Zondag 13/10/2019

Voetbal

Mehdi Bayat, chef de mission van de Rode Duivels: “Martínez is als een gezond virus”

Mehdi Bayat. Beeld BELGA

In een niet eens zo ver verleden konden de Rode Duivels niet buitenkomen met hun bazen. Maar voor Bart Verhaeghe en Mehdi Bayat hoeven Hazard en co. zich niet te schamen. Met Mehdi kunnen ze praten – hij wordt beschouwd als een van hen. Of hoe un beau mec uit Saint-Tropez zijn weg vond in ons voetbal.

Je hebt plaatsen in de wereld waar niet eens de zon aankan. Mambourg, bijvoorbeeld.

Mehdi Bayat woonde, leefde, en groeide op in Cannes, als zoon van Iraanse ouders die in 1979 naar Frankrijk vluchtten voor de Iraanse Revolutie – baby Mehdi was zes maanden oud. Van de Côte d’Azur naar Charleroi lijkt ons een grote stap voor de mensheid, laat staan voor een mens.

Hij grinnikt, op weg naar het gastronomische restaurant schuin tegenover het Stade du Pays. Sneakers, een stijlvolle broek, en jeansvestje op een hemd en das.

“Ik kom elke dag naar mijn bureau naast het stadion. 's Morgens om kwart voor negen zet ik mijn twee dochtertjes af aan school, en daarna rijd ik door. Niets of niemand kan dat moment met mijn dochters afnemen. We zetten de autoradio keihard en doen onnozel. Als mijn vrouw hen ’s middags gaat ophalen, hebben ze liever papa.”

Het gaat beter nu met Mogi, vertelt hij met onwrikbare liefde voor zijn broer. Maar de littekens snijden diep.

Le foot...”, glimlacht Mehdi Bayat, en hij kijkt recht de zon in.

Wel, wat heeft ‘un enfant de Cannes’ op een dag in Charleroi willen vinden?

Mehdi Bayat: “Ik heb Cannes verlaten toen ik 20 was. Ik had alle feestjes in Saint-Tropez gedaan, maar ik gebruikte mijn verstand. ‘Ik moet hier weg of dit leven loopt slecht af...’ Ik ben een jaar bij mijn ouders gaan wonen in Teheran – zij waren enkele jaren voordien teruggekeerd. Ik voerde cosmeticaproducten in, maar het regime in Iran had overal zijn tentakels en ik besefte al snel mijn gebrek aan onafhankelijkheid. In Parijs heb ik een tijdje gewerkt voor een bedrijf dat Amerikaanse zangers naar Frankrijk wilde halen en daarvoor een beroep deed op mijn contacten uit het nachtleven aan de Côte d’Azur. Tot op een dag Mogi belde en zei: ‘Kom naar Charleroi, nonkel (Abbas Bayat, SK) heeft een voetbalclub gekocht.’ Ik kende Charleroi niet, wist niet dat het op de wereldkaart stond. Met een paar valiezen in mijn hand ben ik hier in 2003 aangekomen.”

Met de haren tot op uw rug, zag ik op een oude foto.

(knikt) “We zijn onlangs met het personeel naar nieuwe bureaus verhuisd, en tijdens het opruimen heb ik foto’s en souvenirs gevonden van mijn eerste maanden in België – buitengewoon, wat ik heb meegemaakt. Ik ben door mijn oom aangesteld als commercieel verantwoordelijke. Ik nam mijn auto en reed door de straten van Charleroi om te stoppen bij elk commercieel centrum of warenhuis. Ik zag er veel raar opkijken bij die vreemdeling met zijn lang haar... (glimlacht). Ik verkocht pakketten van 3.000 euro voor een reclamebord langs het veld en twee vipkaarten. 

“Mijn eerste contract heb ik afgesloten met de eigenaar van een meubelzaak drie minuten van het stadion. Maar gps bestond nog niet. Ik had kopieën genomen van ‘mappy’, en was zo op zoek gegaan naar die meubelzaak – na driekwartier had ik de winkel gevonden. Die mensen zijn nog altijd sponsor, nog altijd met een klein paneel en twee vipkaarten, en in die vijftien jaar heb ik de prijs nooit verhoogd. Bij elke contractverlenging rijd ik zelf naar ginder om mijn handtekening te zetten. Uit dankbaarheid.”

Toen u in 2012 de club overnam van uw oom, hebt u dan nooit getwijfeld: ‘Kán ik dit wel, een voetbalorganisatie leiden?’

“Het eerste wat ik heb moeten doen, was mijn relatie met de spelers herzien (lacht). Onder het beleid van mijn oom was ik de beste vriend van de spelers – ik deed met hen ‘de muur’. Als ze op afzondering waren, parkeerde ik mijn wagen aan de overkant van de straat, en ik wachtte op de jongens die uit het raam van het hotel kropen. 

“Maar om op jouw vraag te antwoorden – ik had tien jaar mijn ogen opengedaan en geluisterd. Zeker duizend keer heb ik mezelf de vraag gesteld: ‘Hoe zou ík dit gedaan hebben?’ Nu nog – ik bestuur heel erg vooruitziend. In voetbal kan de stabiliteit je zo ontglippen. In januari, toen het even leek dat we op weg waren om toch nog play-off 1 te halen, ben ik gaan denken aan play-off 2. Een voetbalbestuurder die zeker is van zichzelf rijdt de afgrond in.”

Eeuwige twijfel?

(knikt) “Er moet altijd een stukje angst bestaan dat je de foute beslissing hebt genomen. Want het voetbal heeft geen waarheid. Vorig seizoen is Charleroi de competitie gestart met 15 op 15. Dodi Lukebakio speelde alles kapot. In augustus krijg ik een bod van Lille voor Lukebakio van 8 miljoen. En Herman (Van Holsbeeck, SK) zegt mij: ‘8 miljoen? Verkópen!’ Ik heb het niet gedaan – ik had het geld niet nodig, en ik speculeerde dat de waarde van Dodi nog kon oplopen, want je wist nooit waar we zouden eindigen op het einde van het seizoen. In december kwam Felice (Mazzu, SK) ineens naar mij: ‘Monsieur Bayat, ça ne va plus avec Lukebakio. Hij luistert niet, hij snapt het niet.’”

Even tussendoor: spreekt Mazzu u aan met ‘Monsieur’? Leko zegt gewoon ‘Vincent’ tegen Mannaert, Thorup zegt ‘Michel’ tegen Louwagie, en Bölöni zegt gewoon ‘Luciano’, hoor.

“Ik vind dat er een afstand moeten blijven met mijn trainer. Op een natuurlijke wijze maak ik dat we elkaar niet tutoyeren. Felice is mijn vriend niet, hij is de baas van mijn kleedkamer.

“Maar om voort te vertellen, Lukebakio vliegt naar de bank, in de tribune, zijn makelaar Didier Frenay begint te zagen – nanani nanana –, en ik word bang. Ik zie die 8 miljoen in gevaar komen. Om maar aan te geven: ik denk dat een goede bestuurder voortdurend twijfelt. En vooral, hij mag geen ego hebben.”

Iedereen in het voetbal heeft een ego. U toch ook?

“Ja, maar ik heb geleerd om het weg te stoppen in een schuif. Als ik het nodig heb, haal ik het eruit (lacht), om het daarna meteen terug te steken. Om een voetbalorganisatie te leiden, is veel psychologie nodig.”

Veel psychologie, zegt u, maar je moet ook voetbal kennen, je moet een boekhouding kunnen lezen.

“Ik zeg altijd: ‘Wie het maakt als CEO van een club of van de federatie, zal het overal maken.’ Je doet als het ware aan marketing, peoplemanagement én politiek tegelijk – je leidt een regering.”

Mag een trainer een ego hebben?

“Ik zal antwoorden met te schetsen hoe mijn relatie is met Mazzu. In die bijna zes jaar dat Felice trainer is van Charleroi heb ik zeker veertig keer de spelers toegesproken omdat Felice mij belde en zei: ‘Monsieur Bayat, ik heb het gevoel dat het nodig is dat u even in de kleedkamer komt.’ Hoeveel trainers zetten op die manier hun ego opzij en durven toe te geven dat een ander misschien beter de groep op scherp kan zetten?”

Na het EK in Frankrijk maakte u ineens deel uit van het selecte gezelschap dat de nieuwe bondscoach aanstelde. Vanwaar plots dat bijberoep?

“Bart (Verhaeghe, SK) vroeg mij of ik wou aansluiten. Ik heb Bart leren kennen in de Pro League. We zijn twee persoonlijkheden die elkaar zeer goed aanvullen – hij is iets explosiever, ik sta in bondskringen bekend als een vredestichter (lacht). Telkens als twee of meer collega’s over de grond rollen, word ik gevraagd om te bemiddelen – met psychologie en zonder ego kom je een heel eind (brede lach). Bart zocht jonge bestuurders die de brug konden maken tussen deze generatie Rode Duivels en de bondsinstanties.”

Vergeeft u mijn vraag, maar ként u voetbal? Ik bedoel: het is geen toeval dat in Brugge relatief weinig transfers mislukken. Mannaert heeft op eersteklasseniveau gespeeld en kent voetbal. De Condé zal er ook zelden naast slaan.

“Hey, ik heb tot mijn 13de gevoetbald bij Cannes en ik kreeg zelfs een uitnodiging om naar hun Centre de Formation te komen. Ik was een aardige rechtsbuiten; snel, beweeglijk en met een goede voorzet. Ik ken voetbal. Of was de keuze die Bart, Chris (Van Puyvelde, SK) en ik maakten voor Roberto Martínez niet de goede?”

Absoluut. Ik hoor dat u zijn grootste pleitbezorger bent.

“Roberto heeft alle kenmerken van een moderne trainer voor een federatie als de Belgische. Hij is ‘puur’ – Roberto staat boven elke communautaire twist –, hij kent de Premier League, waar 70 procent van onze internationals spelen, hij kan meepraten over de leefwereld van de jongens, hij vindt de juiste mensen om een staf samen te stellen, hij is tactisch uitstekend, en vooral, Roberto is hier niet op vakantie. Martínez is meer dan een trainer van de Rode Duivels. Hij tekent een structuur uit waarvan elke bondscoach in de toekomst zal kunnen profiteren. 

“Ik vind Roberto een van de beste trainers ter wereld. Marc Wilmots creëerde une bulle fermée en baseerde zijn aanpak van de groep op ‘wij tegen de rest’. Martínez doet net het tegenovergestelde. Hij vormde een groep mét de rest – federatie, media, fans, partners. Het is niet meer van: ‘Tous ces méchants sont contre nous’. Roberto is als een gezond virus. Hij heeft de nationale ploeg opnieuw uitgevonden. Ik benijd zijn opvolger.”

Moet de opvolger van Martínez opnieuw een Belg zijn?

“Ik vind de figuur van Roberto Martínez un bon profil. En zeg mij eens, zoveel Belgische trainers zijn er niet, hé, die bondscoach kunnen worden, behalve Michel (Preud’homme, SK) en Hein (Vanhaezebrouck, SK). Ik zal eerlijk zijn – Hein is voor mij de bijbel in België. Tactisch en inzake mise en place is hij de beste, met afstand. Hij is gepassioneerd en zijn stijl van voetballen past bij deze generatie voetballers.”

U bent op elke buitenlandse verplaatsing zo’n beetje het sportieve uithangbord van de voetbalbond (Verhaeghe is er niet altijd bij). Doet u dat graag?

“Het is mijn bedoeling om stilaan wat meer afstand te nemen...”

U ook al? Bart Verhaeghe heeft hetzelfde plan. Met het grootste respect, maar na het vertrek van Van Puyvelde kan de nationale ploeg toch niet toevertrouwd worden aan voorzitter Linard en CEO Peter Bossaert?

“Ik bedoel dat Bart en ik veel minder nodig zijn, nu. Ik herinner mij avonden in Tubize waar ik soms tot middernacht alleen in een zaaltje stond tegenover 25 internationals die niet begrepen waarom wij eerdere afspraken omtrent premies en portretrecht wilden hernegociëren, zozeer zelfs dat ze dreigden om een fotoshoot ‘s anderendaags voor vier van onze grootste sponsors te boycotten. Die miserie is voorbij.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234