Zondag 21/04/2019

Landbouw

Megastal in opmars: vlees en zuivel komen steeds meer uit industriële productie

Kippenkwekerij in Wortel. Bij pluimvee ging de stijging van het aandeel uit industriële productie van 27 naar 72 procent in 12 jaar. Beeld REUTERS

Bijna driekwart van het varkensvlees en pluimvee in ons land is afkomstig van grote industriële spelers, blijkt uit een studie van milieuorganisatie Greenpeace. Die intensieve landbouw in megastallen heeft nefaste gevolgen voor dier en mens. Ze staat bovendien op gespannen voet met de maatschappelijke vraag naar een meer ecologische landbouwsector.

De kleine boer wordt uit de Belgische markt gedrukt. Dat concludeert Greenpeace uit een Europese studie die de organisatie liet uitvoeren aan de Université catholique de Louvain. Zowel voor varkensvlees, pluimvee als voor zuivel tekent zich een duidelijke tendens af: megastallen nemen een steeds groter deel van de vleesproductie voor hun rekening.

In 2016 was 70 procent van het varkensvlees afkomstig uit de grootste boerderijen, terwijl dat in 2004 nog 29 procent bedroeg. Bij pluimvee tekent zich een vergelijkbare stijging af: van 27 naar 72 procent. Voor melkproducten ging het van 3 naar 25 procent in dezelfde periode. Het relatief beperkte aandeel van megastallen heeft in dit geval te maken met de melkquota die tot 2015 van kracht waren.

Bovendien wordt die evolutie in de hand gewerkt door de Europese landbouwsubsidies, die volgens Greenpeace voor het merendeel naar de grote landbouwbedrijven gaan. De gevolgen voor onze leefomgeving zijn nochtans niet te overzien, zegt Sebastien Snoeck, expert in duurzame landbouw bij Greenpeace. Dat veeteelt verantwoordelijk is voor een aanzienlijk deel van de uitstoot van broeikasgassen, is bekend. Maar intensieve veehouderij zorgt ook voor grote hoeveelheden afvalstoffen in ons grondwater, waardoor de waterkwaliteit al enkele jaren stagneert.

Ook voor de dieren zelf is de schaalvergroting geen verbetering. Vorige maand nog verspreidde dierenrechtenorganisatie Animal Rights beelden van de zowat 290.000 legkippen bij Lokip in Merksplas. Dierenwelzijn leek er een rekbaar begrip. “Het intensieve-landbouwmodel werkt niet”, concludeert Snoeck. Hij pleit ervoor de Europese subsidies aan te wenden voor kleine, ecologische landbouw. Daarnaast moet tegen 2050 de Belgische vleesconsumptie gehalveerd worden als we de uitstootdoelstellingen van Parijs willen halen.

Niet haalbaar

“In theorie klinkt dat natuurlijk goed”, reageert Boerenbond-woordvoerster Vanessa Saenen. “Is het ook haalbaar en realistisch? Neen.” De Boerenbond wijst erop dat een duurzame omslag van de sector vooral veel investeringen vraagt, die juist voor kleine boeren meestal niet haalbaar zijn. “Je kan geen ecologische utopie creëren als het economisch niet leefbaar is.” Saenen betwist daarom dat groener per definitie kleinschaliger betekent: het zijn net de grotere bedrijven die de financiële draagkracht hebben om hun stallen met moderne technologie uit te rusten.

Dezelfde bemerking maakt Guido Van Huylenbroeck, landbouwingenieur aan de UGent. “De milieu-impact per ton geproduceerd vlees is kleiner bij grote bedrijven. Dat is een economische wetmatigheid.” Ook als we met zijn allen minder vlees gaan eten, zal het nog steeds milieuvriendelijker zijn om die in grotere bedrijven te produceren, klinkt het. Hij erkent wel dat de schadelijke gevolgen van de industrie verder en sneller omlaag moeten. “De landbouwsector zorgt nu nog voor een te groot mestoverschot. Op dat vlak heeft Greenpeace zeker een punt.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.