Dinsdag 18/06/2019

Burgerdienst

Meer solidariteit door burgerdienst? Dit zijn de valkuilen van een 'Europees Peace Corps'

Archiefbeeld. Beeld Thinkstock

Via de oprichting van een ‘solidariteitskorps’ wil Europa jongeren stimuleren om burgerdienst te doen in het buitenland. Het doel daarachter: álle jongeren de kans geven om zich na hun verplichte schoolloopbaan maatschappelijk te engageren en zich daardoor beter deel te gaan voelen van ‘het Europese project’. Een utopisch gedachtegoed, maar zal de organisatie in die gewenste opzet ook effectief slagen?

Vanaf volgend jaar kunnen alle Europese jongeren tussen 17 en 30 jaar zich opgeven om burgerdienst te doen in het buitenland, ongeacht hun achtergrond, opleiding of diploma. Om dat te bewerkstelligen riep de Europese commissie een speciaal solidariteitskorps in het leven. “Het is de bedoeling dat alle jongeren, uit alle lagen van de bevolking dankzij de financiële ondersteuning van dit korps, de kans krijgen om burgerdienst te doen als zij dat willen”, zo zegt coördinator van het project en hoofd van de Europese Commissie in België, Jimmy Jamar. “Bovendien hoeven de jongeren niet per se naar aan ander land te gaan: ze kunnen hun burgerdienst ook gewoon in eigen land doen.”

De functies waarin jongeren zullen worden ingeschakeld, variëren: van hulp in de mindervalidenzorg, tot armoedebestrijding, het opbouwen van dorpen die vernield werden door een aardbeving of de opvang van vluchtelingen. Het voornaamste doel van de nieuwe plannen, is om jongeren rechtstreeks te betrekken bij activiteiten die het algemeen maatschappelijk belang dienen, om op die manier hun burgerzin te vergroten. 

De vrijwilligers zullen tijdens hun burgerdienst bovendien ook verschillende opleidingen genieten: gaande van het aanleren van specifieke vaardigheden, tot het krijgen van taallessen. Jongeren ontvangen na afronding van hun dienst ook een certificaat, in de hoop dat dat hen helpt bij het vinden van een job. Een tweede doel van het solidariteitskorps is dan ook ervoor te zorgen dat de toegang van jongeren tot de arbeidsmarkt wat meer 'gelijk' gemaakt wordt: voor jongeren zonder diploma of mensen uit een 'kwetsbaar milieu', kan de ervaring die ze opdoen via een burgerdienst  de doorslag geven in de zoektocht naar een job. 

"The usual suspect" 

Of het solidariteitskorps ook effectief in die opzet zal slagen, is natuurlijk nog maar de vraag. Hoewel docent Internationale Politiek aan de VUB Jonathan Holslag het idee van een Europese burgerdienst samen met zijn Vrijdaggroep eerder zelf al naar voren schoof, maakt hij zich er toch een paar kritische bedenkingen bij. “Op zich is de invoer van een burgerschapsdienst een mooi idee: het geeft alle jongeren na hun opleiding tijd en ruimte om maatschappelijk engagement op te nemen en om met elkaar in contact te treden”, zo zei hij vanmorgen op Radio 1. Voor dat laatste is er volgens hem binnen het huidige onderwijssysteem vaak nog te weinig ruimte: “Nu valt het contact tussen jongeren uit verschillende bevolkingssegmenten na het secundair vaak snel uit elkaar: iedereen zwermt uit naar verschillende steden en universiteiten, of blijft net thuis om werk aan te vatten. Burgerschapsdienst zou de bindingen tussen jongeren van verschillende segmenten uit de samenleving kunnen versterken.”

Jonathan Holslag. Beeld FV1 KN

Toch vreest Holslag ervoor dat een gesubsidieerde burgerdienst voor een deel zijn doel zal missen, doordat jongeren uit sociaal achtergestelde milieus zich niet aangesproken zullen voelen: “Ik vrees dat dit initiatief voor een groot stuk toch vooral the usual suspects zal mobiliseren: mensen die nu al meedraaien in liefdadigheidsorganisaties als broederlijk delen of 11.11.11. Op die manier dreigt de organisatie haar doel voorbij te streven: de EU zal dan geld pompen in mensen die zich nu al engageren, terwijl de rest uit de boot blijft vallen.”

Peace corps 

Om die reden maakt Holslag zich dan ook beducht voor een tegengesteld effect: “Jongeren uit meer achtergestelde milieus, die zich nu al verstoken voelen van het Europese project, die niet reizen en die bijvoorbeeld ook minder snel een politieke stem zullen uitbrengen, zullen gesterkt worden in hun idee dat Europa alleen bestaat voor de kleine, gegoede elite, terwijl zij daarnaast blijven grijpen.”

Amerikaans President, Barack Obama. Beeld AP

Dat dat gevaar er wel degelijk inzit, bewijst het Peace Corps, de Amerikaanse versie van het solidariteitskorps dat in de VS al in 1961 in het leven geroepen werd door toenmalig president John F. Kennedy. De stichtende gedachte achter het korps luidde toen dat de organisatie "álle Amerikaanse jongeren de kans zou geven te proeven van een vervullend leven” door hun "kennis en vaardigheden in te schakelen ten voordele van mensen uit minder gegoede gebieden". 

55 jaar na datum blijkt echter dat niet alle segmenten van het jeugdige Amerikaanse publiek, hun weg naar het Peace Corps even goed vinden. Zo maken etnische minderheden bijvoorbeeld maar 19 procent uit van de vrijwilligers die zich aanbieden, dat blijkt uit cijfers van het Peace Corps zelf. Bovendien gaat ook het totaal aantal mensen dat zich aanbiedt voor een zogenaamde 'burgerdienst' gestaag achteruit: terwijl er in 2009 nog zo’n 15.384 Amerikanen hun burgerplicht wilden vervullen, waren dat er in 2012 nog maar 10.091. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden