Dinsdag 26/05/2020

Meester en civil servant

Ze ging in de politiek omdat het rentmeesterschap haar bekoort, 'dat zorg dragen voor wat je hebt.' Wilde er een paar keer de brui aan geven maar leerde uiteindelijk de macht hanteren. Komt als minister van Financiën en Begroting meer onder de mannen dan voor een vrouwelijke sterveling goed is. Maar is zich 'altijd vrouw blijven voelen'. Wij wilden het in de praktijk zien en trokken op pad met Wivina Demeester.

Sybille Decoo / Foto's Dieter Telemans

De medewerker moet lang nadenken over attitudes waaraan men kan zien dat zijn minister zich als vrouw anders opstelt dan een man. Er schiet hem niets te binnen. Of toch: "Ze zal het zien wanneer een plant verlept is en die meteen laten vervangen, of een schuin hangende kader recht hangen." Meer niet. Dat Wivina Demeester zich in haar carrière niet als feministe heeft geprofileerd ligt aan Miet Smet. "Zij was daar mee begonnen. Ik had in het begin ook de reputatie van dolle Mina, maar binnen dezelfde partij kunnen er zich geen twee met hetzelfde thema profileren. Om in de politiek ergens te geraken moet je op een gegeven moment nu eenmaal scoren." Het was die andere sterke vrouw, Paula D'Hondt, die Demeester op het hart had gedrukt dat ze minister van Financiën en Begroting moest worden. "Pas dan heb je macht", had ze gezegd. "Het klopt. Omdat ik alle kabinetten in het oog moet houden, spreek ik ook een woordje mee over al die andere beleidsdomeinen."

Het is maandagmiddag. We zitten in een kamertje van het kabinet te wachten tot Wivina Demeester terug is van het CVP-partijbureau, dat - zoals te verwachten was - geen pottenkijkers duldt. De minister heeft een lunchafspraak met de inspecteurs van Financiën, een exclusief mannelijk gezelschap. Het wordt een vergadering over boekhoudplannen en managementtechnieken in de begroting, over zero base budgetting, prestatie- en middelenbegrotingen. Technische materie waar Wivina geen moeite mee heeft. Met haar kabinetschef (ook een man) aan haar zijde leidt ze de vergadering als een volleerde chef. Ze luistert, werpt af en toe met kennis van zaken iets op, is efficiënt. Alle agendapunten zijn binnen de tijd afgewerkt en de inspecteurs kunnen tevreden terug naar kantoor: de minister heeft aangevoeld wat hen dwarszit en maakt hun verzuchting tot de hare.

De sfeer is er geen van mannen tegenover een vrouw, maar van ambtenaren ten dienste van hun superieur. "Het zijn echte civil servants. Ondanks de grote autonomie die zij vanwege hun speciaal statuut hebben, stellen ze zich zeer correct op", beaamt Demeester achteraf. In één adem vertelt ze erbij dat dat op andere plaatsen wel eens wil tegenvallen. In de partij bijvoorbeeld. "Pas toen ik minister werd in de Vlaamse regering begon men mij echt au sérieux te nemen. Een man uit het partijbureau zei me: Is het jou ook opgevallen dat er nu pas naar je geluisterd wordt?" Tijdens haar periode in de federale regering verwenste ze wel eens de 'vrouwonvriendelijke' mannen Jean Gol of Philippe Moureaux, die maar al te graag lieten voelen dat ze 'maar' staatssecretaris was.

Over de mannen in de Vlaamse regering heeft ze weinig te klagen. "Ze willen wel eens zagen als we weer opkomen voor gelijke kansen. Of ze maken grapjes, maar dan krijgen ze van hetzelfde laken een pak. Anne Van Asbroek (de voorgangster van Brigitte Grouwels op gelijke kansen, SD) had de gewoonte seksistische uitspraken van de mannen in de regering te noteren. 'Da's er weer een voor uw boekje, Anne', lachten we dan."

In de auto tussen twee afspraken door zal ze ons later een andere grief ventileren. Met half toegeknepen ogen en een gelaatsuitdrukking waaruit blijkt dat ze het slecht verteert, spreekt ze over mannelijke ministers wier carrière al lang zou zijn gebroken mochten ze een vrouw zijn. De namen mogen niet in de krant maar ze heeft het over Franstalige ministers, wier liederlijke gedrag of het feit dat ze omzeggens niets realiseren niet beletten dat ze op post blijven of zelfs meerdere keren minister worden. "Van vrouwen zou men dat niet pikken."

Het is inmiddels tijd voor de volgende afspraak. De CVP-leden van de commissie Welzijn en Gezondheid van het Vlaams Parlement komen de violen stemmen over het lokaal gezondheidsoverleg dat Demeester, behalve voor begroting en financiën ook bevoegd voor preventie in de gezondheidszorg, op de rails wil zetten. 'Zachte' materie, en dat is te zien aan de aanwezigen rond de tafel: vijf van de zeven personen zijn vrouwen. De kabinetsmedewerker doet het verhaal, de minister zit er een beetje overbodig bij. Maar ze weet wel waarom ze daar zit. De parlementsleden willen al eens moeilijk doen (kijk maar naar de perikelen rond de financiering voor het basisonderwijs) en Demeester wil de temperatuur meten. Het overleg verloopt rimpelloos, de minister ziet dat het goed is. Achteraf vertrouwt ze ons toe dat je als CVP-minister maar best op goede voet kan staan met de parlementaire fractie, want bij de CVP is de theorie dat het parlement de ministers kiest ook 'echt' de realiteit.

Er rest haar een half uur voor het vertrek naar de Nationale Bank in Antwerpen, waar gouverneur Fons Verplaetse traditiegetrouw het jaarverslag zal voorstellen. Even ontspannen is er niet bij. Er moeten telefoontjes worden gedaan, medewerkers aan het werk gezet en dikke mappen formulieren ondertekend. Beeldhouwwerken, schilderijen, familiefoto's en een gigantische plant vormen het decor van het ministeriële kantoor. Een dubbele deur moet luistervinken ontmoedigen. In een aanpalend vertrek staat een opgemaakt veldbed voor het geval de politieke actualiteit een nachtelijke oplossing vraagt.

De telefoon gaat: of mevrouw de minister geen twee vrouwen kent voor de raad van bestuur van het Koor en Orkest van de VRT? "Hebt gij wel al een derde vrouwen in uw raad van bestuur?", probeert ze de man aan de andere kant rijp te maken voor het geplande decreet dat dit quotum zal opleggen voor de raden van bestuur van alle openbare instellingen. Waarna ze belooft twee haar bekende bekwame dames te polsen.

"Ik doe het systematisch. Als er nieuwe commissarissen van Financiën moeten worden benoemd, duid ik enkel nog vrouwen aan." Op de obligate kritiek dat het gevaar bestaat kwalitatief minderwaardige mensen aan te trekken, reageert ze nuchter. "Zodra we met meer vrouwen zullen zijn, ook in de politiek, zal het minder opvallen als er iemand bij zit die minder goed is. Ook onder mannen zijn er gradaties in de kwaliteit." En de prominente politica gaat ver in haar positieve discriminatie. Toen Mia De Schamphelaere met een mannelijke partijgenoot vocht om een verkiesbare plaats op de lijst voor het Vlaams Parlement, trok de als progressief geboekstaafde Wivina Demeester zonder dralen partij voor de "toch wel fundamentalistisch" katholieke vrouw uit Edegem.

Vijf uur. Tijd om naar Antwerpen te vertrekken. Chauffeur François weet handig de files te ontwijken, waardoor de minister binnen de limieten van de laattijdigheid op het appèl verschijnt. In de wagen vertelt ze hoe hard het er in de politiek aan kan toegaan. Pijnlijk was de opdoffer van de Boerenbond, die haar als een baksteen liet vallen omdat ze akkoord ging met een Mestactieplan. Demeester heeft haar politieke introductie aan de landbouwersvereniging te danken. "Ik weet zeker dat de mannen van de Boerenbond mij hebben uitgeschakeld omdat ik een vrouw was. Ze hebben geen enkele andere CVP-minister geboycot."

Ook haar twee nederlagen in de strijd om het voorzitterschap van de CVP wijt ze aan haar vrouw-zijn. "Het is mij zelfs gezegd. Het ACW wilde er niet van weten."

Netwerken zijn belangrijk om in de politiek ergens te geraken. Zelf koestert ze haar lidmaatschap van wat de weinige CVP'ers die ervan wisten de 'Zwarte Bende' zijn gaan noemen. Dat was een select CVP-clubje van een tiental parlementsleden, kabinetsleden en leden van het partijbureau, dat Jean-Luc Dehaene (toen nog kabinetschef) rond zich had verzameld. Verder maakten ook Rika De Backer, Paul De Keersmaecker, Georges Monard (nu secretaris-generaal van het departement Onderwijs), Frank Swaelen en Herman Van Rompuy daar deel van uit. Demeester was toen nog parlementslid. Om de veertien dagen stak de bende de koppen bij elkaar om over actuele problemen een standpunt in te nemen, om dat er dan door te krijgen in de partij.

We naderen de Nationale Bank. De minister brengt nog snel lippenstift aan en beklimt het volgende moment al in sneltempo de met rode loper beklede trap van de financiële tempel. Gouverneur Verplaetse staat in het midden van de kleine receptiekamer en wordt als eerste begroet. Uiteraard worden ook de schaarse vrouwen niet vergeten. Het zijn er twee: voorzitter van het Planbureau Marcia De Wachter en de Antwerpse procureur-generaal Christine Deckers. Ze mag dan al een kei zijn in financiën, van het gerecht kent Demeester nog niet het abc, want ze moet informeren naar Deckers' titel. "God ja, al die gerechtelijke titels, ik houd ze niet uit elkaar", klinkt het verontschuldigend.

Voor gekeuvel is er niet veel tijd, want in de grote zaal zit het kruim van het establishment al te wachten op de toespraak van de gouverneur: vertegenwoordigers van het militaire gezag en het diplomatieke korps, toplui uit het bedrijfsleven, politieke hoogwaardigheidsbekleders. Het geheel doet anachronistisch aan: een kille zaal vol mannen in grijze pakken, de vrouwen kan je op één hand tellen. Maar Wivina Demeester valt op: anderhalve meter groot begeeft ze zich in haar neongroene jasje met vaste tred tot op de eerste rij, waar voor haar gereserveerd is. De kleur is niet bedoeld om te treiteren. Wie Demeester geregeld ziet, weet dat ze ook in aardbeirood, kanariegeel of Pink Panther-roze voor de dag komt.

Fons Verplaetse is zo in zijn nopjes over de staat van de Belgische overheidsfinanciën dat hij Demeester een verbale pluim op de hoed steekt over haar gezonde begroting. Aanwezigen die het kunnen weten, opperen dat zoiets niet zijn gewoonte is. Demeester doet tijdens de toespraak nóg eens van zich spreken. Als Verplaetse opmerkt dat Denemarken niet van de euro moet weten omdat "zij denken dat ze het beter doen met al die vrouwen in de regering", is er protest op de eerste rij.

Na afloop treffen we een glunderende minister aan. De onwennigheid van de eerste keer dat ze dit jaarlijkse ritueel moest bijwonen ligt ver achter haar. "Op van de zenuwen was ik die dag. Ik was ervan overtuigd dat die mannen mij op de rooster zouden leggen. Maar ik had gestudeerd. Het viel uiteindelijk best mee."

Woensdag voor dag en dauw. Domein Monikkenheide, Zoersel. Het is de naam van het tehuis voor kort en lang gehandicaptenverblijf dat Wivina Demeester oprichtte na de geboorte van Steven, haar eerste zoon, die mongool is. Hun huis bouwden Paul en Wivina Demeester ernaast. Hier heerst meer dan landelijke rust. Het is acht uur. De minister heeft ons uitgenodigd voor het ontbijt. Zoon en echtgenoot zijn al naar het werk, haar drie andere kinderen zijn van onder moeders rokken vandaan. Normaal is de minister al meer dan een uur vertrokken, maar vandaag moet ze eerst in Antwerpen gaan speechen. Van haar chauffeur weten we dat de minister doorgaans pas tussen negen en tien 's avonds weer uit Brussel vertrekt. Met zes uur slapen komt ze toe.

In tegenstelling tot veel van haar mannelijke collega's heeft Wivina Demeester haar kinderen wel zien opgroeien. Zij mochten haar altijd bellen. Eén keer heeft ze als minister alles laten vallen om naar Gent te rijden, waar haar zoon een inzinking had gekregen tijdens zijn examens aan de universiteit.

Tien uur. De minister beklimt het podium van een chic Antwerps hotel waar een dertigtal mensen uit het bedrijfsleven - "slechts drie vrouwen", fluistert Demeester - een studiedag bijwoont over 'outsourcing'. Aan de hand van slides legt ze uit waarom de Vlaamse regering de inning van het kijk- en luistergeld aan een privé-firma heeft uitbesteed. En wat het heeft opgeleverd: rond de 100 miljoen. "Als alle burgers proper hun belastingen betalen, zal er nog eens geld vrijkomen om de belastingen te verlagen. Dat geldt ook voor de bedrijven en de vennootschapsbelasting", prent ze haar publiek in het oor. Een bedrijfsleider uit Gent is onder de indruk van haar heldere uitleg. "Zien we niet veel van onze leiders. Waarom legt u het zo niet uit aan de bevolking ?", wil de man weten. "Tja, er schort misschien wel wat aan onze communicatie", is het antwoord.

De minister kan niet blijven voor de receptie, want in Brussel wachten de 'Antwerpse Belangen', een groepje Antwerpse CVP'ers die af en toe de koppen bij elkaar steken. Dat gaat van ministers over CVP-voorzitter Marc Van Peel tot plaatselijke arrondissementsvoorzitters.

Tijdens de rit naar Brussel blijven de kranten er door onze aanwezigheid ongelezen bij. Ze staan bol van de berichten over het tweede verslag van de commissie-Dutroux, dat een dag eerder in de Kamer is voorgesteld. Het rapport heeft het over België, dat ziek geworden is door ritselen en arrangeren. "We hebben het systeem zelf gemaakt en moeten nu door de catharsis", is de commentaar van de minister.

Ze herinnert zich nog haar eerste vergadering van de Antwerpse CVP. 'De Bank' was er bijeen. "Je had de grote en de kleine bank, afhankelijk van het aantal mensen dat moest worden benoemd. Daar werd beslist over de benoemingen van rechters van onze kleur, volgens de verdeling die was afgesproken tussen de coalitiepartners. Toen ik vroeg of er misschien ook kon worden gekeken naar de kwaliteit werd ik onmiddellijk de mond gesnoerd. Ik zou zogezegd nog wel leren hoe nuttig dat systeem wel was."

Toen ze nog verantwoordelijk was voor Welzijn en over de vergunningen van apotheken moest beslissen, stuurde ze naar eigen zeggen een enveloppe van 100.000 frank van een apotheker in spe terug. "Dat was toen blijkbaar het systeem. Maar niet met mij. Wat dat betreft, ben ik zelf een civil servant. Het algemeen belang telt. Ik heb dat met het vaderzaad (haar vader was adjunct-directeur van de belastingen, SD) meegekregen."

We komen in de buurt van het Brusselse Martelaarsplein. Ter afsluiting peilen we naar de politieke ambities die haar nog resten. Minister-president van de Vlaamse regering? Ze mag het natuurlijk niet zeggen, maar haar ogen spreken boekdelen. "Ik ga een uitdaging niet uit de weg." Het CVP-voorzitterschap interesseert haar niet meer. Een combinatie van begroting en financiën met cultuur ziet ze ook wel zitten.

En welke boodschap heeft ze voor de jonge vrouwen in de politiek? "Zoek in je partij een goede meter, studeer veel en werk hard, zorg ervoor dat je contacten hebt met groepen in de bevolking zodat je weet wat er leeft, en schakel je in in politieke netwerken."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234