Zondag 26/06/2022

AchtergrondCovid-19

Met de baby alles oké, met ma en pa minder: hoe corona impact heeft op de allerkleinsten

null Beeld Elise Vandeplancke
Beeld Elise Vandeplancke

Wat doet de hele coronasituatie met onze allerkleinsten? Kinderen die geboren werden tijdens de pandemie mogen dan weinig last van het virus zelf hebben, opgroeien in stressvolle tijden kan mogelijk een invloed hebben. De ongerustheid, niet het minst bij ouders, is groot.

Cathy Galle

“Zet ik Victor (1,5 jaar) in het zitje van een winkelkarretje, dan kijkt hij verschrikt rond naar alle mensen en weent de hele tijd”, schrijft Dorien op een blog voor kersverse ouders. “Zijn broertje vond dat aan die leeftijd nochtans geweldig.” Haar post op een Facebook-groep voor kersverse ouders krijgt heel wat bijval van andere ouders. Het regent verhalen over kleintjes die hard lijken te schrikken als ze een gezicht zien dat niet dat van hun ouders is. Dat peuters in een bepaalde fase van hun leventje wat eenkennig zijn, is normaal. Alleen lijkt dat, volgens de postende ouders, nu toch net wat extremer.

Andere mama’s en papa’s signaleren dan weer dat hun jongste spruit duidelijk minder woordjes brabbelt dan zijn broertjes of zusjes op die leeftijd deden. Eén mama schrijft ook dat haar dochtertje opvallend meer structuur nodig heeft. Terwijl grote zus zowat overal zorgeloos in slaap viel – in de buggy, de draagzak of de autostoel – lukt dat met de jongste niet. “Ze slaapt altijd in hetzelfde bedje en op dezelfde uren. Wijken we eens af van dat patroon, raakt ze helemaal over haar toeren en krijg je haar niet meer in slaap.”

Het lijken gedragingen die vrij logisch te verklaren zijn. Door de coronamaatregelen hadden pandemiebaby’s een ietwat ander leventje. Kraambezoek was vaak niet mogelijk of heel beperkt, crèches gingen dicht, weer open en weer dicht en gaan logeren bij grootouders of ooms en tantes was af te raden. Ze brachten dus in vergelijking met eerdere lichtingen over het algemeen meer tijd thuis door, waarbij ze enkel hun ouders en eventuele broertjes of zusjes zagen.

Maar het mag dan wel logisch te verklaren zijn, de vraag waar heel wat ouders mee zitten is: kan dit schadelijk zijn voor de ontwikkeling van mijn kind? Kersverse ouders wordt namelijk altijd op het hart gedrukt dat de eerste duizend dagen sinds de conceptie van een baby de allerbelangrijkste zijn in een mensenleven. In die periode wordt de basis gelegd voor zowat alles.

Ontwikkelingstest

Het was een vraag waar ook de Amerikaanse kinderarts Dani Dumitriu van Columbia University Irving Medical Center in New York mee worstelde. Zij en haar team houden al sinds 2017 gegevens bij over de communicatieve en motorische vaardigheden van pasgeborenen tot de leeftijd van zes maanden. Ze besloot die data te vergelijken met die van de pandemiebaby’s. Tussen maart en december 2020 werden in totaal 255 kindjes opgevolgd.

Ze schrok geweldig van het resultaat, vertelt ze in het wetenschappelijk tijdschrift Nature. De baby’s die tijdens het eerste jaar van de pandemie zijn geboren, scoorden na zes maanden iets lager op een ontwikkelingstest dan baby’s die voor de pandemie zijn geboren. De pandemiebaby’s deden bijvoorbeeld minder moeite om het hoofdje omhoog te houden of om te rollen. Maar ook hun communicatieve vaardigheden bleken minder ontwikkeld. Ze probeerden bijvoorbeeld minder vaak te brabbelen of via gezichtsuitdrukkingen de aandacht van de ouders te trekken.

En nog opvallend: de onderzoekers zagen geen verschil tussen baby’s van wie de moeder tijdens de zwangerschap besmet raakt met corona en kindjes waarbij dat niet het geval was. Het virus an sich lijkt er dus weinig mee te maken te hebben.

Het onderzoek, dat ondertussen gepubliceerd is in het medische tijdschrift JAMA Paediatrics, laat in het midden wat de oorzaak dan wel kan zijn. Al suggereert dokter Dumitriu in Nature wel dat stress een grote rol kan spelen. “Dan denk ik in de eerste plaats aan de grote hoeveelheid stress die zwangere vrouwen ervaren door de pandemie en die mogelijk een invloed heeft op de ontwikkeling van de foetale hersenen van hun kindje. Bovendien hebben lockdowns, maatregelen en de sluiting van crèches jonge gezinnen ook geïsoleerd, waardoor de kleintjes minder speeltijd en sociale interacties hadden. En door de overbelasting en de stress waren hun verzorgers nadien wellicht niet altijd in staat om hen de aandacht en stimulansen te geven die ze nodig hebben.”

Het onderzoek in New York blijkt ook niet het enige dat een zekere achterstand suggereert in de ontwikkeling van kinderen geboren tijdens de pandemie. Uit een studie in Rhode Island, waarbij 672 pandemiebaby’s werden gevolgd, bleek ook al dat die gemiddeld 22 punten lager scoorden dan precoronakinderen op de schaal van Mullen. Dat is een ontwikkelingstest waarbij het cognitief functioneren van jonge kinderen gemeten wordt. Daarbij wordt gekeken naar grove en fijne motoriek, visuele perceptie, taalbegrip en taalproductie. De onderzoekers concludeerden dat ze een duidelijke ‘ontwikkelingsdip’ zien bij de huidige baby’s en peuters.

Dat prenatale stress een rol zou kunnen spelen, is niet zo verrassend. Andere onderzoeken toonden al aan dat baby’s van vrouwen die met angst- of depressiesymptomen kampen andere structurele verbindingen vertoonden tussen hun amygdala, een hersengebied dat betrokken is bij de emotionele verwerking van prikkels, en de prefrontale cortex, een gebied dat verantwoordelijkheid is voor de uitvoerende vaardigheden.

Prenatale stress kan inderdaad een effect hebben, weet ook klinisch psycholoog Guy Bosmans, hoogleraar aan de faculteit psychologie en pedagogische wetenschappen aan de KU Leuven. “Maar die effecten zijn eerder heel subtiel”, meent hij. “En wellicht ook niet blijvend. Ook daar is onderzoek naar.”

Angstiger ouders

Dat blijkt inderdaad onder andere uit eerder Australisch onderzoek naar baby’s van wie de moeder tijdens de zwangerschap de watersnood van 2011 in Queensland had meegemaakt. Toen zorgde een tropische cycloon voor zware overstromingen waarbij minstens 33 doden vielen en 78 mensen nog altijd vermist zijn. Naar schatting 200.000 mensen werden getroffen.

Kinderen van moeders die de ramp zwanger meegemaakt hadden, bleken op de leeftijd van zes maanden tekorten te vertonen in probleemoplossend vermogen en sociale vaardigheden. Op de leeftijd van 30 maanden bleek een groot deel van die kindjes die achterstand wel te hebben ingehaald. Volgens de onderzoekers speelden de ouders hier een grote rol. Hoe meer zij er in slaagden om hun kinderen te stimuleren, veel met hen te praten, te doen bewegen en de nodige aandacht te geven, hoe beter de peuters scoorden op de cognitieve testen.

Maar professor Bosmans begrijpt wel de angst bij ouders. “Jonge ouders zijn per definitie angstiger. Ze monitoren hun kindje voortdurend, daar zijn ouders biologisch op gericht. Dat is ook hun taak, om hun kind te beschermen. En nu leven ze in een situatie die heel erg angstvergrotend is. Bovendien brengen ze meer tijd door met hun kind, meer dan we wellicht ooit gezien hebben in de geschiedenis van de mensheid. Dat ze dus ander gedrag merken bij hun jonge kind is niet zo vreemd, maar de kans is groot dat er op langere termijn weinig redenen blijken om heel bezorgd te zijn.”

Ook bij Kind en Gezin is te horen dat we beter voorzichtig zijn met berichten over een eventuele impact van de coronasituatie op de allerkleinsten. Hun adviserende artsen volgen alle onderzoeken op de voet. En er is op dit ogenblik geen reden tot bezorgdheid, wel tot alertheid, stelt Nele Wouters, woordvoerster bij het Vlaams Agentschap Opgroeien. Want er zijn wel al een paar mogelijke neveneffecten van de coronasituatie opgevallen.

Er was de noodkreet van oogartsen eind vorig jaar. Terwijl voor corona meer kinderen verziend waren, merken ze nu een aanzienlijke toename van het aantal kinderen dat bijziend is. Bijziend of myopie wil zeggen dat ze goed van dichtbij kunnen zien, maar moeite hebben om in de verte scherp te zien. Wie verziend is, heeft net het omgekeerde probleem.

Volgens de oogartsen is de oorzaak voor die stijging niet zo ver te zoeken: kinderen zitten tijdens de coronatijd veel meer naar een scherm te kijken. Ook erg jonge kinderen. Bovendien komen ze veel minder buiten. Terwijl blootstelling aan een extra hoeveelheid licht het oog meer wapent tegen bijziendheid.

En vorige zomer waarschuwde Kind en Gezin zelf al voor een opmerkelijke stijging van het aantal peuters met overgewicht. Die stijging was algemeen over heel Vlaanderen en binnen alle bevolkingsgroepen. Er was bij de peuters in 2020 niet alleen een toename van overgewicht, binnen die groep was er ook een toename van peuters met obesitas. Oorzaken aanduiden is altijd moeilijk, maar Kind en Gezin sprak toen wel over een ‘corona-effect’. Wouters: “We hebben nu campagnes lopen die het belang en plezier van dagelijks bewegen met baby’s promoten. En we willen ook ouders de raad geven om voldoende buiten te komen met hun kindjes. Daar hebben ook ouders, die nog vaak van thuis aan het werken zijn, deugd van, maar zeker ook de kinderen. En zo blijven ze ook weg van schermen.”

Corona kan dus wel onrechtstreeks een effect hebben op de allerkleinsten. Al kan dat effect ook positief zijn, meent Katja Van Rilaer, voorzitter van de Federatie van Kinderopvang. “We waren daar na de lockdowns wel wat ongerust over, hoe het zou gaan met kindjes die een hele tijd enkel hun ouders hadden gezien”, geeft ze toe. “Maar onze ervaring is dat het eigenlijk heel goed meevalt. Ze zijn niet lastiger of apathischer dan vorige lichtingen. Het gaat net makkelijker om mee te werken.”

Baby’s on the move

Dat er eventuele achterstand op vlak van motoriek zou kunnen zijn, kan volgens haar ook wat aan de tijdgeest liggen. Want al voor corona merkten ze in de kinderopvang dat baby’s steeds minder bewegen. “Je ziet soms zo van die leuke filmpjes circuleren op sociale media van baby’s die on the move zijn, maar dan zonder dat ze zelf moeten bewegen. Ze gaan van autostoel naar park naar buggy naar maxicosi en weer terug. In mijn eigen kinderopvang hebben we geen tien relaxzitjes, maar wel een grote mat op de grond waar ze kunnen rollen en bewegen. We hebben zelfs stoeltjes en tafeltjes waar ze veilig op kunnen klauteren. Al van heel jong bewegen is heel erg belangrijk.”

De kindjes in de opvang nu hebben inderdaad wat meer verlatingsangst, merkt ook Van Rilaer. Maar dat wijst er volgens haar vooral op dat ze meer gehecht zijn. “In normale tijden komen kindjes eigenlijk veel te vroeg naar de opvang, ze zijn soms nog maar twee of drie maanden oud. Ons systeem laat ouders niet altijd toe om langer thuis te blijven. Maar door corona zagen we dat kinderen later kwamen, op de leeftijd van zes tot acht maanden. Waardoor ze dus langer bij de ouders bleven en zich veilig konden hechten.”

Zo’n veilige hechting is belangrijk voor de verdere ontwikkeling van een kindje, stelt Van Rilaer. Het geeft het meer zelfvertrouwen en als het ouder wordt, zal het beter in staat zijn om vriendschappen te sluiten en relaties aan te gaan. “Ik zie dus niet meteen waar we ons grote zorgen moeten over maken. Ik hoor het trouwens ook van ouders: ook zij hebben genoten van de rust. Er was geen of heel weinig kraambezoek, de baby werd niet in de maxicosi van hot naar her meegesleurd. Het heeft hen deugd gedaan, maar heeft vooral ook de baby deugd gedaan. Het hoeft echt niet altijd zo jachtig.”

Een uitleg waar ook Guy Bosmans het mee eens is. “Het zou evengoed kunnen dat dit eerder goed is dan slecht”, meent hij. “Dat de eventuele ontwikkelingsvertraging eerder komt vanuit een groter gevoel van veiligheid. Er is heel wat wetenschappelijk onderzoek dat stelt dat bepaalde ontwikkelingsdomeinen, zoals motoriek en geheugen, sneller ontwikkelen in een stresserende context. Omdat een mens gericht is op overleven moeten deze ontwikkelingsdomeinen sneller ontwikkelen om zichzelf te kunnen beschermen in onvoorstelbare stresserende omgevingen. Het zou dus goed kunnen zijn dat die vertraging eerder een teken is dat die kinderen zich net beter voelen.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234