Vrijdag 15/11/2019

Met de stille trom

'In aller Stille', zo nam zijn familie vorig weekend afscheid van Andreas Lubitz, de 'zelfmoordpiloot' van Germanwings. In ons land wordt tot tien procent van de overledenen in stilte begraven. Soms volgens de wens van de betrokkene, soms is het het lot, soms omdat hij zoals Lubitz 'daden pleegde'.

Andras Pandy, Brugge

Links liggen Henri & Zenobie begraven, rechts rusten voor eeuwig George & Marguerite. Hun namen staan gebeiteld in twee fraaie granieten stenen. Tussen de zerken van beide koppels gaapt een gat, een perceel van één bij anderhalve meter: verdorde grond met plukken onkruid, een enkel geel veldbloempje, ergens in het zand een afgekloven beentje (van dierlijke oorsprong).

Niemand die kan vermoeden wie hieronder lag of nog steeds ligt. Er staat geen kruis met naam op, er is geen zerk. Alles platgewalst, alles naakt, braak land. En toch moet hier een van de beruchtste seriemoordenaars van ons land rusten, Andras Pandy, in een armengraf. Niet zijn familie, maar het OCMW betaalde de kosten voor zijn tienjarig verblijf in Brugse grond, en voor zijn korte stille uittocht, eind 2013. Pandy stierf twee jaar geleden in de gevangenis van Brugge. Hij zat er een levenslange straf uit, wegens incest en zesvoudige moord. Vooral de manier waarop de dominee van Hongaarse oorsprong zich van de lichamen van zijn slachtoffers ontdeed, schokte dit land. Hij loste ze op in een zuur, spoelde de resten via de gootsteen weg. Vreemd dat nét hem, eens wijlen, iets gelijkaardigs overkwam. Pandy is onvindbaar geworden, als in de ruimte opgelost.

Het duurt even voor je het lege Pandy-plekje vindt. Geen kerkhofbezoeker die de aandrang voelt je te helpen bij jouw zoektocht. De één ontkent met "Ligt hij hier?", de ander meesmuilt "Ik zeg niets", een enkeling wijst verveeld naar een rij grafstenen in de verte, mompelt "daar ergens" en vraagt nadrukkelijk geen detailbeschrijving te geven in de krant.

Ze willen hier geen pottenkijkers meer, en zeker niet zoals in het begin van Pandy's verblijf in deze aarde, toen jongeren er 'Waar ligt Pandy' speelden. Een spelletje was het geweest, met een paar klasgenoten. Wie Pandy's graf als eerste vond, won. In Sint-Andries Brugge wil men een dikke pleister leggen op die wonde, en blijft men dus heel zwijgzaam als je erover begint. Laat Pandy maar met voorsprong de meest afwezige aanwezige blijven op hun kerkhof, de illustere en ongewenste rond wie de allergrootste stilte mag heersen. Sommigen beweren zelfs dat hij "werd verlegd".

Priester Paul Coucke van de parochie Sint-Andries haalt de schouders op. "Ach, weet je, ook ik heb het van horen zeggen dat hij hier een laatste rustplaats vond. Het is me nooit meegedeeld waar Pandy precies ligt. Het hoeft niet, wegens de privacy.

"Ik ben priester voor mijn parochianen. Het land rond het kerkgebouw, het kerkhof, is eigendom van de stad." Coucke verzorgt zelf 'stille begrafenissen'. Hij begeleidt als priester heel graag erediensten waaraan niet veel ruchtbaarheid wordt gegeven. Coucke: "Onze parochie bevindt zich heel dicht bij de Brugse gevangenis, vandaar."

Wanneer langgestraften in die Brugse gevangenis overlijden, kunnen ze in Sint-Andries een laatste rustplaats krijgen. Coucke: "Samen met de gevangenisaalmoezenier verzorg ik dan de uitvaart, met enkel de kist in de buurt en voor een handvol mensen. Ik hou niet van eenzame bedoeningen, zonder aanwezigen in de kerk. Daarom roep ik parochianen vaak een paar dagen voor zo'n stille dienst op om langs te komen. 'Velen onder jullie zijn met pensioen', vertel ik dan in de zondagsmis. 'Probeer er bij te zijn op de dienst volgende week, als vertegenwoordiger van de gelovige gemeenschap.' Vaak wordt mijn oproep gehoord en zitten ineens tien mensen op de stille begrafenis van een overledene die ze van haar nog pluimen kennen.

"Ikzelf weet meestal niet wat de gevangene die ik begraaf heeft misdaan. Het zijn mijn zaken niet. Mijn redenering is zoals het in de Bijbel staat: 'Oordeel niet en gij zult niet geoordeeld worden'. De burgerlijke straf is hier gegeven, op aarde, voor de rest is het aan 'hierboven'. Wij moeten er niet nog eens ons geheven vingertje tussen steken.

"Ik kies steeds mooie teksten uit voor de stille begrafenis. De parabel van de verloren zoon of, als het een vrouw is, van Jezus die de zondares zalft. In de preek kan ik natuurlijk niet veel over de levenswandel van die persoon vertellen. Ik heb het dan maar over hoe mensen soms vreemde wegen bewandelen en over de barmhartigheid van het evangelie.

"Weet je, ik maak er vooral het beste van. Ik doe het met alles erop en eraan, alsof de dienst in een stampvolle kerk gebeurt. Stil gaat het er niet echt aan toe, integendeel, het gaat er hier behoorlijk luid aan toe. We lezen teksten voor, en de koster speelt zijn muziek op het orgel. Het zijn pareltjes van diensten, wegens de authenticiteit. Geen woordenkramerij ook, elke zin weegt. Je voelt die sfeer, de intensiteit, ik hoor nooit het geroezemoes zoals in de gewone begrafenissen met gevulde banken. Een stille dienst is bijzonder in z'n bewogenheid."

Of Pandy zo'n intense dienst kreeg? De rooms-katholieke priester was er niet bij, wist zelfs niet wanneer die dienst plaatsvond op de begraafplaats, achter zijn kerk.

Een kwartier lang duurde de teraardebestelling, zo blijkt. En niet gewoon door grafdelvers, hup en weg. Er was familie aanwezig, er was een evangelische voorganger. Ook dat heeft voeten in de aarde om de geestelijke te vinden die de dienst leidde. Uit piëteit voor de familie wil hij geen gedetailleerde uitleg geven. Zijn naam laten we hier ook onvermeld.

"Maar het klopt, wij hebben de heer Pandy een sereen afscheid bezorgd", zegt hij. "Er vielen weinig stiltes, er was gebed, een tekst uit Genesis. Er waren nabestaanden van de heer Pandy aanwezig, ze hebben iets gezegd, hadden eenvoudige bloemetjes bij, die naast een sober kruis werden neergelegd. Die kleine plechtigheid heeft iedereen geraakt, ook mezelf. Daarna zijn we met de aanwezigen nog een koffietje gaan drinken.

"Weet u, wij dienaren zijn er om mensen in nood tijdens grote momenten te begeleiden. We doen dat zonder commentaar en zonder oordeel. Ook al gebeurden er zaken die je best verschrikkelijk mag noemen, de eindevaluatie is iets tussen de mens en God. Wij moeten als voorgangers de communicatie met de levenden onderhouden en daarom vond ik het belangrijk om daar aanwezig te zijn. Voor wie getekend achterblijft, moet je je tijd nemen. Ik ben nog steeds heel tevreden dat we het op die manier deden, intens, sereen, ver van alle menselijke meningen."

Wout en Elise, Oostende

Oostende, weekdag, nog geen middag en de hitte is al massief. Iets trilt in de lucht, iets dampt boven de grond, iets valt als een deken over je heen wanneer je de gekoelde wagen uitstapt om, godbetert, een begraafplaats op te stappen.

De grootste, de drukste van deze stad, en nu ook het warmste kerkhof dat je ooit betrad, doorgaans struin je in november op zulke plekken rond. Waar is het kinderperk? Een arbeider wijst en zegt "kan niet missen, het allerwarmste plekje van dit hof". En dat heeft niets met de hittegolf te maken. Het kinderperkje is werkelijk het warmste hoekje van het kerkhof, beweert deze man.

Hij legt heel zorgzaam uit waar we Wout en Elise kunnen vinden. Baby's Wout en Elise kregen de bekendste stille begrafenissen ooit gehouden in de kuststad, vertelt Kurt Bullynck van het Sociaal Huis - het OCMW van Oostende. Alsof het gisteren was, zo blijft het daar in de collectieve herinnering zitten.

Terwijl het acht jaar geleden gebeurde. Toen spoelde in een veel koudere periode, oktober 2007, een baby aan op het strand. Wandelaars vonden het naakte jongetje in de branding ter hoogte van het voormalige Militaire Hospitaal. Het was vloed. Zo'n vier dagen oud, schatte het parket en amper een etmaal daarvoor gestorven, een stuk navelstreng was nog zichtbaar. Een speurtocht naar de moeder werd ingezet, zonder resultaat. Wout Xander Aaron werd postuum van naam bediend en in Oostende een rustplaats aangeboden, de zerk werd bekostigd door een stille weldoener. Een stille eredienst volgde.

"Het is wat je stil noemt, natuurlijk", zegt de kerkhofarbeider die het meemaakte. "Er werden mooie teksten voorgelezen. Heel ontroerend allemaal." Een overdaad aan bloemen, knuffels, tekeningen, kaarsjes werd op Wouts graf gelegd, dat nog dagen, weken lang in stilte werd bezocht. Het perkje rond Wouts graf was platgelopen.

Ook nu nog zie je restanten van bezoek, al is het een stuk minder druk geworden rond Wouts plek. Een beeldje, een beertje, een paar bloemen, nog steeds is hij niet vergeten. Elise evenmin, ze rust een paar meter verder, onder een bloemperkje met in het midden op een houten plankje haar voornaam.

Een jaar na de vondst van Wout aan de branding vond men het pasgeboren meisje in een emmer in de kelder van een Oostends appartementsgebouw. Een ontroerende, eenvoudige en stille plechtigheid volgde, het onbekende kind kreeg een naam en een gedenkplek.

Rond Elises perkje en Wouts monument - een zerk kun je die stenen beer bezwaarlijk noemen - heerst de dag van ons bezoek een grote bedrijvigheid. Een tractor rijdt rond, besproeit bloemen en jonge planten. Een man van de groendienst krabt een paar perkjes verder, in de grond. Of hij vaak in het kinderhoekje komt? Hij schudt van nee. Of hij al stille diensten meemaakte? Hij haalt de schouders op. Meer dan hem lief is, zoiets bromt hij. En dat het verschrikkelijk is wat je dan voelt. Hij staat op, kijkt om. "Maar weet je wat me nog meer aangrijpt, deze dagen (hij wijst in de verte), ook laatst was het weer zover, de begrafenis van een jongere, die zelfmoord pleegde. Dat doet nog meer pijn. Geen stille diensten zijn het hoor, er zijn altijd veel mensen aanwezig, veel jongeren vooral." Hij zucht en zakt weer op z'n knieën. "Ik vind het vreselijk, dat jongelui dat doen, we hebben maar één leven."

Maurice Béjart, Oostende

Kurt Bullynck van het Sociaal Huis was ooit vijftien jaar lang kabinetschef van de Oostendse burgemeester. Veel speciale zaken meegemaakt in die periode, ontroerende zaken, barre, mooie en bevreemdende. Ook rond afscheid nemen. Zijn mooiste ervaring? Hij moet niet lang nadenken.

Een bijzonder verhaal is het, over Maurice Béjart, de bekende Franse choreograaf en artistiek leider van het Ballet van de Twintigste Eeuw. Zij woonplaats was Lausanne in Zwitserland, maar Béjart, zo wist zijn entourage, was bezig met Belg worden. Toen hij stierf, was de procedure nog niet rond.

Kurt Bullynck: "We waren niet op de hoogte, maar blijkbaar was zijn laatste wens om hier in Oostende te worden uitgestrooid. Ik kreeg kort na Béjarts dood een telefoon uit Lausanne, van de woordvoerster van het Ballet. Ze meldde dat Béjart zou verast worden en dan naar België overgebracht. Ze vroeg of hij op het strand kon worden uitgestrooid. Het was zijn vurige wens, hij had het ook aan zijn allerbeste vriend gezegd, een Belg trouwens. Ik meldde de dame dat ik een en ander zou navragen.

"En dat viel dus dik tegen. Het strand was publieke ruimte. Daar zomaar as uitstrooien bleek uit den boze, er bestonden reglementen die dienden gevolgd. Ik belde naar de dame in Lausanne terug met de mededeling dat ze een rederij en een begrafenisondernemer moest aanspreken, en dat as uitstrooien enkel kon in volle zee. Ok, klonk het, veel dank. Ik hoorde daarna niets meer.

"Een paar dagen later nam ik opnieuw contact op en vroeg of er een oplossing was gevonden. Het korte antwoord luidde: 'Het is gebeurd, in stilte, het is in orde, dankuwel.' Einde verhaal. Ik heb me vaak afgevraagd: hebben ze een boot gehuurd zoals het eigenlijk moest, of hebben ze het uitgevoerd zoals Béjart het expliciet had gevraagd. Belandde zijn as in de zee of ergens op het strand tussen de zandkorrels? Nu, eerlijk gezegd, ik denk dat zulke zaken kunnen gebeuren, uitstrooiing, en cachette.

"Het is nu zo makkelijk om de as van je dierbare mee naar huis te nemen. Ik lees dat er uitgestrooid wordt op voetbalvelden, op allerlei plekken die voor de overledene dierbaar waren, dus waarom niet op het strand, ook al mag het eigenlijk niet. De zee, het strand, dat heeft zo'n effect op mensen. Wie zal het controleren, en wie zal tussenbeide komen, wanneer bij valavond of bij ondergaande zon een paar mensen richting branding trekken om daar 'in stilte' hun ritueel te doen?"

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234