Donderdag 04/03/2021

Mensen vieren te weinig feest

Componist en muzikant Tuur Florizoone is genomineerd voor zijn soundtrack van 'Aanrijding in Moscou'

'Een nacht zonder liefde is een verloren nacht.' De woorden worden uitgesproken door Johnny, de verliefde trucker in Aanrijding in Moscou. Het zou ook het levensmotto van Tuur Florizoone kunnen zijn. Hij componeerde en speelde de filmmuziek van het romantische liefdesdrama uit Gent-Ledeberg, dat dezer dagen harten breekt tot in Mexico en Israël. Vanavond kan Florizoone op het Filmfestival in Gent voor zijn passievolle score de World Soundtrack Award winnen in de categorie Discovery of the Year.

Door Jeroen Versteele / Foto Stephan vanfleteren

'Maak ik kans om die award te winnen? Misschien als underdog", hoopt Tuur Florizoone (29). Hij eet snel een broodje kaas in de cafetaria van het Gentse Conservatorium, in De Bijloke. Florizoone geeft hier les aan twee jonge jazzensembles. "Very special combo, zo heet de les", vertelt hij. "Heel plezant om te doen. Drie uur per week, op woensdag. Het houdt me fris om elke week met die studenten te oefenen. We hebben net muziek gespeeld van Béla Bartók en van Beck, 'Everybody's gotta learn sometime', uit de soundtrack van Eternal Sunshine of the Spotless Mind. Vanmorgen kwam ik hier vermoeid aan, maar ik stap zoals altijd heel energiek de klas uit. Getalenteerde gasten hoor: als je in het buitenland praat over Belgische jonge muzikanten, hoor je nogal wat. Zelfs de Fransen, gewoonlijk nogal trots op zichzelf, zijn onder de indruk van onze studenten. Ik stond op mijn achttiende nog niet op hetzelfde niveau als sommige eerstejaars hier."

De bescheidenheid siert hem, maar toch stapt autodidact Tuur Florizoone al sinds zijn tienerjaren flamboyant over de grenzen van de jazz, volkstraditie en wereldmuziek heen. Vandaag is hij als enige Belg genomineerd voor een van de belangrijkste prijzen op dit festival, het enige ter wereld dat zo sterk focust op filmmuziek.

Florizoone: "Het zou mooi zijn, zo'n grote prijs pakken in de stad waar het verhaal van Aanrijding in Moscou zich afspeelt. Als enige niet-Gentenaar in de cast en crew dan nog: ik ben Leuvenaar. (lacht) Dit is mijn allereerste filmsoundtrack: een hele eer om tot een van de vijf genomineerde componisten gekozen te zijn door de 25 board members van het festival, stuk voor stuk bonzen in de internationale filmsector. Ik ben vooral blij dat de film zo sterk in de aandacht blijft, prijzen en selecties ontvangt in de hele wereld. We hebben het niet gemakkelijk gehad om hem te maken. Als je ziet hoe klein het budget was, hoe weinig mensen er bij aanvang in geloofden, is het succes van vandaag echt onverhoopt.

"Zelf wist ik ook niet meteen wat ik moest denken van Christophe Van Rompaey, toen hij me na een optreden eens vroeg of ik wilde meewerken aan zijn film. Ik kende hem niet, die jonge kerel met zijn grappige Gentse accent. Een type dat je ook in een voetbalkantine zou kunnen tegenkomen. Je moet weten, ik ontmoet constant enthousiaste gasten met plannen voor projecten, en ze zijn niet echt allemaal even getalenteerd. Maar het scenario van Christophe sprak me aan. En zijn aanpak ook. Tijdens de Gentse Feesten hebben we ons in zijn wagen in de stad geparkeerd, en tussen het volk hebben we geluisterd naar de eerste liedjes die ik had gecomponeerd. Veel van die eerste invallen hebben de uiteindelijke soundtrack gehaald. We zijn goede kameraden geworden. Christophe wilde vooral pure melodieën en weinig gepolijste arrangementen. Knop aan, knop uit. Geen technische snufjes. Als de muziek stil klinkt, is dat omdat ik ze stil heb gespeeld. Het is geen breed uitgesmeerde score geworden: de soundtrack is simpel, als een liveconcertje met een accordeon, een contrabas en hier en daar een piano en een strijkje.

"De muziek rammelt zelfs een beetje. Veel van de opnames heb ik bij mij thuis gemaakt, op mijn gammele, valse buffetpiano. Die heb ik ooit gekregen na een optreden in bibliotheek Solvay. 'Er staat nog een piano op de gang die nooit gebruikt wordt', zei de organisator. 'Neem maar mee.' En dat heb ik gedaan. Ik vervoer al mijn hele leven piano's. Ik huur een vrachtwagen of ik bel vrienden om me te helpen dragen. Deze piano heeft al veel verhuizen meegemaakt. Het is best een goeie. Ik heb hem zelfs eens meegenomen naar een optreden..."

(de telefoon rinkelt)

"Een ogenblikje, Christophe belt net. Dat is toevallig. Ik neem op, goed?

"Maestro! Hoe gaat het? Hoe was het in Mexico?... Je hebt een kater of wat? Een jetlag... C'est ça. Sinds wanneer ben je... (lange stilte) Nee! Allé jong. Amai. Jean-Christophe watte?... Berjon. Absoluut, hem ken ik nog. Ik vind het heel tof dat je me dat zegt. Zeg, ik ga je later terugbellen. Kom je zaterdag kijken naar de uitreiking van de awards?... Spijtig. Ciao, merci!

"Het is echt onwaarschijnlijk. Christophe Van Rompaey is net terug uit Mexico, waar hij de film heeft gepresenteerd. Op dat festival komt hij Jean-Christophe Berjon tegen, de directeur van La semaine de la critique, het nevenfestival in Cannes waar we te gast waren in mei. Een supersympathieke kerel. We hebben hem een cd cadeau gegeven met mijn soundtrack, en nu blijkt zijn vrouw net bevallen te zijn op de muziek van Aanrijding in Moscou! (lacht) Ze luisteren al een hele zomer lang naar mijn muziek, zegt hij.

"Eerlijk, ik heb al een stuk of vijftien cd's gemaakt met allerlei groepjes, maar Aanrijding in Moscou is de enige plaat waar ik zelf nog steeds van het begin tot het einde naar kan luisteren. De muziek is licht, opgewekt, meeslepend en toch gevarieerd. Er zit niet alleen accordeonmuziek in. Van cd's met alleen maar accordeonwalsjes word ik gek. Ik denk dat hier een mooie boog in zit, dat de soundtrack genoeg finesses en verrassingen bevat, zoals de fanfareversie van het themaliedje. De muziek ademt ook de sfeer van de nacht. Ik heb vaak 's nachts opgenomen, want overdag waren ze aan het werk vlak bij mij thuis."

Componeren mag Florizoone dan vooral thuis op zijn piano doen, zijn vaste concertinstrument is de accordeon. Terwijl hij praat, houdt hij nauwlettend de trolley in de gaten die hij enkele metertjes verder geparkeerd heeft, naast de cola-automaat. "Daarin zit hij, mijn accordeon, mijn persoonlijke Rolls-Royce. Het is een Bugarry, een Italiaans instrument. Ik heb hem acht jaar geleden op bestelling laten maken. Van elke afzonderlijke noot heb ik de klankkleur bepaald. Ik speel geen typische accordeonmuziek. Ik wilde een instrument dat me toelaat om ook slagwerkgeluiden te maken, of samen te spelen met strijkinstrumenten. Bepaalde noten klinken ook wat doffer, die worden in een afgesloten geluidskast opgewekt: de cassotto. Ik heb dat instrument helemaal naar mijn hand gezet. Meer dan eens ben ik ermee naar Parijs gereden om hem te laten bijvijlen. Ik mag er niet aan denken dat er iets mee zou gebeuren. Nooit berg ik hem op in de koffer van mijn wagen, altijd op de achterbank. Zodat als er een auto langs achteren op me in rijdt, de accordeon minder kans op schade loopt. In de luchthaven voer ik telkens weer het gevecht om hem als handbagage mee te mogen nemen, uit angst voor accidenten in het laadruim. Ik ben letterlijk vergroeid met die accordeon, het is een stuk van mezelf geworden. Ik hou ervan de muziek te voelen terwijl ik speel. Dat instrument vibreert tegen mijn borstkas. De lamellen laten mijn hartstreek trillen. Diepe noten, die zijn keisexy om te voelen.

"Op mijn zeventiende ben ik een jaar in Brazilië gaan wonen. Vijf maanden lang heb ik in een gastgezin gewoond en met straatkinderen gewerkt. Daarna heb ik in Salvador da Bahia een huisje gehuurd. Ik vergeet die periode nooit meer. Niet vanwege de Braziliaanse muziek, want ik heb me altijd vooral op mijn eigen composities geconcentreerd. Nee, de grote eyeopener was de rol die muziek daar speelt in het dagelijkse leven. Geef die kinderen een tafel en een colaflesje, en er ontstaat een percussieorkest. Muziek houdt er mensen recht in de grootste miserie. Muziek betekent plezier. Zet een liedje op en pats, het feest begint. Brazilië zonder muziek, het zou een ramp zijn. Het is er ondenkbaar om te arriveren op een feestje zonder instrument. Dat doe je niet. Het is onvergeeflijk."

"Ook hier speel ik vaak op feestjes. Ik ben gemakkelijk uit te dagen om mijn accordeon uit te pakken. Eén voorwaarde: de mensen moeten luisteren. Ik accepteer geen enkele vraag om te spelen op een braderie waar ik naast het frietkot en nog drie andere attracties sta. Ik kreeg onlangs het voorstel om mee naar Azië te reizen, op handelsmissie met prins Filip, om twee keer te spelen terwijl de heren aan het dineren waren. Ik was niet vrij maar ik zou het ook nooit doen. Ik speel alleen als ik de volle aandacht van het publiek krijg. Aandacht, verder heb ik niets nodig om met mijn muziek de sfeer te maken. Laatst was ik op een begrafenis; de moeder van een Chileense vriendin van me was gestorven. 's Avonds zaten we bij haar thuis. 'Komaan Tuur, speel eens iets.' Ik heb een liedje gespeeld, en toen nog eentje, en nog eentje. Steeds luider en krachtiger. De nacht is uitgemond in een gigantisch feest. Iedereen stond op tafel te dansen. Mijn vriendin straalde, het leek wel de beste avond van haar leven. Ook al hadden we net haar moeder begraven. (lacht)

"Het is ongelooflijk wat voor een bijzondere weg dat instrument me laat afleggen. Een weg vol echte emoties, vol vrolijkheid die soms tegelijk veel tristesse bevat, zoals op die avond.

"Een andere gedenkwaardige nacht heb ik meegemaakt in Roemenië. Een jazzfestival had Tricycle uitgenodigd, het trio waarbij ik al negen jaar speel. Na ons optreden kwamen we terecht in een smoezelig café en we begonnen mee glaasjes palinka te drinken. Plots zagen die Roemenen mijn accordeon en: 'Waaargh'! Zo'n oerkreet had ik nog nooit gehoord. Ik begon te spelen en uit sympathie staken ze papiergeld in de gleuven van de accordeon, in mijn haar, in mijn onderbroek. Tot ik niet meer kon spelen, het geld uit mijn instrument trok en het in de lucht gooide. Wat een zot feest, man.

"Goeie feesten zijn zo belangrijk. Al sinds ik kan nadenken geef ik elk jaar een groot verjaardagsfeest. Mijn moeder maakte vroeger altijd pensen met appelmoes en patatten. Dat gerecht was hoe langer hoe succesvoller, elk jaar kwamen er meer vriendjes voor de dikke pensen. (lacht) Later organiseerde ik mijn feesten in de bierkelder van de boerderij van mijn vader. We trokken een elektriciteitskabel naar beneden, hingen enkele spots op, zochten een aftrekker en deden ons tegoed aan de Chimay, de Leffe en de Grimbergen. Tegen de ochtend geraakte niemand nog de kelder uit. Sinds een paar jaar woon ik in het centrum van Brussel, vlak bij Manneken Pis. Daar fuiven we met de ramen wijd open, zodat de hele buurt kan komen meevieren. Mensen feesten te weinig. Te weinig, en te destructief. Met drugs en toestanden. Ik val van mijn stoel als ik hoor dat zelfs mijn eigen kennissen een lijntje coke moeten snuiven om de avond door te komen. Wat is me dat toch voor iets? Een feest moet van hoge kwaliteit zijn. Op zijn minst wordt er muziek gespeeld. Er is veel drank en veel eten, zodat je tegen de drank kunt. Er lopen veel leuke, mooie mensen rond. En het allerbelangrijkste: op het echt kwalitatieve feest ontstaan er ook steeds meerdere nieuwe koppeltjes.

"Ik heb een verleden in het circus. Eigenlijk mag ik zeggen dat ik in de circusschool het metier van podiumkunstenaar geleerd heb. Ik kan jongleren. Ik kan op zo'n hele hoge fiets met een groot voorwiel rijden, een giraf zoals ze dat noemen, en tegelijk accordeon spelen. Ik ben toevallig in het circus gerold. Als kind zat ik op de Freinetschool, en daar probeerde ik alles uit wat op me af kwam. Ik ben ook een heel fanatieke skater geweest. Samen met mijn vader heb ik bij ons thuis een echte ramp gebouwd. Maar ik ben gestopt met skaten: te veel stoeferij. Ik had geen zin om het juiste pulleke te dragen of met mijn vrienden te praten over wieltjes en logo's. Het circus trok me veel meer aan. Het is meer volks, ja. Maar uiteindelijk komt iedereen die zich oprecht bezighoudt met kunst op hetzelfde punt terecht. Wat we allemaal doen, is een emotie overbrengen naar toeschouwers die kijken, luisteren, voelen of wat dan ook. Of dat nu een circusartiest is of een klassieke violist. Een acrobaat die over een strak touw loopt, dat is pure spanning. Hij sleept je mee.

"Het circus heeft me geleerd om te gaan met dingen die technisch fout lopen. Ik kan daar miljoenen anekdotes over vertellen. Als kind heb ik halsbrekende toeren uitgehaald met het circus in de Ancienne Belgique en in Vorst Nationaal. Als ik daar nu opnieuw sta, kan niets me nog deren. Onlangs trad ik op in het Centre Wallonie-Bruxelles, in Kinshasa. Het optreden werd live uitgezonden op radio en televisie. Plots valt de elektriciteit uit. Geen probleem: ik trek mijn accordeon uit de kast en het feest gaat door. Ik wil maar zeggen, het circus heeft me leren improviseren. Met weinig middelen kun je heel wat trucjes uithalen en de show redden. Kijk, neem nu dit flesdopje. (neemt een dopje vast, brengt het naar zijn mond en blaast) Voilà, 't is weg. Verdwenen.

"Met het circus traden we dikwijls op. We vroegen steeds een beetje meer geld, en de mensen betaalden dat. Ik ben geen rijke mens, maar ik heb nooit geldproblemen gehad. Ik herinner me nog dat ik de wagen van mijn moeder mee gefinancierd heb. Ik sta op mijn strepen en doe geen domme dingen. Ik bouw een kleine reserve op, want tegenwoordig wacht je het best niet op geld van een platenmaatschappij als je een cd wilt uitgeven. Als je echt iets wilt realiseren, moet je in staat zijn om dat zelf te financieren. Ik heb ook altijd een potje klaarstaan met 10.000 euro, voor mocht mijn accordeon stuk gaan en snel hersteld moeten worden."

"We leven in de rijkste der werelden. Dat heb ik geleerd op mijn reizen in Afrika en Zuid-Amerika. Als je hier geld nodig hebt, kun je altijd werk vinden. Ga eens kijken in Benin, Brazilië of Cambodja, wat mensen daar uitsteken om een paar centen te verdienen. Zelf heb ik hier altijd een manier gevonden om rond te komen. Op mijn veertiende werkte ik even in 't Spitje, een restaurant in Leuven waar je om halfdrie 's nachts nog snel een gebraden kippetje gaat eten. Ik vond dat geweldig tof, want er liep van alles mis achter de bar en ik kon er mezelf uitleven. Ik was te jong om te werken, maar de baas dacht dat ik achttien was: ik zie er al mijn hele leven ouder uit dan ik ben. (lacht) Daarna heb ik in een café achter de bar gestaan. Er stond ook een piano. 'Mag ik muziek spelen in plaats van bier schenken?', vroeg ik na twee dagen. Het was oké en het verdiende nog beter ook. Toen heb ik beslist: vanaf nu verdien ik alleen nog maar geld met mijn muziek. En sindsdien bouwt de droom zich uit, steeds verder, tot vandaag.

"Ik heb een fantastische opvoeding gekregen. Mijn ouders hebben me steeds mijn ding laten doen. Zij is biologe, hij is ingenieur-architect met een grote dosis kunst in zijn kop. Hij is ook een warhoofd. Ik heb een stuk van zijn mafheid en creativiteit geërfd. Mijn moeder is iets strikter. Zij heeft me het gevoel voor timing bijgebracht om op tijd mijn rekeningen te betalen. En ze is bezorgd om mijn gezondheid. 'Slaap je genoeg en eet je wel gezond?', is de vraag die ze me het vaakst stelt. Terecht, want ik leef tegen 300 per uur. Soms zit ik in vijf landen per week. Ik brand er nogal wat energie door. Dankzij haar denk ik eraan fatsoenlijk te eten. Mijn vader vraagt me dan weer: 'Heb je wel genoeg optredens? Kun je jezelf genoeg geven?' (lacht) Dat toont perfect het verschil tussen hen beiden. Heel aandoenlijk.

"Mijn broer Jesse zit momenteel in de Himalaya. Hij gaat vaak wandelen. Jesse is iemand die veel bergen over moet. Hij is ook kunstenaar, hij maakt prachtige houten beelden en kasten die zijn gebaseerd op structuren van Escher. We zien er precies even oud uit, maar eigenlijk is hij twee jaar ouder. Sinds de scheiding van mijn ouders zijn we elkaar echt tegengekomen. Niet vanzelfsprekend, want onze karakters verschillen als dag en nacht. Hij is heel terughoudend en bescheiden, hij heeft niet eens een e-mailadres. Ik praat met iedereen die mijn pad kruist, Jesse zet je het best nooit op een podium. Hij luistert naar techno en rave. Weet je, dat is helemaal mijn ding niet, maar soms wil ik in mijn muziek toch die toer op gaan. Dan gebruik ik een stuwende bas en repetitieve patronen. Ik wil muziek maken die mijn broer ook goed vindt. Ik wil hem meenemen in mijn wereld. Soms is dat een drijfveer als ik componeer. Onlangs nodigde ik hem uit voor een optreden waarop ik samenspeelde met een tuba en een bas. Ik zei, 'Jesse, check this out man'. Hij viel van zijn stoel van verbazing. Op zo'n moment ben ik een gelukkig mens."

"Als artiest vind ik dat belangrijk, de confrontatie aangaan met verschillende muziekgenres en muzikanten. Ik speel wereldse jazz met Tricycle, maar ik zit in nog vele andere groepjes. Gadu Gadu is een band met een Poolse bassist en een drummer uit München. Die mannen grooven keihard, veel te luid ook. We zijn op tournee gegaan in Polen. Pure rock, echt knettergek. Ik haal tijdens die optredens de diepe orgelklanken uit mijn instrument. In al die verschillende omgevingen pik ik op wat ik wil onthouden. Die ervaringen vormen mij als muzikant en componist. Ik pas me gemakkelijk aan. Namen van mensen kan ik niet onthouden, maar akkoordenschema's des te beter. Switchen tussen genres, ik heb dat nodig.

"Voor de prijsuitreiking zaterdag (vanavond) heb ik klassieke arrangementen gemaakt voor enkele thema's uit Aanrijding in Moscou. Voor het eerst componeer ik voor een symfonisch orkest. Dat klinkt indrukwekkend, echt right in the face. Tof dat ik de kans heb gekregen om dit te doen, ook al heb ik helemaal geen ervaring met klassieke muziek. Ik ben er wel erg graag mee bezig. Gisterenavond heb ik nog wat aan de partituren geschaafd. Ik speel zelf ook mee. Het wordt spannend, en net daarom zal ik me zeker amuseren. Dirk Brossé dirigeert en helpt bij repetities. Gelukkig maar, want ik spreek het vocabularium niet van klassiek geschoolde muzikanten. Op een bepaald moment zeg ik tegen een paar fluitisten: 'Die ene noot, geef daar maar een patat op!' Dirk vertaalt dat dan: 'Jongens, niet portato maar...' Ik ben de juiste term alweer vergeten. Maakt niet uit, want de noot klinkt ondertussen perfect." (lacht)

De World Soundtrack Awards met concert vinden vanavond om 20 uur plaats in Muziekcentrum De Bijloke in Gent. De uitreiking is uitverkocht.

In november en december toert Tuur Florizoone met zijn trio Massot-Florizoone-Horbaczewski. Info op www.jazzlabseries.be.

www.myspace.com/tuurflorizoone.

De muziek voor 'Aanrijding in Moscou' rammelt zelfs een beetje. Veel van de opnames heb ik bij mij thuis gemaakt, op mijn gammele, valse buffetpiano. Die heb ik ooit gekregen na een optreden in bibliotheek SolvayIk ben vergroeid met mijn accordeon, het is een stuk van mezelf geworden. Ik hou ervan de muziek te voelen terwijl ik speel. Dat instrument vibreert tegen mijn borstkas, de lamellen laten mijn hartstreek trillen. Diepe noten, die zijn keisexy om te voelen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234