Dinsdag 07/07/2020

'Men heeft Antonioni nooit goed begrepen'

'Er zijn zo veel dwaasheden over Antonioni verteld.' Dominique Païni, curator van de tentoonstelling Michelangelo Antonioni. Il maestro del cinema moderno, die vandaag de deuren opent in Bozar, draait zijn hand niet om voor een straffe uitspraak meer of minder.

De expo was donderdag jl. nog in volle opbouw, dus om ongestoord te kunnen praten, mochten we ons even discreet terugtrekken in het Koninklijk Salon van het Paleis voor Schone Kunsten. Ruimte, rust en zachte zetels. Toeval of niet, maar tijdens het gesprek zal curator Dominique Païni het regelmatig over België hebben. Om te slaan en te zalven.

Een uithaal naar het gebrek aan (institutionele) belangstelling vanuit België voor zijn grote overzichtstentoonstelling ABC - Art Belge Contemporain enkele jaren geleden in Lille/Tourcoing gaat gepaard met een laudatio, precies over de rijkdom van die hedendaagse Belgische kunst en cultuur. Een hoge en buitengewone creativiteit die volgens hem in Frankrijk zeer gewaardeerd wordt, maar ook daar gepaard gaat met onbegrip waarom sommigen dit fascinerende land absoluut in twee willen kappen.

Woorden van lof voor Bozar en de Cinematek, die samen dit unieke Antonioni-evenement organiseren, worden afgewisseld met scherpe kritiek op de afwachtende en dus te weinig anticiperende houding van culturele instellingen in het algemeen. Later zal hij ook nog poneren dat een tentoonstelling zoals die rond Antonioni in het Paleis voor Schone Kunsten, waar tegelijk een retrospectieve loopt van Giorgio Morandi en werk van Claudio Parmiggiani te zien is, eigenlijk door de koning zelf zou moeten geopend worden.

Als ik opmerk dat die momenteel misschien wel andere zaken aan zijn hoofd heeft, haalt hij de schouders op: "Ik heb ook veel problemen thuis."

Voor deze eerste grote tentoonstelling rond cinema in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel werd door de Franse filmhistoricus Dominique Païni, voormalig directeur van zowel de Cinémathèque française in Parijs als het Centre Pompidou en ook oprichter van de audiovisuele afdeling van het Louvre, voortgebouwd op zijn eerdere expo rond Michelangelo Antonioni (1912-2007) in zijn geboortestad Ferrara begin dit jaar.

Antonioni heeft indertijd zijn privéarchief aan Ferrara geschonken en daaruit kon dus uitgebreid geput worden voor beide tentoonstellingen. In Brussel gaat het om zo'n 220 persoonlijke documenten, zoals handgeschreven scenario's, foto's, affiches, briefwisseling (met cineasten zoals Luchino Visconti en Akira Kurosawa, met acteurs als Alain Delon en Marcello Mastroianni, met schrijvers als Roland Barthes, Italo Calvino en Julio Cortázar (van wie een kort verhaal mee de inspiratie leverde voor Blow-Up), voorwerpen (zoals zijn Oscar, Gouden Palm en Gouden Leeuwen) en ook veel schilderijen.

Jackson Pollock

Eerder had Nicola Mazzanti, conservator van de Cinematek, me reeds gewezen op het feit dat Bozar meer plaats kon bieden dan de ruimte die in Ferrara beschikbaar was (zodat er bijvoorbeeld veel meer schilderijen van Antonioni konden opgehangen worden) en dat er in de uitstalkasten meer Franstalige documenten konden getoond worden.

Op de vraag aan Dominique Païni wat de voornaamste verschillen tussen beide expo's zijn, volgt meteen een fors statement: "Die zijn zowel negatief als positief. Negatief is bijvoorbeeld dat de beslissing van Bozar om de tentoonstelling te hernemen laat is gekomen. Ik heb dergelijke ervaringen al eerder gehad met mijn tentoonstellingen rond Hitchcock en Cocteau.

"Musea of instellingen, die geen cinematheken zijn, begrijpen het principe zélf van een tentoonstelling rond een filmmaker niet goed. Ze zijn dus niet geneigd tot coproducties. Ze willen de expo eerst zien en dan pas uitnodigen. Maar dan is het vaak te laat, want bepaalde werken kunnen op dat moment niet meer gerecupereerd worden, zoals nu het geval is met schilderijen van Mark Rothko, Jackson Pollock of ook nog Italiaanse kunstenaars zoals Mario Schifano en Alberto Burri.

Amusant detail

"Net als Antonioni in Il deserto rosso was de schilder Burri heel erg begaan met de verwoesting van het Italiaanse landschap, met de ecologische destructie door de petrochemische industrie. En net als de hippies die de liefde bedrijven in de duinen van Zabriskie Point toont Schifano grote taferelen van collectief toerisme. De gelijkenissen waarmee ze een bepaalde zeitgeist uitdrukken, zijn soms zeer frappant. Bon, dat kunnen we hier in Brussel dus niet laten zien.

"Positief is dan weer dat de zalen hier exceptioneel zijn en dat ik van de mensen van Bozar, zoals Paul Dujardin en Sophie Lauwers, als scenograaf van de tentoonstelling de vrije hand heb gekregen. Ik hoop nu maar dat ze tevreden zullen zijn (lacht). In Ferrara was er minder plaats en dat resulteerde in een gevoelige, intimistische ontdekking van Antonioni. In Brussel kunnen we daarentegen meer aandacht besteden aan een essentieel aspect van zijn oeuvre, namelijk zijn organisatie van de ruimte en de leegte. Antonioni als architect van de metafysische ruimte, de ruimte van de ziel.

"Hier in Brussel heb ik ook de gelegenheid om de waarde van het archief nog meer te benadrukken, bijvoorbeeld via de Franstalige correspondentie. Dat kon niet in Ferrara, maar hier dus wel. Er is ook een zaal waar ik geprobeerd heb het archief te tonen als een soort duinlandschap, door in de uitstalkasten verschillende etages in te bouwen. Een archief in beweging als het ware. Net als een film.

"Sommige bezoekers zullen misschien zeggen dat ze bepaalde documenten niet goed kunnen lezen of zien, maar in een film gebeurt dat ook, met opnames die te snel gaan. Une alternance de vitesse et de lenteur. Een film heeft trouwens evenveel waarde voor wat hij toont als voor wat hij verbergt.

"Amusant detail, maar ik vind het toch belangrijk om het te vermelden: die uitstalkasten zijn hier eerder gebruikt voor de tentoonstelling van Jeff Wall, een kunstenaar die mij zelf nog verteld heeft hoezeer hij door Antonioni beïnvloed is. Via de schilderijen van Antonioni kunnen we hier ook beter de verwantschap tonen tussen zijn landschappen en de duinen van Zabriskie Point of de woestijnen van Professione: reporter. Zelf zou ik zijn bekende 'Le montagne incantate'-cyclus liever 'Les montagnes intérieures' of 'Les reliefs de l'âme' willen noemen, maar dat is persoonlijk.

"Volgens mij was schilderen voor Antonioni meer een mentale dan een plastische activiteit. Die zoektocht weerspiegelt zich ook in zijn films. Of omgekeerd. Het is de vraag van de kip of het ei."

Toch heeft Michelangelo Antonioni niet alleen maar landschappen geschilderd. "Neen, we tonen ook zeer mooie, bijna naïeve tekeningen die hij gemaakt heeft van acteurs en actrices. Hij hield enorm van acteurs en actrices, vooral die van Hollywood. We laten onder andere een portret zien van Ramon Novarro en van Louise Brooks, een actrice die hem zijn hele leven betoverd heeft. In Cronaca di un amore heeft hij de Italiaanse actrice Lucia Bosé helemaal naar haar gemodelleerd. In die film zit een scène die rechtstreeks verwijst naar Louise Brooks als Lulu in Die Büchse der Pandora van Pabst. En veel later, in Identificazione di una donna, zien we op een bepaald moment opnieuw een foto van Brooks aan de muur hangen."

Op naar China

De tentoonstelling begint met wat Dominique Païni de 'trilogie moderniste' van Antonioni noemt, namelijk L'avventura, La notte en L'eclisse. Nadien volgt Il deserto rosso en komen de films uit zijn zogenaamde ballingschap aan bod, namelijk Blow-Up (gedraaid in Engeland), Zabriskie Point (gedraaid in de States) en Professione: reporter (gedraaid in onder meer Spanje en Algerije).

Volgens de curator is dit trouwens het echte einde van het oeuvre van Antonioni. "Het onderwerp van die film is iets dat zijn persoonlijkheid heel diep raakt, namelijk het verlangen om te verdwijnen. Toen hij wegging uit Italië, was er ook al dat verlangen. De wereld evolueerde op een manier die hem niet beviel. In eerste instantie concentreert hij zich dan op de jeugd en reist hij naar die plaatsen in de wereld waar er iets gaande is. Hij doet dat met Blow-Up in het Londen van de swinging sixties en met Zabriskie Point in Californië.

"In het begin van de jaren 70 gaat hij ook naar China, voor zijn lange, kritische documentaire Chung Kuo - China. Hij was ook al kritisch geweest voor Italië in Il deserto rosso en bij wijze van woordspeling kon men China toen ook 'De rode woestijn' noemen (lacht).

"In 1975 draait hij dan Professione: reporter, waarin hij als het ware ook al de Afrikaanse rampspoed, de politieke catastrofe en het terrorisme voorspelt. Antonioni heeft geconstateerd dat het grote humanisme, erfenis van de Italiaanse renaissance, afgedaan heeft in de moderne, industriële wereld en dus wil hij ook verdwijnen."

Op dat moment, aldus Païni, zal de bezoeker zich de vraag stellen wie Antonioni nu eigenlijk was. En daarom eindigt hij de tentoonstelling met een terugkeer naar het begin, naar zijn roots: zijn geboortestad Ferrara en zijn eerste kortfilms. En dan volgt ook nog de terugkeer naar Italië met Identificazione di una donna en Al di là delle nuvole (die hij samen met Wim Wenders gedraaid heeft).

De cirkel is rond. "Antonioni was niet alleen een modern cineast", besluit Païni. "Hij was vooral een hedendaags cineast. Toen én nu. Maar men heeft hem eigenlijk nooit goed begrepen. Eigenlijk werd hij nog het best begrepen door schrijvers en artiesten, niet door de mensen van de cinema."

De expo in Bozar gaat gedurende de maanden juli en augustus gepaard met een volledige Antonioni-retrospectieve in de Cinematek. www.bozar.be en www.cinematek.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234