Zaterdag 10/12/2022

Merde,een vuile varkensneuker!

In dertien verhelderende essays geeft bijzonder hoogleraar in de geschiedenis van de psychologie Douwe Draaisma een beeld van evenveel psychische aandoeningen en de wetenschappers die er hun naam aan gaven. Door Marnix Verplancke

Sonnet van een alzheimerpatiënt

met Gilles de la Tourette

Voor ik het vergeet

Lik m'n reet

Voor ik het vergeet

Lik m'n reet

Voor ik het vergeet

Lik m'n reet

Voor ik het vergeet

Lik m'n reet

Voor ik het vergeet

Lik m'n reet

Voor ik het vergeet

Lik m'n reet

Voor ik het vergeet

Lik m'n reet

De Herman De Coninck Poëzieprijs heeft Marc van Biezen om begrijpelijke redenen voor dit sonnet niet gekregen. Met psychische aandoeningen, en zeker met degenen die eraan lijden, wordt er immers niet gelachen, ook al weten we allemaal dat het soms moeilijk is om ons in te houden. Om een of andere reden hebben nogal wat van die aandoeningen een naam die begint met 'het syndroom van', Gilles de la Tourette en Korsakov bijvoorbeeld, of 'de ziekte van' en dan denken we (hopelijk) meteen aan Alzheimer en Parkinson. De psychiatrie telt vrij veel eponiemen, en wat bij deze eigennamen die soortnamen zijn geworden vooral opvalt, is dat ze allemaal verwijzen naar mensen die op het einde van de negentiende en in het begin van de twintigste eeuw hebben geleefd. Een syndroom van Descartes is er bijvoorbeeld niet, net zomin als eentje van Lacan, ook al zouden we ons daar - en deze keer om volstrekt onbegrijpelijke redenen - wel iets bij kunnen voorstellen.

In Ontregelde geesten schrijft Douwe Draaisma over dertien van zulke meestal heel tragische in plaats van grappige eponiemen en legt hij uit waarom die allemaal uit dezelfde periode dateren: daarvoor was er van hersenwetenschap geen sprake en daarna werd wetenschappelijk onderzoek steeds meer een zaak van teamwerk waardoor het moeilijk was één naam met een ziekte of syndroom te vereenzelvigen. Eponiemen die naar vrouwen verwijzen, zijn er trouwens praktisch niet, en ook dat is door de ontstaansperiode te verklaren: de wetenschap was toen nog een praktisch exclusief mannenvak.

In zijn dertien essays volgt Draaisma steeds hetzelfde stramien. Na een voorstelling van de man en zijn werk volgt een beschrijving van de psychische aandoening die zijn naam kreeg en wordt de geschiedenis ervan uit de doeken gedaan, tot vandaag. Zo lezen we bijvoorbeeld dat Gilles de la Tourette in 1884 in dienst kwam bij de befaamde dokter Charcot, die in het Parijse Salpêtrière allerhande menselijke rariteiten verzamelde en bestudeerde. Het syndroom dat naar hem genoemd werd, dat zich toont in onstuitbaar herhalingsgedrag, het maken van ongecontroleerde bewegingen en het uitslaan van de smerigste taal, interesseerde hem in feite slechts matig en hij schreef er maar een paar artikels over. Hypnose en hysterie waren zijn onderwerpen. Deels kwam dit doordat hij de bekendste lijdster aan dit syndroom, de markiezin van Dampierre, die erom bekend stond om de haverklap "merde" en "vuile vakensneuker" uit te roepen, nooit zelf had gezien of gehoord, dit in tegenstelling tot Charcot, die haar op een dag toen hij op weg was naar de Salon ontmoette terwijl ze liep te vloeken als een ketter. Bovendien vond hij het een uitzichtloze zaak. Er was niets aan te doen, en zo is het vandaag nog steeds, of zoals Draaisma schrijft: "Er is in tourettepatiënten gesneden, er is aan geschud, er is op geslagen. Er is ook veel met ze gepraat, want werkelijk elke vorm van psychotherapie, van psychoanalyse tot gedragstherapie, is tegen het tourettesyndroom in stelling gebracht - tevergeefs."

Dat komt trouwens wel meer voor, dat de syndromen na anderhalve eeuw observeren en experimenteren nog net zo mysterieus zijn als weleer. Het syndroom van Bonnet is daar een mooi voorbeeld van, waarbij oudere en vereenzaamde mensen figuren door de kamer zien lopen of - in veel mindere mate - muziekjes horen die er helemaal niet zijn. De enen zeggen dat het te maken heeft met het slechte zicht van de patiënten, waardoor de hersenen zelf een schim invullen. Anderen willen dan weer dat het zuiver door een verveelde geest opgeroepen beelden zijn en dat er helemaal niets waargenomen wordt. Hoe de vork precies aan de steel zit, weten we niet. En hetzelfde geldt voor Clérambault, waarbij de praktisch altijd vrouwelijke patiënt denkt dat er een hoogwaardigheidsbekleder - liefst een koning natuurlijk - verliefd is op haar, of Capgras, waarvan de lijders er vast van overtuigd zijn dat het grootste deel van hun familie in het geniep vervangen is door dubbelgangers.

Interessant om te zien is ook hoe uit de verschillende syndromen en ziektes nationale onderzoeksstromingen naar voren komen. Zo is het niet toevallig dat alle bovenstaande uitzichtloze syndromen naar Franse hersenonderzoekers zijn genoemd. Charcot-aanhangers als Bonnet, Tourette, Clérambault en Capgras behoorden allemaal tot de beschrijvende, typisch Franse traditie, terwijl Korbinian Brodmann, de maker van hersenkaarten naar wie de gebieden van Brodmann werden genoemd en Alois Alzheimer tot de Duitse school behoorden die neuropathologisch onderzoek uitvoerde met een microscoop. Alzheimer is nog niet te genezen, maar er zijn duidelijk wel al vorderingen gemaakt.

Ontregelde geesten is net zo'n interessante leeservaring als Douwe Draaisma's twee vorige boeken, misschien met dit verschil dat dit boek van minder eenheid getuigt dan De metaforenmachine of Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt. Het bestaat immers uit dertien losstaande stukken. Dat Draaisma toch iedere keer weer met een heel ander verhaal aankomt en nooit in herhaling valt, is daardoor des te bewonderenswaardiger. Hij is immers meer dan een wetenschapper, hij is ook een verteller die met wetenschappelijke precisie in de geschiedenis gaat graven en zo het ene pareltje na het andere ontdekt. Hij weet de perfecte mix te vinden tussen wetenschappelijk sérieux en verrassende faits divers. Kijk bijvoorbeeld naar zijn essay over Hans Asperger, de man die in 1943, ongeveer op hetzelfde moment dat Leo Kanner autisme beschreef, met zijn eigen syndroom voor de dag kwam. Het leek wel alsof hij zijn artikel in onzichtbare inkt had geschreven, want niemand merkte het op, terwijl iedereen opeens overal autisten zag en Kanner wereldberoemd werd. Het heeft tot in 1981 geduurd voor een Engelse autismespecialiste het idee kreeg om een onderscheid te maken tussen een zwaardere en een lichtere vorm van deze aandoening, en die laatste noemde ze het syndroom van Asperger. De man zelf was dan al een jaar dood, en misschien gelukkig maar ook, anders had hij nog moeten meemaken dat zowat iedere rare kwiet die in het verleden een wetenschappelijke ontdekking had gedaan een Asperger zou worden genoemd, met natuurlijk die lepralijder van een Einstein - als hij toch alle aandoeningen gehad lijkt te hebben, waarom die dan niet? - op kop.

Douwe Draaisma

Ontregelde geesten

Historische Uitgeverij, Groningen, 325 p., 27,50 euro.

Douwe Draaisma is meer dan een wetenschapper, hij is ook een verteller die met wetenschappelijke precisie in de geschiedenis graaft en zo het ene pareltje na het andere ontdekt

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234