Dinsdag 16/07/2019

'Met de metselaar in de modder is heerlijk materieel'

Adinda Van Geystelen (1971) werkt bij architectenbureau Driesen-Meersman-Thomaes als projectmedewerker van een nieuw universiteitsgebouw op de Kleine Kauwenberg in Antwerpen. Eén dag in de week geeft ze les aan de Technische Universiteit van Eindhoven en de dame studeert, tussen de bouwbedrijven door, ook nog theatervormgeving. Dames en heren: een v met talent.

Antwerpen / Van onze medewerker

Ward Daenen

'Samen met de metselaar in de modder bij de bakstenen staan, terwijl hij mij uitlegt waarom hij niet kan voegen zoals wij dat zouden willen: dat vind ik heerlijk materieel", zo komt Adinda Van Geystelen van een werkdag thuis. "Hoe willen jullie het dan wel gevoegd hebben?", vraag ik maar meteen. "Wij wilden het metselwerk in dit project diep gevoegd, zodat je een horizontale geleding krijgt. Daar liggen dan de openingen van het voegwerk in, want die verticale zwarte streepjes, die paar verluchtingsgaatjes boven en onder aan de gevel willen we verbergen." Dat is een detail, suggereer ik. "Eigenlijk niet. Die stootvoegen storen mij, omdat je op die plaats kunt zien dat de muur niet massief is maar dat er een luchtlaag tussen zit. Wil je dus het uitzicht van een massieve wand creëren, dan moet je die open voegen verbergen.

"De functionalisten van de jaren zestig en zeventig pleitten ervoor om eerlijk te bouwen, maar sinds een gevel opgedeeld wordt in lagen, is architectuur nooit meer eerlijk. Je kunt er wel voor zorgen dat de façade er solide en integer uitziet. Je zou kunnen zeggen: 'Als je vals speelt, moet je het goed doen'. Ofwel toon je juist dat je het metselwerk slechts als 'invulling' gebruikt en maak je dat tot thema."

Dat 'goede valsspelen' heeft ze bij Hans Kollhoff geleerd, een Berlijns architect, die in Zürich doceert en in Amsterdam furore maakte met zijn Piraeus-woningbouwproject op het KSNM-eiland. Na haar studies aan Henry Van de Velde in Antwerpen (1994) vertrok Van Geystelen immers naar Zwitserland om er eerst stage te lopen bij Annette Gigon en Mike Guyer, en daarna anderhalf jaar om voor Kollhoff onderzoekswerk te doen.

"In Zwitserland kreeg ik begrippen als Genaulichkeit en Gründlichkeit elke dag in de maag gesplitst. Architectuur is daar inwisselbaar met vakmanschap en traditie. Ze bestuderen met andere woorden eerst de structuur en de boerderijen van hun bergdorpjes vooraleer ze gaan experimenteren met onuitgegeven betonmengsels. De Zwitsers kunnen het 'perfecte vakmanschap' natuurlijk nastreven omdat er veel geld is. Bijvoorbeeld. Voor elk project dat Gigon en Guyer ontwierpen, werden stukken gevel op ware grootte gemetseld of gegoten. Daarvoor ontbreken in België tijd én geld.

"Architectuur is in Zwitserland deel van het culturele debat. Over de verbouwingen aan het station van Zürich had iedereen wel zijn mening. In Vlaanderen zag men architectuur niet als een stuk van ons cultuurbeleid. Hopelijk kan de komst van het architectuurinstituut daar mee verandering in brengen.

Terug in eigen land, kon Van Geystelen een aantal maanden bij Stéphane Beel aan de slag en later bij Christian Kieckens. In tussentijd begon ze warempel op eigen houtje een studie over moderne danschoreografieën op muziek van Bach en volgt ze ook nog een voortgezette opleiding theatervormgeving. "Kunst en architectuur zijn twee verschillende dingen, maar ze boeien me allebei. Hoe meer indrukken je opdoet, des te beter je de complexiteit van een bouwopgave kunt inschatten. Fotografie en beeldende kunst leren je kijken, theater stelt de mens centraal, in de analyse van Bach-muziek fascineert me zijn omgang met structuur en dans gaat niet enkel om met structuur maar ook met ruimte en bewegingen."

Als je in architectuur én kunst bent geïnteresseerd, is het soms moeilijk kiezen. Met het Ufsia-project van DMT, het team dat het Belgisch paviljoen op de Expo '92 in Sevilla had ontworpen, vond de 29-jarige Antwerpse niettemin een uitdaging. "Ons team kreeg blad-zij-den wensen en voorschriften van de bouwheer en de officiële instanties. Ik vind het boeiend om te zoeken naar het meest positieve antwoord op alle gestelde problemen. Onze Belgische context is complex en soms surreëel, maar daar zit ook iets positief in. Architectuur is namelijk een rationeel ding, een wikken en wegen van bouwkundige, programmatorische en financiële elementen. Dat geldt zeker in de stad, aangezien je daar met nog meer mensen, instanties en commissies rekening moet houden. Architecten maken deel uit van een ploeg; het is samen met aannemers, projectmanagers, ingenieurs en specialisten dat je een gebouw realiseert. Je kunt je als architect niet, zoals een kunstenaar dat kan, buiten de groep plaatsen.

"De studenten aan wie ik lesgeef, zoeken in het begin naar een vernieuwend idee en denken vooral aan de indrukwekkende maquette die ze zullen presenteren op de eindevaluatie. Na een tijdje lijkt een last van hun schouders te vallen, doordat ze gewoon vanuit de geschiedenis kunnen zoeken naar rationele oplossingen. Ik denk dat je eerst het vak onder de knie moet hebben vooraleer je met een Gehry- of Koolhaas-concept komt aanzetten. "Sommige gebouwen staan goed op hun plek, zijn in verhouding en met de juiste materialen gebouwd en drukken iets mooi uit. Ik denk dan gewoon aan mooie herenhuizen of stapelloodsen in de haven. De meeste mensen lopen in Antwerpen voorbij de toegang van de voetgangerstunnel (van architect Van Averbeke, WD), of langs het hoekgebouw van de Meir en de Sint-Katelijnevest (van Leon Stynen, WD), zonder te zien dat het prachtige gebouwen zijn. Als je een gebouw op een integere manier kunt invoegen in een stedelijk weefsel en een bouwkundige traditie en wanneer je een correct antwoord geeft op wat de opdrachtgevers van je vragen, vind ik dat perfect.

"Met Ufsia hebben we een goede bouwheer die wil meedenken. Wanneer wij nu ergens het glas van de ramen in het vlak van het metselwerk willen hebben en dan weer de ramen visueel dieper in de muur willen drukken, kunnen we hen daarvan overtuigen. Dat lijken ook weer details, maar de plaatsing van de ramen zegt iets over de uitdrukkingsvorm van het gebouw. Kijk, Kollhoff vroeg me ooit om portretten van gezichten en gestaltes te combineren met foto's van gebouwen. Ik heb gevloekt natuurlijk, want pas na een paar maanden had ik twintig combinaties die de moeite waren. Toch is het een boeiend idee om een gezicht te vergelijken met een bouwvolume. Als je de ramen heel diep steekt, krijg je een namelijk een heel massief en kloek volume en leg je ze in het vlak, dan lijkt de gevel als een vlies rond het volume te staan. Met zulke dingen moet je als architect leren omgaan. Dan ben je vanuit de materie bezig en niet met wat fashionable is."

Morgen verschijnt de vijfde en laatste aflevering van bouwplannen: volgens architect Michel Jaspers is bouwen een feest.

(Foto Caroline Vincart)

'Kunst en architectuur zijn twee verschillende dingen, maar ze boeien me allebei'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden