Donderdag 22/10/2020

Romandebuut

"Mensen zijn bang voor de islam, ik voor terroristen"

Aya Sabi: "In Nederland heb ik leren lezen, in Vlaanderen leren schrijven."Beeld Stefaan Temmerman

Vorige zomer betoogde ze voor de boerkini. Begin dit jaar had ze een Twitter-ruzie met Theo Francken. En nu heeft ze haar debuutroman uit. Een gesprek met Aya Sabi (°1995), schrijfster ("maar dat durf ik niet altijd te zeggen") en activiste ("maar zo omschrijf ik mezelf niet graag"). "Ik reik mijn hand, meer kan ik niet doen."

Of ze wat dichter naast me wil komen zitten. Rare manier om een interview te beginnen, en meestal zeg je dat dus niet, maar bij Aya Sabi moet het. Haar bescheiden stem reikt nauwelijks tot aan de overkant van de tafel, en de woeste peuter die ook in het bibliotheekcafé van Genk vertoeft, helpt daar niet veel bij.

Genk is de stad waar Aya Sabi sinds haar dertiende woont. Van het ene Limburg (Roermond in Nederland) verhuisde ze op die leeftijd naar het andere, en in een charmant samenspel zijn beide accenten met elkaar verwikkeld geraakt, hoor je terwijl ze praat.

Dat haar debuutroman deze week uitkomt, kan ze nog altijd niet geloven, zegt ze. Ook omdat ze met het manuscript van Verkruimeld land nooit zelf naar een uitgeverij gestapt is. “Het was het eindwerk van de richting ‘Literaire creatie’ hier aan de academie van Genk, en ik dacht dat het echt niet klaar was om te laten lezen. Maar omdat ik een aantal gedichten op Twitter had gepost, heeft iemand me in contact gebracht met Atlas Contact, en zo is de bal aan het rollen gegaan.”

Schrijven doet Aya Sabi al sinds haar tienerjaren. “Ik zeg altijd: in Nederland heb ik leren lezen, in Vlaanderen leren schrijven.” Zo nam ze vaak deel aan schrijfwedstrijden. “Ik won zelden. Ooit stond ik een keertje met een lezersbrief in Het Nieuwsblad en dat was heel groot nieuws bij ons thuis.” (lacht)

Op haar veertiende had ze een roman klaar die ze wél naar verschillende uitgeverijen stuurde. “Zeker twintig mails heb ik teruggekregen met de eufemistische boodschap ‘Dit past niet in ons fonds’. Soms schrik ik er zelf van dat het me nooit ontmoedigd heeft en ik die honderd pagina’s gewoon gedeletet heb en opnieuw begonnen ben.”

Waar komt die fascinatie voor schrijven vandaan?

“Toen we in Roermond woonden, hadden we geen kabeltelevisie tot ik een jaar of zeven was. Enkel naar Nederland 1, 2 en 3 kunnen kijken helpt om de bibliotheek te ontdekken. Hoewel ik tweetalig ben opgevoed – mijn ouders zijn Marokkaans, we spreken een variant van het Arabisch – heb ik altijd in het Nederlands gelezen. Het klassieke Arabisch is erg moeilijk om te lezen. Toch is de invloed er natuurlijk wel. Ik krijg vaak te horen dat ik Arabische literatuur in het Nederlands bedrijf, omdat het heel beeld- en klankrijk is wat ik schrijf.

“Dat ik altijd met lezen en schrijven ben bezig geweest, dank ik dus ook aan de mensen om mij heen. Mijn ouders en mijn leerkrachten hebben mij er altijd in gestimuleerd.”

Hoe reageert je familie op je boek?

“Ze zijn ontzettend trots, natuurlijk, maar in hen zit nog een groter deel Marokko dan in mij en ik vraag me soms af of ze dus wel beseffen wat het betekent dat Atlas Contact met mij in zee wil en dat De Morgen mij komt interviewen.

“Ze zijn ook een beetje bang dat ik te veel met literatuur ga bezig zijn en geen diploma haal. Ze waarschuwen me dat dit iets tijdelijks kan zijn. Maar daar geloof ik niet in. Ik ben al drie jaar columns en opiniestukken aan het publiceren, en nu is er dit boek, dat kun je toch niet meer tijdelijk noemen?”

Je werkt met een ik-verteller, die soms mannelijk, dan weer vrouwelijk is. Waarom die keuze?

“Ik heb geprobeerd om een evenwicht te behouden tussen man en vrouw omdat ik het verhaal zo universeel mogelijk wilde laten zijn. Daarom hebben mijn personages ook geen namen en worden er geen plaatsnamen genoemd. Als je dat wel doet, hebben mensen toch een vastomlijnd beeld in het achterhoofd, terwijl ik wil dat mensen hun fantasie laten spelen en op basis van hun eigen bagage zelf een invulling geven aan het personage en het verhaal. Als schrijver creëer je daarmee wel afstand, die ik dan wat wilde inperken door een ik-verteller.”

Je verlangt duidelijk veel van de lezer.

“Ik denk dat ik de lezer dichter bij zichzelf wil brengen en dichter bij de wereld. Ik schrijf niet om mijn visie op te leggen of om de dingen uit te leggen. Zelf heb ik ook het meeste gehad aan schrijvers die mij het leven beter hebben doen begrijpen en zo een beter mens van mij hebben gemaakt. Connie Palmen, bijvoorbeeld, of Jeroen Brouwers.

“Als je begrijpt wat iemand doet, kun je hen ook vergeven. Dat is wat we missen in onze publieke debatten en de manier waarop we de laatste tijd met elkaar omgaan. Het draait louter nog om cijfers en feiten, terwijl iedereen toch weet dat je cijfers kunt manipuleren, en dat elk onderzoek een tegenonderzoek heeft.

“Ik wil daar niet mee zeggen dat mijn boek per definitie die impact gaat hebben. Ik reik mijn hand, meer kan ik niet doen. Ooit heb ik dat ook in een column geschreven, en veel mensen reageerden toen door te zeggen dat ze mijn uitgestoken hand niet aannamen. Tegelijk zijn er ook al mensen geweest die zeiden dat ze door mijn columns een ander beeld hebben gekregen van de wereld. Dat is heel mooi.

Beeld Stefaan Temmerman

“Als ik een voordracht hou voor een blank, middelbaar publiek, denk ik zelf weleens: we bevinden ons zo ver van elkaar, ze gaan wellicht amper luisteren naar dit niet-witte moslimmeisje. Maar als ik dan mensen in tranen zie, of als mensen achteraf naar me toekomen en zeggen dat ze echt geraakt zijn door wat ik vertel, dan kom ik vol liefde terug van zo’n avond. Ik denk dat je écht in aanraking moet komen met mensen om een gesprek te voeren. Als je alleen maar op sociale media praat, word je pessimistisch en sceptisch.”

Ook al noem je geen plaatsnamen in je boek, er lijkt soms een haat-liefdeverhouding met België en Marokko te sluimeren. Verwijst de titel Verkruimeld land daarnaar?

“Met ‘verkruimeld land’ bedoel ik eigenlijk de wereld. Het idee van het boek is wel begonnen in Marokko, toen we daar enkele jaren geleden met het gezin op vakantie waren. We hadden een appartement gehuurd in het rijkere gedeelte van Casablanca. Als ik op mijn bed lag, zag ik de welgestelde stad, maar als ik over mijn balkon keek, zag ik een krottenwijk die zich daar middenin bevond. Ik snapte niet waarom iedereen – zowel rijk als arm – zich had neergelegd bij dat contrast.

“Bij de bakker om de hoek kon je voor de prijs van twee broden één brood kopen. Al de rijke mensen deden dat, terwijl er andere mensen waren die niet eens in hun basisbehoeften konden voorzien. Zoiets kan ik niet begrijpen. Die onrechtvaardigheid zie ik terugkomen in de hele wereld. ‘Verkruimeld land’ is dus eigenlijk de wereld die scheef draait.

“Daar komt bij dat alles in mijn boek uiteindelijk min of meer verkruimelt. Voor mij duidt dat op de vergankelijkheid van alles. Ik vind het heel fascinerend hoe alles een einde heeft.”

Aya Sabi: "Dat je me beoordeelt op mijn capaciteiten in plaats van op mijn geloof, dat is de neutraliteit waar ik naartoe wil."Beeld Stefaan Temmerman

Is schrijven een manier om daarmee om te gaan? Wie schrijft, laat iets achter als hij zelf verdwijnt.

“Dat denk ik wel. Maar het is niet dat ik onsterfelijk wil zijn. Eerder wil ik met sterfelijkheid kunnen omgaan. Daarom schrijf ik. Ik wil de pijn kunnen verwoorden. De wereld doet heel veel dingen met mij, en op een gegeven moment raak ik vol en moet het eruit.”

Hoe hoop je dat je roman gepercipieerd en gerecenseerd gaat worden?

“Ik wil daar liever niet over nadenken. Als ik zie dat een recensent mij volgt op Twitter, heb ik zelfs zin om hem te blokkeren, zodat hij niet weet dat mijn boek eraan komt. (lacht) Toen ik columns schreef, ben ik daar soms serieus voor afgebroken op sociale media. Maar ik kan er heel goed tegen. Dat is nu eenmaal hoe het internet werkt als je jezelf bloot geeft. Wat ik wel totaal niet begrijp, is dat sommigen het nodig vinden om zelfs bij een sterfgeval nog racistische commentaar te geven.

“Maar dit boek is mijn kind, natuurlijk. Twee jaar lang heb ik er alles aan gegeven. Over elk woord is nagedacht. Ik ga het me dus toch aantrekken als de recensies tegenvallen. Maar goed, het is een avontuur waarin ik me stort, en ik neem al het goede en het slechte daarvan er heel graag bij. (glimlacht) Ik ga er dus gewoon van genieten.”

Je verwees daarnet naar de vijftienjarige Ramzi uit Genk, die vorige zomer in Marokko stierf na een ongeval op een quad. Hij was jouw buurjongen?

“Zijn en mijn moeder zijn beste vriendinnen. Ik werd toen door verschillende journalisten gebeld om commentaar te geven op de racistische reacties die verschenen op sociale media, maar ik heb er nooit veel over willen zeggen. Je kúnt er ook niet veel over zeggen, behalve dat mensen die zelfs geen compassie meer hebben met iemand die gestorven is, diep vanbinnen dood zijn. Dat is ook een terugkerend onderwerp in mijn boek, mensen die sterven zonder echt dood te zijn.”

Je kwam vorige zomer ook in een mediastormpje terecht omdat je het recht verdedigde om een boerkini te dragen. Zelf trok je op je vijftiende een boerkini aan. Waarom precies?

“Ik zwem heel graag, als kind heb ik al mijn zwemdiploma’s behaald, en tijdens een vakantie in Marokko heb ik gewoon beslist om dat in een boerkini te doen. Voor mij is het de normaalste zaak van de wereld. Ik loop ook bedekt over straat, waarom zou dat aan het strand anders moeten zijn?”

N-VA-staatssecretaris Zuhal Demir zei een maand geleden in deze krant dat iedereen aan het strand vrij is om te dragen wat hij wil, maar dat in een openbaar zwembad de middenmoot gezocht moet worden, want dat vrouwen er anders ook in monokini zullen willen zwemmen. Begrijp je die redenering?

“Totaal niet. Wat is de middenmoot? Het midden van Zuhal Demir is niet mijn midden. Ik zou me trouwens absoluut niet storen aan vrouwen die monokini willen zwemmen in een zwembad. Ze doen maar.

“Voor mij gaat het hierover: het is mijn lichaam, ik bepaal wat ik bedek en wat ik bloot laat. Het is een keuze zoals alle andere keuzes die vrouwen moeten kunnen maken: wat ze studeren, met wie ze trouwen, of ze trouwen, of ze kinderen krijgen, enzovoort. Elementaire keuzes die wij vrouwen moeten hebben. Maar we hebben ze niet, want we kunnen zelfs niet kiezen of we in boerkini of monokini gaan zwemmen.”

De Iraanse Darya Safai is een bekend tegenstandster van de boerkini en de hoofddoek. Ze zegt dat de vrijheid die vrouwen hier hebben wordt bedreigd, en dat we waakzamer moeten zijn voor een islamisering van de maatschappij.

“Doordat de media en de politiek altijd maar opnieuw over de islam beginnen, zien sommigen blijkbaar inderdaad een islamisering. Maar als je kijkt naar de feiten en de cijfers is er helemaal geen islamisering aan de gang. Mensen zijn bang voor de islam, maar ik ben een moslima, en weet je waar ik bang voor ben? Voor terroristen. Voor mensen die beperkt zijn in hun denken en de vrijheid van anderen willen inperken. Of dat nu jihadisten of extreemrechtsen of politici zijn.”

Aya Sabi: "Op het einde van mijn leven zou ik willen kunnen terugkijken op een geleefd bestaan, met rijke ontmoetingen en gesprekken.”Beeld Stefaan Temmerman

Kun je er niet inkomen dat mensen bang zijn dat religie weer een grotere grip op de samenleving krijgt, en de islam die angst vertegenwoordigt?

“Als je naar de geschiedenis van Europa kijkt, begrijp ik dat. Ik vind ook dat kerk en staat gescheiden moeten zijn. En ik studeer biomedische wetenschappen aan de universiteit van Maastricht, dus ik verwerp de evolutietheorie uiteraard niet. Maar moet ik daarom naar het andere uiterste van het spectrum gaan? Ik geloof dat wetenschap, godsdienst, literatuur en filosofie – alles wat gemaakt is om het leven te begrijpen – perfect verzoenbaar zijn.

“Er zijn mensen die ervoor gekozen hebben om religie achter zich te laten, maar er zijn ook vele anderen die dat niet doen. Zolang je die ­mensen een eerlijke plek in de maatschappij geeft, is er niks aan de hand. Niet alleen in de persoonlijke levenssfeer, ook achter een loket of voor een klas.

“Hoe verwacht je dat mensen op lange termijn hun islamitische medeburgers gaan accepteren als de overheid probeert om elk teken van religie te bannen? Neutraliteit is een begrip waar gretig mee geschermd wordt, maar wat is neutraal? Dat je me beoordeelt op mijn capaciteiten in plaats van op mijn geloof, dàt is de neutraliteit waar ik naartoe wil.

“Ik vind het vooral jammer dat we die discussie nog altijd voeren. Ik woon nu tien jaar in Vlaanderen en ik heb niet veel evolutie gezien. Er zijn wel mensen zoals Wouter Torfs, die werknemers met een hoofddoek expliciet welkom heten, maar ook hij botst op heel veel tegenstand.”

De boerkini was niet het enige hete hangijzer waarbij Aya Sabi van zich liet horen. In februari van dit jaar ontstond ophef over de aanpassing van de vreemdelingenwet. Die nieuwe wet maakt het mogelijk niet-Belgen ‘die een gevaar vormen voor de samenleving’ het land uit te zetten, ook als ze hier geboren zijn of op jonge leeftijd hier zijn komen wonen. Op Twitter had Sabi een opmerkelijke conversatie hierover met Theo Francken, N-VA-staatssecretaris voor Asiel en Migratie en bezieler van de nieuwe wet.

‘Ik ben geboren in Nederland, heb de Nederlands-Marokkaanse nationaliteit en woon minder dan tien jaar in België, ik ben dus deporteerbaar’, schreef Sabi. Francken reageerde gepikeerd, schreef terug dat ze leugens verspreidde en dat ze beter eerst nog wat zou studeren. “Het ging natuurlijk niet om mij”, zegt Sabi daar vandaag over, “ik ben niet van plan om zware criminele feiten te plegen. Ooit van stijlfiguren gehoord, mijnheer Francken? Het ging erom dat de wet makkelijk misbruikt kan worden, omdat iemand het land uitgezet kan worden op basis van slechts vermoedens. Ik wilde echt een inhoudelijke discussie met hem voeren, maar dat is niet gelukt. Jammer. Of ik mijn boek ga opsturen naar hem? Waarom zou ik dat doen? Ik ben niet van plan om indruk op hem te maken. (lacht) Ik zou niet willen dat hij me leuk vindt.”

Je bent nog maar 21. Denk je soms na over je toekomst?

“Ik ben eerder iemand die van dag tot dag leeft. Ik weet ondertussen wel dat ik na mijn studie heel graag bij de Wereldgezondheidsorganisatie zou terechtkomen. Daar kun je politiek en gezondheidszorg combineren. Ja, een mooi doel, maar ik zal er eerst nog hard voor moeten werken. (lacht)

“Ik wil vooral nog veel schrijven. En veel van de wereld zien. Op het einde van mijn leven zou ik willen kunnen terugkijken op een geleefd bestaan, met rijke ontmoetingen en gesprekken.”

En wat wil je dan nog schrijven?

“Bij de uitgeverij heb ik een contract getekend voor twee boeken, in de nabije toekomst komt er dus nog een aan. Het wordt een roman gebaseerd op een waargebeurd verhaal. Meer wil ik er nog niet over zeggen, anders heb ik de vrijheid niet meer om nog alle kanten uit te gaan met het boek. Wel kan ik al vertellen dat vrouwenkwesties er een prominente rol in zullen spelen.”

Deze zin uit je boek had ik nog opgeschreven: ‘Hoewel zij niet het pad bewandelde dat haar vader voor ogen had, bleef hij oeverloos van haar houden.’ Zit daar iets autobiografisch in?

(glimlacht) “Nee. Wel iets universeels. Mijn ouders zijn nu eenmaal van een andere generatie. Dat is bij al mijn leeftijdsgenoten zo, maar mijn ouders zijn dan ook nog eens in een heel andere omgeving opgegroeid. Dat zie je bijvoorbeeld nu bij de protesten in het Marokkaanse Rifgebied tegen het regime. Mijn ouders hebben geleefd onder de vorige koning, zij weten wat het betekent om echt onderdrukt te zijn en nemen dus genoegen met de situatie zoals ze nu is. Ze zijn ook bang dat de situatie in Marokko zal escaleren zoals in andere Arabische landen. Ik begrijp dat, maar ik kan me niet neerleggen bij mensen die een leven moeten leiden dat minder is dan goed.”

Aya Sabi, 'Verkruimeld land', Atlas Contact, 128 p., 17,99 euro. Beeld rv

Zou je zelf op straat komen om te protesteren?

“Ik heb het één keer gedaan, bij de boerkini, maar dat doe ik nooit meer. Ik heb er de stem niet voor en ik ben mensenschuw. Ik word vaak als activist omschreven, maar zo omschrijf ik mezelf niet graag.”

Hoe zou je dan wel omschreven willen worden?

“Het liefst als schrijfster. Maar dat durf ik nog altijd niet te zeggen. Er zijn mensen die vinden dat je een schrijver bent als je schrijft, maar ik vind dat kunst beoordeeld moet worden door anderen. Als anderen mijn werk waarderen, mogen zij me dus een schrijver noemen. Dan zou ik daar heel blij mee zijn.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234