Maandag 21/06/2021

Mensen die 'gewoon' willen werken

Ze zouden het wel niet kunnen, 'gewoon' gaan werken. Misschien in een beschutte werkplaats. Maar niet in een fabriek of op kantoor. Toch: via aangepaste jobbegeleiding slagen heel wat mensen met een beperking er wel in. Verdienen ze wel 'gewoon' hun brood. Het idee om bij ambtenaren een quotum van 3 procent gehandicapten in te voeren, vinden Patrick Luypaert, Bert Valent en Marie De Craene nu al normaal. Rik Van Puymbroeck / Foto's Jonas Lampens

Patrick Luypaert: 'Ik ben de beste linkerhand'

Wat hem later verteld werd, is dat hij pech had: in Vilvoorde, waar Patrick Luypaert (32) geboren werd, was er geen couveuse. Baby Patrick moest daarvoor naar Lier, in die couveuse kreeg hij te kampen met zuurstofgebrek en daarom zit Patrick hier. "Mijn rechterkant is minder ontwikkeld", vertelt hij. "Dat uit zich vooral in de motoriek in mijn rechterhand en de achillespees van mijn rechtervoet is te kort." Dat zie je als hij met je naar boven stapt, maar aan tafel pratend stroomt zijn verhaal zonder uit zijn mond. Dat er iets scheelde merkten zijn ouders natuurlijk pas toen hij moest zitten en stappen.

"Maar ik héb het nu eenmaal", zegt hij. "En ik heb het altijd als iets positiefs willen zien. Ik wilde leven zoals iedereen. Als kind en nu." Toen hij zes was, reed hij nog met een fiets met zijwieltjes. "Toen ik mijn ouders hoorde zeggen dat ze me een grotere driewieler wilden kopen, ben ik de hele dag gaan oefenen om te fietsen zonder wieltjes. Duizend keer gevallen, maar 's avonds kon ik het."

In de lagere school ging alles goed, "in het middelbaar begint het". Hij wilde handel doen, maar Patricks Frans was niet goed genoeg. 'Wat dan' was de vraag. Uiteindelijk zat hij twee jaar in de richting houtbewerking en metaal. Zodra de machines ingezet moesten worden, lukte het niet meer. "De school wilde het risico niet nemen dat ik in het praktijklokaal ten val zou komen. Maar ik zat toen al in het derde, eigenlijk had ik dus twee verloren jaren achter de rug. Op aanraden van het PMS kwam ik dan in een BuSo-school terecht, de enige tuinbouwschool in de buurt. Na drie weken merkte ik dat ik voor dat niveau van rekenen en taal gewoon te slim was. En de mevrouw van het PMS gaf het ook toe: we hebben ons vergist."

Patrick bleef wel - "ik wilde niet weer weg, stilaan voelde ik me een jojo". Maar twee weken voor hij afstudeerde, zei zijn leraar hem: 'Door uw beperking wordt het bijna onmogelijk om een job te vinden in de tuinbouw.' Na vier jaar school. Maar ik kon wel naar een beschutte werkplaats, hoorde ik."

Dat we in Lovenjoel zitten, in een mooi gebouw waar de Federatie Gespecialiseerde Opleiding, Begeleiding en Bemiddeling (FEGOB) zetelt en waar bij de deur van een klaslokaal een bordje met 'Patrick Luypaert instructeur niet-manuele beroepen' hangt, vindt daar zijn kiem. "Ooit kom ik terug en dan ga je schrikken", had Patrick die leraar gezegd. "Ik was 21, stond nergens, maar ik wist dat ik iets moest zoeken waardoor ik me kon onderscheiden. Bij de GOB (Gespecialiseerde opleidings, begeleidings- en bemiddelingsdienst, RVP) vroegen ze: wat zie je jezelf doen? Ik was nogal veel met de computer bezig, kon goed chatten en internetten en daar zagen zij iets in. Maar dat moest natuurlijk getest worden in een werksituatie."

Hij volgde les. Mocht na een tijdje zelf stage lopen bij GOB/Job-Link. En daarna zou hij klaar zou zijn om te gaan solliciteren. "Maar zover is het nooit gekomen. Aan het einde van mijn opleiding, hadden ze hier zelf een kracht nodig en ik kon halftijds beginnen." Na een tijd kreeg hij een job bij: hulpinstructeur. Zelf lesgeven in computerklassen. "Aangezien mijn rechterkant niet zo goed is, zeg ik altijd dat ik de beste linkerhand van de instructeur ben. Blijkbaar kan ik iets moeilijks op een gemakkelijke manier overbrengen. En dat bewijst dat je nooit enkel mag afgaan op de persoon zelf.

"Voor mensen met een arbeidshandicap, zoals ik, is het belangrijk dat de werkgever de job en het takenpakket wil aanpassen aan de persoon met die handicap. Als ik mijn hele leven 'ja' had geknikt, niet voldoende wilskracht had en Job-Link niet had bestaan, dan had ik wellicht in een beschutte werkplaats gewerkt. En nu kan ik mensen zoals ik iets anders bijleren. Ik ga hier nooit weg."

En ja: vorig jaar mocht hij voor de VDAB gaan getuigen op een BuSo-school - zijn vroegere school. "Ik heb die leraar teruggezien. En die mevrouw van het PMS." Hij glundert. "Het is dramatisch begonnen, maar het is geweldig goed afgelopen."

Marie De Craene: 'Ik ben koppig, daarom doe ik dit'

De mensen hebben een beeld van je." Ze zegt het ergens tussendoor, maar het is het verhaal van Marie De Craene, 21 jaar, geboren met een genetische afwijking die heel moeilijk het velo-cardio-faciaal syndroom heet. "Belangrijkste kenmerken zijn dat ik een hartafwijking had en dat ik op school al vlug merkte dat het heel moeilijk was om theorie in praktijk om te zetten", zegt Marie.

Dat ging aanvankelijk nog wel redelijk goed, maar tijdens de laatste drie jaar aan het Instituut voor Verpleegkunde Sint-Vincentius in Gent, waar ze de afdeling personenzorg volgde, doken de problemen op. Vooral bij stages. "Het ging allemaal te snel", glimlacht ze. "Als ze mij bijvoorbeeld aanleerden hoe ik iemand moest aankleden, dan kreeg ik het heel moeilijk. Dat kon ik in drie weken niet leren. En dat zorgde voor problemen. Ook al werd ik goed begeleid op school en had ik zelf altijd een ongelooflijke wil om bij te leren."

Het vijfde jaar bleef ze zitten. En ook dan lukte het niet. "Ik kreeg uiteindelijk wel een attest van die richting en ik kon gaan werken als logistiek assistent in een rusthuis of een ziekenhuis. Bijvoorbeeld om patiënten te vervoeren. (lacht) Maar ook dan kom je wel eens in de problemen. Door dat syndroom heb ik oriëntatieproblemen. Er zijn dus wel eens patiënten in de verkeerde kamer beland."

Vermoeidheid is nog een probleem. Rondlopen, bedden opmaken, eten geven: voor Marie is dat minder vanzelfsprekend. Dat bleek ook bij een stage in een kinderdagverblijf. "We hebben geprobeerd een hele dag te werken, maar dat lukte niet. Zes uur? Ook dat was te moeilijk. Uiteindelijk bleek vier uur per dag ideaal. Maar meestal voldoe je daarmee niet aan de eisen die werkgevers stellen. Mijn niveau ligt gewoon iets lager dan dat van een gewone arbeider."

Toch, zegt ze zelf: "Ik heb veel in mijn mars. En ik ben enorm koppig. Ik wilde echt in het gewone arbeidscircuit terechtkunnen."

Sinds mei van dit jaar neemt Marie vijf dagen in de week de bus. Of ze doet het wel eens met de fiets. "Maar onlangs kwam ik ten val, in het donker. Sindsdien ga ik toch weer met de bus." Het rittenschema heeft ze goed ingeoefend: de weg van Merelbeke naar Gentbrugge kent ze. Marie heeft geleerd zich goed voor te bereiden. "En als ik vastzit, bel ik mijn mama", zegt ze. "Zij is mijn gps."

In Gentbrugge is ze halftijds poetsvrouw in de Sint-Gregoriusschool. Elke dag, vier uur, het is nog altijd haar ideale werkschema. Ze vond de job via het Universitair Centrum voor Begeleiding en Opleiding, de in Oost-Vlaanderen erkende GOB. Na twee eerdere stages is dit haar vaste job. Met een vast inkomen. En een vast takenpatroon.

"De mensen hebben een beeld van je", zegt ze. "Ooit kreeg ik een telefoontje van een ziekenhuis. Ze hadden gezien dat ik een job zocht en ze hadden zo'n logistieke assistente nodig. De mevrouw was heel vriendelijk, maar zodra ze hoorde dat ik een beperking heb, kwam meteen de vraag of ik zelfstandig kon werken. Ik gaf haar het nummer van mijn jobcoach door, maar die heeft ze nooit gebeld."

Maar hoe lukt het dan wel bij Sint-Gregorius? "Er wordt erg rekening gehouden met mij", zegt ze. "Ik werk bijvoorbeeld met fiches, omdat ik enorm vergeetachtig ben. Op de kar met mijn poetsmateriaal ligt altijd een papier. Daar staan mijn dagelijkse taken op: in de klaslokalen eerst rondkijken of er papier op de grond ligt, dan afstoffen, nadien alles vegen met de swiffer. Maandelijks de chauffage. Zonder die fiches ben ik verloren. Ook al is dat elke dag dezelfde taak. Het zou een warboel zijn."

Bert Valent: 'Na 300 lampen ben je dolgedraaid'

lke dag, tot de middag, werkt Bert Valent. Dat doet hij in Temse bij Eltra, een bedrijf dat gespecialiseerd in elektrisch doe-het-zelfmateriaal. Dan rijdt Bert naar huis omdat hij moet rusten. Nadat hij in 2006 door een auto met zijn brommer van de weg werd gemaaid, heeft de 27-jarige man een hersenletsel. In het jargon is dat een NAH, een niet-aangeboren hersenletsel. "Ik was elektricien, zegt Bert. "Toen ik achttien was, begon ik meteen te werken. Heel veel, bij een bedrijf dat veel opdrachten in Brussel had. Zo heb ik drie jaar in de financiëntoren in Brussel gewerkt. 's Morgens om 6 uur beginnen, tot 's avonds 19 uur."

Hij deed dat heel graag, vakantie nemen deed Bert dan weer amper, maar half december 2006 moest hij toch nog wat opnemen tegen het einde van het jaar. "Je kent dat", zegt hij. En toen gebeurde dit: het was donderdagavond 14 december, hij dronk wat pintjes en vertrok met de brommer naar een vriend. "Honderd meter verder werd ik door een auto aangereden. Ik vloog tegen een huis, nadien weet ik niks meer."

Hij had één geluk. De buurman van het huis waar hij tegenaan vloog, was verpleger op intensieve zorgen en stond net buiten een sigaret te roken. Zeven minuten later was de ambulance er, zes maanden lag Bert in het ziekenhuis, anderhalf jaar duurde de revalidatie. Zijn grote ongeluk is en blijft dat de man die met de auto de aanrijding veroorzaakte, vluchtmisdrijf pleegde. Dat raakte nooit opgelost.

"Daar heb ik het nog altijd heel moeilijk mee, maar ik probeer mijn leven er niet langer door te laten bepalen. Al moest ik de 2.000 euro onkosten aan dat huis zelf betalen." Maar dan zegt hij toch: "Ik heb veel geluk gehad. Ik lag in coma en in het ziekenhuis van Sint-Niklaas hadden ze me opgegeven. Gelukkig heeft mijn moeder zelf naar het UZ in Gent gebeld."

Normaal draagt hij een pet, speciaal gekocht in Zeebrugge. Daaronder verstopte hij lang het grote litteken op zijn hoofd, maar ook dat kan Bert stilaan achter zich laten. Wie het niet weet, ziet niks. Wie met hem praat, hoort ook niks. Alleen wie met Bert werkt, merkt de gevolgen van het blijvende hersenletsel: hij is trager, hij is sneller vermoeid, hij vergeet. "In het UZ zei men me dat ik wellicht naar een beschutte werkplaats moest, maar zelf wilde ik terug naar mij oude werk. Elektricien worden, anders had ik het gevoel dat ik voor niks gestudeerd had.

"En twee jaar na mijn ongeval werkte ik er ook weer. Maar alles was veranderd. Mijn karakter ook, voordien was ik rebelser. Ik wilde na mijn ongeval geen alcohol meer drinken. En ik sta op reglementen: als we in een bestelwagen met vier plots met zes moesten plaatsnemen, wilde ik dat niet meer. En de bouwvakkersmentaliteit viel me tegen."

Uiteindelijk hield het op bij die oude werkgever en Bert kwam bij de VDAB terecht. En zo, via de Job en Co/GOB, op een duodag in Eltra. Zo'n duodag heeft de bedoeling mensen met een arbeidshandicap één dag op de werkvloer te laten kennismaken met de realiteit van een job. Bij Eltra bestond al een diversiteitsplan, maar dan nog: "Je moet als bedrijf openstaan voor iemand met een arbeidshandicap en wat dat meebrengt", zegt de HR-manager. "Tegelijk ben je geen sociale werkplaats. Het moet een win-winsituatie zijn voor beide partijen."

Bert mocht beginnen, als kwaliteitscontroleur. Eerst een halve dag per week, nu zijn dat vijf halve dagen per week. Het bedrijf is de tussenschakel tussen de producenten van elektrisch materiaal en de groothandel. "Daarvoor konden we iemand met de technische bagage van Bert gebruiken." Als er een nieuwe multimeter binnenkomt, test hij die. Komen er verlichtingsarmaturen uit China binnenkomen, checkt Bert die. "Maar als je zo driehonderd lampen hebt gezien, draait je hoofd wel dol. Dus is dit tempo perfect. Om 12 uur stop ik."

Dan zet Bert zijn pet op, rijdt naar huis. Of gaat vissen. "Ik heb rust nodig."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234