Woensdag 27/01/2021

Men zal niet spotten met George Forrest

De persvrijheid en het recht op humor via karikatuur en satire worden volstrekt miskend door het vonnis van de Brusselse rechtbank over een karikatuur in MO*

Dirk Voorhoof vindt dat Brusselse rechtbank de essentie van een karikatuur miskent

@5 INFO Opinie:Dirk Voorhoof is hoogleraar mediarecht en auteursrecht aan de Universiteit Gent en de Universiteit van Kopenhagen

In een opmerkelijk vonnis van 25 april 2008 oordeelt de rechtbank van eerste aanleg van Brussel dat een karikatuur op de cover van het tijdschrift MO* niet door de beugel kan. De spotprent in kwestie toont George Forrest, een bekend en belangrijk industrieel actief in de mijnbouwsector in Congo. De karikatuur voert Forrest op in een outfit die doet denken aan ex-president Mobutu, met op de achtergrond een Congolese vlag. Dat is beledigend voor Forrest, vindt de rechtbank. Een vonnis dat wel heel weinig ruimte laat aan spotprenten en karikaturen.

MO* magazine publiceerde in maart 2006 een dossier over de Democratische Republiek Congo. Onder de titel 'Congo vergooit zijn kroonjuwelen' werd een verklaring gezocht waarom de winsten die worden gemaakt met de immense bodemrijkdommen de lokale bevolking nog altijd niet ten goede komen. In het dossier werd ook verwezen naar de impact van enkele grote contracten in de mijnbouwsector, en dus naar de rol van onder meer George Forrest, die in de mijnregio van Congo als industrieel bijzonder actief is. De cover van MO* bevatte een cartoon bedoeld als 'wervende verwijzing' naar en illustratie bij het dossier, met als vermelding op de cover 'George Forrest: Koper-Koning van Congo'. De karikatuur verwees duidelijk naar de voormalige president van Zaïre, Seso Seku Mobutu. Forrest eiste een forse schadevergoeding voor wat hij beschouwde als een "leugenachtig" artikel en de voor hem "kwetsende" cartoon op de cover. Forrest voerde aan dat de cartoon de indruk wilde wekken dat hij dezelfde misbruikpraktijken hanteert als de voormalige president.

De klacht tegen het artikel werd afgewezen omdat er journalistiek en juridisch niets aan te merken is op een kritisch artikel in een magazine dat inzoomt op politiek, mensenrechten, culturele diversiteit, internationale handel en ontwikkelingssamenwerking. De rechtbank meent inderdaad dat de journalist geen enkele fout heeft begaan en dat de journalist zich niet onzorgvuldig heeft gedragen. De rechtbank noemt het artikel kritisch, geëngageerd "doch evenwichtig", gesteund op "tal van bronnen, zowel van nationale als van internationale aard, zowel van openbare overheden als van ngo's". Het vonnis geeft nog mee dat Forrest, "als grote, Belgische industrieel die vaak in opspraak komt" dit soort artikels in gespecialiseerde media moet gedogen. Forrest moet dus met deze toepassing van de persvrijheid in België kunnen omgaan.

Maar de cover met de karikatuur van Forrest kan volgens de rechtbank niet door de beugel. Het feit dat Forrest een zeer invloedrijk persoon is in Congo, verantwoordt niet om de vergelijking met Mobutu te maken, aldus nog het vonnis. Het recht op humor moet begrensd worden, wanneer die humor enkel tot doel heeft een bepaald persoon, in dit geval een bekend en machtig industrieel, op een onaanvaardbare manier te kwetsen. De vergelijking met Mobutu "gaat te ver" en daarom is de spotprent "wel degelijk lasterlijk en beledigend ten overstaan van de heer Forrest". In plaats van de gevorderde 50.000 euro moet Forrest wel genoegen nemen met een schadevergoeding van 1 euro. Volgens de rechtbank heeft de misplaatste en beledigende cartoon op de cover van MO* enkel morele schade berokkend aan Forrest en ligt er geen bewijs voor van enige vorm van begrootbare schade, reden waarom de rechtbank volstaat met de veroordeling tot een "schadevergoeding van een symbolische euro". Maar MO* en de Wereldmediahuis worden dus wel veroordeeld.

Opmerkelijk is dat de rechtbank nauwelijks argumenteert of motiveert wat nu zo beledigend, lasterlijk of misplaatst is aan deze cartoon. Volledig naast de kwestie verwijst het vonnis overigens naar "het recht op privéleven of de bescherming van de persoonlijke levenssfeer" waarmee "humor, karikaturen en spotprenten" rekening moeten houden. Het vonnis verwaarloost wat nu eenmaal eigen is aan het genre van de karikatuur of de satire door middel van spotprenten.

En ook het feit dat de karikatuur een illustratie was bij een journalistiek interessante politiek-economische analyse van een aantal levensgrote problemen waarmee Congo al lange tijd worstelt, lijkt voor de rechtbank nauwelijks van tel. De persvrijheid en het recht op humor via karikatuur en satire worden met dit vonnis volstrekt miskend. De rechtspraak van het Europees Mensenrechtenhof heeft al meermaals duidelijk gemaakt dat voor dergelijke beperkingen of sancties geen plaats is in een democratische samenleving. Dat die Straatsburgse rechtspraak in verband met de expressievrijheid (art. 10 EVRM) nog niet volledig is doorgedrongen in Lubumbashi, waar Forrest woont, of op de Britse Maagdeneilanden, waar de Forrestgroep is gevestigd, mag niet verbazen. Dat de Brusselse rechters die Straatsburgse rechtspraak straal negeren, druist regelrecht in tegen de verdragsrechtelijke verplichtingen van België in toepassing van het Europees Mensenrechtenverdrag.

Vonnis en spotprent beschikbaar via www.mo.be en www.psw.ugent.be/dv.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234