Zondag 29/03/2020

Meeste Vlaamse doven zijn 'tweetalig'

Het beleid naar de doven en slechthorenden in Vlaanderen is niet afgestemd op de reële noden van die groep. Dat is een van de belangrijkste conclusies van het eerste grootschalige onderzoek naar die doelgroep, een opdracht van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.

Brussel / Eigen berichtgeving

Cathy Galle

Over de populatie van dove en slechthorende personen in Vlaanderen is bijzonder weinig geweten. In de hulpverlening bestaan ook verschillende stromingen die al jaren in een felle discussie zijn verwikkeld. De een pleit voor de orale methode, waarbij het kind leert spreken en liplezen en geholpen wordt met een hoorapparaat, de ander is voorstander van de manuele methode, gebarentaal dus. En dan is er nog een 'tussensysteem', het Nederlands-met-gebaren, waarbij het gesproken woord ondersteund wordt met eenvoudige gebaren.

Hoeveel mensen nu welke methode gebruiken en vooral wat de doven zelf daarover denken, was niet bekend. Zonder die informatie is een efficiënt beleid waar de doelgroep ook iets aan heeft, amper mogelijk. Want waar moet je als overheid in investeren? In de verdere ontwikkeling van dure technieken als cochleaire implantatie, waarbij een hoorapparaatje in het oor (meer bepaald in het slakkenhuis) aangebracht wordt, of in de uitbouw van een netwerk van doventolken, die de gebarentaalgebruikers in hun communicatie met horenden kunnen helpen.

Het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap vroeg daarom aan drie Vlaamse universiteiten om de populatie in kaart te brengen en vooral te kijken wat haar noden en behoeften zijn. De Vrije Universiteit Brussel, de Universiteit Gent en de Katholieke Universiteit Leuven namen elk een deel van het onderzoek voor hun rekening. Het eindrapport gaat in december naar Vlaams minister van Welzijn en Gelijke Kansen Mieke Vogels (Agalev). Het eerste luik van het onderzoek is inmiddels afgerond. "Onze initiële bedoeling was te achterhalen hoe hoog het aantal dove en slechthorende personen in Vlaanderen is", stelt professor Gerrit Loots van de vakgroep pedagogie aan de VUB in een gesprek met De Morgen. "Dat bleek onmogelijk, om de eenvoudige reden dat er in tegenstelling tot enkele buurlanden in Vlaanderen geen enkele instantie is die systematisch gegevens bijhoudt over die doelgroep. Volgens onze schattingen zijn er ongeveer 4.000 doven in Vlaanderen, mensen dus die een aangeboren gehoorverlies hebben. De groep van de gehoorgestoorden is veel groter. Die schatten we op vele honderdduizenden."

Het zeskoppige onderzoeksteam van de VUB en UG klopte voor haar onderzoek aan bij de verenigingen voor doven en slechthorenden in Vlaanderen. In totaal vulden 1.393 leden de vragenlijst in. De basis voor de bevraging was de manier waarop de betrokkenen communiceren.

Het opvallendste resultaat is dat de meeste doven en slechthorenden tweetalig zijn. Ze maken zowel gebruik van spraak als van gebarentaal. Het zogenaamde Nederlands-met-gebaren, waarbij het gesproken woord ondersteund wordt met eenvoudige gebaren, is veel minder populair. Amper 15 procent van de ondervraagden zegt die communicatievorm (die in heel wat dovenscholen en -instituten nog steeds als de beste vorm naar voren wordt geschoven) ook effectief te gebruiken.

De ondervraagden stelden ook dat ze gebarentolken belangrijker vonden dan schrijftolken. De beschikbaarheid van schrijftolken in het onderwijs werd onlangs nog drastisch uitgebreid, die van gebarentolken niet. Professor Loots: "Opmerkelijk is ook dat heel wat ondervraagden aangaven dat ze schrijven wel degelijk een belangrijke communicatievorm vinden. Dat blijkt ook uit de hulpmiddelen die ze gebruiken. Het meest gebruikte hulpmiddel is zonder twijfel ondertiteling op televisie. Ook e-mail, fax en de jongste tijd sms zijn enorm populair."

Langs de andere kant wordt het lezen van teksten wel als een groot probleem aangeduid. "Vooral in de groep van de ernstig gehoorgestoorden en de doven zorgt lezen voor problemen en voor heel wat misverstanden. Hun leesvaardigheid is vaak heel laag. Dat hebben we met ons onderzoek ook ondervonden. Hoewel we onze vragenlijst in zo eenvoudig mogelijke taal hebben opgesteld, hebben we toch enquêteurs op pad moeten sturen om de mensen te helpen bij het invullen ervan."

Een ander groot probleem voor deze doelgroep is het contact met openbare diensten. Loketten vormen een grote drempel. Als problematisch worden omschreven: banken, gemeentehuizen, treinstations en vooral ook ziekenhuizen. De onderzoekers vragen minister Vogels in hun aanbevelingen dan ook in de eerste plaats dat het tweedekansonderwijs nadrukkelijker zou inspelen op het bijspijkeren van de leesvaardigheid van deze doelgroep.

'Het meest gebruikte hulpmiddel is zonder twijfel de ondertiteling op televisie. Ook e-mail, fax en de jongste tijd sms zijn enorm populair'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234