johnson ondenkbaar was geweest. Mitt Romney verloor de verkiezingen in 2012 voor een stuk omdat zijn spreekstijl – die we vroeger 'presidentieel' hadden genoemd – als stijf overkwam. Barack Obama dankte zijn aantrekkingskracht in niet geringe mate aan zijn vermogen om het spreekritme van een zwarte dominee over te nemen. Romney of John McCain hadden nooit 'Yes, we can!' op muziek kunnen zetten zoals Obama dat kon.

Het feit dat George W. Bush ondanks al zijn versprekingen president kon worden, was een eerste signaal dat de Amerikanen de welbespraaktheid van hun leiders minder belangrijk vinden dan in het verleden. Toch wekte Bush altijd de indruk dat hij in elk geval – en vaak met een haast vertederende hulpeloosheid – probeerde om te 'spreken' in plaats van te 'praten'. De volgende stap was Sarah Palin, die ongegeneerd brabbelde en toch door miljoenen op handen werd gedragen.

Onbeschaamd

Het was dus bijna onvermijdelijk dat we een president zouden krijgen die net als Palin onbeschaamd zijn eigen syntaxis uitvindt. Trumps loopbaan heeft hem nooit een reden gegeven om zelfs maar te doen alsof hij sprak in plaats van te praten. Hij schijnt niet te lezen en hij mist introspectie – twee zaken die niet bevorderlijk zijn voor een duidelijke zelfexpressie. Geen wonder dat hij verslaafd is aan Twitter, want de beperking tot 140 tekens leidt tot een manier van schrijven die, net als sms'en, zo weinig mogelijk van praten afwijkt.

Omdat het nieuw is dat een president geen moeite doet om zich verstaanbaar te maken, begrijpen de nieuwsmedia Trumps taal niet. Ze weten allemaal dat hij structureel lelijk praat. Ze hebben het veel moeilijker met het feit dat Trump geen besef heeft van de stilzwijgende afspraak dat de uitspraken van een politicus meer signalen zijn dan verklaringen, dat ze een ruimere boodschap willen overbrengen. Antropologen kennen een stam, de Kuna van Panama, waar het hoofd een lange toespraak in hoog verheven termen houdt, waarna een assistent uitlegt wat hij heeft gezegd. Dat kan exotisch klinken, tot we beseffen dat de commentaren na een presidentiële toespraak net dezelfde functie hebben.

Jarenlang

Hoe moeten we jarenlang elke dag naar deze man luisteren? Ten eerste moeten we beseffen dat zijn manier van praten niet zo exotisch barbaars is als ze op papier lijkt – het bizarre is dat ze op papier te vatten is. Ten tweede moeten we begrijpen dat de onverschilligheid van zijn fans voor zijn manier van praten een symptoom is van onze algemene houding tegenover formalisme. De taal heeft zich daar gewoon aan aangepast.

Ik denk nu aan Theodore Roosevelt. Hij was welbespraakt maar had zulk een uitbundige, altijd nieuwsgierige persoonlijkheid, dat iemand – bij wijze van compliment – over hem zei: 'Vergeet nooit dat de president een jaar of zes is.' Taalkundig luister ik naar de nieuwe president alsof hij een jaar of twaalf is. En zo begrijp ik hem altijd perfect.

© The New York Times

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234