Zondag 05/12/2021

‘Mensen die me niet kennen schrikken er vaak van dat ik normaal overkom’

Een modern rijtjeshuis in een rustige buitenwijk van Philadelphia. De bovenste verdieping, het atelier, laat er geen twijfel over bestaan: Charles Burns is geobsedeerd door monsters. Ze staan overal. Op de bovenste rekken van zijn bibliotheekkasten, op zijn bureau, op de grond of naast de platencollectie. In alle maten en gewichten, in alle kleuren van de regenboog. De meeste zijn van plastic, enkele van metaal. De ene nog wat afstotelijker dan de andere.“Aan die kant staan de superhelden, de good guys”, wijst Burns (56) enthousiast naar het rek achter zijn bureau. “Die zien er wat menselijker uit.” Hij draait om zijn as en wijst naar de andere kant van zijn atelier. “Die daar, dat zijn hun vijanden, die ze vroeger elke week moesten bestrijden”, zegt hij met het enthousiasme van een kind. “Sommige zijn gebaseerd op Godzilla, maar oorspronkelijk zijn het monsters uit Japanse tv-shows voor kinderen. Ik hou ervan. Vroeger waren ze erg goedkoop, nu zijn het collectiestukken.”Vanaf midden jaren vijftig ging Burns volledig mee met de monstercultuur die Amerika in zijn greep had. “Ik was de persoon die de marketing voor ogen had”, vertelt hij quasi statig, terwijl hij op een stapel van de in die tijd beroemde Famous Monsters of Film klopt, een tijdschrift geheel gewijd aan monsterfilms. “Fantastische tijd. Op televisie releaseten grote filmstudio’s als Universal meerdere keren per week hun monsterfilms. Een hele nieuwe generatie kreeg ze op die manier in de maag gesplitst. Als je ‘s avonds naar je vrienden ging, was de kans groot dat je samen ingezakt voor de televisie naar zo’n laatavondfilms ging kijken. Daarnaast waren er op dat moment tv-shows als The Addams Family en kon je plastic kits van monsterwagens kopen om zelf te bouwen. Verschrikkelijk populair allemaal, en ik had er net de juiste leeftijd voor. Euh, ik hield er wel langer aan vast dan mijn leeftijdgenootjes.”Burns mag terugkijken op een oeuvre van comics waarin de afzichtelijkste wezens de hoofdrol vertolkten. Tot nog toe werd bij ons enkel De vloek van de Molleman vertaald, maar zijn invloed wordt wereldwijd erkend, zeker nu zijn fraaie graphic novel Zwart gat in tientallen landen lyrisch werd onthaald. David Fincher, regisseur van onder meer Se7en, is intussen gestart met de productie van het boek, maar over meer informatie beschikt zelfs Burns niet.Een makkelijke film wordt het alleszins niet: Zwart gat handelt over een tienergemeenschap in het Seattle van de jaren zeventig, die getroffen wordt door een seksueel overdraagbaar virus dat tot de meest hallucinante misvormingen leidt. Tieners trekken de huid van hun lijf, zien hun neus afvallen, krijgen staarten of monsterlijke gezwellen in hun gezicht. Een onnozele kus is genoeg. Voer genoeg voor Burns om het gevoelsleven van tieners wijd open te gooien.

U hebt gezegd dat Zwart gat de adolescentie als ziekte centraal zet, en dan vooral de manier waarop mensen zich er over zetten. Ben u er zelf overheen geraakt?

Burns: “(grijnzend) Wellicht wegens het soort werk dat ik maak, heeft men me er al meermaals van beschuldigd dat ik die fase nog steeds niet voorbij ben. (haalt zijn schouders op) Weet je, misschien bén ik ook wel in het verleden blijven hangen, maar ik besef ook waarom ik over de adolescentie schrijf: omdat het een tumultueuze periode is waarin mensen transformeren. Een periode ook waarin je open staat voor heel veel indrukken. Dat is een bijzonder boeiend gegeven. Nu, om op het laatste deel van uw vraag terug te komen: ja, ik denk dat ik die tijd achter me heb gelaten. Het is me gelukt te trouwen, twee kinderen te krijgen en een redelijk volwassen leven te leiden.”

Klopt het dat Zwart gat veel valse starten heeft gekend?

“Mijn originele idee leunde nauwer aan bij mijn vroegere werk, waar de plot belangrijker was dan de personages. Dat is niet langer zo. De volwassenen hebben de eerste versie van dit boek trouwens niet overleefd. Er liep bijvoorbeeld een enge turnleraar in rond, maar hij hield me tegen om het verhaal vanuit het standpunt van de tieners te vertellen. Ik wilde diep gaan en mezelf ingraven in personages op een manier zoals ik nooit eerder had gedaan. Ik integreerde ook niet zozeer autobiografische gegevens, maar vooral situaties waarbij ik betrokken was. De bedoeling lag voor de hand: ik wilde met een zekere autoriteit over tieners kunnen spreken. Of het nu ging over gevoelens, stemmingswisselingen, seksualiteit... Vandaar ook dat het speelt in de jaren zeventig. Ik was toen zelf een tiener.”

Hoeveel van uzelf zit er dan in de personages?

“Ik denk dat in alle personages wel iets van mezelf of mijn vrienden zit. Of het nu gaat om iemand die zich graag in zijn eentje in het bos terugtrekt of iemand die bij een huis aanbelt om te vragen of er hasj voorhanden is. (glimlacht) Maar ook mijn gevoelens vind je erin terug, al moet ik bekennen dat er thema’s opdoken waardoor ook ik me ongemakkelijk voelde.”

Ik moet het toch even vragen: het boek gaat over seksueel overdraagbare ziektes in hun meest verschrikkelijke vorm. Was u er als tiener zelf bang voor? Of heeft u ze misschien zelf gehad?

“Voor alle duidelijkheid: dit boek vindt plaats in het pre-aidstijdperk. Vroeger sprak men in de lessen seksuele voorlichting enkel over gonorroe, herpes en syfilis. Hiv en aids waren niet aan de orde. Het wordt nergens gepreciseerd, maar Zwart gat is gesitueerd ergens tussen 1973 en ‘75. Dat zijn zowat de nadagen van de seksuele revolutie van de sixties. Het hippiegevoel floreert nog. Mensen zijn open wat seksualiteit betreft, wat samengaat met het gebruik van hasj en lsd, en de houding dat alles kan en mag. Los daarvan staat in Zwart gat niet de seksueel overdraagbare ziekte centraal. De misvormingen zijn eerder manieren om de personages in een extreme, mogelijk uitzichtloze situatie te duwen. Iedereen is er vatbaar voor en het manifesteert zich meteen, bij de ene al wat opzichtiger dan bij de andere. Sommigen slagen er in clean door het leven gaan. Ze kleden zich anders en - hopla - hun staart of het gigantische gat in hun rug is weggemoffeld. Ze behoren weer tot de ‘normale’ gemeenschap. Ze slagen ook een tijdlang in hun opzet. Zie het als een referentie naar iemand die doorgaat voor hetero, maar in feite homo is. Bij anderen manifesteert de ziekte zich op zo’n brute wijze dat pretenderen niet aan de orde is. Het is interessant om te zien hoe verschillend men omgaat met de niet-zieken, met diegenen die zich voordoen als normaal en met de zieken aan wie het te zien is.”

Zwart gat lijkt horror, maar zelf omschrijf je het liever als een liefdesverhaal.

“Ik berust erin wanneer mensen zeggen dat ze het knappe horror vonden, maar ik zie het inderdaad als een liefdesverhaal. Niet de horror van de tienertijd staat immers centraal, maar wel de manier waarop ze ermee in het reine trachten te komen.”

Je hele carrière staat in het teken van monsters, horror en vreemde creaturen. Je stijl is bijna obsessief clean en je thema’s altijd angstaanjagend. Wat zegt dat over jezelf?

“Het komt meermaals voor dat mensen bij een eerste ontmoeting opmerken dat ik eigenlijk toch wel normaal overkom. Ze schrikken er zelfs van. Nu, diep binnenin me bevinden zich wel vrij donkere dingen, maar ik weet niet meteen waar die obsessies vandaan komen en waarom ze er zijn.”

Na Zwart gat heb je je gebogen over een nieuw project dat gebaseerd is op Kuifje. Vertel.

“Eigenlijk heeft het niets te maken met Kuifje. Het gaat eerder over invloeden die in mijn onderbewustzijn zijn geslopen. Nog voor ik kon lezen was ik omringd door Kuifjealbums. Ze waren erg verleidelijk door de inkleuring en de klare lijn. Ik las ook andere comics, maar Kuifje bracht me in een heel specifieke wereld. Laat ik het erop houden dat mijn nieuwe boek twee parallelle universums toont: een Kuifjeachtige wereld en een normale wereld. Maar je herkent Kuifjes wereld wel, hoor.”

Het is een Charles Burnsverhaal, dus er zijn monsters van de partij?

“(toont een kopie) Het sluipt erin, ja. Het is gesitueerd op het einde van de jaren zeventig en barst van verwijzingen naar kunstschool-performance art, fotografie en punk; dingen waar ik vroeger mee verbonden was.”

Aha, meer voer voor psychoanalitici.

“(grijnst) Véél meer. Dit laat zich lezen als het handboek van Burns. Het geeft een antwoord op de vragen (imiteert een fijn en erudiet stemmetje) ‘Is deze man seksueel onvolwassen?’ en ‘Haat hij zijn moeder?’. Ik ben benieuwd naar de resultaten.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234