Donderdag 02/12/2021

Meester Vanmechelen heeft een zware rechtse

'Sommige confraters vinden dat ik de waardigheid van het beroep in gedrang breng. Ik zie niet goed hoe.' Strafpleiter en profbokser Bert Vanmechelen (35) bokste vorige zaterdag zijn allereerste kamp. Ze duurde vijf seconden. 'Mijn zoon van vijf is slimmer. Hij voetbalt.'

Hij had er een jaar naartoe zitten trainen, die eerste kamp in zijn thuisstad Sint-Truiden. Hij runt met associé Ben Stalmans een advocatenkantoor dat twaalf mensen tewerkstelt. Blessures hadden Bert Vanmechelen bij een vorige gelegenheid weggehouden uit de ring, onlangs sukkelde hij nog met een sleutelbeenblessure. Nu was het menens. Tegen een Hongaar genaamd Norbert Csaszar.

"Ik kan daar niet van wakker liggen, dat ze hem naar het ziekenhuis hebben moeten afvoeren. Ik heb zijn kin geraakt, en goed. Ik kan nu natuurlijk wel zeggen dat ik hoop dat het goed met hem gaat, en dat doe ik ook, maar ik besef dat het ook ik had kunnen zijn die daar lag."

Profbokser worden was een droom, al twintig jaar. Zijn studie en zijn drukke agenda bleven die altijd in de weg staan. Boksen doet de strafpleiter al sinds z'n vijftiende. Een echte kamp, tegen een prof, was het hoogst haalbare.

"Het is anders", zegt hij. "De rondes duren langer, je draagt geen beschermend masker. Het is een andere manier van boksen, zeker bij de zwaargewichten. Het gaat er veel minder om punten te scoren, je zoekt die ene beslissende slag, de ouderwetse knock-out."

Vijf tellen was natuurlijk wel snel. Hij grijnst. "De ene scheidsrechter telt al eens wat trager dan de andere."

Hij tracht, zoals zovelen voor hem, het onuitlegbare uit te leggen.

"In mijn job is het altijd zoeken naar interpretaties die je kunt geven aan wetteksten. Een steekspel met woorden. Rechtspraak is de moderne arena, het gevecht zonder fysiek contact.

"Het mooie, het pure en ook het rauwe van boksen is dat het één tegen één is. Wie het best voorbereid is, wint. De zwakke kan zegevieren over de theoretisch sterkere. Je kunt een clash krijgen tussen techniek en kracht en dan kan het net zo goed de technische bokser zijn die wint."

Autistisch trekje

Vanmechelens kantoor pakt alle mogelijke zaken aan, maar zelf doet hij enkel strafrecht.

"Strafrecht gaat net als boksen gepaard met hevige emoties. Met het scherpere kantje van de maatschappij. Het heeft me vanaf de eerste dag aan de balie aangetrokken. Heel vaak gaat men in strafzaken een momentopname uit een mensenleven beoordelen. Het is moeilijk een correct beeld te krijgen van wat er is gebeurd als je niet eerst gaat kijken wat er vóór dat moment is gebeurd.

"Ik word aangetrokken tot zaken waar ik onrecht voel. Wat ik niet doe, is mensen verdedigen die kinderen of dieren iets hebben aangedaan. Die mensen hebben evengoed recht op een verdediging, maar ik voel me er niet goed bij en dus kan ik het niet goed doen. Er staan trouwens altijd wel andere advocaten voor te springen."

Zijn stem slaat over. Hij is zichtbaar moe. "Ik train vijf tot zes dagen per week. Dat is niet altijd evident. Je hoort mensen wel eens zeggen dat ze nergens nog tijd voor hebben. Ik vind: als je iets echt wilt, dan vínd je tijd. Het is jouw vrije keuze om 's middags twee uur lunchpauze te nemen of te gaan sporten en je boterhammetjes achter je computer op te eten. Ik kan

's avonds ook andere dingen doen, maar ga liever een uur trainen in Luik. Ik heb dat nodig, dat is het autistische trekje in me: behoefte aan een bepaalde structuur."

Trainen doet hij in een groezelige club aan de oever van de Maas in Le Droixhe, een van de meest te mijden wijken van Luik. Grauwe woontorens, jongens die met z'n vieren een kamertje betrekken van vier bij vier meter. Hij voelt zich daar goed, zegt hij.

Sportieve eer

"Ik ben zwaargewicht, ik moet wel trainen met zwaargewichten en die vind ik daar. De jongens daar boksen op een hoger niveau dan ik. Die gasten gaan elke dag voor het werk nog wat trainen, en 's avonds opnieuw. Sport is daar ontvoogding, een omarmen van normen en waarden. Stel, mijn band staat plat: bel ik een van die gasten, dan staat die hier in een halfuur.

"Ik heb een hekel aan die polarisering tussen Vlaanderen en Wallonië. We kunnen eigenlijk veel van elkaar leren. Zij hebben een mediterraner ingesteldheid die wij te makkelijk verwarren met luiheid. In mijn club in Le Droixhe zijn er veel jongens van twaalf, dertien jaar die 's zomers komen trainen in hun winterkleren. Omdat ze niks anders hebben. Ik vind dat bewonderenswaardig, hoe die gasten dan toch altijd daar zijn, drie keer per week.

"Je ziet mooie dingen: jongens die erg introvert zijn en gepest worden, en via het boksen een vorm van gezond zelfvertrouwen weten te ontwikkelen. Je ziet zo iemand dan week na week groeien. Ik vind het zo spijtig, hoe vaak die foute opvattingen over boksen blijven terugkomen.

"Als je iets wilt betekenen in het boksen, dan begint alles met discipline. Discipline en doorzettingsvermogen. Ik heb een paar vrienden die voetballen in provinciale reeksen. Die hebben één of twee keer per week training, maar houden daar al snel duizend euro per maand aan over. Bij boksen hou je niet eens genoeg over om je kinesist te betalen. Je verdient er niks mee, dus moet je dubbel zo gedreven zijn. Het gaat uitsluitend om de sportieve eer. Meer is er niet te halen, en dat is juist wat mij er in aantrekt."

Niet bleiten, pleiten

Arthur werd zaterdag aan het eind van de korte kamp omhoog gehesen in de ring. Het was zijn moment. De kamp zelf, hem ook nog winnen, de grote ogen van zijn vijfjarige zoon.

"Arthur voetbalt. Hij is slimmer dan ik, want hij zal er meer mee kunnen verdienen. Maar als ik op zaterdag aan de rand van het veld ga staan en luister naar wat ouders en grootouders daar allemaal naar die kinderen staan te roepen, weet ik het even niet.

"Ik ben al op heel veel plekken in Brussel gaan trainen toen ik studeerde aan de VUB. In die club was ik de enige blanke. Nooit heb ik iemand iets denigrerends horen zeggen. Racisme is in die wereld volstrekt afwezig. You give respect, you get respect. Dat is de filosofie in de meeste vechtsporten. Het is - laten we zeggen - een beetje anders dan in het voetbal."

Hij verscheen al een paar keer met een gehavend gelaat in de rechtszaal. Dat hoort er nu eenmaal bij, vindt hij.

"Ze zijn dat gewoon, in Tongeren en Hasselt, waar ik het vaakst moet zijn. Een blauw oog. Eén keer moest ik pleiten met twee halfdichte ogen. Ik kan mij voorstellen dat ik er dan niet uitzie. Zelf heb ik daar geen moeite mee. Ik hoop ergens wel dat het de inhoud van het pleidooi is die mag blijven hangen. Er zijn confraters die vinden dat ik de waardigheid van het beroep in het gedrang breng. Ik zie echt niet goed hoe. Ik denk dan: ieder zijn mening."

Hij kreeg deze week al vier aanbiedingen voor nieuwe kampen. Het risico op een status van curiosum op provinciale boksgala's wordt reëel: dames en heren, hier links van mij, de boksende advocaat.

"Het is mogelijk dat ze me kampen aanbieden omdat ik advocaat ben. De beweegredenen van die mensen interesseert me niet. Ik wil boksen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234