Woensdag 03/03/2021

Talk to me

"Mensen zijn bang voor alles"

Charlotte Adigéry en haar vader José Vilar. Beeld Wouter Van Vooren
Charlotte Adigéry en haar vader José Vilar.Beeld Wouter Van Vooren

Zes creatieve twintigers (Charlotte Adigéry, Faisal Chatar, Ilke Cop, Frederik Willem Daem, Bosse Provoost, Marie Wynants) krijgen een jaar lang carte blanche om mensen te interviewen die hen interesseren of fascineren. Gevraagd naar wie ze als eerste wilde interviewen, antwoordde muzikante Charlotte Adigéry (26) meteen ‘mijn papa’. Wat vertrok vanuit oprechte nieuwsgierigheid naar zijn verleden, mondde uit in een gesprek vol vaderlijk advies.

Op de hoek van zijn netjes opgeruimd bureau ligt Pap, vertel ’s, een invulboek dat kinderen aan hun vader geven met de opdracht er persoonlijke verhalen in neer te schrijven. José Vilar (70) kreeg het van zijn oudste dochter, de halfzus van Charlotte Adigéry. Onbewust wil zij hem vandaag naar hetzelfde vragen. 

José werd geboren in Saint-Claude op Guadeloupe. In Gent kwam hij werken als lasser bij Sidmar. En hij leerde er Charlottes moeder kennen, een vrouw van Martinique, slechts twee eilanden verder van zijn vaderland. Voor Charlotte is België haar vaderland, maar ze wil graag weten hoe het voor haar vader was om immigrant te zijn in een tijd toen dat woord nog niet zo veel gewicht droeg. Of hij veel negativiteit heeft ervaren. En hoe het komt dat hij altijd zo positief is gebleven. Want zo’n verhaal wil ze ook weleens lezen in de krant.

Charlotte Adigéry: Hoe was het om op te groeien in Guadeloupe?

José Vilar: “Mijn opvoeding is niet te vergelijken met die van hier en nu. Ik zag mijn moeder geregeld, maar ik woonde bij mijn grootmoeder. Zij heeft me door alles begeleid. Zij was mijn vader, moeder en grootmoeder tegelijk. Van haar leerde ik wat respect is. Of wat dat voor ons betekende.

“Ik ben bij haar blijven wonen tot mijn achttiende. Maar op die leeftijd dacht ik nog als een kind van tien, omdat ik nooit voor mezelf moest denken.”

Toch ben je net dan naar Marseille vertrokken. Waarom?

“Mijn grootmoeder moest er voor haar werk naartoe en ik mocht mee. Voor mij was dat een wereld die openging. Europa, fantastisch! Dus toen ik de kans kreeg om daar te blijven, bij een tante in Marseille, heb ik die gegrepen. Het was er anders, en tegelijk heel herkenbaar. De mensen waren er heel open, iedereen kende iedereen, net als in Guadeloupe. Alleen het weer viel tegen. (lacht)

“Ik ben er uiteindelijk tien jaar gebleven, maar er was steeds minder werk. Zo ben ik via Parijs in België beland. Mijn baas stuurde me voor twee weken naar Zelzate voor een opdracht bij Sidmar. Dat werd altijd maar verlengd met veertien dagen, en weer veertien dagen. En dat werd uiteindelijk veertig jaar." (lacht)

Je zegt vaak dat je te doen hebt met mijn generatie, omdat wij de jaren 60 niet hebben kunnen meemaken. Wat hebben we gemist?

“De periode van peace and love heeft mij erg gevormd. Iedereen hoorde erbij, of je nu zwart, wit of groen was. Er werd soms wel wat gevochten en fel gedaan, maar niet te vergelijken met de hardheid van nu.

“In Marseille voelde ik me niet zwart. Dat is pas gekomen toen ik in Gent belandde. Het is hier soms echt moeilijk geweest, met de politie, die vroeger heel erg racistisch was. Als de BOB voorbij reed, werd ik meteen tegengehouden. En in bepaalde cafés mocht ik gewoon niet binnen. Meteen riep er wel iemand: 'Buiten!'

“Maar alles is enorm veranderd. Jij kunt hier vandaag echt leven zoals de mensen van hier, zonder belemmeringen. Dat is geweldig. Alleen de peace and love is nooit teruggekomen. Mensen zijn bang voor alles.”

Je hebt me steeds het gevoel gegeven dat we geen slachtoffer hoeven te zijn van andermans daden. Al heb je me ook veel verhalen verteld over hoe je door sommige mensen werd behandeld omwille van je huidskleur. Hoe heb je dat ervaren?

“Ik heb me altijd voorgehouden dat het niet mijn probleem is, wanneer mensen me racistische dingen toeroepen. Volgens mij dat is de beste manier om ermee om te gaan. Woorden zijn maar woorden. En een racist is ook maar zo opgevoed. Ooit zal die zichzelf eens de vraag stellen waarom hij bepaalde mensen niet moet, puur omwille van een andere kleur. En dan zal hij ontdekken dat dat erg dom is.”

Dat is een heel rationele benadering. Volgens mij heb je dat ook proberen door te geven aan ons, door er met een zekere lichtheid mee om te gaan.

“Absoluut. Bij ons, op de Antillen, doen mensen veel aan hekserij (Kimbwa, is zoals de voodoo in Haïti, RB). Het is pas wanneer je bang bent en gelooft in hekserij dat je er vatbaar voor bent. Dat is hetzelfde met racisme. Het is een teken van zwakte. De persoon die je aanvalt hoopt zo iets bij jou teweeg te brengen. Hoe vaak werd mij niet gevraagd of ik in het zwart werk. Ik ben vaak beledigd, maar ik heb mijn leven er niet door laten leiden.

“Ik heb altijd geprobeerd om er met humor mee om te gaan. Het aantal keren dat ik ‘zwarte piet’ ben genoemd. Een keer zei iemand me zelfs dat ik me een keer moest douchen. Ik heb die man geantwoord dat ik me veertien dagen geleden al had gedoucht. (lacht) Alles wordt nogal snel weggezet als racisme, maar volgens mij mag je je vooral niet wentelen in die slachtofferrol.”

Maar heb je je ooit afgevraagd of dat voor jouw kinderen moeilijk kan zijn?

“Tuurlijk, elke ouder wil het beste voor zijn kinderen. Ik was eens met je zus in een café in Zelzate. Het was carnaval. Een vrouw wou niet meer naar toilet, omdat er net een ‘negerin’ was geweest. Dat doet pijn.”

Onlangs stond er een artikel in de krant waarin ik werd voorgesteld als ‘het nichtje van Coely’, ook een muzikante. We maken andere muziek, het enige wat ons bindt is onze huidskleur. Op Instagram heb ik er een grapje over gemaakt: 'Mijn micro was ook zwart.' Ik probeer er wel net zo luchtig mee om te gaan als jij, maar snap je dat het me toch raakt?

(denkt na) "Vorig week zag ik een reportage over Josephine Baker, een Amerikaanse danseres die in Parijs kwam wonen en daar in een bananenrokje optrad. Zij is altijd ‘die zwarte danseres’ gebleven. Net zoals men altijd ‘die zwarte zangeres’ zal zeggen."

Maar dat is toch niet relevant? Ik kan dat intussen wel plaatsen, maar ik hoef dat anno 2017 toch niet altijd te aanvaarden?

“Ach, mensen zullen zulke dingen altijd blijven zeggen. En er dan aan toevoegen dat het maar om te lachen is. Maar misschien sta ik er zo rationeel tegenover, omdat ik het nooit anders heb geweten.

"Volgens mij gaat racisme op lange termijn vanzelf verdwijnen. Ik heb drie kleinkinderen en ze zijn alle drie blank. Ik word hier niet raar bekeken als ik hen ga afhalen van school. De mensheid raakt er wel aan gewend.”

Charlotte Adigéry: 'Onlangs werd ik in de krant voorgesteld als 'het nichtje van Coely'. Maar het enige wat haar en mij bindt, is onze huidskleur.' Beeld Wouter Van Vooren
Charlotte Adigéry: 'Onlangs werd ik in de krant voorgesteld als 'het nichtje van Coely'. Maar het enige wat haar en mij bindt, is onze huidskleur.'Beeld Wouter Van Vooren

Ben je eigenlijk blij dat je in België bent terechtgekomen?

“Zeker. Als ik bijvoorbeeld mijn portefeuille kwijtspeel, of mijn sleutels op de deur laat zitten, zal niemand er mee gaan lopen. Ik word niet lastiggevallen op straat. Het is hier rustig, toch in Gent. Mijn leven hier is goed, en ik heb hier twee mooie dochters gekregen. (lacht) Wat heb ik meer nodig?”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234