Donderdag 23/01/2020

Congolezen

Meer tweeverdieners, maar niet rondkomen: wat is er aan de hand in de Congolese gemeenschap?

Kapper François Mafuta, in zijn kapsalon in Aalst Beeld Tim Dirven

Uit de grote diversiteitsbevraging van minister Homans (N-VA) blijkt dat de meeste Congolese gezinnen uit tweeverdieners bestaan, maar toch amper of niet rondkomen. Ze ervaren ook meer discriminatie dan andere migranten. De enige die niet verbaasd is daarover, is de Congolese gemeenschap zelf.

Aan de buitenkant lijkt het kapsalon van François Mafuta gesloten. Ook een Afrikaanse kapper houdt op een hete dag liever de gordijnen dicht, maar de zaak geopend. "Nu is er weinig volk, maar in de namiddag stromen de klanten toe", zegt Mafuta, de eigenaar van kapsalon Les Anges de Manuela. Op de rechteroever van de Dender in Aalst stikt het van de kapsalons. 

Negen jaar geleden is hij uit Kinshasa naar België gekomen, waarvan hij zeven jaar in Aalst woont. Terwijl bij Vlamingen Brussel gelijk staat met de drukte van een grootstad, klinkt hier het omgekeerde. "Brussel is cool", zegt Mafuta. "Blanke Vlamingen denken dat dit kapsalon enkel voor Afrikanen is. Laatst belde er een vrouw om een afspraak te maken, maar toen ze eenmaal aankwam, maakte ze rechtsomkeer." Mafuta wijst naar zijn arm. "De kleur van mijn huid."

Kapper François Mafuta en klant Florian Nsimba Beeld Tim Dirven

"Het is niet eenvoudig", beaamt Florian Nsimba in de kappersstoel. "Veel racisten."

Verpesten

Nsimba is priester in een Afrikaanse kerk. Hij hoort vaak van Congolezen die een woning zoeken, een afspraak maken voor een bezoek, maar eenmaal ter plekke te horen krijgen dat het plots al verhuurd is. 

Het is een van de opvallende cijfers uit de enquête van het Agentschap Binnenlands Bestuur: 63 procent van de migranten uit Congo ervaarde al discriminatie op de huurmarkt. Opvallend meer dan de 43 tot 48 procent bij migranten uit andere landen. Het bevestigt de resultaten van de Koning Boudewijnstichting uit 2017.

"Dat heeft met puur racisme en vooroordelen te maken, maar laat ons eerlijk zijn: sommige Afrikanen gedragen zich ook gewoon niet goed of betalen hun huur niet op tijd", zegt Nsimba. "Die verpesten het voor de rest."

Nsimba daarentegen woont al vijf jaar, zolang hij in België is, in dezelfde flat. Nochtans heeft hij het niet eenvoudig om rond te komen. "Ik heb geen bankrekening, want dat heeft geen zin. Wat ik verdien, gaat meteen op aan huur en eten. Geld voor kleren is er niet."

Nsimba is een van de 52 procent Congolezen die moeilijk tot heel moeilijk rondkomen met het gezinsinkomen. Bij Polen, Roemenen, Marokkanen en Turken schommelt dat tussen 21 en 27 procent. Bij andere Belgen is dat 15 procent. 

"Dat is niet zozeer een Congolees probleem", meent Mafuta. "Iedereen die uit zwart Afrika komt, heeft het moeilijk. Het antwoord daarop ligt ook in Afrika zelf. In Congo zijn er mensen die honger lijden. Van wat ik verdien, gaat een deel naar mijn familie ginder." 

"De socio-economische situatie in landen als Congo is een toch een heel stuk slechter dan in landen als Marokko of Turkije", bevestigt Nadia Nsayi, beleidsmedewerker bij Broederlijk Delen en Pax Christi. "Gezinnen sturen soms tot 500 euro per maand op."

De Congolese diaspora is ook vrij recent. België is een van de weinig landen die geen arbeidsmigranten uit zijn (voormalige) kolonie liet overkomen. "De Turkse en Marokkaanse gemeenschappen zijn op een vroeger tijdstip in de Belgische economie geïntegreerd," zegt de Congolees-Nederlandse politicoloog en culturele antropoloog Olivia Fifi Gieskes. "Ze konden economisch kapitaal opbouwen, huizen kopen en maatschappelijke organisaties oprichten. Ook Polen en Roemenen worden als arbeidsmigranten hier tewerkgesteld."

Diploma

Het type jobs die migranten uit Congo uitoefenen, zijn vaak ook minder goed betaald. 56 procent van de Sub-Saharaanse migranten werkt onder hun diploma, onder andere omdat diploma's niet erkend geraken. Dat percentage is een stuk hoger dan andere groepen, met of zonder migratieachtergrond. 

Als we Mafuta's kapsalon buitenwandelen, ontmoeten we Herméline Kipaku, moeder van vier. Ze werkt in Brussel als bejaardenverzorgster, maar in Kinshasa was ze een gediplomeerd verpleegster. "Mijn diploma geldt hier niet, maar om geen al te lange studie aan te gaan, heb ik dan voor opvoedster gestudeerd", zegt Kipaku. "Mijn man heeft wel zijn diploma van verpleger opnieuw gehaald."

Kipaku zegt dat ze vlot werk vond, omdat haar toenmalige werkgever graag Afrikanen tewerkstelde. Maar het loon kon beter. "Op voorwaarde dat ik er niet mee naar de directie zou stappen, heeft een blanke collega eens toegegeven dat ze meer verdient dan ik, nochtans met een lager diploma."

Ook bij het zoeken van een woning in Aalst bleek afkomst een hinderpaal. Een huis bleek bij bezoek al verkocht, maar ze geloofde de eigenaars niet. Waarom zeiden ze haar dat immers pas als ze ter plekke was en belden ze haar niet voor ze uit Brussel vertrok?

"Er zijn nu eenmaal Afrikanen in Aalst, zei ik tegen het koppel, hoe lang ga je je zo nog gedragen? Toen we naar buiten gingen zei de vrouw zelf dat ze niet wist hoe lang haar man zich nog zo zou gedragen. Dat is voor mij het bewijs."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234