Woensdag 16/10/2019

Werken na borstkanker

Meerderheid borstkankerpatiënten snel weer aan het werk

Beeld Hollandse Hoogte / Flip Franssen

Ondanks de emotionele en fysieke mokerslag is een meerderheid van de borstkankerpatiëntes gemiddeld één en maximaal twee jaar na de diagnose weer aan het werk. Een kwart stopt zelfs nooit met werken. “Velen snakken ernaar zo snel mogelijk terug te keren.”

‘Zal ik wel opnieuw kunnen werken?’ Het is een vrees die veel kankerpatiënten stress geeft, want werk staat gelijk aan ‘het gewone leven’, dat door de ziekte uiteenspat.

Nieuw onderzoek van de Christelijke Mutualiteiten (CM) bij vrouwen met borstkanker neemt een stuk van die vrees weg. Bijna een kwart van de patiënten kan zelfs tijdens de behandelingen blijven werken. De anderen worden wel arbeidsongeschikt, maar na gemiddeld één en maximaal twee jaar is een meerderheid van hen (67 procent) weer actief op de arbeidsmarkt.

“Dat zijn hoopvolle cijfers, die tonen dat mensen die langdurig ziek zijn niets liever willen dan weer aan de slag gaan en dat daar geen stok achter de deur voor nodig is”, zegt CM-voorzitter Luc Van Gorp. Want langdurig zieken worden in het publieke debat wel vaker weggezet als ‘lui’.

CM onderzocht bij 7.600 beroepsactieve patiënten tussen 20 en 64 jaar of ze in de twee jaar daarop een ziekte-uitkering kregen. Het is voor het eerst dat in een grote studie gegevens over gezondheid, borstkanker en arbeidsongeschiktheid aan elkaar zijn gekoppeld.

Zelfstandigen versus loontrekkenden

Opvallend vinden de onderzoekers dat dus één op de vier ook tijdens de eerste twee maanden na de diagnose geen ziekte-uitkering kreeg. “Dat wil niet zeggen dat ze nooit thuisbleven”, zegt Van Gorp. “Wellicht zijn ze tijdens bepaalde periodes gestopt, maar in elk geval nooit langer dan de periode van het gewaarborgd loon betaald door de werkgever.” Zo wordt een bediende doorbetaald tijdens de eerste dertig dagen van de ziekte.

Al even positief is volgens Van Gorp dat de groep die een ziekte-uitkering kreeg en na één of minstens twee jaar opnieuw aan de slag kan zo groot is. Een kwart is wel langer dan twee jaar arbeidsongeschikt.

Leeftijd, soort werk, soort behandelingen en het type borstkanker spelen uiteraard een rol. Zo heeft wie jonger is een grotere kans op werkhervatting en gaan arbeidsters minder vaak weer aan de slag dan bedienden, mogelijk omdat hun werk vaker fysiek is of omdat in die sectoren minder opties zijn voor aangepast werk.

Typisch is eveneens dat zelfstandigen minder vaak arbeidsongeschikt zijn dan loontrekkenden. Maar als ze arbeidsongeschikt zijn, dan blijven zelfstandigen dat wel langer. Ook blijkt dat slechts 27 procent van de patiënten met de verst gevorderde borstkanker binnen twee jaar kan hervatten en dat wie chemo kreeg minder snel terugkeert dan de anderen.

Niet van een leien dakje

Opnieuw gaan werken betekent ook niet per se terugkeren naar dezelfde job. Heel wat vrouwen werken voortaan deeltijds of krijgen een aangepaste functie. Details daarover zijn niet uit dit onderzoek af te leiden.

“Wij merken inderdaad dat het verlangen om weer te gaan werken groot is ”, reageert Sarah De Wolf op de CM-studie. Zij leidt het project Rentree, dat in samenwerking met Kom op tegen Kanker gratis coaching biedt. “Maar dat wil niet zeggen dat het allemaal vanzelf gaat. We krijgen in ieder geval veel aanmeldingen van patiënten die graag willen terugkeren, maar die daarbij echt praktische of psychologische ondersteuning nodig hebben.”

Belinda De Deckere (50) is een van hen. “Denken dat je gewoon weer de oude bent, is een valkuil. Ik was als ziekenhuisapotheker verantwoordelijk voor de materialen bij operaties en heb moeten aanvaarden dat dat door de ziekte te stresserend is geworden.” Volgens haar was er sprake van een rouwproces. “Maar een psychologe en Rentree hebben me doen inzien dat ik ook in de administratieve functie die ik nu heb in de apotheek gelukkig kan zijn.”

Volgens professor Lode Godderis (KU Leuven) zijn de resultaten hoopgevend. “Hier is steeds meer aandacht voor, en omdat we borstkanker vroeger ontdekken, is redelijk snel weer gaan werken ook vaker mogelijk. Maar we mogen de groep bij wie het moeilijker gaat niet uit het oog verliezen, en we mogen niet zomaar aannemen dat het van een leien dakje loopt.”

“Wat een geluk om weer onder collega’s te zijn”

Sophie (38) keerde vier maanden na de diagnose al terug naar haar werk. “Ik snakte ernaar het gewone leven weer op te nemen en dus ook mijn job als hoofdopvoedster op de nachtdienst van een instelling voor gehandicapten. Maar zou het wel lukken met die spierpijn, opvliegers en vermoeidheid door de antihormoontherapie? En zou ik emotioneel wel sterk genoeg zijn?

Sophie (38). Beeld Tine Schoemaker

“Het viel uiteindelijk goed mee. Ik ben via een re-integratietraject gestart met tien uur per week, want ik was nog erg moe. Maar wat was ik gelukkig om weer onder collega’s te zijn. Tijdens die vier maanden thuis voelde ik me geïsoleerd, ook al kreeg ik veel steun van mijn cheffen en collega’s.

“Wel is het fysiek zwaar. Ik liep al meteen een infectie op en belandde even in het ziekenhuis. Ook een tegenslag is dat ik mijn nachtshift voorlopig niet meer kan doen. Dat deed ik erg graag, en het was handig omdat ik zo mijn jonge kinderen overdag kon zien.

“Ondertussen werk ik twintig uur. Dat zal opgebouwd worden naar mijn oorspronkelijke vier vijfde. Zelf was ik het liefst sneller met een voller uurrooster herbegonnen, maar de controlearts hield me tegen. ‘We hebben liever dàt je werkt, maar niet meteen voluit zodat je na even voltijds werken weer tegen de vlakte gaat’, kreeg ik te horen, en dat klopte. Ik ben blij dat ik zo snel weer kon gaan werken en dat het stapsgewijs kan.”

“Presentatie over mijn ziekte voor de collega’s”

“De eerste reactie van mijn baas was cruciaal”, zegt Kathleen Dejaeghere (46). “Toen ik in 2015 de diagnose kreeg en het vertelde, was het antwoord: ‘Doe wat je moet doen, wij wachten op jou.’ Dat was een echte opsteker. Het gaf mentale rust. Want ik was leidinggevende bij een groot bedrijf voor groenteveredeling met een team van 140 mensen in verschillende continenten. Mijn werk is erg belangrijk voor me, maar plots zat ik in die rollercoaster van de behandelingen. Je weet niet wat er zal gebeuren. Het antwoord van mijn baas was een houvast.

Kathleen Dejaeghere. Beeld Wouter Van Vooren

“Na zes maanden chemotherapie, twee operaties en anderhalve maand radiotherapie ging ik terug en zelfs voltijds. Dat was mij afgeraden, maar ik wilde het graag. Gelukkig raadde de psychologe me aan goed naar mijn lichaam te luisteren en vooral te doen wat me energie gaf. Maar ik was realistisch. Er was een nieuwe functie op mijn niveau, maar minder internationaal. Ik heb dat aan mijn chef voorgesteld. Nu leid ik 50 mensen die minder ver weg werken, waardoor ik niet meer de helft van de tijd intercontinentaal moet reizen of tot ‘s avonds laat met de VS of Brazilië moet bellen.

“Wat ook helpt, is dat ik altijd open over mijn ziekte spreek met collega’s. Bij mijn terugkeer gaf ik een presentatie over mijn ziektejaar met daarin ook foto’s met mijn kaal hoofd. Het is belangrijk het bespreekbaar te maken en je collega’s duidelijk te maken dat je niet opnieuw de oude bent. Ik ben sneller moe, en dan zeg ik dat gewoon. Maar door de ziekte kan ik het werk ook beter relativeren. Een probleem of uitpuilende mailbox fokt mij nu minder op.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234