Maandag 30/03/2020

Artsen en verplegers in de vuurlinieGesprekken

‘Mensen komen gewoon binnengewandeld terwijl hun longen al enorm aangetast zijn’

Archiefbeeld.Beeld AP

De oorlog is begonnen. In de loopgraven om ons te beschermen tegen het coronavirus: spoedartsen, ambulanciers, verpleegkundigen, anesthesisten, infectiologen, huisdokters. Duizenden zorgverleners, van stagiairs tot ouderdomsdekens, vormen samen de witte frontlinie. ‘Met een crisis als deze worden we maar eens in de honderd jaar geconfronteerd.’

In het Jessa Ziekenhuis in Hasselt is het alle hens aan dek. Wat enkele weken geleden nog de dienst geriatrie was, is vandaag een gesloten afdeling, enkel en alleen bestemd voor vermoedelijke en besmette coronapatiënten. De sfeer is gespannen. Bezoekers zijn niet welkom en van het medisch personeel wordt opperste concentratie verwacht. Anders worden dokters en verplegers misschien zelf ziek. Elke dag komen er nieuwe besmette patiënten aan, die snel kunnen bezwijken.

Martijn Housen (geriatrisch verpleegkundige op de corona-afdeling, Jessa Ziekenhuis): "Het is alsof we in korte tijd in de hel zijn beland. Een paar weken geleden zag ik de beelden uit China, maar dat leek ver van mijn bed. Nu maken we het zelf mee. Het zwaarste is dat bezoek nagenoeg verboden is op onze afdeling. Alleen bij kritieke patiënten laten we één of twee bezoekers toe, en die moeten zeker beschermend materiaal dragen. Er zullen door dit virus veel mensen eenzaam sterven. Dat is hard. Ik ben niet alleen verpleegkundige, maar ook mens. Het is een verschrikkelijke ellende. Ondertussen is de eerste dode gevallen in ons ziekenhuis, en we weten dat het nog maanden zal duren. Dat heeft natuurlijk een invloed op het moreel van het personeel."

Stan Steegmans (verpleegkundige Jessa Ziekenhuis): "De patiënten op onze dienst zijn vaak tachtigers die er heel goed uitzien. Ze wandelen nog naar het toilet en eten zelfstandig aan tafel. Maar als je het zuurstofniveau in hun bloed meet, zie je alarmerende cijfers."

Martijn Housen: ‘Ik ben trots dat ik mag werken op een afdeling vol risico­ patiënten en zo mijn steentje kan bijdragen.’Beeld RV

Housen: "Vorige week zijn onze ogen opengegaan. De twee patiënten van de afdeling die twaalf uur eerder nog vrolijk door de gangen liepen, waren gecrasht en moesten naar intensieve zorgen worden gebracht. 'Dit is geen gewoon griepje,' zeiden we toen tegen elkaar."

Steegmans: "Het is een verraderlijk virus. Wij hebben altijd geleerd te letten op kleine aanwijzingen dat het niet goed gaat met een patiënt. Maar dat moeten we nu vergeten. Dit virus is volledig nieuw. Dat is een vloek en een zegen tegelijk. Het positieve is dat patiënten het grootste deel van de tijd niet veel pijn hebben. Ze kunnen bijvoorbeeld bellen met het thuisfront. Vorige week was een patiënt jarig. Zijn familie is aan het raam komen zingen en ze hebben een taart tot bij de afdeling gebracht.

"De vloek is dat het ziekteverloop erg onvoorspelbaar is. Het is ook onbegrijpelijk voor de familie die een patiënt in kritieke toestand bezoekt, want die ziet er meestal niet slecht uit. Hij babbelt nog, zit rechtop en heeft hooguit wat ademtekort. En enkele uren later gaat het steil bergaf."

Ingel Demedts (longarts AZ Delta Roeselare): "Er bestaat nog geen vaccin en nog geen gerichte behandeling. Mensen die zwaar ziek worden, kunnen we alleen zuurstof toedienen. En patiënten die er het slechtst aan toe zijn, moeten we beademen.

"Je ziet sommige patiënten dag na dag achteruitgaan. Je schiet tekort, maar je kunt niets doen. Dat is het ergste wat je kunt meemaken als arts. Het gebeurt nog wel dat longartsen machteloos moeten toezien hoe een patiënt hun elke dag iets meer uit de handen glipt. De komende weken zal dat jammer genoeg zéér frequent voorvallen, want het coronavirus grijpt wild om zich heen. Het is een oorlog, maar we hebben geen wapens. Tenzij dan sociale isolatie, zodat de piek van ernstig zieken beperkt blijft. Voor de rest kunnen wij alleen het lichaam ondersteunen en hopen dat het zelf de strijd wint."

Dokter Ingel DemedtsBeeld RV

Wat doet het virus met ons lichaam?

Demedts: "Het virus start een soort brand, een ontstekingsreactie die de longen beschadigt. Soms zien we dat het virus al weg is uit het lichaam, maar de reactie erop kan zo overweldigend zijn dat de longen kapot zijn gegaan. Daardoor ontstaat een groot zuurstoftekort. Bij sommige patiënten kan het lichaam de schade nog herstellen, bij anderen is de reactie onomkeerbaar.

"Soms zien we longen steeds zieker worden, ondanks de ondersteuning met beademingsapparatuur. Sommige patiënten kúnnen het gewoon niet halen. Ze sterven door een gebrek aan zuurstof."

En het zijn lang niet alleen 80-jarige kettingrokers die zwaar ziek worden.

Demedts: "Voor alle duidelijkheid: de meerderheid van de besmette mensen wordt nog altijd níét ernstig ziek en hoeft niet naar het ziekenhuis te komen. En oudere patiënten zijn kwetsbaarder, ja. Maar ook jonge patiënten kunnen ernstig ziek worden. Het klopt niet dat twintigers niets kan overkomen."

Ignace Demeyer (expert rampenmanagement en hoofd spoeddienst OLV-ziekenhuis Aalst): "Gezonde, jonge en sportieve mensen hangen nu aan de beademing: dat hadden we niet verwacht. Het probleem is ook dat ze zich niet erg ziek voelen. Normaal komt een patiënt de intensieve zorgen binnen met een ambulance. Deze mensen komen binnengewandeld terwijl hun longen al enorm aangetast zijn. De longscans die we zien, zijn vreselijk."

Vincent Van Bellegem (hoofd spoeddienst AZ Groeninge, Kortrijk): "De eerste symptomen lijken op de griep. Die spartelt een jonge, gezonde patiënt zonder enig probleem door. Maar bij dit virus verloopt het anders: als een jonge patiënt bijna genezen is en zich een paar dagen beter voelt, volgt er een dip en gaat hij zich kortademig voelen. Dan pas komt hij naar het ziekenhuis, nadat hij thuis al een week diep in zijn reserves heeft moeten tasten. En een paar uur later ligt hij met ademhalingsproblemen op intensieve zorgen."

Hadden we dat niet vroeger moeten vertellen aan de jonge Belgen?

Demeyer: "Misschien wel. Toen de regering besliste om de cafés te sluiten, zijn mensen nog gaan fuiven. Zelfs geneeskundestudenten. (Zucht) Totaal onverantwoord."

Demedts: "Wat me ook heeft teleurgesteld, waren de diefstallen in de ziekenhuizen de voorbije weken. Bezoekers stalen mondmaskers en ontsmettingsalcohol uit de gangen. Oké, de mensen zijn bang, maar dat kan ik niet begrijpen."

Hoe historisch is deze crisis?

Demeyer: "Doorgaans spreken we te snel over historische noodsituaties, maar dit is er één. We gaan een periode tegemoet zonder precedent in ons land. Dankzij de Mexicaanse griep, die gelukkig meeviel, zijn onze spoeddiensten en ziekenhuizen vrij goed voorbereid op een zware druk. Maar we hadden er nooit bij stilgestaan dat een noodsituatie zo lang zou duren. Ziekenhuizen bereiden zich voor op een crisisperiode van zeker twee maanden, wellicht zelfs elf à twaalf weken. We waren klaar voor een ramp met veel patiënten, maar dit wordt een langgerekte ramp."

Van Belleghem: "Niemand van ons heeft hier ervaring mee. De rampengeneeskunde in België beperkt zich doorgaans tot het verkeer: een ontspoorde trein of de ramp met de Herald of Free Enterprise. Met een crisis als deze worden we maar eens in de honderd jaar geconfronteerd. Elke generatie denkt dat ze er beter op voorbereid is dan de vorige, maar dat moet nog blijken.

"Wat deze crisis zo uitzonderlijk maakt, is niet zozeer de ziekte zelf, maar de omvang ervan. Zodra de capaciteit van de gezondheidszorg langdurig wordt overschreden, moet je organisatorisch op een andere schaal gaan denken. Bij een verkeersramp kun je weleens 24 of 48 uur in de weer zijn, maar nu zullen we twee tot drie maanden in grote nood zitten. Dat is van een totaal andere orde, en het zal een enorme uitdaging zijn. Gelukkig hebben we op de spoedafdeling geleerd out of the box te denken."

Demeyer: "De nervositeit onder het personeel is voelbaar, en dan vooral bij het medisch personeel dat nog niet in het midden van de storm staat. De spoeddokters en de mensen op intensieve zorgen weten goed wat te verwachten, maar bij artsen en verplegers van andere diensten voel ik de angst. Zij vrezen dat er bij toeval een besmette patiënt bij hen terechtkomt en dat zij daar het slachtoffer van worden. Die vrees is begrijpelijk, want ook andere afdelingen kunnen in aanraking komen met besmette patiënten. En als het personeel ziek wordt, hebben we écht een groot probleem. Ik denk soms: hadden we maar weer een soort builenpest, dan konden we zo in een boogje om de besmette persoon heen lopen. Maar niet dus."

Demedts: "Het is een illusie dat we het kunnen rooien met enkel het personeel van de spoeddienst en intensieve zorgen. We zullen moeten rekenen op artsen en verpleegkundigen van andere diensten, maar ook die reserve kan bij een te grote piek uitgeput raken. En longartsen mogen al zeker niet uitvallen, want wij krijgen héél veel mensen over de vloer. Wij moeten blijven coördineren. Het is van vitaal belang dat wij gezond blijven."

Zijn jullie bang om zelf besmet te worden?

Demedts: "We hebben de tijd en luxe niet om ons te laten verlammen door angst. We kunnen het ons gewoonweg niet permitteren. Concentratie en professionalisme, dat hebben we nu nodig."

Housen: "Veel mensen maken zich toch zorgen, merk ik. Een aantal collega's is ouder dan 60 of behoort om een andere reden tot een risicogroep. Wij zullen twee à drie maanden lang, dag in dag uit, in contact komen met het virus. Oudjes hebben niet altijd even goede hoesthygiëne, zij hoesten weleens recht in je gezicht. Sommigen raken in paniek wanneer wij met een soort duikbril hun kamer binnenkomen. Een oud vrouwtje probeerde met al haar kracht mijn mondmasker af te trekken.

"Zelf zit ik ook weleens aan persoonlijke rampscenario's te denken. Wat als ik de ziekte krijg en eraan bezwijk? Of wat als ik mijn vriendin of grootouders besmet en zij overlijden? Hoe kan ik dan verder met mijn leven? Dat is niet jouw 'schuld' natuurlijk, maar zoiets draag je wel heel je leven mee. Het ziekenhuis beseft ook dat wij door een hel gaan. We krijgen psychologische hulp als we dat willen."

Steegmans: "Ik wil geen enkel risico nemen om het virus op te lopen en mijn patiënten te besmetten. Ik kom in contact met de allerzwaksten. Het is wat saai, maar ik sluit mezelf echt op na mijn uren."

Verpleegkundige Stan SteegmansBeeld RV

Ziek worden is ook nefast voor het zorgsysteem. We zullen iedereen nodig hebben de komende weken.

Demeyer:"Alle niet-dringende operaties zijn de voorbije weken uitgesteld. Maar hoelang houdt zo'n noodsituatie stand? Een wijsheidstand trekken kun je maanden uitstellen, maar hartoperaties zijn al een ander paar mouwen. Wat is dringend en wat niet? Er zullen hoe dan ook mensen in de problemen komen.

"Maar laat me duidelijk zijn: het is niet de bedoeling dat zorgverleners te veel uren kloppen, dubbele shifts draaien of dat we ineens iedereen inzetten: je moet een back-up behouden. Ten allen tijde. Zelfs als personeel wil doorgaan, moet je mensen naar huis sturen om te recupereren. Anders raken ze uitgeput of worden ze ziek, en dan vallen alle plannen in duigen.

"De toekomst oogt onzeker, maar weet je wat wél zeker is? Het zorgpersoneel zal er staan. Ik durf het bijna niet te zeggen, maar deze crisis is voor ons één grote teambuilding. Dokters, verpleegkundigen, het hele personeel: iedereen wordt enorm close. Er heerst een ongelofelijke spirit. We zijn één ploeg. Wij, samen, tegen het virus. Dat hoor ik in alle ziekenhuizen."

Van Belleghem: "Er heerst inderdaad solidariteit in het ziekenhuis. Met de spoeddienst staan we in de vuurlinie - we vangen de eerste schoten op - maar de collega's achter ons staan paraat. Iedereen biedt spontaan hulp aan."

Demeyer: "Ik kan niet uitdrukken hoe fier ik ben op iedereen. Dat klinkt misschien wat wollig, maar waar zouden wij staan zonder onze secretaresses en poetsvrouwen? Zonder het onderhoudspersoneel? De technici die de lift herstellen of een slepende deur op de spoeddienst.

"Weet je wat mij zo raakt? Het blinde vertrouwen van al dat personeel in ons, dokters en wetenschappers. Wij verzorgen de patiënten, maar zij, de poetsvrouwen en technici, lopen hier óók rond. Zij accepteren dat wij hen beschermen, dat wij ervoor zorgen dat hun niets overkomt. Ik ben zo bang dat zij ziek zouden worden. De mensen die zich dag en nacht belangeloos inzetten, van ziekenhuispersoneel tot politieagenten: voor mij zijn zij de échte helden van deze crisis. Alleen al voor hen ga ik de komende maanden extra hard werken. Als je mij nog belt op mijn kantoor, zul je mij niet meer aan de lijn krijgen. Als eindverantwoordelijke sta ik op de spoeddienst. Nu niet in de risicozone gaan staan, zou niets minder zijn dan laf."

Ignace Demeyer: ‘Het zorgpersoneel zal er staan. Er heerst een ongelooflijke spirit. We zijn één ploeg, samen, tegen het virus.’Beeld RV

TIKKENDE TIJDBOM

De oorlog wordt niet alleen in de ziekenhuizen gevoerd. In heel Vlaanderen vechten zorgverleners van de eerste lijn een minder zichtbare, maar even cruciale strijd uit tegen Covid-19.

Daisy Vanhollebeke (thuisverpleegster in Kortrijk): "De zwaksten van onze samenleving zijn bezorgd. Dat voel je, dat hoor je. De patiënten die ik behandel, hebben een sterk verlaagde weerstand. Het leeuwendeel krijgt chemo- of immunotherapie. De voorbije weken heb ik de paniek voelen toenemen. Mensen huilen tranen met tuiten wanneer ik op bezoek kom. 'We kunnen kiezen: ofwel gaan we dood aan kanker, ofwel aan corona.' Tja, wat kun je daarop zeggen? Ik stel ze zoveel mogelijk gerust, maar hun bezorgdheid is terecht. Ik vrees voor sommige patiënten."

Hoe gaat het eraan toe in woonzorgcentra?

Koen Verhofstadt: (Gentse huisarts in eigen praktijk en woonzorgcentrum): "Voor de bewoners is deze periode een enorme aanpassing. Ze zitten nu continu alleen op hun kamer. Dementerende bewoners begrijpen het allemaal niet goed en worden extra onrustig. We moeten continu uitleggen wat er aan de hand is. Maar ook voor de bejaarden in de serviceflats die nog goed te been zijn, is de situatie erg. De isolatie maakt hen eenzaam."

Bejaarden lopen een veel groter risico dan de rest van de bevolking. Zijn ze zich daarvan bewust?

Verhofstadt: "De valide ouderen beseffen dat heel goed. Ze zijn daarom extra gemotiveerd om binnen te blijven."

Verpleegkundige Daisy VanhollebekeBeeld RV

Voelen jullie zich geen tikkende tijdbommen als jullie kwetsbare mensen bezoeken?

Vanhollebeke: "Dat is mijn grootste bezorgdheid: onze patiënten besmetten. Maar we laten niets aan het toeval over. Ik draag al wekenlang chirurgische mondmaskers, net als mijn collega's. De nieuwe lading mondmaskers voor ons land gaat in de eerste plaats naar ziekenhuizen. Voor thuisverplegers is het een ramp om aan materiaal te komen, terwijl net wij in contact komen met de zwaksten van de samenleving. Door het gebrek aan medisch materiaal hebben we ook onze studenten moeten wegsturen. We konden hun veiligheid niet meer waarborgen. Daardoor is er nog meer werk voor ons. En dus nog meer blootstelling, en een nog groter risico voor de patiënten."

Verhofstadt: "Ik hou sowieso altijd anderhalve meter afstand van de bewoners. Moet ik toch dichterbij komen, dan doe ik dat met bescherming aan."

Schrikken ze niet van zo'n outfit?

Verhofstadt: "Vooral dementerende mensen reageren soms heel angstig. Wat lijkt te werken, is zeggen: 'Niet schrikken, mevrouw: het moet van de minister.' Daar hebben velen wel oren naar (lacht). Maar tien minuten later schrikken ze opnieuw en moet je weer hetzelfde zeggen. Je kunt die mensen natuurlijk moeilijk barricaderen in hun kamer."

Wat is uw grootste vrees voor de woonzorgcentra?

Verhofstadt: "De meesten gaan ervan uit dat we de echte impact van het virus pas over een week zullen zien. We kunnen het met voorzorgsmaatregelen indammen, maar als het uiteindelijk echt zo sterk is als we nu denken, dan vrees ik toch voor een hoog sterftecijfer in de woonzorgcentra."

Heerst er angst?

Verhofstadt: "Dat niet. De bewoners vragen me ook niet de oren van het hoofd. Ik heb het gevoel dat ze met minder onzekerheden zitten dan de rest van de bevolking. Het is nu zo, lijken ze te denken.

"De angst heerst eerder bij de jongere generaties. Ik zie in de huisartsenpraktijk wat voor vreselijke tijden het zijn voor patiënten met een angststoornis. Ze horen dat er iemand van 21 in het ziekenhuis is beland, gaan erover piekeren en raken in paniek. We moeten nuchter blijven en beseffen dat het maar om een laag percentage gaat bij wie het zo fout loopt."

Lieve Gijssels (huisarts in Ninove): "De onzekerheid over het virus is groot en dat zorgt wel voor paniek. In België kennen we alleen luxegeneeskunde: mensen zijn het gewend zeer snel geholpen te worden en een antwoord te krijgen op al hun vragen. Nu krijgen ze dat niet: het is afwachten hoe de ziekte verloopt. Bij iedere patiënt is het anders.

"Daarnaast hebben we natuurlijk nog onze andere patiënten: mensen met hart- of nierproblemen, iemand die ongelukkig is gevallen, zwangere vrouwen die we moeten opvolgen. Elke huisarts heeft ook kankerpatiënten en palliatieve patiënten. En tegelijkertijd circuleert de buikgriep. We proberen wel te vermijden om bij oudere patiënten thuis langs te gaan, en als mensen geen klachten hebben, doen we geen routinefollow-up, maar ze krijgen uiteraard wel voorschriften voor medicatie indien ze die nodig hebben."

Huisdokter Lieve Gijssels: ‘Het hoort bij onze job om angst los te laten en voort te doen. Word ik ziek, dan zie ik wel weer.’Beeld RV

Zijn de kankerpatiënten en palliatieve patiënten bang?

Gijssels: "Ja. Ze willen niet eenzaam sterven, zonder hun familie in de buurt. Het zijn geen fijne tijden voor wie zwaar ziek is. En voor wie nu overlijdt, kan er ook geen eredienst georganiseerd worden. Maar ik raad mensen ten stelligste af hun grootouders te bezoeken, al maak ik hier en daar een uitzondering. Als terminale patiënten thuis op sterven liggen en hun kleinkinderen willen zien, dan mag dat. Het is misschien niet volgens de richtlijnen, maar het lijkt me niet meer dan menselijk."

Zijn dokterspraktijken nu te mijden?

Verhofstadt: "Absoluut. Als patiënten een bezoek kunnen uitstellen of iets per telefoon of mail vragen, doen ze dat. Ze lopen nog niet met een boogje om mij heen, maar ik had vandaag wel een patiënt voor me met een trui waarop stond: 'Hou 1 meter afstand'. Misschien moet ik ook zo'n trui kopen (lacht)."

Gijssels: "Het is improviseren. De zieke patiënten triëren we telefonisch. Als we het nodig vinden dat ze langskomen, dan geven we ze een tijdstip waarop ze naar de praktijk mogen komen. We hebben een grote parking: daar kunnen ze in hun auto wachten. De twee artsen die de mensen met luchtweginfecties behandelen, komen hen daar ophalen. Ze dragen een masker, een schort en handschoenen. In de onderzoeksruimte moeten de patiënten op de onderzoekstafel gaan zitten, niet aan het bureau. En na elke consultatie desinfecteren we alles: de onderzoekstafel, het bureau, de computer en het materiaal. Een poetshulp hebben we niet: op dit moment zijn we callcenter, huisarts én poetshulp.

"Zolang we genoeg beschermingsmateriaal hebben, kunnen we voort. Maar de voorraad raakt stilaan uitgeput. We hopen nu dat de triagecentra in onze regio snel klaar zijn. Dan krijgen we beschermingsmateriaal aangeleverd door de ziekenhuizen en het stadsbestuur."

Huisarts Liesbeth Van Gestel: ‘Ik ben me ervan bewust dat er straks patiënten zullen sterven. Dat zal het zwaar maken. Ik kan het me nu nog niet voorstellen, maar dat zeiden de artsen in Italië wellicht ook.’Beeld RV

Die triagecentra zijn als paddenstoelen uit de grond geschoten.

Liesbeth Van Gestel (huisarts in triagecentrum in Geel): "We zagen wat zich in het buitenland afspeelde en hoe belangrijk de factor tijd was. Toen er een kind op de lagere school in de buurt van onze groepspraktijk positief had getest, wisten we dat we snel moesten handelen. We hebben meteen overlegd met het ziekenhuis en met het stadsbestuur van Geel: een uur later is er beslist om twee containers te bestellen en naast de spoedafdeling te plaatsen. Het virus gaf ons niet de tijd om stapsgewijs te werk te gaan. Ik was aangenaam verrast: opeens lukte het wél om snel knopen door te hakken. Corona maakt ons allemaal kennelijk minder pietluttig."

Wat moet ik me voorstellen bij een triagecentrum?

Van Gestel: "Dat zijn van die typische werfcontainers. Wij hebben er nu twee, waarin we de onderzoeksruimtes hebben geïnstalleerd. De patiënten blijven in hun auto op de parking wachten, en vrijwilligers van het Vlaamse Kruis halen hen daar op en begeleiden ze naar ons kabinet. Ze hebben uiteraard eerder al hun huisarts gebeld. Wie geen al te ernstige symptomen heeft, mag zeven dagen thuis uitzieken. Als de huisarts telefonisch inschat dat een klinisch onderzoek noodzakelijk is, verwijst die de patiënt naar ons door.

"Het triagecentrum heeft nog een voordeel: het weinige beschermingsmateriaal wordt hier verzameld. De meeste mensen beseffen nog altijd niet hoe nijpend het tekort is: we hebben nog voorraad voor een week en dan is het gedaan, tenzij er een nieuwe levering komt. We hebben bedrijven en tandartsen opgebeld met de vraag of ze willen doneren. Een grote apotheek is daarop ingegaan, net als een verfbedrijf uit de regio. Ook aan schorten is er een groot gebrek."

Huisarts Koen Verhofstadt: 'Vandaag had ik een patiënt met een trui waarop stond: ‘Hou 1 meter afstand’. Misschien moet ik er ook zo één kopen''Beeld RV

VUILNISZAKKEN

Zorgverleners in Spanje behelpen zich nu met vuilniszakken.

Van Gestel: "Zover proberen we het niet te laten komen. De scholengemeenschap heeft ons bijvoorbeeld spontaan de waterafstotende schorten van hun slagersopleiding aangeboden."

Zou u een mogelijke Covid-19-patiënt onderzoeken zonder beschermingsmateriaal?

Van Gestel: "Iedereen zal dat voor zichzelf moeten uitmaken, maar ik kan me niet voorstellen dat ik tegen een doodzieke patiënt zou zeggen: 'U behandel ik niet.' Als het echt moet, zullen we ons behelpen met stoffen doeken voor de mond. Als ik in mijn omgeving luister, is iedereen bereid om heel ver te gaan."

Zijn er nog patiënten die zich, tegen alle adviezen in, ongevraagd melden bij de spoedafdeling?

Van Gestel: "Ja. Niet veel, maar gisteren toch weer vier. Je hebt ook mensen die naar de huisarts gaan met een verstuikte vinger en plots zeggen: 'Ik heb ook nog een hoestje.' Zij maken het ons wel erg moeilijk om onszelf en de andere patiënten te beschermen. Dat is het doel van de triagecentra: daar komen besmette patiënten niet in een wachtzaal terecht naast niet-besmette patiënten."

Hoe zullen jullie het de komende weken bolwerken?

Van Gestel: "Dat vraagt iedereen zich af. De Belgen hebben zich niet zo heel anders gedragen dan de Italianen. We zijn ook laks en nonchalant geweest, dus voorspellen de waarnemers nu een verveelvoudiging van het aantal coronagevallen. We hopen dat de snellere en drastische invoering van de maatregelen de curve sneller zal doen afbuigen.

"Vandaag heb ik mee zes kabinetten geïnstalleerd in de turnzaal van de naburige middelbare school. We nemen ze nog niet in gebruik, maar zodra we merken dat het aantal patiënten de capaciteit van onze twee containers overschrijdt, kunnen we in een paar uur tijd de nieuwe locatie in gebruik nemen. De taferelen uit het buitenland hebben ons duidelijk gemaakt dat het snel kan ontsporen."

De verantwoordelijkheid, de vele uren extra: hoe houden jullie dit momenteel vol?

Vanhollebeke: "Het is emotioneel lastig. Als thuisverpleegkundigen volgen wij onze patiënten lang en intensief. Ik begeleid veel kankerpatiënten van hun diagnose tot de genezing, of in het slechtste geval tot hun overlijden. Ik creëer een band met die mensen. Als iemand sterft, is dat altijd zwaar. En nu kan het razendsnel gaan: van een griepje naar intensieve zorgen in een paar dagen tijd, terwijl we weinig kunnen doen."

Van Gestel: "Ik ben me ervan bewust dat er straks patiënten zullen sterven. Dat zal het zwaar maken. Ik kan het me nu nog niet voorstellen, maar dat zeiden de artsen in Italië wellicht ook."

Gijssels: "Ik zou liegen als ik zou zeggen dat ik niet bang ben om het zelf te krijgen, want ik ben een veertiger. Maar het hoort bij onze job om dat los te laten en voort te doen. Word ik ziek, dan zie ik wel weer. Normaal zou ik het moeten overleven."

Verhofstadt: "Gelukkig heerst er een ongeziene samenhorigheid. We krijgen veel steun en mooie reacties. Mailt er iemand om een voorschrift, dan verontschuldigt die zich eerst uitvoerig: 'Sorry voor het storen! Hou de moed erin!' Mensen sturen ook kaartjes naar het woonzorgcentrum om ons te bedanken. Het contrast met het hamstergedrag en de grimmige sfeer in de winkels kan niet groter zijn."

Vanhollebeke: "Er is geen andere optie dan doorgaan. Je kunt winkels sluiten, maar je kunt de mensen hun zorgen niet afnemen: dan lopen de ziekenhuizen weer vol. Ik voel veel dankbaarheid. Patiënten zeggen geregeld: 'Zorg ook goed voor jezelf, hè! En slaap voldoende.' De omgekeerde wereld: de kwetsbaarsten zijn nu bezorgd om ons."

Van Belleghem: "Geen enkele hulpverlener kan zeggen dat hij het niet mee naar huis neemt. Je weet dat je het thuis van je af moet zetten, maar hoe doe je dat? Ik kan terugvallen op mijn gezin. Mijn kinderen studeren aan de universiteit, normaal fladderen die overal rond en moet ik ze gaan zoeken, maar nu zit het hele gezin thuis. Dit virus brengt de generaties dichter bij elkaar. We leven in een andere wereld."

Hoofd spoeddienst Vincent Van Belleghem: 'Je ziet patiënten dag na dag achteruitgaan, en er is niets dat je kunt doen. Dat is het ergste wat je kunt meemaken als arts'Beeld RV

ETHISCHE VRAGEN

Het virus dwingt artsen ook tot moeilijke ethische kwesties: welke patiënten krijgen voorrang indien ons zorgsysteem overbelast raakt, en de ziekenhuizen de toeloop niet meer kunnen behappen? Een taskforce in de schoot van het ministerie van Volksgezondheid formuleerde een aantal aanbevelingen voor triage, de Ethische Commissie van de KU Leuven deed hetzelfde. Geert Meyfroidt, staflid Intensieve Zorgen in het UZ Leuven en voorzitter van de Belgische Vereniging Intensieve Geneeskunde, is bij beide betrokken.

Geert Meyfroidt: "Belangrijk: die twee documenten zijn gelijklopend. Het is dus niet zo dat er tegenstrijdige richtlijnen zijn."

Richtlijnen, zegt u: wie neemt uiteindelijk de moeilijke beslissingen?

Meyfroidt: "De artsen in het veld - met nadruk op de meervoudsvorm. Dat staat expliciet in de aanbevelingen: dokters moeten zo'n beslissing nooit in hun eentje nemen. Ze consulteren eerst hun collega's. Om expertise te verzamelen, uiteraard - niemand mag in z'n eentje de keizer spelen die z'n duim naar boven of beneden doet - maar ook om die beslissingen psychisch draaglijk te houden. Je mag niet onderschatten hoe zwáár het is om over leven en dood te beslissen. Onze mensen gaan zeker psychologische ondersteuning nodig hebben."

Dr Geert Meyfroidt Intensieve zorgen UZ Leuven: 'Dit virus grijpt wild om zich heen en er is weinig dat we kunnen doen. Het is een oorlog, maar we hebben geen wapens'Beeld Guy Puttemans

De eerste ethische dilemma's stellen zich al vóór een eventuele overbelasting van ons zorgsysteem.

Meyfroidt: "Op intensieve zorgen moeten we haast dagelijks ethische afwegingen maken, dat is onze job. Alleen komt het nu op ons af met een snelheid en op een schaal die we nog nooit gezien hebben. Maar het basisprincipe blijft hetzelfde: we willen niet dat er mensen op intensieve zorgen belanden die daar niet thuishoren. Mensen van wie de levensverwachting heel laag is, of van wie we zeker zijn dat hun levenskwaliteit na zo'n verblijf minder dan minimaal zou zijn, bijvoorbeeld."

Corona treft disproportioneel veel oudere mensen.

Meyfroidt: "Daarom gaat het eerste luik van de aanbevelingen vooral over advanced care in bejaardentehuizen. Daar moet, anticiperend op de grote coronapiek, met zoveel mogelijk bewoners gepraat worden: hoe zien zij hun verdere leven? Willen zij in geval van ziekte nog opgenomen worden in het ziekenhuis, willen ze nog op intensieve zorgen verblijven, willen ze nog beademd worden? Zo kunnen we vermijden dat er nog grote medische inspanningen geleverd worden voor patiënten die dat eigenlijk niet verlangen - mensen die hun leven als voltooid zien, bijvoorbeeld.

"Het tweede luik gaat over de beslissingen die genomen moeten worden aan de deur van het ziekenhuis, of op intensieve zorgen zelf. Dan maken de artsen de afweging die ze ook in normale tijden maken: wat hebben we de patiënt te bieden? Leeftijd is een cruciale parameter, maar dan gaat het niet over de kalenderleeftijd. Want iemand van 85 kan nog kwiek en gezond zijn, terwijl een zeventiger mogelijk al op de sukkel is, en misschien niet lang meer te leven heeft. We kijken dus niet in de eerste plaats naar de exacte leeftijd, wel naar frailty - broosheid of fragiliteit, zo je wilt. Dat is geen nattevingerwerk: er bestaan precieze wetenschappelijke methodes om die graad van broosheid te bepalen. Daarnaast wordt er ook gekeken naar eventuele cognitieve beperkingen. Van mensen die dementeren, weten we bijvoorbeeld dat ze er na een verblijf op intensieve zorgen per definitie slechter voorstaan dan patiënten die niet dementeren. Los van de leeftijd zijn er natuurlijk nog andere parameters die we sowieso integreren: is er bijvoorbeeld sprake van terminale kanker of terminaal orgaanfalen?

"Samenvattend kun je dus stellen dat twee parameters cruciaal zijn: levensverwachting en levenskwaliteit."

Zijn er situaties denkbaar waarin andere parameters een rol spelen? Wat als twee mensen even oud zijn, er exact hetzelfde aan toe zijn, en een vergelijkbare medische geschiedenis hebben...

Meyfroidt: "...en de ene is brandweerman, en de andere een veroordeelde crimineel? Neen, dat mag niet meespelen. In de ethiek zijn er dan twee principes die je kunt hanteren. Ofwel first come, first served, ofwel het lot laten beslissen.

"Nu, het is echt een hypothetische vraag, hoor. Ik heb zo'n situatie nog nooit gezien in mijn carrière, en ik verwacht ook niet dat het gaat gebeuren."

Stel dat er op een bepaald moment een grote toestroom is van jonge patiënten: is het dan mogelijk dat mensen met een lagere levensverwachting van de beademing worden gehaald?

Meyfroidt: "Ik hoop vurig dat we niet in die situatie belanden. Dat zou verschrikkelijk zijn. Nu, ik ben relatief optimistisch: we lopen in België een paar dagen voor op de epidemie. We zijn operationeel helemaal klaar: er zijn veel meer bedden beschikbaar dan er op dit moment nodig zijn. Die voorsprong willen we behouden. Zodra we merken dat zich een nog hogere piek aankondigt, zullen de ziekenhuizen de capaciteit verder opschalen. Er zijn een plan A en een plan B, maar ook een plan C en een plan D."

Hoe reëel acht u de kans dat de epidemie zulke verwoestende vormen aanneemt dat het zorgsysteem kraakt?

Meyfroidt: "Bekijk je de grafieken wereldwijd, dan zie je dat België het iets beter doet dan de andere landen. De kans dat we in het slechtste scenario terechtkomen, is ontzettend klein, maar niet nul. Het meest realistische scenario is dat we het halen, dat ons systeem druk bevraagd maar niet overbelast zal raken."

Zijn er ook richtlijnen voor de omgang met niet-coronapatiënten?

Meyfroidt: "Heel eenvoudig: er mag geen discriminatie zijn. Niet in de ene richting, niet in de andere. We maken consequent dezelfde afweging: wie heeft het meeste kans? Een 50-jarige met een hartaanval zou in zo'n situatie bijvoorbeeld voorrang krijgen op een 70-jarige met corona."

Van Bellghem: "Op dit ogenblik is triëren op leven en dood nog niet aan de orde, maar we hebben de Italiaanse toestanden gezien. Ik hoor nu vaak: 'Dit is oorlogsgeneeskunde.' Maar dat klopt niet: een oorlog ga je aan in een ander land, tegen een vijand die je niet kent. Hier werken we in onze eigen comfortzone, met onze eigen bevolking. Elke patiënt die in een levensbedreigende toestand binnenkomt en aan een beademingstoestel moet, zal altijd een familielid of kennis zijn van iemand in het ziekenhuis. Maar laten we optimistisch blijven en ervan uitgaan dat de maatregelen die de overheid heeft genomen, voldoende zijn om de piek af te zwakken.

"Het moeilijke aan deze crisis is ook: het stopt niet. Vroeger konden we zeggen: 'De plaag van het norovirus is voorbij, we gaan een week in onze tuin werken.' Nu weten we: morgen, overmorgen en de dag erna staan we hier terug en zal het erger zijn dan vandaag."

Wat als het allemaal voorbij is?

Demedts: "Ik maak me geen illusies. De drukte zal na de epidemie niet verminderen, integendeel: dan komen alle patiënten van wie de operaties en consultaties uitgesteld zijn."

Housen: "Weet je wat in mijn agenda stond voor april? Trouwen en op huwelijksreis gaan. Dat gaat uiteraard niet door. Alleen door te werken kan ik mijn gedachten verzetten. En tegelijk ben ik trots dat ik mag werken op een afdeling vol risicopatiënten en zo mijn steentje kan bijdragen. Dat is toch waarom ik destijds heb besloten om in de medische zorg te gaan werken.

"Wat we nu meemaken, zal hoe dan ook voor altijd aan ons blijven kleven. Ik heb de voorbije weken een ander zicht gekregen op het leven. Het is zo fragiel. In één fractie kan alles verwoest zijn. Als de ellende straks voorbij is, ga ik het leven vieren. Dat is mijn boodschap aan iedereen: pluk de dag, meer dan ooit."

Meyfroidt: "En tot het zover is, weet dit: op intensieve zorgen redden wij de mensen die niemand anders kan redden. Maar in absolute cijfers zijn dat er véél minder dan de levens die jij nu aan het redden bent, door thuis te blijven."

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234