Dinsdag 22/10/2019

Gehandicaptenzorg

Mensen met beperking, trek uw plan? Knip dreigt in subsidies

Van links naar rechts: Josiane, Wim, een medewerker van DOP Oost-Vlaanderen en Cathy. Wim en Lynn hebben beiden een beroep gedaan op de begeleidende Dienst Ondersteun­ingsplan en voeren daar wel bij. De subsidies voor die dienst staan echter op de helling. Beeld Eric de Mildt

Minder wachtlijsten, minder uitgaven in de Vlaamse zorg, meer mensen met een handicap die zelfredzaam zijn. De Dienst Ondersteuningsplan draagt daartoe bij. Toch dreigt een belangrijk deel van hun subsidies geschrapt te worden. Waarom? En is dat terecht?

Mensen met een beperking op weg zetten op zoek naar de juiste hulp. Dat is het opzet van de Dienst Ondersteuningsplan (DOP). De persoon met een handicap zélf komt daarbij centraal te staan.

Het is een van de sleutelelementen van het beleid van minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V). Geen top-downbehandeling meer van de mensen met een handicap, die worden ‘geplaatst’ in een instelling of een bepaalde begeleiding krijgen toegewezen. Ze moeten zelf het heft in handen kunnen nemen, al dan niet geholpen door mensen uit hun eigen omgeving.

Alleen: nu dreigt de geldkraan van de DOP’s deels te worden toegedraaid. Voor volgend jaar dreigen ze anderhalf miljoen euro mis te lopen, een stevige hap uit het totale budget van de 6 miljoen die ze jaarlijks ontvangen. Ruim 25 mensen – een derde van het personeelsbestand – riskeren op straat te belanden.

Wit blad

De DOP’s zijn vzw’s die in 2011 werden opgericht, in opdracht van Vandeurzen, met in elke provincie één dienst. Vorig jaar hebben zich tussen de 3.000 à 4.000 mensen aangemeld.

De diensten begeleiden personen met een handicap op zoek naar hulp. Dat kan breed gaan: van een fysieke of mentale beperking, tot mensen met autisme of gedragsproblemen. De service is gratis, maar niet verplicht. De persoon mag zelf een ‘team van supporters’ samenstellen, met mensen die dicht bij hem staan: ouders, familieleden, vrienden. “We luisteren naar hun verhaal”, zegt Gretl Dons van DOP Oost-Vlaanderen. “En daarbij starten we van een wit blad.”

Door een reeks open gesprekken kan er tot de kern van de zaak worden doorgedrongen. “Zo hadden we een jongen die lang spijbelde”, vertelt Dons. “Als je doorvraagt kom je soms op onverwachte oorzaken uit, die anders onder de radar blijven. Uit de gesprekken bleek dat zijn moeder zwaar depressief was en hij niet van haar zijde wilde wijken. In het plan dat we opstelden hebben we daar rekening mee gehouden.”

Het doel is om een oplossing op maat te vinden te vinden, ook in hun eigen omgeving. “Vaak gebeurt dat heel spontaan, los van hulpverlening”, zegt Dons. “Zo kan iemand van de familie zich aandienen om te helpen met het geldbeheer van de persoon met een handicap. Lukt dat niet, dan schakelen we professionele hulp in. Maar het is aan de mensen zelf om te beslissen, we leggen niets op.”  

“Zo wordt voorkomen dat iemand met een handicap zonder uitzicht op een wachtlijst belandt”, zegt Dons. “Wat in het verleden nog te vaak gebeurde.”

Gevolg: heel wat mensen vragen uiteindelijk geen extra professionele hulp aan. Zowat de helft van de cliënten van de DOP’s doen het zonder, in de provincies Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen zelfs 70 procent. Dat heeft verschillende voordelen: de wachtlijsten worden korter en het levert de Vlaamse overheid een besparing op.  

Waarom knippen?

Waarom dan knippen in de subsidies? Vandeurzen blijft grote fan van de DOP’s, geeft zijn kabinet aan. In 2016 slaagde hij erin het budget tijdelijk met 1,5 miljoen euro op te voeren. Het was een begeleidende maatregel toen de persoonsvolgende financiering werd ingevoerd. In plaats van instellingen te subsidiëren, zou voortaan elke persoon met een handicap zelf een bedrag krijgen toegewezen, dat hij of zij zelf kan besteden. De DOP’s moesten die invoering mee begeleiden. Het idee was om de extra subsidie na enkele jaren te laten uitdoven. 

Minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) heeft de Dienst Ondersteuningsplan opgericht in 2011. Die diensten begeleiden personen met een handicap op zoek naar hulp op maat. Beeld Photo News

Toch werd de tijdelijke bonus tot nu toe telkens opnieuw verlengd, maar hij werd niet definitief verankerd in de begroting. Net daarom kan Vandeurzen geen garanties geven voor volgend jaar. Het is aan de volgende minister om te beslissen of de financiering in zijn huidige vorm behouden blijft. Op dit ogenblik is het compleet onduidelijk welke kant het zal uitgaan, vandaar dat de DOP’s hun bezorgdheid willen uiten. 

‘Pak complexiteit aan’

Niet iedereen is immers overtuigd van het bestaan van de vzw’s. Koen Hermans, socioloog gespecialiseerd in gehandicaptenbeleid (KU Leuven), is kritisch. “De DOP’s hebben expertise opgebouwd en die is zeker waardevol”, zegt hij. “Ik begrijp dus hun bekommernis. Maar ik heb het altijd verbazend gevonden dat er ooit zoiets is gekomen als een DOP.” 

Hij wijst naar de complexiteit van het huidige beleid. “De aanvraagprocedure om zorg te krijgen is bijzonder ingewikkeld en passeert via verschillende stations”, zegt hij. “Het zou veel beter zijn om de mensen meteen op weg te helpen via het OCMW, het CAW of de mutualiteiten. Waarom nog een extra structuur zoals de DOP’s invoeren, die alles nog ingewikkelder maken?”, zegt hij. “Zeker de sociaal zwakkeren vinden moeilijk hun weg. Maar de realiteit is dat die eerstelijnsdiensten nu al overbevraagd zijn en niet altijd de expertise hebben. De grootste uitdaging van de volgende minister wordt om die complexiteit aan te pakken.” 

Onafhankelijk Leven, een vzw die zich inzet voor de begeleiding van mensen met een handicap, klopt op dezelfde nagel. “Er komt in juli een evaluatie van de aanvraagprocedure”, zegt Kim Vercruysse. “En terecht: daar ligt het probleem, niet bij de DOP’s op zich. Hun voordeel is wel dat ze volledig onafhankelijk werken, los van de zuilen. Zo kunnen ze zich echt vol inzetten voor de mensen zelf, en rijden ze niet voor de instellingen.”

Wim (39), heeft een matig verstandelijke beperking: ‘Eindelijk spelen bij Club Brugge’

Wim moest tijdens de praatsessies op zoek naar zijn droom. Dat was voetbal. En zelfstandig zijn. Beeld Eric de Mildt

Het was uit tussen Wim (39) en zijn vriendin. Hij kwam weer bij zijn ouders wonen in Diksmuide, maar ging dat wel lukken? Zijn ouders wisten het even niet meer. “Het liep wat moeilijk, hè, Wim”, zegt ­Josiane, terwijl ze lacht naar haar zoon. Wim heeft een matig verstandelijke beperking.

Aan de overkant van de straat was er een dagcentrum, waar Wim ook zou kunnen gaan wonen. “Dat was de evidente keuze geweest”, zegt Josiane. “Maar toen sprak de directeur ons over DOP.”

Via DOP werd er een groep samengesteld met mensen die Wim door en door kennen: onder meer zijn broer, zijn zus, zijn ouders, maar ook bijvoorbeeld de agente van de lokale politie waar hij vrijwilligerswerk deed. “Ze is onlangs nog op bezoek geweest”, glundert Wim.

Hij moest tijdens de DOP- praatsessies op zoek gaan naar zijn grote droom. Dat was voetbal. (“Wisten we helemaal niet”, zegt Josiane.) En zelf­standig zijn.

Een jaar en twaalf groeps­sessies later, was de kogel door de kerk. Wim verhuisde naar een studio in Zedelgem, tussen Brugge en Torhout. “In Torhout ga ik naar de kunstacademie”, zegt hij. “En in Brugge ga ik voetballen.” Wim speelt G-voetbal, een variant voor mensen met een beperking. En wel bij Club Brugge, waar hij grote fan van is. “Ruud Vormer, van de A-ploeg, is al eens een training komen geven!”

Zijn broer Matthias woont in de buurt en hij doet vrijwilligerswerk. “Ze kennen me intussen”, zegt Wim. Hij voelt zich thuis.

Voor Josiane is het verder rijden, dat wel. “Maar Wim is gelukkig, en veilig. Dat was vooral mijn droom. Hij is helemaal opengebloeid.”

Cathy (68), moeder van Lynn (39) die aan autisme lijdt: ‘Ik durf er weer op uit te trekken’

Cathy: ‘Mijn dochter is trorts dat ze nu op eigen benen kan staan.’ Beeld Eric de Mildt

De grootste angst van Lynn (39)? Dat haar moeder zou sterven. “Soms belt ze me om 6.30 uur op om te horen of alles oké is”, zegt Cathy. Lynn woont alleen in Gent, maar de mentale last was soms zwaar om te dragen, geeft haar moeder aan. “Ik ben haar alles, regelmatig heeft ze gezegd dat ze mee in de kist kruipt als ik sterf.”

Op haar 19de werd autisme bij Lynn vastgesteld, maar ­Cathy deed er alles aan om ervoor te zorgen dat ze haar plan zou trekken. “En dat doet ze ook, maar ze kan nog altijd erg agressief zijn. Dan krijg ik de vuilste woorden naar mijn hoofd.”

Naarmate Cathy wat ouder werd, groeide de angst: wat gebeurt er met Lynn als ik er niet meer ben? Een tijdje terug raadde de psycholoog aan om de hulp van DOP in te schakelen. Er werd een groepje samengesteld, met daarin onder meer haar ouders, haar broer en haar psycholoog. 

Via post-its die op een bord werden gekleefd, kon iedereen zijn zeg doen tijdens de sessies. Lynn kreeg extra tijd apart. “Het was een heel proces, ook voor mij”, zegt Cathy. “Het besluit was dat ze meer zelfstandigheid wilde. We moesten elkaar loslaten.”

Een thuisbegeleidingsdienst werd ingeschakeld. Ze leren Lynn nu met geld omgaan, of gaan gewoon eens met haar zwemmen.

Terwijl bij andere DOP-­sessies de mensen uit de omgeving spontaan aanbieden om mee in te staan voor zorg, gebeurde hier het omgekeerde: de druk van de familie werd weggehaald. “Ik durf er nu al eens op uit te trekken met mijn man, dat kon vroeger niet”, zegt Cathy. “En zelf is Lynn trots dat ze op eigen benen kan staan.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234