Woensdag 16/10/2019

Verkiezingen VS

Mengen de Russen zich met een e-maillek in de Amerikaanse verkiezingen?

Computerspecialisten, Ruslandexperts en de leiders van de Democratische Partij zijn in de ban van een ietwat ongewone vraag: probeert Vladimir Poetin zich te mengen in de Amerikaanse presidentsverkiezingen?

Tot vorige vrijdag werd deze vraag – vergezeld van de angstaanjagende implicatie dat het Kremlin Donald Trump zou steunen – enkel gefluisterd in de wandelgangen. Maar toen vrijdag 20.000 e-mails van computerservers van het Democratic National Committee werden gelekt, werden niet alleen heel wat Democratische leiders in verlegenheid gebracht, maar groeide de discussie over de rol van de Russische inlichtingendiensten in de presidentiële race van 2016.

De e-mails, eerst gelekt door een vermeende hacker en later door WikiLeaks, illustreren de mate waarin de Democraten een duidelijke voorkeur hebben voor Hillary Clinton tegenover haar voornaamste rivaal, senator Bernie Sanders van Vermont. Ze vormden de aanleiding voor het ontslag van partijvoorzitter Debbie Wasserman Schultz aan de vooravond van de eerste dag van de Democratische Conventie.

Het is bijzonder moeilijk om te bewijzen wie achter een cyberaanval zit. Onderzoekers kwamen echter tot de conclusie dat het National Committee werd aangevallen door twee Russische inlichtingendiensten – precies dezelfde die achter eerdere Russische cyberaanvallen vorig jaar op het Witte Huis, het ministerie van Buitenlandse Zaken en de Joint Chiefs of Staff (militair adviesorgaan van de Amerikaanse federale overheid, nvdr) zaten. Metagegevens van de gelekte e-mails suggereren bovendien dat de documenten via Russische computers passeerden. Alhoewel een hacker beweerde dat hij de e-mails aan WikiLeaks bezorgde, blijven dezelfde Russische instanties de hoofdverdachten. Of de diefstallen gebeurden op bevel van Poetin, of door apparatsjiks die de Russische president daarmee wouden plezieren, blijft een raadsel.

Cruciaal voor Clinton

Zondagochtend begon de hele discussie toen Robby Mook, de campagneleider van Clinton, tijdens het programma This Week op de Amerikaanse tv-zender ABC aankondigde dat de e-mails waren gelekt “door de Russen met als doel Donald Trump te helpen”. Hij verwees hierbij naar “experts”, maar kon geen enkel ander bewijs voorleggen. Mook suggereerde ook dat de Russen een goede reden hebben om Trump te ondersteunen: de Republikeinse kandidaat had in een interview met The New York Times vorige week aangegeven dat hij NAVO-landen die onder vuur zouden worden genomen door Rusland enkel zou bijstaan, indien hij er eerst van was overtuigd dat die landen voldoende bijdrage hadden geleverd aan het militaire bondgenootschap.

Het was een bijzonder moment. Zelfs op het hoogtepunt van de Koude Oorlog is er tijdens een presidentiële campagne nooit beweerd dat de voornaamste rivaal in wezen op één lijn zit met een belangrijke vijand van de VS. Maar de beschuldiging wordt duidelijk een cruciaal thema in Clintons campagne; zo wil men Trump niet alleen afschilderen als een isolationist, maar als iemand die wel erg mild is voor Rusland als het bijvoorbeeld landen bedreigt die te onafhankelijk dreigen te worden van Moskou, of landen in het geval van Litouwen, Letland en Estland, lid werden van de NAVO. Trump heeft ook gezegd dat hij graag zou willen “overeenkomen met Rusland” als hij wordt verkozen, en zei dat Poetin een betere leider is dan president Barack Obama. Poetin prees op zijn beurt Trump.

‘Leugens’

Het Trump-kamp deed zondag meteen eventuele links tussen hun kandidaat en de cyberaanvallen van de hand. “Zijn er banden tussen Trump, u of uw campagne en Poetin en zijn regime?”, vroeg George Stephanopoulos van This Week aan Paul Manafort, de campagneleider van Trump. “Neen, er zijn er geen”, antwoordde Manafort snel. “Dat is absurd. En, weet je, dit is absoluut niet gegrond.” Donald jr., de oudste zoon van Trump, was nog duidelijker: hij beschuldigde het Clinton-kamp van een lastercampagne. “Ik kan me geen ergere leugens indenken”, zei hij op CNN. Hij ging spottend verder dat Mooks “kat ooit beweerde dat dit soort dingen met de Russen gebeurde”.

Het kan nog maanden, jaren zelfs, duren eer we erachter waarom de e-mails werden gestolen, en veel belangrijker, of dat in opdracht van de Russische autoriteiten gebeurde, en van Poetin in het bijzonder. Het is in ieder geval zo dat deze diefstal een van de belangrijkste hackeraanvallen in opdracht van een land op een Amerikaanse organisatie zou zijn. Eerdere waren er de aanvallen op het Office of Personnel Management uitgevoerd door door de staat gesteunde Chinese hackers, en de aanval op Sony Pictures Entertainment, die Obama aan Noord-Korea toeschreef. Ook daar werden gênante e-mails gelekt, maar ze hadden geen politieke repercussies. 

De verspreiding van e-mails via WikiLeaks doet echter meer denken aan een typisch Russische informatieoorlog, met als doel met die gegevens de politiek te beïnvloeden. Hoe dat precies moet gebeuren blijft een mysterie, afgezien van het feit dat de Democraten in verlegenheid werden gebracht, en dat de aanhangers van Sanders nog minder aansluiting vinden bij Clinton.

Trump ‘opgetogen’

Er zijn aanwijzingen dat de cyberaanval het werk was van minstens twee instanties, die blijkbaar niet van elkaar wisten dat ze in de computersystemen van de Democraten zaten. Het is nog onduidelijk hoe WikiLeaks de e-mails heeft verkregen. Men vermoedt dat de inlichtingendiensten dat deden, hetzij rechtstreeks, hetzij via een tussenpersoon. De timing van het lekken, na afloop van de Republikeinse conventie en voor de start van die van de Democraten, lijkt te wijzen op een goed uitgekiende strategie.

Trump zelf sprong zaterdag na de vrijgave van de e-mails door WikiLeaks meteen op het nieuws. Hij tweette: “Gelekte e-mails van DNC wijzen op plan om Bernie Sanders neer te halen. Ze bespotten zijn erfgoed en nog veel meer. Online via WikiLeaks, echt gemeen. Opgetogen”.

De deskundigen die Mook aanhaalde waren onder meer CrowdStrike, een cybersecuritybedrijf dat in de arm werd genomen zodra het Democratische National Committee begon te vermoeden dat het gehackt werd. Midden juni kondigde het bedrijf aan dat de groep ‘Cozy Bear’ of ‘APT 29’ wellicht onder de hackers zou zitten en al een jaar lang toegang had tot de servers van het Committee. Een tweede groep, ‘Fancy Bear’, ook wel ‘APT 28’ genoemd, raakte in april in het systeem. Volgens de regeringsonderzoekers en particuliere cybersecuritybedrijven lijkt het erop dat de GRU, de Russische militaire inlichtingendienst, erachter zit. Met name de eerste groep is bekend bij de contraspionage-eenheid van de FBI, de CIA en andere inlichtingendiensten. Federale onderzoekers duiden die groep aan als de waarschijnlijke boosdoener achter het jarenlange hacken van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken en het niet-beveiligde computersysteem van het Witte Huis.

De onderzoekers kwamen erachter dat de Russische inlichtingendiensten tot het uiterste gingen om hun sporen uit te wissen, doordat ze onder computerlogs zorgvuldig deleteten, en ze de tijdscodes van de gestolen bestanden wijzigden. Medewerkers van diverse andere bedrijven, die de code voor de malware die werd gebruikt tegen het Democratische National Committee en de metadata van de gestolen documenten onderzochten, konden aantonen dat de documenten waren geopend op meerdere computers, waaronder enkele met Russische taalinstellingen. Moskou heeft in het verleden trouwens al politieke hackeraanvallen uitbesteed aan externe organisaties. Een ernstige cyberaanval op Estland in 2007, bijvoorbeeld, werd toegeschreven aan de pro-Kremlin Nashi-jeugdorganisatie. De inlichtingendiensten en veiligheidsonderzoekers geloven dat men dit deels deed om later geloofwaardiger te kunnen ontkennen dat er een link was.

Cyberaanvallen met als doel informatie vergaren zijn zeker niet ongewoon; de VS stelen trouwens zelf ook e-mails en andere geheimen van inlichtingendiensten, en zelfs van politieke partijen. Maar het WikiLeaks-lek voegt nog een nieuwe dimensie toe: nu wordt deze gestolen informatie ingezet als ‘wapen’, om zo de verkiezingen te beïnvloeden.

Het verhaal wordt nog complexer, als we kijken naar de rol die Manafort, Trumps campagneleider, erin speelt. Via zijn lobbygroep was Manafort was een van de vele Amerikaanse adviseurs van Viktor Janoekovitsj, de door Rusland gesteunde leider van Oekraïne, totdat hij gedwongen moest aftreden. Janoekovitsj, momenteel in ballingschap in Rusland, is een belangrijke bondgenoot van Poetin. Toen Manafort in april op Fox News werd gevraagd naar zijn relatie met Janoekovitsj, zei hij dat hij simpelweg de Oekraïners wou bijstaan bij het opbouwen van een democratie die betere aansluiting kon vinden met de VS en hun bondgenoten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234