Dinsdag 22/10/2019

Meester van vaderlands expressionisme

oen ik vanmorgen opstond vroeg ik aan mezelf, vooral omdat er niemand anders beschikbaar was : "Wat gaat Marc doen vandaag ?" Al vrij snel kwam het antwoord uit de printer in mijn kop gerold: "Marc gaat vandaag eens een tentoonstelling bezoeken".

Dat was de opdracht die ik mezelf gaf en omdat je op dat vlak in een stad zoals deze waar ik mij op dit moment bevind niet écht l'embarras du choix hebt, stond ik algauw voor de deur van de reizende expo die met grootse museale middelen leven en werk van de nu helaas van ons heengegane tv-serie F.C. De Kampioenen oproept.

Ik was wat te vroeg en de deuren van de tentoonstelling waren nog gesloten toen ik eraan kwam, wat een bordkartonnen Marijn De Valck er niet van kon weerhouden mij te begroeten met de populaire oerkreet: "Mijn gedacht!"

Ik draaide mij dan maar om en liep richting de Romestraat waar het mij iets te woordspelerig benaamde MuZee huist. Ik ben er vroeger al een paar keer geweest in dat eigenlijk wel mooie museum, waar directeur-conservator Phillip Van den Bossche al jaren merkwaardig werk verricht. Maar deze keer was ik er bijna prompt voorbijgelopen. Dat kwam omdat er langs de straatkant niet één herkenbaar teken was dat mij vertelde dat ik mij voor een belangrijk kunsthuis bevond.

Geen vlag of wimpel, geen bord of aanplakbiljet verwees naar de uitmuntende retrospectieve van de nog steeds miskende Brabantse fauvist Jean Brusselmans die er op dit ogenblik en nog tot 4 september plaatsvindt.

Misschien is dat een ode aan het minimalisme, misschien is dat een vorm van protest tegen het falende kunstenbeleid, misschien hebben ze bij het MuZee niet graag dat er veel volk over de vloer komt...

Ten slotte las ik deze week nog in De Morgen dat de man die door velen beschouwd wordt als de beste kok ter wereld nu eindelijk zijn ultieme droom heeft bereikt: een restaurant openen waar geen klanten meer mogen komen.

Mij kan het geen halve zak schelen, zelfs niet als die Ferràn Adria heet, want ik ga toch niet graag op restaurant. En nu ik toch aan het liegen ben : ik ben ook niet geïnteresseerd in seks. Maar van Brusselmans hou ik wel en dus had ik deze toch wel gigantisch onderschatte meester van het vaderlandse expressionisme wat meer pump & circonstance toegewenst, daar in de Romestraat.

Ik ken Brusselmans eigenlijk nog niet zo heel lang en dan nog via de Nederlandse theatermaker en filmregisseur Alex Van Warmerdam die mij in de vroege jaren 90 eens een vriendendienst bewees en die, toen ik vroeg hoe ik hem daarvoor moest belonen, helemaal terecht zei : "Vriendendiensten moet je niet belonen, maar als je dan toch aandringt wil ik wel graag een mooi boek over Jean Brusselmans." En zo geschiedde.

Eer ik het boek aan Alex overhandigde heb ik er zelf wel eens in gepiept en ik was nog niet half doorgeraakt of ik was al een fan voor het leven.

Je zou Brusselmans met wat gemakzucht de Picasso van Dilbeek kunnen noemen maar daar doe je deze grote kunstenaars toch eigenlijk tekort mee.

Brusselmans was helemaal his own man en een wandeling door MuZee maakt meteen drie dingen duidelijk: hier hangt alleen maar kwaliteit.

Net als zijn vriend Rik Wouters schildert Brusselmans vooral zijn eigen vrouw en wanneer die even naar het toilet was gewoon datgene wat hij dan door zijn raam zag. Huizen en velden waren dat dus. Bij de eerste die van Bosvoorde, bij de tweede die van Dilbeek.

Brusselmans wist van zichzelf wel dat hij goed was. En mee kon met de besten. Omdat hij nooit enige vorm van succes heeft gekend tijdens zijn leven had hij alles wat nodig was om integer te zijn en ook veel tijd om na te denken.

Dan bedacht hij dingen als: "Ik weet nooit op voorhand hoe ik een schilderij moet beginnen en ik slaag er nooit in het te beëindigen: hierin gelijk ik op Titiaan." Of: "De schilder moet de natuur op een nieuwe manier zien. Hij moet dus de techniek zoeken die deze manier van zien uitdrukt en dus anders zijn dan de voorgaande... Wat de schilder als een duidelijke uitdrukking beschouwt zal voor de meerderheid een raadsel blijven."

Als u ze wat hoogdravend vindt, bedenk dat deze wijsheden tot stand kwamen op basis van een lege maag. Want Brusselmans is zijn hele leven lang straatarm geweest en in de hongerwinter van 1943 is zijn vrouw Marie zelfs overleden aan de gevolgen van ontbering en kou.

Tijdens zijn leven had Brusselmans ook last van de eeuwige vergelijkingen die tussen zijn werk en dat van van de meester van Jabbeke gemaakt werden en van de vervelende verhalen over de vermeende concurrentie die tussen beide grote schilders zou heersen.

Die 'vete' was zelfs tot in diep in de Parijse kunstkringen doorgedrongen.

In een vensterkast op de eerste verdieping van MuZee las ik daar nog een mooi krantenverhaal over dat van de hand bleek van mijn oude kunstleraar K.N. Elno en dat ik u nu speciaal voor u uit hoofd citeer.

Het gaat om de transcriptie van een zeldzaam interview dat Brusselmans naar aanleiding van een salon toestond aan een Franse journalist. Die vroeg hoe het nu eigenlijk zat tussen hem en Permeke.

Brusselmans: "Wat bedoelt u?"

Journalist : "Ik wil eigenlijk alleen weten wat er van aan is van die concurrentiestrijd tussen u en de grote expressionist uit Sint-Martens Latem."

Brusselmans: "Excuseer, wilt u de naam eens spellen van die schilder waar u het over heeft?"

Journalist: "Maar enfin! Permeke! Ik heb het over de grote schilder Permeke!"

Brusselmans: "Permeke, zegt u? Het spijt mij, maar die naam is mij onbekend."

Hombres complicados, die twee, als u het mij vraagt. En mannen naar mijn hart, natuurlijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234