Woensdag 22/09/2021

InterviewDrugs en corona

Met cocaïne en co door corona: ‘Zodra het kan, wil iedereen de geleden schade inhalen. Ik pleit voor een grote medische boeg op Tomorrowland’

null Beeld thinkstock
Beeld thinkstock

In de eerste vijf maanden van dit jaar is er 54,5 ton cocaïne onderschept in de Antwerpse haven, een record. Het succes van Operatie Sky is daar niet vreemd aan, want dankzij die operatie werd ruim 28 ton cocaïne onderschept en zijn tientallen drugscriminelen opgepakt. Een klinkend succes in de war on drugs, volgens de federale politie, die nooit nalaat naar de gebruikers te wijzen: als er geen vraag is, is er geen handel. Hoe zit het eigenlijk met de gebruikers? Wie zijn zij? En welke invloed heeft de coronacrisis op hun snuiven, spuiten en slikken?

Uit cijfers van Sciensano en het Europees Waarnemingscentrum voor Drugs en Drugsverslaving blijkt dat het druggebruik in ons land in de lift zit. Cannabis is nog steeds de meest-gebruikte drug. In de verslavingszorg meldt 35 procent van de patiënten zich aan voor problemen met wiet, gevolgd door cocaïne (25 procent) en heroïne (19 procent). Vooral de almaar stijgende populariteit van coke baart zorgen.

Tom Decorte, hoogleraar criminologie Universiteit Gent: “Drugs zijn vandaag veel meer aanwezig dan pakweg zestig jaar geleden. Je ziet wel bepaalde trends. Cocaïne is vooral de laatste vijftien jaar een hype, maar was dat ook al eens in de jaren 20 en 80 van de vorige eeuw. Na een tijdje zakt die populariteit weer weg en nemen andere middelen de overhand. Maar de tendens is duidelijk: het gebruik neemt toe.”

Hoe komt dat?

Decorte: “Dat cocaïne weer aan een opmars bezig is, heeft onder meer te maken met het toegenomen aanbod. Door overproductie in Latijns-Amerika is er cocaïne in overvloed, en smokkelen de kartels volop naar de rest van de wereld.”

Het is dus vooral een kwestie van vraag en aanbod?

Decorte: “Er zijn ook enkele maatschappelijke tendensen die de groei verklaren. Zo is druggebruik minder taboe dan vroeger. Het komt vaker voor en mensen kijken er minder van op. Het mooiste voorbeeld is cannabis, vandaag de meestgebruikte illegale drug. In de jaren 60 en 70 werd cannabis ook al gebruikt, maar toen werd dat sterk geassocieerd met linkse politieke overtuigingen, anti-establishmentgevoelens, hippies… Vandaag is die ideologische connotatie helemaal weg. Extreemlinks en extreemrechts, laag- en hoogopgeleid, jong en oud: cannabis komt nu in alle geledingen voor.

“Ik denk dat er ook een duidelijke link te leggen is met de ratrace en de haastigheid van het moderne bestaan. In onze neoliberale samenleving ligt er een ongelofelijke druk op het individu om diploma’s te halen, productief te zijn, promotie te maken, te multitasken, zichzelf te ontplooien… Ons geloof in de individuele vrijheid als hoogste goed heeft ertoe geleid dat we ons te pletter consumeren en amuseren, dat we ons overgeven aan de kicks en opwinding van het moment. Tegelijk klagen we dat we niet gelukkig zijn. Bovendien vallen veel mensen uit de boot door de groeiende ongelijkheid. Druggebruik en verslavingsproblemen vinden een voedingsbodem in het groeiende onbehagen van de westerse mens in een maatschappij van overvloed.»

Hebben we het dan zelf gezocht?

Decorte: “Ik denk dat we naar een maatschappij geëvolueerd zijn waarin drugs een hulpmiddel worden om de ratrace vol te houden. Zo worden cocaïne en amfetamines vaak gebruikt om langer en harder te kunnen werken. Er zijn ook wat sociologen de ‘ventielzeden’ noemen: rituelen die we gebruiken om stoom af te blazen. Na een lange werkdag een glas wijn inschenken om te ontspannen, bijvoorbeeld. Je ziet ook veel vaker dan vroeger dat cannabis die functie heeft, dat mensen een joint roken voor het slapengaan. Zie ook: het massale gebruik van slaap- en kalmeringsmiddelen. Het zijn allemaal aanpassingsstrategieën om met de druk van de moderne maatschappij om te gaan.”

COKE PER POST

Gilles* (29) uit Antwerpen heeft een goede job in de IT-sector, een mooi huis, een fijne relatie en staat op het punt te trouwen. Maar hij heeft ook een cocaïneprobleem.

Gilles: “Ik kan niets gematigd doen: het is 0 of 100 procent voor mij, niets daartussenin. Op de snelweg kan ik niet rustig rijden, dat moet per se met 250 per uur. Ik zoek altijd de extremen op – heel kenmerkend voor iemand met een verslaving. Ik vertoon ook snel vluchtgedrag als dingen te moeilijk worden. Toen ik een jaar of 15 was, vluchtte ik weg in gamen. Ik speelde soms van 10 uur ’s ochtends tot 2 uur ’s nachts. Dat was ook een verslaving, al besefte ik het niet. Het zit in mijn genen, denk ik. Mijn moeder was alcoholverslaafd, net als haar vader. Ze kwam vaak stomdronken de woonkamer binnen, of lag bewusteloos in de gang. Ze is gestorven toen ik 12 was, aan leverfalen. Dat heeft zijn sporen nagelaten.”

Gilles kwam voor het eerst in aanraking met cocaïne op een festival in 2016, al duurde het nog enige tijd voor hij regelmatig ging gebruiken. Zijn gebruik werd naar eigen zeggen pas echt problematisch tijdens de coronacrisis.

Gilles: “Ik had al weleens geëxperimenteerd met xtc en MDMA in het uitgaansleven, maar dat was steeds occasioneel. Ook na die eerste paar keer cocaïne voelde ik niet meteen de behoefte om het vaker te doen. Dat gebeurde pas toen ik gefascineerd raakte door het darkweb. Op een dag heb ik via die weg coke besteld. Superspannend: ineens zat er een envelop met vacuümverpakte coke in de brievenbus, alsof het gewoon een brief of een postkaartje was. Het was heel zuiver spul van laboratoriumkwaliteit, helemaal anders dan de versneden rommel die je op straat koopt. Als ik een feestje in het vooruitzicht had, bestelde ik opnieuw, zeker omdat ik na een tijdje bij mijn vrienden bekendstond als degene met ‘de goeie shit’.

“Iedereen die ik ken, heeft al eens coke gebruikt. En dat zijn gewone mensen met een goede job hè, geen criminelen. Het is voor velen even normaal als een pintje drinken, zeker in Antwerpen. Ik bestelde in die tijd ook voor al mijn vrienden. Zo heb ik op een festival eens voor 700 euro aan drugs – zo’n honderd xtc-pillen en 15 gram coke – binnengesmokkeld, terwijl de politie aan de ingang stond met drugshonden. Ik heb toen ongelofelijk veel geluk gehad, maar ik besefte het niet eens. Integendeel: mijn vrienden en ik waren extatisch. We hebben toen vier dagen aan één stuk door gebruikt. We zagen daar geen graten in, het was gewoon tof.

“Ik ging steeds meer gebruiken, ook als ik alleen thuis was. Mijn vriendin werkt hard, vaak in het weekend, dus zij had niets door. Zodra ik me een beetje verveelde of niks te doen had, gebruikte ik coke. Ik beschouwde het als een verzetje, omdat ik hard werkte en veel stress had. In het begin doseerde ik nog door online te bestellen, simpelweg omdat het drie tot vier dagen duurde voor ik het pakketje ontving. Maar toen ik van een vriend het nummer van een dealer kreeg, ging het hard. Tja, één telefoontje en binnen de 10 minuten krijg je coke geleverd. Na een tijdje kon ik de auto’s van de drugsrunners herkennen. Wonder boven wonder functioneerde ik toen wel nog. Ik deed mijn werk goed en kon mijn gebruik nog steeds verbergen voor mijn vriendin.

“Pas in 2020 is het volledig fout gelopen, door corona. Ik werk nu al sinds maart vorig jaar van thuis uit, maar ik ben vrij extravert en heb sociale contacten nodig. Ik kreeg enorm veel stress door de lockdown, ook omdat ik me erg druk maakte over het nieuws, en ik liep thuis de muren op. Mijn vriendin werkte nog steeds buitenshuis, ik zat constant alleen thuis. We gingen een beetje naast elkaar leven. Toen is mijn gebruik extreem toegenomen. Ik gebruikte coke tot 4 uur ’s nachts, nam vervolgens een Xanax om te kunnen slapen, maar sliep dan ’s ochtends toch door mijn wekker. Op den duur ging ik ook tijdens de werkdag coke gebruiken. Ik maakte mezelf wijs dat het me hielp om goed te functioneren. In werkelijkheid voelde ik me een wrak door al dat druggebruik.”

Afgelopen zomer ontdekte Gilles’ vriendin zijn voorraad, verstopt in zijn bureau. Hij zocht psychologische hulp, maar herviel na enkele weken.

Gilles: “Daarna heb ik drie weken aan één stuk door gebruikt. In totaal heb ik denk ik vier of vijf dagen geslapen. Dat was een helse tijd: ik had zwarte wallen onder mijn ogen, mijn gezicht was helemaal grauw en grijs, mijn neus was helemaal kapot door al het snuiven. Als ik mijn neus snoot, kwamen er korstjes en bloed uit. Ik weet het aan hooikoorts, maar mijn vriendin is niet dom. Ik was toen al zo ver heen dat ik in chatgroepen met wildvreemden zat te fantaseren over allerlei foute dingen, ik was de weg kwijt. Mijn vriendin herkende me niet meer, ik was veranderd in een monster. Ze heeft haar koffers gepakt en toen ben ik in de verslavingszorg gegaan.

“Inmiddels ben ik acht maanden clean, beetje bij beetje begin ik de draad weer op te pakken. Maar het blijft zwaar, door de coronacrisis. Daarom wil ik graag mijn verhaal doen: om mensen er attent op te maken hoe belangrijk mentale gezondheid is. Sommigen zeggen dat de coronacrisis het beste is dat hun ooit is overkomen, omdat ze zichzelf hebben teruggevonden en thuis konden werken, maar heel wat mensen konden niet zo goed omgaan met die isolatie. Dat wordt veel te vaak vergeten. In deze crisis zijn er te weinig keuzes gemaakt in het belang van ons mentaal welzijn. Ik ben heel bang dat we daar over een paar jaar de gevolgen van zullen zien. Ons sociaal contact is weggevallen, onze vrijheid afgenomen. En hoe gaan mensen daarmee om? Door te vluchten, net zoals ik dat deed. Verslavingsklinieken lopen vol. Het is niet normaal hoeveel mensen nu meetings bijwonen omdat hun gebruik veel erger is geworden sinds corona. Geloof me, velen zijn zichzelf het afgelopen jaar keihard tegengekomen.”

Paul Van Deun. Beeld BELGAIMAGE
Paul Van Deun.Beeld BELGAIMAGE

MINDER GEREMD

Volgens Sciensano werd er tijdens de eerste lockdown van 2020 in het algemeen minder drugs gebruikt, al nam het cannabisgebruik toe. De algemene daling had niets te maken met het aanbod op de markt, want dat bleef grosso modo hetzelfde, en ook de prijzen bleven onveranderd.

Paul Van Deun, psycholoog en voorzitter van de Vereniging voor Alcohol- en andere Drugproblemen: “Het is logisch dat partydrugs minder in trek waren, omdat er nu eenmaal geen uitgaansleven meer was. Ecstasy slikt men om een hele nacht te kunnen blijven dansen. Ook cocaïne is voornamelijk een sociale drug, die men in het weekend gebruikt als een soort beloning voor een hele week hard werken. Vaak wordt er eerst veel gedronken, en zodra men vermoeid raakt, wordt er coke besteld en doet iedereen een lijntje.

“Het toegenomen cannabisgebruik is weinig verrassend, want dat is meer een solitaire drug, die men gebruikt tegen de verveling van een lockdown.”

Decorte: “Het was tijdens die eerste lockdown wel veel moeilijker om je spul ergens te gaan halen, omdat we toen niet eens zonder geldige reden over straat mochten lopen.”

Van Deun: “Sciensano wijst op de verschillen tussen enerzijds sporadische gebruikers, die hun gebruik fel hebben geminderd door het gebrek aan gelegenheden, en anderzijds regelmatige gebruikers, die juist veel meer zijn gaan gebruiken. Dat zijn de mensen met een vlotte toegang tot dealers: ze hebben hun nummer gewoon in de gsm staan. Door de isolatie van de lockdown werden zij bovendien minder afgeremd in hun gebruik. Dat is bij drinken ook zo. Sociale drinkers zijn soberder geworden tijdens de coronacrisis, maar solitaire drinkers consumeren meer. En dat kunnen ze ook makkelijk doen, want ze hoeven de volgende ochtend niet op het werk te zijn. Ze kunnen langer slapen en zich tijdens de werkdag verstoppen achter de computer, zonder collega’s die kunnen zien dat ze een kater hebben.”

Decorte: “De pandemie heeft ongetwijfeld een impact. Er was sociale isolatie, verveling, onzekerheid, werkloosheid... En we zijn er nog niet van af. Mensen die al in een situatie zaten die hen niet echt gelukkig maakte – een gebroken huwelijk, een disfunctioneel gezin – zaten ineens dag in, dag uit samen opgesloten. Drugs nemen kan een manier zijn om jezelf in slaap te wiegen en niet te moeten nadenken over je situatie, of om simpelweg niet te exploderen.”

Gebruikers zijn aan het begin van de coronacrisis blijkbaar niet alleen toiletpapier maar ook drugs gaan hamsteren.

Van Deun: “Ze waren bang dat ze door de lockdown en de avondklok niet meer zo makkelijk aan hun gerief zouden raken. Maar als verslavingsdeskundige weet ik dat als je een grotere voorraad hebt, je ook meer gaat gebruiken. Dat is zeker het geval voor cocaïne: gebruikers kunnen dat simpelweg niet rantsoeneren. Maar hetzelfde geldt voor cannabis: als je normaal 2 gram per dag gebruikt, ga je met een zak van 20 gram niet ineens tien dagen doen. Je kúnt er niet afblijven. Zelf heb ik dat ook met chocolade. (lacht)

Zes maanden na de eerste lockdown zat het druggebruik alweer op hetzelfde niveau als voor de coronacrisis, inclusief de meer sociale drugs.

Decorte: “Ik denk dat veel uitgaansgelegenheden zich sinds de eerste versoepelingen stiekem naar de huiskamer hebben verplaatst. Ecstasy, bijvoorbeeld, is een zogenaamde empathogene drug: je wordt instant verliefd op iedereen, je ziet alle mensen rondom je even graag. Tja, wat voor zin heeft het om dat te nemen als je alleen thuiszit? Om de hond te knuffelen? Ecstasy is bij uitstek een drug die pas gebruikt wordt op het moment dat mensen weer bij elkaar kunnen zijn.

“Ik verwacht dat ook het alcoholgebruik toegenomen is, maar ik weet niet of dat in de cijfers te zien zal zijn. De stijging van het gebruik binnenshuis werd immers gecompenseerd door een pak minder consumptie in de horeca. Ik lees in de pers ook dat er meer slaapproblemen zijn: dan zal de vraag bij huisartsen naar slaap- en kalmeringsmiddelen eveneens gestegen zijn.”

Cocaïne is de enige drug waarvan het gebruik nog harder is gestegen sinds de coronacrisis, tot een hoger niveau dan in 2019.

Decorte: “Cocaïne wordt vaak in een sociale setting gebruikt, maar omdat het je zo alert en energiek maakt, wordt het ook vaak individueel gebruikt. Om al die onlinemeetings mee door te komen, bijvoorbeeld, of om de stress van thuiswerk in combinatie met kinderen en het huishouden vol te houden. Dat valt echt niet te onderschatten – ik spreek uit ervaring. Enfin, niet op het vlak van cocaïnegebruik. (lacht)

Van Deun: “Het cocaïnegebruik in Vlaanderen stijgt al jaren, maar het is een sluipend gevaar. We kennen allemaal het klassieke verslavingsbeeld van de junkie in de goot en de compleet gemarginaliseerde alcoholist, maar cocaïnegebruikers herkennen zich daar niet in. Veelal hebben ze een goede job en een gezin, en functioneren ze perfect in de maatschappij. Cocaïne geeft een vals gevoel van beheersing, omdat het iets is dat je makkelijk kunt verstoppen en niet per se dagelijks gebruikt. Je bent niet verdoofd, zoals bij opiaten. Je bent erg alert en productief, eigenschappen die de moderne maatschappij alleen maar toejuicht. Gebruikers kunnen langer en harder werken. Zo krijg je mensen die tien jaar lang cocaïne gebruiken voor ze beseffen dat het problematisch is. Ze doen het misschien enkel in het weekend, maar dan wel élk weekend, en kunnen niet eens een keertje overslaan.”

Zullen we na de coronacrisis een toename zien in het aantal mensen met een drank- of drugprobleem?

Van Deun: “Ik gok op een status quo. Wat wel op een toename kan wijzen, is de evolutie naar onlineverkoop. Met enkele tikken op je gsm heb je binnen het kwartier een paar zakjes cocaïne. Als ik pralines wil bestellen, duurt het toch wat langer.

“Tegelijkertijd zie ik dat de meeste van mijn patiënten bang zijn voor het einde van de coronacrisis, omdat de druk van sociale contacten en uitgaan enorm groot is op hun alcohol- en druggebruik. Veel herstellende verslaafden hebben geprofiteerd van de afzondering, deze crisis was een onverwacht voordeel voor die groep. Daarom is het moeilijk te voorspellen wat voor gevolgen dit zal hebben. Het zal in golven gaan, vermoed ik, want nu de cafés open zijn, wil iedereen de geleden schade inhalen. En tijdens de eerste Tomorrowland zou ik een grote medische boeg voorzien om incidenten met xtc en amfetamines op te vangen.”

ROARING TWENTIES

Ook Nele* (27) kijkt niet bepaald reikhalzend uit naar het beloofde rijk der vrijheid na de coronacrisis. Zij worstelt al vijf jaar met een amfetamineverslaving.

Nele: “Ik was een uitstekende student in het middelbaar, maar toch heb ik niet verder gestudeerd. De lokroep van de horeca was simpelweg te groot. Al sinds mijn 15de werk ik in de sector. Het teamgevoel vind ik fantastisch: in de horeca hangt iedereen erg aan elkaar. Het is hard werken, soms van ’s middags tot een gat in de nacht, maar je doet het sámen. Ik heb vriendschappen voor het leven gesloten achter de toog.

“Helaas gaat al dat harde werken en plezier maken ook vaak samen met drugs. Je zou ervan schrikken wat er in het weekend allemaal geslikt en gesnoven wordt in een populair café, zeker in de grootsteden. Aanvankelijk gebruikte ik puur recreatief, op feestjes en zo, tot ik ook eens een pil slikte tijdens een verjaardagsfeestje in ons café. Dat was een fantastische avond: ik voelde me energiek, vrolijk, alsof ik de hele wereld aankon. Ik vlóóg door het werk en alle klanten zagen me graag. Natuurlijk deed ik het daarna steeds vaker. De ochtenden waren de hel, want dan voelde ik me somber en futloos, maar dat nam ik erbij. Ik kon ook niet goed meer slapen.

“Drie jaar geleden ontdekte ik dat ik zwanger was. Pas toen ik in paniek sloeg bij het idee van maandenlang niet gebruiken, besefte ik dat ik een probleem had. De vader – een collega met wie ik geen relatie had – wilde niets met het kindje te maken hebben en mijn kleine huurappartementje was ongeschikt voor een baby, dus ging ik weer bij mijn ouders inwonen. Om van de drugs af te blijven, ben ik toen voor het eerst naar een psycholoog gegaan. Zij heeft me geweldig geholpen, ik ben in totaal een jaar clean geweest. Na mijn moederschapsverlof ging ik aan de slag in een eetcafé, zodat ik meer regelmatige uren zou hebben voor mijn dochtertje. Dat ging een tijdje goed, tot ik in de weekends steeds vaker uitging met mijn collega’s van weleer. Dat had ik wel verdiend, vond ik, want het moederschap was zwaar. Ik kampte met een postnatale depressie en vond mezelf een loser: ik woonde weer thuis, had geen diploma, was een alleenstaande moeder… Ik probeerde mijn problemen te vergeten in het uitgaansleven. Toen ben ik hervallen en werd mijn gebruik zelfs erger dan daarvoor. Mijn ouders zorgden eigenlijk meer voor mijn dochter dan ikzelf. Ik lag meestal voor pampus in bed en kwam geregeld te laat op mijn werk.

“Toen de horeca dicht moest, vond ik dat aanvankelijk vreselijk, maar inmiddels is het een zegen gebleken. De eerste weken liep ik de muren op, maar zonder de verlokkingen van het nachtleven bleek het wel een stuk makkelijker om van de speed af te blijven. Oké, ik heb een paar keer besteld, maar ik vond het doodeng om thuis te gebruiken. Wat als mijn ouders iets zouden merken? Zouden ze dan mijn dochter van me afpakken? Langzaam maar zeker vond ik mijn draai in de rol van moeder en genoot ik van de rustige dagen thuis met haar. Samen met mijn psycholoog heb ik ook de stap gezet naar de verslavingszorg, waar ik twee keer per week een groepsgesprek heb. Dat doet me deugd.

“Mijn leven is nu beter dan voor de coronacrisis, hoe raar dat misschien ook klinkt. Ik ben bang voor het leven daarna. De psycholoog probeert me zachtjes in de richting van een andere job te duwen, maar ik weet eerlijk gezegd niet wat ik dan moet doen. Horeca is mijn passie, bovendien heb ik geen diploma’s. Als ik dan hoor over de roaring twenties die eraan zitten te komen… Heel eerlijk? Stiekem hoop ik dat het weer faliekant misgaat met de vaccins. Dat zou me misschien nog een maandje extra rust geven.”

Tom Decorte. Beeld RV
Tom Decorte.Beeld RV

WAR ON DRUGS

Waarom beginnen mensen drugs te gebruiken?

Van Deun: “Om dezelfde redenen waarom ze beginnen met drinken of roken: uit nieuwsgierigheid, en omdat anderen het doen. Zodra ze het hebben leren gebruiken, wordt het als roesmiddel ingezet. Het is heel menselijk om af en toe uit de werkelijkheid te willen vluchten. Televisiekijken of gamen is ook een soort escapisme: je verruilt de echte wereld even voor een virtuele. Het is een manier om te ontspannen en de druk, de stress, de problemen van je dagelijkse leven achter je te laten. Zo verantwoorden gebruikers het voor zichzelf, maar na een tijdje kunnen ze er niet meer voor kiezen, dan móéten ze het doen.”

Decorte: “Zwaar verslaafden zijn niet zomaar tegen die drug aangelopen en spontaan verslaafd geworden. Er schuilen doorgaans verhalen achter van misbruik, een zware jeugd, mishandeling, verlies... Het is veelal een manier om te kunnen omgaan met stress, miserie en problemen. Hoe groter het onbehagen in de samenleving, hoe meer mensen naar middelen grijpen om ermee om te kunnen.”

Is iedereen vatbaar voor drugsverslaving?

Van Deun: “Ik denk het wel. De sleutel voor een verslaving is de frequentie. Als je vaak een verslavend product gebruikt, zul je het moeilijk hebben om ermee te stoppen.

“Maar we zijn allemaal verschillend, en ook genetische factoren spelen een rol. De hersenen van jongeren zijn wel veel kwetsbaarder, daarom zijn sensibilisering en preventie enorm belangrijk. Hoe jonger je begint, hoe zwaarder je verslaafd raakt.”

Het uitgangspunt van het huidige drugsbeleid is eigenlijk: als het aanbod weg is, zal de vraag ook wel afnemen. Is het zo simpel?

Decorte: “Natuurlijk niet. De gebruikers zullen niet zomaar verdwijnen. De westerse samenleving heeft zichzelf decennialang voorgehouden dat we de wereld drugsvrij krijgen als we repressief optreden. Maar zo’n wereld bestaat niet. Als een drug eenmaal wordt geboren, valt hij niet meer uit te roeien. Het is een beetje zoals het coronavirus, waarmee we zullen moeten leren leven en waarvan we de schade zoveel mogelijk moeten proberen te beperken.

“Zoeken naar bewustzijnsverruiming is eigen aan de mens. Er is geen samenleving op deze wereld waar geen drugs zijn, er is ook geen periode in de menselijke geschiedenis geweest waarin geen enkele drug bekend was. We drinken al alcohol sinds de oertijd. De illusie blijven koesteren dat de wereld drugsvrij kan worden, is onzinnig. Daartegenover staat natuurlijk wel dat je als samenleving ook niet wilt dat het druggebruik uit de hand loopt en dat mensen zichzelf in de vernieling zuipen, snuiven of wat dan ook.”

Van Deun: “De drugsoverlast vraagt een structureel antwoord. Men kan niet anders dan de criminaliteit en de overlast in sommige wijken bestrijden, maar de nadruk moet liggen op het gezondheidsprobleem. De nadruk ligt al te vaak op smeuïge verhalen over internationale kartels en de war on drugs, terwijl het meer zou moeten gaan over wat drugs met onze hersenen doen.

“We hebben nood aan een toegankelijke hulpverlening. Zolang we mensen die met een verslaving worstelen stigmatiseren, komen we er niet. Verslaafden zien af, evenals hun omgeving, dus moet hulpverlening het eerste antwoord zijn.”

Professor Decorte, u bent lid van het burgerplatform Smart on Drugs, dat heil ziet in legalisering.

Decorte: “Het hele debat over legaliseren begint bij een simpele vraag: hebben we het gevoel dat we enigszins grip hebben op de drugsproblematiek? Als we heel eerlijk zijn, is het antwoord neen. Er wordt meer aangevoerd, meer gebruikt en meer geld mee verdiend. Het lijkt alleen maar erger te worden. Als je de oorlog aan het verliezen bent, moet je je als samenleving toch de vraag stellen of er geen andere aanpak mogelijk is? Op deze manier halen we het nooit. Integendeel, we maken de drugs zelf gevaarlijker door onze aanpak, én winstgevender voor de criminelen.

“Een mooi voorbeeld daarvan is de drooglegging in de VS in de jaren 20, toen criminele ondernemers illegaal alcohol gingen stoken. Het resultaat daarvan was moonshine, vele keren giftiger dan de alcohol die daarvoor legaal verkrijgbaar was. Je kon er blind van worden of zelfs door sterven. Het gaat dus niet over de vraag of drugs gevaarlijk zijn of niet, want ze zíjn het. Maar door de illegaliteit worden ze steeds sterker: van opium naar heroïne en nu al fentanyl. De grootste slachtoffers daarvan zijn de gebruikers. Dan kun je alles beter reguleren, zoals we met alcohol en tabak doen. Natuurlijk pleiten we er niet voor om drugs even makkelijk verkrijgbaar te maken, maar we kunnen er in elk geval voor kiezen om de gebruikers niet meer te straffen en de verkoop aan banden te leggen.

“Kijk, er zullen altijd mensen zijn die een roes willen. En wat is er op zich zo verkeerd aan iemand die eventjes plezier wil maken en ontspannen? We doen het bijna allemaal weleens met behulp van alcohol, we zijn dus bijna allemáál druggebruikers. En wat verslaving betreft: ook dat krijgen we nooit helemaal uitgeroeid. Hoe groter het onwelzijn in de samenleving, hoe groter het risico op verslaving. We moeten vooral de stijgende trends in gebruik proberen om te buigen, door meer te investeren in preventie, sensibilisering en hulpverlening. Dat is geen louter theoretische discussie, het is een bijzonder urgent maatschappelijk probleem.”

(*) Gilles en Nele zijn schuilnamen.

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234