Donderdag 24/09/2020

InterviewWielrennen

‘Met dat seksisme in de koers valt het nogal mee’: vrouwelijke topmanagers over hun wielerteams

Valérie D'haeze (l.) en Elke Weylandt, de zus van de in 2011 verongelukte renner Wouter Weylandt. ‘Mannen laten hun ego primeren, wij niet.'Beeld Wouter Van Vooren

In het mannenmilieu dat de koers nog altijd is, zwaaien twee vrouwen de plak bij een World-Tourploeg. ‘Of er iets is aan het wielrennen dat wij haten? Dat het zo gevaarlijk is’, zeggen Valérie D’haeze (Lotto Soudal) en Elke Weylandt (Trek-Segafredo). ‘De ene dag sta je te juichen op de Champs-Elysées, een week later ben je een renner kwijt. Voor altijd.’

De logistieke en administratieve organisatie van een wielerploeg is veel complexer dan de sportieve. Bij Trek-Sega­fredo en Lotto Soudal ligt die eindverantwoordelijkheid sinds kort in handen van twee Belgische vrouwen. Elke Weylandt (40) en Valérie D’haeze (38) namen afgelopen herfst een paar treden tegelijk en stegen in de hiërarchie bij hun ploegen. “We wisten van elkaars bestaan af, maar we hadden elkaar nog nooit ontmoet.”

Aandacht die jullie niet gewend zijn, is dat vervelend?

Valérie D’haeze: “Een beetje aandacht en erkenning, dat mag wel.”

Elke Weylandt: “Ik weet wel hoe interviews verlopen. Ik vond het een goed idee om ons samen te spreken. Ik ben benieuwd hoe Valérie haar job ziet.”

Valérie: “Ik zou ook wel eens willen praten met Katrien Meire van Club Brugge, gewoon om te leren van elkaar.”

Elke: “Of met Fran Millar, die CEO is bij Ineos.”

Hoe zijn jullie in deze job beland?

Valérie: “Ik heb geen koersgenen in de familie. Ik ging kijken naar Kuurne-Brussel-Kuurne, omdat ik in Kuurne woonde, dat was het zowat. Ik was een zwemster. Tot mijn 19de heb ik twaalf keer per week gezwommen: ik ben Belgisch jeugdkampioen open water geworden, maar toen ging ik studeren en met vijf trainingen per week was het zwemmen snel voorbij.

“In 2002 schreef ik een eindwerk over de toeristische impact van het WK op de weg in Zolder en dat heb ik opgestuurd naar Tom Van Damme (destijds directeur KBWB, nu voorzitter, HV). Ik kon in 2003 meteen beginnen op het sportsecretariaat van de wielerbond, bij Marc Bollen nog wel. Bijzonder interessante leerschool, want Bollen kent álles van wielerevents. Ik mocht meteen twee reizen van onze sponsors naar de Olympische Spelen in Athene begeleiden. Zo leerde ik mensen kennen van de Nationale Loterij en van Omega Pharma en na tweeënhalf jaar ben ik bij de bond vertrokken om voor de ploeg te werken. De reden was eenvoudig: ik woonde in Waregem en de bondszetel lag in Vorst. De service course (ruimte die teams gebruiken voor de opslag van hun racefietsen en ander materiaal) van Omega Pharma-Lotto was toen nog in Deinze, een stuk dichter voor mij. Nu zit die al een tijdje in Herentals.”

Elke: “Ik ben sinds 2015 bij de ploeg. De eerste twee seizoenen als press officer, daarna drie als communications manager en vanaf midden september ben ik mij gaan inwerken in de functie van operations manager. Sinds 1 januari ben ik volledig overgeschakeld naar mijn nieuwe rol. Ik heb Romaanse talen gestudeerd aan de UGent, later nog een jaartje bedrijfscommunicatie, heel even bij Thomas Cook gewerkt, maar ik keerde al snel terug aan de unief en heb ook Frans en Spaans gegeven en de communicatie voor het talencentrum van de UGent verzorgd. Dat lesgeven heb ik moeten afbouwen naarmate het drukker werd met reizen, en uiteindelijk heb ik onlangs ontslag genomen bij de universiteit.”

Werd ook dat reizen te veel?

Elke: “In het begin was ik tot 80 dagen per jaar onderweg als press officer en dat was nog te doen. Mijn kinderen vond het eerst niet erg, maar nu zitten ze in het vierde en zesde leerjaar en jaar na jaar was ik langer van huis: eerst 100, dan 120 en vorig jaar was ik 150 dagen weg. Dat moet je niet te lang na elkaar doen, want de belasting op je gezin is enorm.”

Valérie: “Ik kom heel zelden op de koers. Voor de start van de Tour ben ik er en ook voor de aankomst in Parijs, omdat onze raad van bestuur daar dan is. Voorts loop ik toch maar in de weg, al zou het misschien goed zijn als ik eens gewoon bij de mensen langs ga en een praatje maak. Alleen mag ik geen dag van bureau weg blijven of het werk stapelt zich meteen op. Laatst hadden John (Lelangue, CEO) en ik een lunch met een partner om een eventuele verlenging te bespreken en daarna moesten we naar het autosalon bij Skoda, onze autosponsor. Een dag later puilde mijn mailbox uit.”

Elke Weylandt en Valérie D'haeze: 'Voor het geld moet je het niet doen. Dan kun je beter in het voetbal zitten.’ Beeld Wouter Van Vooren

Elke: “Gelukkig kunnen wij van thuis werken, maar ik zit ook vaak op de service course. Van Nevele naar Deinze kan ik met de fiets.”

Valérie: “Ik plan zelf wanneer ik ga en verder gebeurt veel van thuis. Dat heeft ook zijn nadelen, want je bent altijd bezig. Wie dat niet wil, moet een andere job zoeken. Zondagen zijn voor ons ook werkdagen.”

Elke: “Ik herinner mij nog toen we het WK hadden gewonnen met Mads Pedersen, hoe euforisch we waren, maar ook hoe ik enkele minuten later tegen mijn man zei: ik ga vanavond wel moeten werken. Hij begreep dat.”

Is jullie werk hetzelfde?

Elke: “Mijn kinderen vragen soms wat ik doe. Ik antwoord dan: een beetje van alles. Geen twee dagen zijn dezelfde.”

Valérie: “Onze verantwoordelijkheid is alles wat het niet-sportieve betreft. Het sportieve is voor John Lelangue die de sportdirecteurs aanstuurt. Daar bemoei ik mij niet mee.”

Helemaal niet? Laten we zeggen: een beetje. Wat heb jij te maken met dat alcoholverbod dat Lelangue uitvaardigde, bijvoorbeeld?

Valérie: (lacht) “O ja, het alcoholverbod. Dat is een beetje overbelicht door de media. Het is echt geen zero tolerance, er zal heus nog wel eens een glas gedronken mogen worden, maar het was een bekommernis van het hele management om er een duidelijke lijn in te trekken. Ook de sponsors staan daar achter. En wat het sportieve betreft, daar bemoei ik mij helemaal niet mee. Vanuit mijn zetel durf ik naar de televisie wel eens ‘allez Thomas’ (De Gendt) te roepen.”

Elke: “Maar ze horen ons toch niet.”

Valérie: “Als ik bij zo’n meeting ben over het sportieve, dan is dat louter vanuit het organisatorische dat er bij komt kijken. Spreken ze een stage af, dan moet ik zorgen dat reservaties, facturen en contracten in orde zijn. Ik overzie alles, maar ik heb bijvoorbeeld iemand op de service course die alles doet qua wedstrijdadministratie, hotels, kamerlijsten. Het enige wat ik nog zelf doe zijn de ongeveer duizend vluchten per jaar boeken en dat is de voeling die ik met de realiteit wil behouden: ah oké, we gaan naar die koersen met die renners.”

Elke: “Ik heb een paar maanden kunnen meelopen met de man die ik ben opgevolgd, dat was handig. Nu zit die inmiddels terug in de VS op de hoofdzetel van Trek. Hij heeft gelukkig wel nog de UCI-registratie (Internationale Wielerunie) gedaan.”

Valérie: “Oei, het dossier van een maand werk.”

Elke: “Ja, zeg dat wel. Als ik het zo hoor, denk ik dat onze functiebeschrijvingen helemaal overeenkomen. Alles goed regelen zodat het sportieve perfect kan verlopen. Alleen bemoei ik mij niet met vluchten, dat doet mijn collega.”

Elke: ‘Als je mijn zoon vraagt wat hij wil worden, dan is het profwielrenner. Maar dat zullen we nog wel eens zien.’Beeld Wouter Van Vooren

Valérie: “Een belangrijk deel van mijn werk is het financiële aspect. Onze boekhouding wordt gedaan door Deloitte, maar ik ben hun aanspreekpunt. En ik controleer alles, samen met John Lelangue. Elke onkostennota gaat door onze handen. Een beetje controlefreak zijn helpt wel.”

Elke: “Oké, dan hebben ze mij goed gecast. (lacht) Ja, toch wel: toen ik als persverantwoordelijke interviews met onze renners zag verschijnen waar ik niks van wist, kon ik daar kregelig van worden. Controlefreak zijn, gaat samen met perfectionisme.”

Valérie: “Ik word vooral ambetant als een van onze sponsors onze renners zelf gaat benaderen zonder overleg met de ploeg. Wij proberen dat te groeperen om de overlast te beperken.”

Elke: “De communicatie in goede kanalen leiden is een serieuze uitdaging. Sponsors gaven vroeger een som geld en kwamen een keer naar de koers om in de auto van de sportdirecteur te zitten. Vandaag willen ze dat uiteraard nog, maar ze willen ook de beste coureur met een originele boodschap op social media, wat ik begrijp als je de impact van social media ziet. Op het toppunt van de chaos denk ik soms: had ik maar een nine-to- fivejob. Dat is maar heel even. Ik zou mij vervelen als het alle dagen hetzelfde zou zijn.”

Valérie: “Precies. Ik vloek soms eens, maar ik doe mijn werk supergraag. Die vijftien jaar zijn voorbijgevlogen.”

Elke: “Op stage heb ik voor het personeel gespeecht en eigenlijk kwam het hier op neer: mannekes, we mogen in de sport werken en dan nog in het wielrennen. We hebben de schoonste job ter wereld.”

Over hoeveel mensen hebben jullie eindverantwoordelijkheid?

Elke: “Vijftig? Zestig?”

Valérie: “Dat zal zoiets zijn. Hoe dat in vijftien jaar is veranderd, niet normaal. Toen ik begon, waren we met twee voor de administratie. Geert Coeman die nu de financiën doet van de ploeg van Patrick Lefevere, was algemeen en financieel manager. Ik hield mij bezig met de rest. Merchandising? Hup, dat kwam bij mij. Wedstrijd? Bij mij. Hospitality? Ook bij mij. Vanaf 2012 moest ik ook de contracten opstellen voor ons personeel. Het is altijd maar meer geworden. Alleen al de plichtplegingen naar de UCI, wat die allemaal moeten weten.”

Elke: “Ik wil iedereen van de ploeg eens zien tijdens het jaar en vooral weten hoe ze functioneren op de koers. Wij hebben eenentwintig nationaliteiten in de ploeg en daarom heb ik mij voor enkele wedstrijden aangemeld, al was het maar voor een dag of twee. Zo houd ik ook de vinger aan de pols bij de mensen die nooit in de service course komen, maar voor wie ik wel verantwoordelijk ben.”

Vrouwen in een mannenwereld, speelt dat?

Valérie: “Vrouwen benaderen de zaken anders dan mannen. Die zullen hun ego laten primeren. We zijn toch een beetje de moeders van de ploeg. Vrouwen denken eerder aan het groter geheel en proberen de boel samen te houden. Wat het wil zeggen dat ik overeind ben gebleven bij de problemen die de ploeg heeft gekend de voorbije jaren (ontslag van CEO Paul De Geyter, heibel met performance manager Kevin De Weert, HV)? Dat ik brede schouders heb? (lacht) Ik heb wel een zesde zintuig om dingen aan te voelen en ook om mensen in te schatten en te weten waar ze in een team passen. In een ploeg mag je je nooit boven de rest zetten.”

Elke: “Zet de juiste mensen op de juiste plaats op de bus en dan rijdt hij in de juiste richting. Ik wil met iedereen in discussie gaan en iedereen mag wat ik zeg in vraag stellen, maar stel mij niet in vraag omdat ik een vrouw ben, want daar krijg ik het van. Bij ons speelt dat hoegenaamd niet. Wij zijn een Amerikaans fabrieksteam en we hebben al twaalf vrouwen in dienst. Misschien dat het in de oude Belgische wielercultuur wel nog vreemd is om een vrouw op een verantwoordelijke functie te zien?”

Valérie: “Enerzijds zijn er die erg hiërarchisch reageren en die mij ineens als baas zien, en anderzijds zijn er die mij als een bedreiging ervaren. Met dat archaïsche van de wielrennerij valt het nogal mee en met het seksisme ook. Ik heb op het autosalon bij een heel bekend merk nog vrouwen zien paraderen met pluimen in hun gat. Het kan dus erger.”

Valérie d’Haeze tussen twee bekende figuren in haar Lotto Soudal-ploeg: werelduurrecordhouder Victor Campenaerts en Cameron Vandenbroucke. Beeld rv

Hoe gaan jullie om met winst en verlies?

Valérie: “Anders dan de buitenwereld. Dat stoort mij soms, dat negatieve van de pers: nog steeds niks gewonnen. Neen, ja goed, oké, het kán beter, maar de perceptie bij ons was dat het weliswaar beter kon, maar dat het niet allemáál slecht was en we écht niet het hele jaar ruzie gemaakt hebben bij Lotto Soudal.”

Mag de pers dan niet schrijven dat jullie niet winnen? Jullie zijn een halve staatsploeg in de wieg van het wielrennen.

Elke: “Ik denk dat ze dat mogen schrijven, maar het blijft vervelend om zoiets als ploeg te lezen. Wie tegen de ploeg is, is tegen mij, die reactie heb je dan wel.”

Valérie: “Klopt. Bij een wielerploeg horen, vereist een bepaalde passie. Voor het geld moet je het niet doen. Dan kan je beter in het voetbal zitten.”

Elke: “Wij kenden met Trek-Segafredo een rampzalige klassieke start. Iedereen van de ploeg zat ermee: we hadden er alles aan gedaan om goed te zijn, maar toch kwam het er niet uit. Tot de Giro waarin we altijd in beeld waren en naast een etappe met Giulio Ciccone ook de blauwe trui van bergkoning wonnen. Ineens begon het vliegwiel te draaien en presteerden we met Ciccone ook goed in de Tour. Nog iets later: bam, wereldkampioen en ook de Ronde van Lombardije gewonnen met Bauke Mollema. Het slechte 2019 was ineens een goed jaar.”

Valérie: “2020 wordt goed en we hebben onze sponsors vastliggen voor drie jaar. Wie kan dat zeggen? Ik merkte op trainingskamp een positieve energie. Iedereen was ervan doordrongen dat we 2019 achter ons moesten laten, ook de interne strubbelingen die er zijn geweest. Ik hoorde Philippe Gilbert op stage de ploeg toespreken, dat was een indrukwekkend moment. Ik denk dat we weer op het juiste spoor zitten.”

Wat was het hoogtepunt in 2019?

Elke: “Die wereldtitel van Mads Pedersen. Een dag eerder was er bij mijn ouders thuis een bijeenkomst omdat het de verjaardag was van Wouter (haar broer, die in 2011 verongelukte in de Giro, red.). Iemand vroeg mij of wij iemand hadden die wereldkampioen kon worden. Ik zei: als íémand het kan worden, dan Mads Pedersen. Ik wist dat er slecht weer op komst was, maar ik was toch trots op mijn voorspelling.”

Valérie: “Bij mij het werelduurrecord van Victor Campenaerts. Vooral omdat ik daar zelf zo intens aan meegeholpen heb en omdat ik er dan ook nog eens bij kon zijn. Het was saai maar tegelijk zó spannend, een renner een uur rondjes zien draaien. De laatste tien minuten mochten we pas iets roepen naar hem om hem aan te moedigen. Deel uitmaken van de geschiedenis, dat is mooi.

“Victor is nu weg bij ons (naar NTT Pro Cycling, red.) en het is jammer zoals het is gelopen. Ik weet hoe dat is gegaan en Victor ook. Victor is geen makkelijke jongen. Hij weet wat hij wil en alles is in functie van zijn presteren: zo heb ik de renners het liefst. Met de ene renner kan je het ook beter vinden dan met de andere. André Greipel en zijn gezin, daar had ik een band mee na acht jaar bij ons te hebben gekoerst. Sowieso heb je soms meer contact met de buitenlanders voor wie je van alles moet regelen.”

Welk aspect van het wielrennen haten jullie?

Elke: “Dat het zo gevaarlijk is.”

Valérie: “Elke verloor haar broer Wouter en wij vorig jaar Bjorg Lambrecht. Dat hebben wij ook gemeen met elkaar. Een week eerder stonden we nog op de Champs-Élysées te juichen voor de sprintzege van Caleb Ewan en een week later ben je een renner kwijt, voor altijd. Het hoort erbij.”

Eigenlijk niet.

Valérie: “Ik bedoel: het wielrennen is een weerspiegeling van het leven, met de mooie en de veel minder mooie kanten, met leven en dood die dicht bij elkaar liggen. Elke dag verongelukken mensen in het verkeer die niet zouden mogen verongelukken. In het wielrennen is dat niet anders.”

Valérie: ‘Je bent altijd bezig. Wie dat niet wil, moet een andere job zoeken. Zondagen zijn voor ons ook werkdagen.'Beeld Wouter Van Vooren

Mag ik het vreemd vinden dat jij je broer aan deze sport hebt verloren en uitgerekend in die sport vervolgens gaat werken?

Elke: “Ja, en noem het geen therapie want dat is wel erg zwaar. Ik wilde altijd al iets doen in het wielrennen, maar ik dacht steeds: ach, dat is de wereld van Wouter, daar blijf ik beter van weg. Ik had dat eerder al laten verstaan aan iemand van de ploeg en plots belde die mij met de vraag of ik wilde komen praten over een versterking van het communicatiedepartement. Ik was niet de enige kandidaat, dus het was een echte sollicitatie waar ik nog steeds blij om ben. Ik kreeg de job, maar niet op basis van mijn naam.

“Toen ik in het peloton kwam, waren er twee soorten mensen: zij die er niet konden of wilden over beginnen en anderen die spontaan een praatje kwamen maken omdat ze wisten dat ik ‘de zus van’ was. Over het algemeen heb ik het heel erg op prijs gesteld hoe mensen mij toen benaderd hebben.

“Die eerste Giro was erg emotioneel. Iljo Keisse, de beste vriend van mijn broer, won de rit in Milaan en wees naar de hemel. Ik had al mijn zonnebril op want ik wist dat ik zou gaan huilen. Ik had mijn man ge-sms’t: als ik Iljo zie, ga ik bleiten. Niet doen, zei hij, je bent aan het werk.”

Valérie: “Natuurlijk mag je bleiten. Goh, ik krijg er kippenvel van hoe jij dat vertelt.”

Elke: “Mijn broer is overleden in de Giro van 2011. Die drie dagen dat we in Italië waren, beleefden we in een soort roes. Ik herinner mij daar nog nauwelijks iets van, tot ik een paar jaar geleden voor de Tirreno in datzelfde hotel verbleef waar ze ons destijds hadden ondergebracht. Ik herkende het meteen. Dat kwam hard binnen. Inderdaad, de koers heeft mijn broer van ons afgenomen, maar hij is gestorven terwijl hij deed wat hij het liefste deed: koersen.”

Valérie: “Wielrennen is een gevaarlijke sport en wat we er ook aan doen, het zal altijd een gevaarlijke sport blijven. Meestal gaat het goed, soms gaat het compleet fout. We kunnen ze toch niet inpakken in airbags?”

Elke: “Mijn broer heeft extreem veel pech gehad. Als je op die plek staat waar hij is gevallen, dat is niet het gevaarlijkste deel van die afdaling. Daarvoor zat een supertechnisch stuk en daar is het wel goed gegaan. Hij is gevallen op een recht stuk terwijl hij achterom keek, wat iedereen in de koers weleens doet.”

Valérie: “Bjorg valt over een stomme reflector op een weg die rechtdoor loopt, tegen 35 per uur. Hij wordt uit het peloton gekatapulteerd, wat niet erg hoeft te zijn, maar valt in een gracht net op een duiker. Waarom hij wel en een ander niet, dat bedoel ik met de spiegel van het leven.

“Vallen is altijd erg. Ik kreeg gisteren het bericht dat Nikolas Maes was gevallen op trainingskamp. Eerste reactie: ai, een val. Oké, zijn lip moest worden genaaid. Een val zonder erg dus en dat mag ook wel eens want wij hebben ons deel al gehad. Eerst Kris Boeckmans (Vuelta 2015, lag in een kunstmatige coma, HV), daarna Stig Broeckx (2016, Ronde van België, ontwaakte uit een vegetatieve toestand en is in permanente revalidatie, HV) en in 2019 Bjorg Lambrecht (overleden in de Ronde van Polen, HV). Ik kreeg dat bericht als eerste van de ploeg. Ik ben rationeel beginnen handelen: eerst heb ik mijn dochter naar boven gestuurd en vervolgens heb ik zijn ouders die aan de aankomst in Polen stonden gebeld om hen in te lichten dat het erg was. Allemaal op automatische piloot.”

Hoe kwam het drama Bjorg Lambrecht binnen bij de Weylandts?

Elke: “Ik was aan het parkeren op de oprit, de radio stond op. O man, ik was helemaal van de kaart. Ik ging naar binnen, ben beginnen huilen en het is niet meer gestopt. Ik weet dat mijn ouders dat ook helemaal opnieuw hebben beleefd, maar we hebben het er nooit echt over gehad. Op een gegeven moment heb ik tegen mijn moeder gezegd: ‘Het is níét Wouter moeke, wij hebben dit al doorgemaakt, begin niet opnieuw aan dat proces.”

Valérie: “Toevallig heb ik de zomer De val van Matthias Declercq gelezen. Wat in korte tijd al die verschillende renners is overkomen, onwezenlijk. Dan blijf ik erbij: dit is het leven, maar het was te veel in te korte tijd.”

Mag jouw zoon koersen, Elke?

Elke: “Hij was 2,5, hij heeft het niet bewust meegemaakt. Als je hem vraagt wat hij wil worden, dan is het: profwielrenner. Dat zullen we nog wel zien, denk ik dan altijd.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234