Donderdag 24/10/2019

Met de benen van Vuelta

Wie anders dan Damiano Cunego wordt in Mendrisio wereldkampioen? De Kleine Prins had lak aan het Vueltaklassement. Hij won op Alto de Aitana, hij won op La Pandera en hield het daarna voor bekeken in Spanje. Zijn standpunt was gemaakt. Als iedereen blijft zeggen dat hij geen ronderenner is, waarom dan wakker liggen van een klassement? Zijn statuut van topfavoriet is vandaag algemeen aanvaard en dat heeft hij integraal aan die dubbele ritzege te danken. Want voor de Vuelta lag Cunego vooral onder vuur in eigen land. Zelfs bondscoach Ballerini, doorgaans zijn ultieme advocaat, nam Cunego op de korrel. “Achter zijn naam staat nog een vraagteken”, zei de bondscoach in de La Gazzetta dello Sport voor de Vuelta. Cunego huiverde. Italië en Cunego, dat is haat-liefde van het zuiverste water. Doodgeknuffeld na de Giro-overwinning in 2004, maar nadien tot ontsteltenis van de natie nooit meer dezelfde geweest. De Ronde van Trentino is de Ronde van Italië niet. Lombardije evenmin. En ritwinst is geen eindwinst, vicewereldkampioen is geen wereldkampioen. Cunego ontgoochelde, als premature campionissimo was hij gedoemd om dat te doen. De doodsteek kwam er in de Centenario dit jaar, het honderdjarig bestaan van de Giro. Hij eindigde negentiende, en de hemel viel op zijn kop. Felice Gimondi sabelde hem lyrisch neer. “Cunego is een helse spiraal binnengetreden. Hij vecht, maar slaagt er niet om het mysterie te ontrafelen.” Cunego, nummer twee in Varese, wil nu Mendrisio. Opdat de natie weer van hem zou houden. Hij is geen Alejandro Valverde en geen Oscar Freire. Maar Alessandro Ballan was ook geen Paolo Bettini en geen Damiano Cunego. Als het toch zelden de topfavoriet is die het WK wint, waarom zou het dan Samuel Sanchez niet kunnen zijn? Wie olympisch kampioen kan worden in Peking, kan toch net zo goed wereldkampioen worden in Mendrisio? Sanchez is geen veelwinnaar, wel een verzamelaar van ereplaatsen. Hij kleurt doorgaans de koers, maar eindigt grijs in de klassering. Heel vaak wordt hij zevende. Niet dus op de Spelen van Peking en ook niet in de Grote Prijs van Zurich, ondertussen alweer drie jaar geleden. Die races won hij, zijn enige twee zeges buiten de Spaanse landsgrenzen. Hij valt nochtans graag op, Samuel Sanchez. Met de olympische ringen getatoeëerd op zijn rug en af en toe ook gepiercete oren. In zijn team Euskaltel-Euskadi is hij sowieso een buitenbeentje. Hij de enige renner van het team die niet uit het Baskenland afkomstig is. Veel last heeft hij daar niet van, want hij rijdt al zijn hele leven voor Euskaltel. Negen jaar is dat ondertussen al. “Niemand die er een punt van maakt”, zegt hij zelf, “ik krijg als inwijkeling zelfs meer aandacht in Baskenland dan in Asturië, waar ik nochtans geboren ben.” Sanchez, Samsam mag ook, houdt ervan het ongelijk van mensen te bewijzen. Niemand die dacht dat hij ooit op het Vueltapodium zou staan. En kijk: in Madrid stond hij maar net iets lager dan Valverde. Wie weet wat hem dat nog oplevert. En wat wordt het zondag? Olympisch en wereldkampioen tegelijkertijd, zou het kunnen? ‘We hebben er weer één’, zeggen ze in Nederland over Robert Gesink. Een potentiële Tourwinnaar is dat. In Nederland zeggen ze dat wel vaker, maar dit keer is het anders. Nog anders dan het alle voorgaande keren anders was. Gesink is getalenteerder dan Weening en braver dan Thomas Dekker. En zijn cijfers spreken voor zich: 1m87 voor 68 kilogram. Met een maximaal vermogen van 502 kilowatt, dat is 7,3 watt per kilogram bij het omslagpunt, voor hij gaat verzuren dus. Het hout waaruit Tourwinnaars zijn gesneden. In cijfertjes niveau Armstrong. “Gesink is een uniek talent”, zegt zijn trainer Louis Delahaye. “Hij heeft ongekende mogelijkheden als klimmer, maar kan ook een goede tijdrijder worden.” En toch kwam het er dit jaar niet uit. Hij viel in de Tour voor hij een sensatie kon worden. En hij viel ook in de Vuelta. Nadien moest de gepatenteerde aanvaller met acht hechtingen in de knie vooral verdedigen. Dat lukte, maar niet helemaal. Van plaats twee in het klassement ging het naar plaats zes. ‘De Condor van Varsseveld’ heet hij in de verslaggeving, al klinkt dat bombastischer dan hem lief is. Hij houdt niet van etiketten. Zijn ouders zijn boeren, maar hij is daarom geen boerenzoon. Hij verspeelde vorig jaar de winst in Parijs-Nice in de afdaling, maar noem hem daarom geen slechte daler, en zeker geen angsthaas. Hij ontkracht graag vooroordelen: ploegmaat Freire is niet altijd chaotisch en Mensjov vertelt wel eens wat. Voor het Gesink zit er weinig anders op dan wereldkampioen worden. Anders krijgt 2009 het etiket ‘een jaar vol tegenslag’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234