Maandag 25/05/2020

Meester van de mijmering

In zijn nieuwe bundel columns doet Remco Campert waar hij zo goed in is: mijmeringen en herinneringen optillen tot fijnzinnige literatuur.

Weemoedige lichtvoetigheid verpakt in een bedrieglijk makkelijke parlandotoon, het is al zo lang het keurmerk van Remco Campert (°1929). In zijn gedichten of verhalen tref je zelfs met het vergrootglas geen hooggestemde emoties aan. Ironie en zelfrelativering behoren tot zijn vaste arsenaal. Maar onder dat montere schutlaagje sluipt steeds die milde melancholie binnen en de laatste jaren ook dat verweer tegen de nakende dood.

Campert, binnenkort ten paleize gelauwerd met de Prijs der Nederlandse Letteren, valt op zijn 85ste niet weg te denken uit het literaire leven. Elke week opnieuw is hij van de partij met een fragiele column in de Volkskrant. Ook zonder inspiratie meandert hij met zwier zijn plek in de krant vol, puttend uit herinneringen, droomflarden of rondspokende mijmeringen.

Veel van de columns in Vandaag ben ik een lege doos gaan over dat rondtasten naar die eerste zin ('de zin die alles in beweging moet zetten'). Die valt steeds moeizamer aan de typemachine te ontlokken, daar doet Campert niet flauw over. En dan moet er geijsbeerd worden. Soms ook is hij 'boekenmoe', 'een slepende kwaal'.

In zijn nieuwe bundel grijpt hij steeds vaker terug naar het verleden. Niet onlogisch, als heden én toekomst steeds verder afkalven. 'Was er maar een hogere instantie die ieders herinneringen bewaart en die ik op kon bellen.'

Zijn geliefde Parijs duikt er veelvuldig in op. 'De stad is in mij aanwezig, ik hoef er niet meer naar terug. Iedereen die ik er kende, is dood. Ik onthoud de stad zoals ik hem gekend heb, toen de vrienden nog springlevend waren, we de zolderkamers bewoonden, over de boulevards zwierven, verliefd door de parken liepen, Jardin du Luxembourg, Jardin des Tuileries. Het was altijd april in Parijs.'

Opvallend is ook hoe gretig hij poëzie citeert, soms een halve column lang. Als het schrijven niet lukt, zoekt hij soelaas bij zijn collega's. Wislawa Szymborska, Les Murray, Joseph Brodsky, Vladimir Majakovski: Campert zou een uitstekende bloemlezer zijn.

Ook het gewone geeft Campert houvast, zoals het klokvaste cinemabezoek en het dagelijkse spelletje Scrabble met zijn echtgenote. Met de hamvraag: zal het woord 'huppelkut' hem veel punten opleveren?

Fraai om te zien is hoe Campert steeds opnieuw vriendschap een aanzienlijke plek geeft. Treurnis over wie door de dood wordt ingehaald, is manifest aanwezig. Hoogtepunt van deze bundel vormen Camperts herinneringen aan zijn woonhuizen, zoals zijn verblijf in Parijs aan de Place de la Contrescarpe, met Rudy Kousbroek. Of in huize Jagtlust met Fritzi Harmsen van der Beek: 'Met het huis vervuilde ook onze relatie.'

Seismograaf

Ook Antwerpen komt aan bod, de Gounodstraat, waar zijn werkkamer 'een zaal' was. 's Avonds trok hij met vrienden Hugo Raes en Hugues Pernath de stad in om er de havencafés aan een diepgaand onderzoek te onderwerpen.

Telkens weer neemt Campert je voor zich in, strooiend met aantrekkelijke of melancholische gedachten, als eeuwig alerte seismograaf van het kleine. Zijn grootste tegenstander is nu de tijd: 'In de tijd verdrink ik en ik wil boven water blijven. Hoe lang nog?' Erg lang, zo mogen we hopen. Vastberaden klinkt het: 'Ik wil de dood voor blijven. Zolang ik schrijf, leef ik.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234